De nacht is stil vol van geluiden van auto’s die een berg beklimmen van boeren die hun werk beginnen van zon die ver weg van ‘t zuiden zich opheft voor de reis vanaf de oosterkimme.
Zo stil in bed niet willen duiden de herrie in het hoofd. Het eigen koeren in dons van vroege duiven willen smoren en hopen dat de koelte van het noorden je huid kan binnendringen.
De nacht is stil vol van geluiden van woorden die je vrij wil laten, ver weg van uitgehouwen zinnen. Dromen wil je van matrassen die mantras zingen met tijk en laken die troosten je huid.
De nacht is stil. Je hoort de klokken luiden een klacht van de gekwelde aarde. Je hoort de hanen kraaien. Hoogste tijd, denk je om je adem te laten waaien mee met achteloze winden.
Het licht zegt: ai, te laat.
——————— Slapeloosheid is meestal een bron van ergernis. En dat vergroot het probleem. Vandaar dat ik geleerd heb er stoïcijns mee om te gaan. Gewoon even een nachtthee drinken en dan maar weer eens proberen. Of met de zachte klanken van de swizz jazz radio op volume 4 proberen weg te soezen. Of, zoals nu, om 04.45 de belofte nakomen elke vrijdag een bijdrage te leveren aan de onvolprezen Pom-side. De vruchten van de nacht komen soms onverwacht.
Het was een regenachtige zaterdagavond half jaren negentig in Goes. Het moment, dat ik een kans zocht om mijn leven inhoud te geven. Het gebied waar alles gebeurde was misschien een vierkante kilometer groot. Op de Grote Markt had je wat kroegen. Nog een dancing daarachter en verderop nog eentje. Daartussen wat doelgroepgerichte kroegen. Die avond was ik in discotheek La Plaza. In die tijd was ik slank en knap en had lang haar. Maar dat zijn dingen, die je je pas decennia later realiseert. Daarbij is het een gegeven, waar je weinig aan hebt als je je sociale vaardigheden niet mee hebt.
Ik dronk bier. Het perspectief van de avond vervaagde. Zoals dat vaak ging. Om dan in de ochtend weer wakker te worden en weer een week te moeten wachten eer het weer zaterdag was. Wachten op een nieuwe kans. Waarop wist je nooit. Maar altijd waagde je de gok weer. Als de in krantenpapier in een grabbelton verstopte presentjes. Zo graaide ik me een weg door het leven. Er zat niet veel in de ton. Maar die avond had ik aanspraak. Aan de bar trakteerde een weinig aantrekkelijke meid me. We hadden een gesprek. Gedeelde eenzaamheid en bier. Vermoeidheid en verveling. Het gebrek aan perspectief deed ons zoenen. Dat was in orde. Ze vroeg zich af waarom ik zoende met zo’n lelijk ding. Ik zei, dat ik haar aardig vond, daarom. We dronken meer bier en zoenden later nog wat meer.
De zaterdag daarop zag ik haar weer. Ik was niet naar haar op zoek, maar het liep zo. Nu betaalde ik een biertje voor haar. We gingen naar buiten en zoenden in een steegje. Weer vroeg ze me waarom ik zoende met haar. Ik zei, dat ik haar aardig vond en dat zoenen fijn was. We konden ook goed kletsen. Of ik verliefd was? Nee, antwoordde ik. Goed zei ze. Beter. Zo ging dat een tijdje door. Tot ik haar op een zekere zaterdagavond bijzonder dronken aan de bar aantrof. We gingen naar buiten, ze kon bijna niet lopen. En moest vreselijk huilen. Ik probeerde haar te troosten. Dat ging niet. Ze vroeg waarom ik zo lief voor haar was. Ik bracht haar terug naar binnen. Er was verder niemand die zich om haar bekommerde. Op een gegeven moment was ze weg.
Vreemd genoeg weet ik haar naam nog en ik moest aan haar denken vandaag. Vanavond heb ik die door de zoekmachines op internet gedraaid. Ze bestaat niet meer.
VON SOLO DICHTER, COLUMNIST, PERFORMER EN CINEAST Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl
wij van hier vroegen per mailbericht PLOOS LEEF JE NOG? en er kwam een antwoord – ja lieverd ik leef! en als je leeft vroegen wij van hier dan wordt het wel tijd dat je pomgedichten weer eens aandoet toch? ze heeft nog wat gedichten liggen en ze zal bekijken of ze die gedichten opstuurt. we wachten! voor wie PLOOS niet kent herhaal ik onderstaand item uit 2021 – of beter gezegd uit 2011.
PLOOS is terug op pomgedichten punt nl weliswaar zo af en toe – maar toch – PLOOS terug op pomgedichten punt nl – enige verwijdering is ooit ontstaan op de site tussen webmaster en de grande dame – dat hoeft niet onder stoelen of banken – maar na een nieuwe ontmoeting mogen en kunnen we haar woorden weer genieten op pomgedichten punt nl. zo ontzettend blij waren we en zijn we met haar bijdragen.
who de fuck is PLOOS hoor ik sommige mensen denken. ik geef u hieronder een politieke analyse van Ploos uit 2013 – de toenmalige nederlandse politiek beschreven – het is of 2013 2021 is – zo scherp het analysemes van PLOOS – dat is PLOOS:
‘In de Nederlandse politiek en andere belangrijke sectoren is er sinds een jaar of wat steevast sprake van Een Pakket. Niet gewoon: alstublieft, dit gaan we doen, briefje, envelopje; lees maar. Nee, groots aangediend, Een Pakket Van Maatregelen. Een Pakket Aan Maatregelen. Een Breed Zorgpakket. Alles zit tegenwoordig in een omvangrijke, vage doos. En denk maar niet dat er een kijkgaatje is.
Pom, die taal, de metaforen, de termen! Dat eeuwige Huishoudboekje Op Orde, Keihard Aanpakken, Keiharde Onderhandelingen, Snoeiharde Afspraken: de retoriek wordt holler en machtelozer naarmate de visie zich verder aan ieders zicht onttrekt. Die (visie) is er wel, maar die moet het hebben van de langere termijn. En daar zijn we allang niet meer van…’
genadelozer kon en kan de huidige politieke armoede niet beschreven. who de fuck is PLOOS hoor ik sommige mensen denken. op mijn verzoek plaatste op de site in 2011 het gedicht “Ik weet niet waarom” bij de CANTO OSTINATO – over John – ja dat is PLOOS! ik herhaal:
Gepost door Pom Wolff op 2011/12/26 18:10:00 (1058 keer gelezen)
WP: Simeon ten Holt Vanaf 1961 raakte Ten Holt onder de invloed van het serialisme. Cyclus aan de waanzin (1961) was daarvan de eerste uiting. Tevens publiceerde hij artikelen in het tijdschrift Raster. In de jaren zeventig zwoer Ten Holt de seriële methode af. Hij werkte vervolgens jarenlang aan Canto Ostinato dat hij voltooide in 1976 en dat veel succes opleverde. Volgens dezelfde op herhaling en tonaliteit gebaseerde gedachte ontstonden in de loop der jaren meer lange pianostukken: Lemniscaat (1983), Horizon (1985), Incantatie IV (1990) en Méandres (1999). Ten Holt noemde de stukken afspiegelingen van zijn eigen innerlijk, in tegenstelling tot de formalistische werken die hij vóór Canto Ostinato schreef.
Uitvoeringen van de werken waren niet zelden totaalevenementen waarbij zowel de pianisten als het publiek elkaar, vanwege de mogelijkheid om een stuk uren te laten duren, aflosten. Een uitvoering van Lemniscaat in Bergen nam bijvoorbeeld bijna een etmaal in beslag. Het stuk werd op diverse ongebruikelijke locaties uitgevoerd — onder meer in de hal van het Rotterdamse Centraal Station. In 2007 verzorgde pianist Jeroen van Veen met zijn ensemble een uitvoering van Canto Ostinato op vijf Fazioli concertvleugels in Station Utrecht Centraal.
Ik weet niet waarom
ik zou niet weten waarom ik schrijven zou heb ik John, heb ik niet ooit geschreven, vraag ik hem, ik weet hem soms nog mijn man, als hij me kan vinden en ik mezelf en mijn bril
mijn hele ik en dan de rest ervan kijkt naar hem op en vraagt even of ik het ware heb ik echt geschreven lieve John? ik hoor zijn antwoord zittend in het zand dat alleen mijn hand zich nog herinnert, waarheen hij me meegenomen heeft maar ik weet niet waarom het zand was vroeger los en niet zo solide als toen de klok plotseling wil ik mijn platenboek dus gaan we nu naar huis John, want de rommel weet ik daar en alles nog en jij zet thee heet het platenboek?
thuis weet ik niet waarom mijn chaos niet vertrouwd, ineens onvast geworden is en dan vouw ik me wring me eruit ik ga op zoek naar vroegere oevers zonder netten zijn ze niet meer van de zee ik roep de hond: Apollo Bacchus hier! kijk, de man heeft me gevonden en zet thee de graaf! ik weet hem
de hemel, lieve John, ik weet je weer, is een diep kasteel op zand gebouwd soms weet ik Hartley oude vrouw en de meedogenloosheid van tijden noch het onvermijdelijke alsmaar weer en overkomelijk verdriet de wanen die monsters oproepen en andersom en wat er tussen Socrates en Sartre was ik kan er niets meer mee
het is negen uur en het ronde hoekt, breng me naar bed John en blijf bij me of ik ga en als ik ga zoek me dan maar niet laat me mijn eervolle aftocht
drapeer de zee, drapeer de zee die van vanochtend maar om mijn lijf dat pijn doet –ja zo– ik dank je zeg je beleefd goedenacht ik ga van Bruno dromen
Ploos
de hele serie:
1 de canto Ostinato van Ploos over john 2 de Canto Ostinato van Pom Wolff over de liefste én een over het antwerpen van herman 3 de Canto Ostinato van Max Lerou over kinderen die buiten Mozart lachen 4 de Canto Ostinato van Josse Kok over voor wie hij zijn knieën aan het marmer 5 de Canto Ostinato van Mohs Volke aan Simon
en ik gaf op deze site woorden aan de prachtbundel DE WAAIERMAP die van haar gedichten gemaakt is – Ja dat is ook PLOOS – you know.
nou het is DERREL gelukt om hier de weekendorde te verstoren – de geplande wedstrijd op leven en dood volkomen naar eigen hand gezet – en overgenomen – op het affiche leest u de festiviteiten in EINDHOVEN op 10 en 11 oktober – ik zelf zal 10 oktober eindhoven aandoen want de 11de moeten wij van hier antwerpen aandoen waar die lieve levenskunstenares DEBBY PANKEN een poëziedebuut viert – hoe dan ook – hadden we hier dit weekend al een beetje DERRELFEST. prachtige herinneringen en gedichten zijn te lezen van de korrie- vee-en die ongetwijfeld ook DE GOUDEN BAL zullen bezoeken op de 10e. ik schrijf vandaag wat woordjes onder de inzendingen van de dichters – heel heel hartelijk bedankt voor het mooie werk – gunnen we DERREL het goud – de gouden bal! verander ik mijn gedicht ijmuiden in JE BENT ERG MENS – een titel op het lijf van derrel geschreven.
Derrel – foto: Theo Huijgens
zoals we hem kennen/kenden = natuurlijk en ontregelend – nog steeds en hier ook – de zondagochtendwedstrijd die geen wedstrijd is gewoon begonnen of….. daar kwam derrel binnengestormd – en de hele boel ineens geheel anders op zijn derrels – en terecht!
Jacob de Bruin – Derrel
Rik van Boeckel – met Derrel levend op pad
Frans terken – om niet te worden vergeten
Magda Haan – in kattentaal
Peter Posthumus – en dat je meer had willen zeggen
Rob Mientjes – u mag beginnen
Luk Paard – je zou nog zoveel
Max Lerou – tevreden kijkt hij uit over de akker
Vera van der Horst – maar die wals bij de auto, Derrel,
Cartouche – je bent gewoon verder op weg gegaan
Vera Jongejan – een tijdelijk geheel
Anke Labrie – van zin naar zin
Jorge Bolle – geen vogel gezien vandaag
de zondagochtendwedstrijd op de pom: wie wint de enige echte virtuele – op leven en dood – trofee op pomgedichten.nl? zo vlieg je nog de wereld in zo is het leven uit je gekropen onder het toeziend oog van de buurtkat die geheel onschuldig het tafereel gadeslaat – ja dan moet je maar niet tegen de vers gelapte ruiten vliegen – het leven is een wankel gegeven voor duif, voor poes en voor mensen ook. leven en of de dood – het is ook het terrein van dichters – ook in de zondagochtendwedstrijd op de pom – we gaan het lezen: u kent de regels: gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
————–
EN DAN NOG DIT bericht DERREL LEEFT OP!
PERSBERICHT – Eindhoven, 26 september 2026
Alle remmen los: Nachtburgemeester Derrel Niemeijer groots herdacht! Woordkunsthappening op 10 en 11 oktober in Café de Gouden Bal en T56
Op zaterdag 10 en zondag 11 oktober wordt podiumdichter en nachtburgemeester Derrel Niemeijer herdacht met een uitgebreid cultureel programma. Het is dit jaar tien jaar geleden dat de Eindhovenaar op 37-jarige leeftijd overleed. In Café de Gouden Bal is op zaterdag 10 oktober, vanaf 15:00 uur een open podium en op zondag 11 oktober, is er van 14:00 uur tot 16:00 uur een programma met muziek-, theater- en poëzieoptredens in T56. Entree is in beide gevallen gratis.
Ter ere van de tien jaar geleden overleden Nachtburgemeester van Eindhoven, Derrel Niemeijer, organiseert de gelegenheidsformatie ‘Beatfest’ het grootste en gekste open podium voor woordkunst dat je je kunt voorstellen!: “Iedereen kan meedoen. Iedereen komt aan de beurt. Alle remmen los!” De volgende dag biedt Beatfest een ‘ Herdenkingshappening’ met een uitgebreid cultureel programma in de T56 (het voormalige Artspace Flipside) in Woensel. Op het moment van zijn overlijden was Derrel Niemeijer al een cultfiguur en bovendien een graag geziene gast op vele alternatieve evenementen en poëziepodia in Nederland en België. Derrel was een veelschrijver, die sterk beïnvloed werd door zijn vele muzikale helden en (beat)dichters als William S. Burroughs en Jules Deelder. Jarenlang organiseerde hij maandelijks het poëziepodium PepperPlus, op zondagmiddag in Café de Gouden Bal. Daar kwamen dichters uit het hele taalgebied op af en menigeen zette er zijn eerste stappen op het podium. Ook zijn kunstmanifestaties, onder de naam ‘Beatfest @Movement’ zijn legendarisch. Ondertussen is de podiumpoëzie onherkenbaar veranderd. De vaart der volkeren heeft een hoop goeds gebracht, maar maakt ook pijnlijk duidelijk hoezeer we Derrel missen. Als mens, als uniek performer en vooral ook aanjager van het alternatieve geluid en de ongebreidelde gekte in de poëzie. Daarom heeft een klein groepje intimi, onder de werktitel ‘Beatfest’, besloten om iets te organiseren waar hij zelf graag bij zou zijn geweest. Met vooral heel veel (alternatieve) poëzie, maar ook muziek, film en theater. Om een nieuwe generatie kennis te laten maken met zijn werk en de oudere garde kennis te laten maken met de beat van de nieuwe generatie. Om eenieder te inspireren (verder) buiten de lijntjes te kleuren, kunst en cultuur met hart en ziel te beleven en vooral risico’s te nemen. Het belooft een bijzonder weekend te worden, waarvoor we graag alle nieuwsgierige Eindhovenaren en buitenlui uitnodigen.
“Eindhoven de gekste!”
Praktische informatie
Wat: Open podium Waar: Café de Gouden Bal, Hoogstraat 112A, 5615 PM, Eindhoven Wanneer: Zaterdag 10 oktober, van 15:00 uur (inloop 14:00 uur) tot sluitingstijd Toegang: Gratis
Wat: Herdenkingshappening Waar: T56 ,Tarwelaan 56, 5632 KG, Eindhoven Wanneer: Zondag 11 oktober, van 14:00 uur (inloop 13:00 uur) tot 16:00 uur Toegang: Gratis Meer info:https://derrelfest. podiumpoezie.nl
Naam
het is niet erg jij kent me niet en ik groots meeslepend ach nee joh doe niet gek joh
dit is verdomme anders jij kent je vrienden nog en er is publiek hoor je bent publiek
zij wij jullie hun ons je lost op in iets dat niet mijn doodsangst is ik zal jouw letters lezen zal ik
deze laffe woorden typen over de hand die nooit een blik die niet en niet dit
bedenk dat het niet mooier is de razende stilte van snelstromend water onder spiegelglad zwart wateroppervlak en nu volgt een belangrijk verzinsel
rond je geboorte krijg je een naam opdat je leeft en zolang iemand je naam kent sterf je niet
mijn grootvaders namen mij bekend ik heb ze nooit gekust ze zijn verrekte dood
er leven momenteel meer dan 7 miljard mensennamen en we kunnen woedend proberen niet te vergeten
derrel
jacob de bruin
Jacobs gedicht voor Derrel werd eerder hier op de site gepubliceerd. een prachtig gedicht waarin jacob derrel op zijn derrels aanspreekt en ons lezers die prachtregels geeft – opdat we weten:
bedenk dat het niet mooier is de razende stilte van snelstromend water onder spiegelglad zwart wateroppervlak
moordaanslag
een dode muis op de houten vlonders water dat kabbelt riet dat zwijgend zwaait
net plaatsgevonden zo blijkt de boosdoener loopt vast hier nog wel ergens rond
vlakbij een dikke rode kater hij kijkt ons uitdagend aan ja-wat ? vraagt hij in kattentaal
Magda Haan
Magda nog geheel in de veronderstelling dat hier dit weekend het thema op leven en dood zou gelden – net als webmaster trouwens – totdat de vogel derrel kwam aanvliegen waar zelfs de dikke rode kater – een moordbeest – van Magda niet bij kon komen.
Leven of de dood, we zien het elke dag weer gebeuren, zoals ook bij Derrel. Dan hebben we altijd de woorden nog, bij het levende beeld. Weekendgroet, Frans
Open podium
Hoe er meer en meer gaten vallen in wie het podium bevolkt het voetlicht dat even zwakker schijnt om een nieuwe stilte te belichten
weer een afwezige die blijvend aanwezig is een stem die verstomd nog nagalmt je houdt enkel de gedrukte tekst stevig vast in handen en hoofd
al is de stem uitgedoofd we hebben beeld om terug te kijken het geluid dat opgeroepen wordt resoneert en rust in oog en oor
de gebaren waarmee woorden tot leven gebracht vanaf die plek met ons gedeeld
en in geen dagen uitgesproken zijn om niet te worden vergeten
frans contempleert -hoe we velen eerder zagen op een podium die we nu niet meer kunnen zien – zo zal het voortgaan -in de herinnering de woorden, het geritsel van de papieren, de lichtjes van de i phone, de stemmen die we alleen nog in onze hoofden kunnen horen.
Ik heb Derrel Niemeijer natuurlijk gekend en zomer 2015 ontmoet tijdens de tournee van de Poëziebus door Nederland en België. En daarna ook vaker met hem het podium gedeeld zoals bij het door hem georganiseerde Beatfest . Na zijn overlijden heb ik ook een gedicht geschreven voor de poëziebundel ‘Dan zijn er ook dichters die doodgaan’. Luk Paard heeft daar ook aan bijgedragen. Daarin staan meer dan 100 gedichten voor neo-beatnik Derrel Niemeijer. Ook heb ik andere dichters gekend die zijn overleden zoals de beroemde dichter Simon Vinkenoog (1928-2009) en Johnny The Selfkicker (1944-1991). Ook heb ik in de jaren tachtig vaak het podium gedeeld met de Haagse dichter Adriaan Bontebal (1952-2012). Maar nu nog steeds met levende dichters op pad zoals onlangs op 13 september bij Het Woord in Ruigoord en in Leiden met Leidse dichters bij Ars Literair. Maar nu ik ouder ben geworden nemen de herinneringen natuurlijk toe. Hier mijn bijdrage aan ‘Op leven en dood’.
Met levende en dode dichters op pad
Tijdens de voorbije Poëziebus met Derrel levend op pad tot Pepperplus in Eindhoven en andere podia zoals Purmerend
Derrel wij dichtten onze paden aaneen Beatfest was jouw dichterskind ik sloeg de beat op jouw Lou Reed oude beatnik en neo-beatnik
in het labyrint van leven en dood eveneens Simon Vinkenoog en Johnny The Selfkicker ontmoet en collega podiumdichter Adriaan Bontebal met veel liefde voor podiumpoëzie
met levende en dode dichters op pad vult de herinneringen telkens aan zolang het leven door zal gaan en ouder worden alles heeft samenvat.
Rik van Boeckel 25 september 2026
tot de samenvatting geschreven zal zijn – rik is alvast een beetje begonnen met de samenvatting – zodat hij niet hoeft te vergeten. een mooi relaas.
Soms heb ik beelden die altijd droevig zijn en nooit meer overgaan
het is alsof je zegt dat niets er meer toe doet dat niets er ooit toe deed
en ook dat het je speet en dat je meer had willen zeggen.
Peter Posthumus
een kleinood hier aan de lezer gegeven – voor de levenden en voor de doden – dat iemand ook bij leven en welzijn voor je kan sterven. soms buiten je wil om sterft.
Tja … Derrel … niet echt gekend … maar wel gedebuteerd oraal …met woorden dus … op zijn kleine lage podium in de Hoogstraat. Plat? Nee heus! Met bange ballen in mijn broek … but I did it.
Groet, Rob
Nachtdwaling
Mag ik een biertje gewoon voor de sch(r)ik deksels … potten en pannen zweven boven mijn hoofd een spin springt in mijn nek valt uit zijn stoffig web en dan moet ik nog woorden webben plakkerig aanstootgevend oraal te berde brengen en ook nog bij licht dat ken toch nie mag ik nog een biertje gewoon voor de sch(r)ik burgemeester treedt binnen in pak met hoed te laat as usual schuift aan tafel met bedrukt gezicht ginne skrik u mag beginnen ik kijk omhoog en spin spuug wat woorden volgende mag na applaus na(ar) palm
Rob Mientjes
het verslag van een debuut. we plukken hier op de mientjesmaandag nog steeds de poëtische vruchten van wat ooit in eindhoven begon. dank je rob.
Luk Paard · (de rockdichter): intusse is de strijd gestrede en heeft derrel’et leve velore….maar hoe ie was en schreef en zo ook de spore liet in deze wereld zo zal ie blijve en zo bestaan ik schreef dit eerder voor derrel maar nu de herhaling en met errug veel sterkte voor de familie vriende kennisse van derrel…ook ik behoorde bij die groep en deel in de rouw
VOOR DERREL ” zoas je schrijft ben je’et bestaan (altijd) “ luk paard
(voor derrel) je zou nog zoveel dat de wereld geen tijd kent maar ontelbare woorde in je hoofd en hoe je hen uitgebracht
jij hebt de kennis van’et spreke in beeld met woorde die zich glooie naar’et leve vanuit jou
jouw hoofd is geen kleintje en droeg de klappe as’n man je koos altijd wel ergens ’n thuis om zich neer te legge
zo ben jij dit leve liep je de dage vooruit zoas je schrijft ben je’et bestaan
hele happe om door te slikke of te brake
whatever jij kwam de wereld uit
de woorde rondom gegote ze vormde hoe je bent geworde nu slaan ze boeke dicht in’et leve dat zich plooit naar’n eindeloze plas
daar waar jij in zwemt de vis in vrijheid gekend en van’n einde zoas alles ‘et zichtbare gelaat de kwetsbare ziel de mens
goddomme hoe wordt’et misse met de tijd in stilte dat jij ons troosteloos zal
maar ook dat schijnt vanuit je ziel en brengt alle woorde tot jou één
een prachtig gloedvol eerbetoon van LUK aan DERREL – dezelfde bevlogenheid, dezelfde generatie, de kracht van de taal de zaal ingesmeten zodat de toehoorders volgegoten met poëtische energie straks het dranklokaal kunnen verlaten om de wereld te verlichten.
de dood begrijpen? ik begrijp het leven nog niet eens…
ha Pom, gezellig onderwerp weer. mijn klassieker heb ik een nieuwe titel gegeven. daarbij heb ik het door velen onbegrepen ‘b d e’ er toch weer in terug gestopt. het blijft in dit gedicht toch de beste en mooiste oplossing
de dichter en de dood
stervende dichters met het verongelijkte smoel van een verstoten minnaar hij heeft ze al zo vaak gezien
koud en bloedeloos het hoofd onder protest verlaten denken ze nog eronderuit te komen tot dood zijn stem verheft
eens gegeven blijft gegeven we doen hier niet aan b d e
tevreden kijkt hij uit over de akker die hij al zo lang bewerkt en negeert de opstandigen met hun al stomptandige monden
fris en monter gaat dood dan weer op weg vrienden maken voor het leven
ml
de klassieker van MAX geldend voor iedereen – de algemene geldigheid hier in woorden gevat – er is geen ontkomen aan – PROOST!
Ik heb geschreven over wat echt gebeurde toen ik Derrel voor het eerst ontmoette, bij een dichtavond, jij was er toen ook nog bij.
De Nachtwals van Stratum
Jij bracht mij, aan het eind van de avond, naar mijn verweg geparkeerde auto. Ergens sloop een saxofoon door een openstaand raam, . Je boog, een heer van de rafelranden, met uitgestoken hand:
dans met mij, zei je nu de levenden slapen en de doden nog zwijgen.
Daar bewogen we, op het scherp van de snede, op leven en dood, twee schimmen die de zwaartekracht tartten.
Je hand was koud maar je pas had de koorts van een man die weet dat de klok altijd achterloopt.
Nu na 10 jaar is de muziek gestold in de Eindhovense straten. Maar in de slipstream van de nacht klinkt nog jouw lach.
Veel te vroeg finishte je je laatste rauwe vers, maar die wals bij de auto, Derrel, die staat nog altijd in de steigers.
Vera van der Horst
Jaja eindhoven – toen er nog gedanst werd op straat – tegenwoordig schieten ze op elkaar – daar maar ook hier in 020 hoor. een prachtige herinnering aan een koortsdichter met koude handen:
Je hand was koud maar je pas had de koorts van een man die weet dat de klok altijd achterloopt.
– Hartland –
heengaan is niets anders dan leven buiten de dimensies, los van tijd en ruimte, waar je zonder einde ben je niet meer nog hoeft weg te geven
niet dood, er wordt nog aan je gedacht je bent gewoon verder op weg gegaan toen het met hier en nu al was gedaan niet vertrokken ook – als dief van de nacht maar als gedreven meester ons gebleven
want waar leven alleen een vorm is van afgemeten, dat voortdurend in het teken van memento mori – hoe enorm benepen zou zo’n manier van zien zijn voor elke man en vrouw – zo afstotelijk, godsonmogelijk enkel cave canem* – eeuwig in de ban
26-09-“26 / Cartouche
(* pas op voor de hond, de hellehond, ————————————————————— Derrell *- I.M.
Je sprak mij altijd aan als ik je tegenkwam met u en met meneer terwijl jij toch vuurspuwer par excellence en ik een zacht eitje, dat nog moest leren koken en braden met vuur van verlangen
in de Gouden Bal kwamen we elkaar nader en het is met gedachten van weemoed en nostalgie dat ik je voor me zie, een en al bevlogen door je hartstocht voor het leven, voor en in poëzie
waar vuur is is rook en die is niet verdwenen ze ligt als een warme deken om ons heen
met jou voor ogen rol ik nog een keer met jou mee een zware van Nelle ( van Niemeijer weet je wel) steek hem aan aan de vlam van het licht dat je gaf en spreidde, de Hoogstraat die je ons binnenleidde de glansgloed van woorden van overvloed
26-09-’26 / Cartouche
(*Acestry zegt: ”de naam Derrell is een moderne, voornamelijk Engelse variant van de naam Daryl, die zijn oorsprong vindt in het Oudengels en het Oudfrans. De naam Daryl zelf is afgeleid van de naam D’Airelle, wat “van het eiland” betekent. De naam heeft in de loop der jaren verschillende spellingen en varianten gekend, waaronder Daryl en Darrell. Derrell is relatief zeldzaam en wordt vaak gezien als een creatieve spelling van deze traditionelere vormen. De betekenis van Derrell is niet eenduidig vast te stellen, aangezien het vaak wordt gezien als een variant van Daryl. Over het algemeen wordt deze naam geassocieerd met begrippen zoals “liefdevol” of “geliefd”. In sommige contexten kan de naam ook worden geassocieerd met kracht en moed. hoewel deze betekenissen meer verbonden zijn met de bredere culturele interpretaties van de naam Daryl “)
een prachtig eerbetoon in 2 delen – dat we weten van de dood die voor dichters volgens de dichter geen dood kan zijn en dat we weten van DERREL die nog steeds onder ons is. dichter na het gedicht van CARTOUCHE onder ons is:
met jou voor ogen rol ik nog een keer met jou mee een zware van Nelle ( van Niemeijer weet je wel) steek hem aan aan de vlam van het licht dat je gaf en spreidde, de Hoogstraat die je ons binnenleidde de glansgloed van woorden van overvloed
verandering
ook al voelen we ons sterk verankerd we zijn slechts een vorm van opbouw en afbraak wat samenklonterende cellen lichaam dat dobbert in de stroom van leven en dood een tijdelijk geheel
en dat denkt zich belangrijk als mens
Vera Jongejan
de nuancering van Vera – de onontkoombare nuancering van Vera – gelukkig is in de poëzie alles waar. het omgekeerde is waar en het omgekeerde van het omgekeerde is net zo waar.
Ik kende hem niet behalve wat er op fb stond en enkele mails die we uitwisselden. Hij was daarin heel aardig en ook tijdens de keer dat ik hem bij Het Vondelpark voor het eerst in het echt ontmoette bij de poëziebus . Een gedreven dichter en een bijzonder mens.
I.m. Derrel
volop zomer in het Vondelpark loom liggend op het gras likkend aan een ijsje
hij niet
ging voor de poëzie onstuimig
cirkelde in zijn blote bast rond ieder podium
van zin naar zin
een dwarrelend blad lang voordat de herfst aanbrak
anke labrie
————————-
En nog een klein gedichtje rond de dood, eventueel, dat ik lang geleden eens schreef. Een van de vele helaas onderhand.
De lente kruipt voorzichtig In de struiken Hagel weerhoudt haar niet
De kist daalt langzaam In de aarde
En al heeft de zon veel kracht Voor de tijd van het jaar Blijft het te koud die dag
Anke Labrie
dank je voor de inzending Anke – volgens mij heb ik de foto hieronder genomen in het door jou gememoreerde vondelpark 020 – ‘de blote bast’ zal van ietsje later op de middag zijn geweest. maar inderdaad de knoopjes waren al geopend. en van wie die ene slipper was op de foto?
Geen
geen vogel gezien vandaag niet in mijn tuin niet in de lucht geen gefladder geen onverwacht geluid geen lijnen in het blauw zelfs geen verre zwerm onderweg naar warmer een dag zonder vogels is een dag is een dag die niet is een dag die niet overvliegt en verrast
Jorge Bolle
een gedicht dat zowel bij het aanvankelijke thema als bij derrel past – dank voor het insturen Jorge.
De dans was eerder dan de taal Jij danste eerder dan je spreken kon Als kleine walvis in je moeders buik In opvoeders dansende handen Op knieën van grootvaders, aan boezems van grootmoeders. Je danste eer je spreken kon..
Zo gaat de oersprong van de dans ook tijdperken de taal vooraf vlinders dansten al uitbundig voordat mensen benen konden muggen, bijen, futen dansen dolfijnen al in eeuwigheid.
Zoals de dans de taal vooraf ging, zo dansten onze ongeschreven talen voordat ze ingesnoerd in proza en dagelijkse doses Prozac van platgeslagen clichés hun dans verloren, in algoritmes verstikten.
Maar wie de taal weer dansen laat hervindt de poëzie. Ontdekt oraal genot, sensitieve betekenissen, heimelijke intenties – die danst weer even woordrijk, sprakeloos als ooit in moeders buik.
Geïnspireerd op: Het Vlinderseizoen van Christine Korsgaard
BART TOP
Bij elk gedicht vier ik het feit dat poëzie het meest vrije genre is dat er bestaat. Hoe noest er gewerkt wordt aan regels waar gedichten aan moeten voldoen en hoe gaarne sommige auteurs zich in een keurslijf laten rijgen, de vrijheid is er echt. Voor mij betekent het dat een gedicht op elk moment kan ontstaan: uit een opwelling, een waarneming, een klank, een vorm of een gedachte. Dit gedicht ontstond toen ik het zinnetje las “De dans was er eerder dan de taal.” Die zin bleef hangen vanwege z’n mooie inhoud, maar omdat er ook iets danste in de taal. En daarmee ben ik aan het dansen – en vervolgens worstelen gegaan. En zo werd het wat het is. Is het wat?
ik vermoed dat het zo een ochtend wordt waarin de nacht is opgegaan een beker koffie vasthoud alsof het de laatste koffie is en mijn lippen langzaam naar mijn handen breng
ik mijn voeten niet verplaats het natte gras weer voel met ogen dicht de koffie proef zo een ochtend waarin het lijkt alsof het licht de dood heeft ingehaald
pomwolff
Lieve Pom, Hier is een antwoord op jouw ‘Ochtendlicht’; een zusje of broertje ervan, zeg maar. Kus Ploos
nazomers avondlicht
dat het bestaat een straat een wijk een hele stad en al mijn ramen urenlang zo goud te kleuren dat je denkt waar is de brand
het is nog net te vroeg voor haardvuurgeuren en de blanke voegen van de muren voegen zich naar draaglijk en behoud
van ochtenden met handen voeten wassen beelden en van gras
als ik je omhels voel ik het skelet al door de rimpelingen van je huid als je praat volg ik de zichtbare beweging van een ingevallen kaak je bent nog steeds van een zorgvuldige opgewektheid en gretigheid hebt een getrainde geest
we weten van een afscheid we zijn er inmiddels aan gewend geraakt maar altijd is er pijn als liefde breekt
zo’n mijmerend moment dat ik je zie lopen als ik aan je denk of is het omdat ik aan je denk dat ik je voorbij zie gaan
ik weet niet hoe het zit dat doodzijn van jou
rouw lijkt op zo’n ongewenste kennis die ongevraagd en onverwacht zonder kloppen zomaar binnenstaat en je weet inmiddels al ben je nog zo stug en bied je zelfs geen koffie aan hij komt terug