
onszelf tonen aan de bereikbare als ook aan de onbereikbare geliefde – in een wereld die op springen staat – was het campert niet die schreef dat het gedicht nooit schuldig is. daarom ook de poëzie van droom en verlangen dan wel van drift en lust op deze prachtsite. filosofisch getint of in een tuincentrum gesitueerd – het maakt niet uit – dichters kleuren hier de zondagochtend in een stralend magistralend licht om sjonnie nog maar eens vrij te citeren.
dank voor de inzendingen – later op de dag klettert het hier het goud – het eremetaal in deze droom wedstrijd die geen wedstrijd is. de commentaren leest u onder de gedichten. België boven – vandaag goud voor LUK PAARD – van harte! – in die hem zo eigen wervelende droompracht.

“ droom “
as’n vlucht
zo broos ben ik
in droomgedachte dag en nacht
dat ik in’n huis wil met lippe
vol gekleurd en verwarmd
door’n stroom uit 2 harte
zodat’k slechts hoef te graaie
waar ik ’n schildering maak
van met vingers jouw naam
tot diep onder de huid
as’et mooiste danskleed ooit
’n liefde van zacht as in’n sprookje
waar’k doorheen wandele kan
op je huid
en altijd voel en weet
ik kan nog verder in de droom
tot helemaal aan jou
© luk paard
wat een mooi woord – BROOS – zo neergelaten in die wervelende droompracht van om elkaar cirkelende woorden en gedachten van de dichter Luk Paard. het is nooit stil op de vroege zondagochtend als een luk paard door je huis raast.
- Rob Mientjes – waar waar weer waar is
- Rik van Boeckel – een vreemde werkelijkheid
- Karlijn Groet – wij zijn…
- Luk Paard – jouw naam tot diep onder de huid
- Max Lerou – de droomzondag van max
- Cartouche – droom van mij
- André Heijnekamp -Je zei dat het heel mooi was
- Freda – jij nog met mij
dromen
over dat zeldzame gevoel
van samen gearmd
én van even onvergankelijk zijn
van een picknickmandje
op een kleedje
en jonge zwanen in de sloot
geef me je hand
dan raken we samen
zei ze
de onschuld aan – kom we dromen
en in die droom verzinnen we
wat van de werkelijkheid
pomwolff

Struikelend struikelen
diep de diepte in
wanend wanen
waar waar weer waar is
maan maan
rust te laten rusten
kindse kinderen
ouderen ouders
sussen zussen
broederen broers
hemels hemelen
dood richting hel
wit witregels
tex teksten
stuc stuk
droom droom
diggel diggelend
eeuwig eeuwigend
wakker de wakke
en slaap de slaap
Voor Dali … en daarna
Rob Mientjes
rob houdt van taalspelletjes – ik lees ze altijd met enig plezier en ook in de wetenschap dat het gebruik van menselijk taalvermogen een bijna chomskiaanse oneindigheid bevat waar binnen regels en poëtische zinnen kunnen worden gegenereerd. op tessel ken ik een dichter die een bloedhekel heeft aan dit soort taalgebruik. heel texel schuimt vandaag van woede haha.

Het is inderdaad een heel mooi lied van Bjorn van Rozen.
Vannacht gedroomd over het luisteren naar muziek. Ik verwerk dromen soms in mijn muzikale poëzie. Ik heb donderdagavond met mijn band The Dub Ark in een café in Leiden opgetreden en alle liedjes van onze cd De dromende dansers ten gehore gebracht. Het lied De dromende dansers gaat over de ontmoeting tussen twee geliefden bij een rivier. Dat een man en een vrouw ervan dromen om elkaar lief te hebben door samen te dansen.
Het eerste vers van het gedicht De beelden van dromen gaat erover dat ik soms mijn moeder en mijn vader in een droom tegenkom nu ze al jaren geleden zijn overleden. Een droom was onlangs dat ik naar een boekpresentatie van mijn moeder ging. Maar zij heeft geen boeken geschreven maar had er wel heel veel. Sommige heb ik bewaard. En heb zelf twee poëziebundels en drie reisboeken geschreven. Dat maakt zo’n droom onverwacht en enigszins onverklaarbaar. Al probeer ik het wel te verklaren. Dat geldt ook voor andere dromen als ik ze niet vergeten ben.
De beelden van dromen
In dromen zien we beelden
die door de nacht heen trillen
zoals gezichten van overleden ouders
horen we geluiden uit het verleden
onbewust van wat ons wacht
herinneringen spelen hard of zacht
vanuit het hart en de hersenen
leiden dromen tot fantasierijke gedachten
af en toe vergeten tijdens het ontbijt
de nacht van de dromende ziel
verzamelt een vreemde werkelijkheid
die in stilte ontstaat en later ontwaakt
de richting is een lijn naar het komende
begint ‘s nachts met een voorbije tijd
die weemoedig door dromen heen reist
onverwachte en onverklaarbare beelden
brengen de diepte van de ziel naar boven
de ochtend brengt de droom tot leven.
Rik van Boeckel
11 april 2026
een gedicht met bijsluiter. oprechte woorden – bijna een analyse van de droom met boeckeliaanse weemoed neergeschreven – het verhaal van de vreemde werkelijkheden die we in dromen terugvinden.
wij werden
alles vanuit niets
door zwaartekracht vertraagd
zullen wij tot stof vergaan
als ruimte lego
die zichzelf verplaatst
zo weinig weten wij
van ons bestaan
waarom we hier nu zijn
en straks weer gaan
en alles wat we zeker weten
is dat enkele gevoel
van mij voor jou
van jou voor mij
zo veel weet ik ervan
gelijk elk ander;
hoezeer wij liefde zijn
het licht dat lacht
dat nooit gedoofd wordt
en dat ons ons gevoel geeft
en altijd, altijd, in ons
verder leeft
Karlijn Groet
een typische groet – met ietwat verheven zeg maar deftig taalgebruik – die prachtige wij-vorm – het oneindige verlangen in dromerige beelden poëtisch vorm gegeven en samengevat. en dan die filosofische drie beginregels om te zoenen:
wij zijn gestolde energie
wij werden
alles vanuit niets
maar ja dat is filosofie.

vannacht wil ik jou steken in tuigleer
jouw benen bekleden met gitzwart
gladde zijde balancerend
op het scherp van de schede
dagen tover ik om
tot bruidsweken het zinken
van de zon een zinderende
dans de nacht een jaargetijde
sluit ik dan eindelijk
mijn uitgewoonde ogen
glip dan onderlangs mijn wimpers
denk nog even niet aan hem
ml
ha de heerlijke klassieker van onze max – eerder schreef ik over het behoorlijk onbehoorlijke – je kunt ook zeggen over het onbehoorlijk behoorlijke: wat is U ‘van al het doen het liefste? nou een bijna LUK PAARD achtige uitspatting van gevoel – een haagse explosie mogen we genieten – maar dan in een dichterlijk gecultiveerde schwungsessie haha – heerlijk – en de laatste regel zoals het leven is. soms is. niet anders kan zijn.- en zo is het ook en nog steeds.

Droom
in mijn droom waande ik mij linde
in een oneindig lange laan. Zij aan zij
spraken wij van klare lucht, stamvaste
taal, de maan keek toe en lachte minzaam
maar bij de eerste daggrimas
zag ik de plataan daar aan het einde
van de rij weer bezijden haar
zijn afbladderende kroon
bast bedekt met grijze vlekken
van gekronkel ondergronds
naar worteling in samengrond
alleen ontgroeid
en geaard zoals dat gaat
in wind te fel en licht zo schel
hoorde ik hoe zij – in hemelsnaam
blijf bij die je denkt: droom van mij
11-04-2026 / Cartouche
tsja ‘zoals dat gaat’ – cartouche legt de vinger op de zo zere plek van het verlangen hoe zeer hij ook dichterlijke droom beelden in een woud van bomen – met daarin een rechtop staande smachtende boom – plaatst. als deze dichter door een bos loopt op een zondagochtend dan heb je wel een droomgedicht – echter ook het verhaal van een onbereikbare geliefde.

Beleving
Je zei dat het heel mooi was
dat er een soort vrede hing
die je altijd zou willen dragen.
Dus de kluit in een zak voor de stoel
in de kofferbak de roze kruin
een stam dwars door de auto heen.
Thuis een gat gegraven
het boompje erin gezet
een bankje erbij.
Ja, zei je, zo ongeveer
het is enkel nog wachten
tot de zon onder gaat.
André Heijnekamp
ha plotseling groeit er als het ware in strofe twee en hele boom in een auto. aanwijzingen van een medewerker van het tuincentrum – graaf een kuil meneer – boom erin – plaats er een bankje bij – en wacht met je geliefde tot de zon opgaat – moet u eens kijken wat er allemaal in het donker groeit en bloeit in uw tuintje.

laag over laag
ik droom de ijzige kou uit de lucht
laag over laag
trek ik zachte wind uit de wolken
over mijn handen stroomt
het naar binnen
en plots
barsten houten geraamtes open
hun lijven kraken en splijten
vogelconcerten breken uit
alsof ze niet langer
gevangen zijn
dan schieten confettikanonnen
duizenden kleuren neer
op een teder tapijt
waar wij met blote voeten
jij nog met mij
Freda
op de een of andere manier denk ik aan AI – het zijn net teveel bij elkaar gezochte (in zekere zin onnodige) beelden in de strofen om die drie prachtige slotregels in te kleuren – en die hebben dat helemaal niet nodig – die zijn zoals ze zijn – teder en lieflijk met een vleugje weemoed besprenkeld:
op een teder tapijt
waar wij met blote voeten
jij nog met mij






















