roept u maar de altijd toch zo eeuwig jonge en goed gespierde wielrijder, roeier, (waar het ook maar even groeit en bloeit – hij roeit) én bovenal dichter R.B.
– roept u maar
draait ook voor een potje hardlopen bij wijze van spreken zijn kuiten niet om al wil meneer de laatste tijd nog wel eens aan zich zelf voorbij gaan
deze zelfs tot ver boven Groningen geprezen ‘’sportheld” mag zich dan wel toeleggen op het uitdragen van de olympische gedachte het ontploffingsgevaar is nooit uit de lucht – pom wolff
wij van de pom berichten uit medemenselijkheid ook over de gezondheidstoestand van dichters die er toe doen – ook over andere zaken natuurlijk – dichters hebben er een handje van om naast het schrijven van gedichten bijzonderheden in het leven te vervullen – de dichter Brandhoff heeft het sportgebeuren verkend met succes. uw webmaster heeft aan deze bijzonderheid van Brandhoff in poëtische vorm aandacht besteed. ook de belangwekkende site nationale boekenblog – een site met internationale allure kon deze maand niet om het fenomeen Brandhoff heen. de dichter zelf heeft op deze aandacht op zijn bekende bescheiden wijze gereageerd – vanuit het hoge groningennoorden waar hij per jaar enkele van zijn levensdagen doorbrengt.
(wanneer je hem ook belt, appt, mailt meneer is altijd op of met vakantie!) hoe dan ook wij verwelkomen zijn woorden op deze bijzondere sportieve vroege zondagochtend na een avondje bourgondisch BBQ-en in het noordholandse plaatsje heilo. de dichter aan het (weer)woord:
Hartelijks uit het Noorden, René
En toch
Dat aura van onverslijtbaarheid Waardoor je genadeloos ingehaald wordt De soepele tred artrosegeremd Valgevaarlijkheid en drempelvrees
Hoe vertaal je dat naar de schijn Van hoe je vroeger alles verwoordde De wereld moeiteloos aan flarden trok Met blote handen nog
Je kunt nog doen alsof Elk zesde woord wordt bro Je euro’s worden digitale doekoe En je Birckenstocks zijn Gullitpatta’s
Nooit meer bukken Alleen die laatste keer nog Wanneer je hoopt niet bang te zijn Maar nieuwsgierig naar waar je terechtkomt
deze foto van Amália Rodrigues is in fado wijk Mouraria op een muur te zien. Zij zong bijvoorbeeld gedichten van de beroemde Portugese dichter Luis de Camões.
Goedemorgen Pom Ik ben van Lissabon naar Porto gegaan. En ben nu in Porto op het idee gekomen mijn twintig reizen naar Portugal van 1980 tot 2026 samen te vatten in dit gedicht. In 1980 kocht ik de cassette Ai Mouraria van Amália Rodrigues in Lissabon en zondag 16 augustus 2026 leerde ik nieuwe fadista’s Helder Moutinho en Celia Leira kennen. Fado zangeressen en zangers worden fadista’s genoemd in Portugal. Ik schrijf in dit gedicht over andere fadista’s die ik heb leren kennen. Bijvoorbeeld over Christina Branco die in het Portugees vertaalde gedichten van Slauerhoff zingt. Terra is een album van Mariza waarop ze een lied zingt met de Kaapverdische zanger Tito Paris. Fado de sentidos is een fado lied van Cuca Roseta. Schrijf eveneens over Portugese steden die ik heb bezocht. Dit gedicht is bedoeld voor het weekend.
Met dichterlijke groet Rik van Boeckel
DE REISLUST VAN PORTUGAL
De ontdekking van fado in Lissabon onder de hemel van negentientachtig oren luisterend naar Ai Mouraria in Alfama de befaamde cassette van Amália
de reislust van Portugal leidt naar Porto en naar het strand van Lagos twee jaar later zegent na zes jaar in Quinta da Cerca de liefdevolle vrouw genaamd Anita
na tien jaar blijft Portugal een Sunshineland in Lissabon,Santa Cruz en Coimbra na zestien jaar leidt de tijd naar Fernando Pessoa blijft fado het Portugese gevoel en doel
na het jaar tweeduizend de zon in Lissabon de nieuwe ontdekking van Viseu Terra muziek van fadozangeres Mariza de kus van de saudade met Tito Paris
na twaalf jaar de fijne fado reportage met Mariza, Mario Pacheco, Cuca Roseta en de legendarische Carlos do Carmo reizend over de Taag naar Monsaraz
de ontdekking van Maria Severa de eerste fadista bij de Fado Vadio van de brede fado wijk Mouraria van Amália en zuster Celeste Rodrigues
na zestien jaar in Barragem de Santa Clara op het O Sol da Caparica Festival interviews gedaan met de fadista’s Cristina Branco en Ana Moura
reizend met de saudade van Portugal naar Santarém en de fado van Coimbra andere stijl dan de fado van Lisboa wat niemand wellicht horen zal
na zeventien jaar in Sines en Porto Covo leidt de fijne reislust in Portugal voorbij Sintra, Cascais en Foz de Arelho naar Figueira da Foz en Fatima
na negentien jaar via Villa Nova de Milfontes naar Estremoz, Evora en Alter do Chao waar ‘t fado hart van Cuca Roseta in alle opzichten mooi is te horen
Fado de sentidos op het festival dat eveneens naar Sao Pedro do Sul en de fado van Sara Correia leiden zal later te horen aan de Avenida de Liberdade
de reislust leidt weer in Costa da Caparica naar de koloniale Lusofone saudade van Angola, Cabo Verde, Mozambique en Brazilië na vier en twintig muzikale jaren
tenslotte naar Oeiras, Parede, Regua, Pinhão, Pocinho en Monte Estoril de goede fado van Helder Moutinho en guitarrada bij mooie fadista Celia Leira.
Rik van Boeckel 21 augustus 2026 Porto
Op deze foto’s is de cassette Ai Mouraria te zien met cd’s van Amália Rodrigues, een paar boeken en de DVD Fados van Carlos Saura.
Topoverleg van snijbloem, legkip, kweekzalm, honingbij, waakhond, fokschaap, renpaard, melkkoe, bromvlieg en ossenhaas
Een snijbloem sprak vol zelfmeelij “Waarom ik in eigen stengel snij? Alleen met zelf opgewekte pijn Kan ik volop in mijn ego zijn.”
De legkip zei: “Net wat ik zeg Ben ik maar even van de leg Dan hoort mijn naam niet meer bij mij En ben ik, vrees ik, kip noch ei.
De kweekzalm ziet hoe ‘t pijnlijk wordt als hij met wilde zalm wordt vergeleken “Het kost wel drie jaar om mij op te kweken Dan ligt mijn slechte reputatie op jouw bord.”
De honingbij was online via Zoom Zij sprak verbitterd van haar doem “Ik vlieg misschien wel frank en vrij Maar honing die ik maak is nooit voor mij.”
De waakhond lag heel lui te slapen En kneep nog eens een oogje toe “Ik ben vooralsnog ’t geheime wapen Zolang ‘k een middagslaapje doe.”
Het fokschaap blaatte luidkeels voort “Als bok fok ik met veel genoegen Maar als beloning voor mijn zwoegen Wordt heel mijn fokking nageslacht vermoord.”
Het renpaard dacht toen even na “Ik eer mijn motto: ik ren dus ik besta Maar sta ik stil of als ik slaap Sta ‘k elke keer compleet voor aap.”
De melkkoe voegde loeiend toe “Mijn kalfjes zien mij nooit als moe. “Elk drinkt mijn melk, ’t is nooit voor hen voor wie ik zelfs geen melkkoe ben.
De bromvlieg sprak vol zelfinzicht “Dit brommen is mijn dure plicht Want echt, het is wat ik je brom Als ik niet vlieg, dan sla ik stom.”
Als laatste sprak de ossenhaas: “Mijn lot is ’t tragischste van allen misschien is het je al opgevallen mijn existentie is dood vlees, helaas.”
Bart Top —————- Een van mijn lezers begon meteen over Toon Tellegen, of ik daar mijn inspiratie uit haalde? Nee, er waren slechts twee dingen: het plotselinge bewustworden van een fenomeen: dat we sommige dieren(categorieën) een naam geven vanwege hun functie voor ons, en dat ik zin had een light verse te schrijven – e voilà! Ja, en ik wilde natuurlijk ook weer niet te consequent zijn….
Het fietspad is breed en geasfalteerd. Er staat netjes een onderbroken streep op het midden. Zo is duidelijk, op welke weghelft je je zou mogen bevinden. De stoep ernaast is bijna net zo breed als het fietspad zelf. Daarachter aan het Gordelpad liggen woonboten. In de verte zie ik een stilstaand voorwerp op het fietspad. Het is een auto. Als ik deze voorbij ben zie ik honderd meter voor me, een in mijn richting bewegende persoon op het fietspad. Het is waarschijnlijk de bestuurder van de auto. Hij neemt een groot deel van mijn rijbaan in beslag. Terwijl hij toch ook de beschikking heeft over een hele stoep voor zichzelf. Hij kijkt recht voor zich. Het is of hij door me heen kijkt. Ik wijk preventief uit en bestudeer een kort moment zijn gezichtsuitdrukking. Hij heeft me echt niet gezien. Me verbazen over dit soort dingen doe ik me niet meer. Het gebeurt continu. Ik begin het ook steeds beter te begrijpen. Zelf zie ik nog afscheidingen en lijnen. Achter in mijn hoofd zitten nog van op jonge leeftijd ingeprente verkeersregels. Daarnaast ben ik een zekere mate van fatsoen aangeleerd. Maar dat wordt steeds minder echt. Hoe ik wat er in mijn hoofd zit op de wereld projecteer, strookt helemaal niet meer met de moderne tijd. Het feit alleen al, dat ik me een bewustzijn aanmeet van de wereld om me heen en de mensen daarin, is iets van vroeger. En waarschijnlijk breng ik inderdaad nog niet voldoende tijd achter schermpjes door om het al helemaal te begrijpen. Maar het komt.
Wat ik zag als een verkeerskundige inrichting, bestaat enkel in mijn hoofd. Ikzelf ook trouwens. Voor een ander is het een blank canvas. Een andere dimensie. Dat ik daar toevallig ben, maakt mij bij gebrek aan belang onzichtbaar. Ongewenste content wordt vooraf actief gefilterd. De man, die ik zag, liep inderdaad naar zijn auto, maar de lijn waarop hij liep was een andere dimensie. Eén die ik op dat moment niet begreep en waar ik ook geen deel van uitmaakte. De reden dat we geen botsing hadden, was niet omdat ik uitweek, maar simpelweg omdat ik niet bestond in die wereld. Mijn fout was te denken, dat ik wel deel uitmaakte van hetzelfde plaatje. Maar mijn uitwijken, bevestigt dat ik er niet was, noch deel aan was.
De tragiek is, dat ik denk, dat dingen nog steeds zo zijn als vroeger. Concreet, duidelijk, volgens de kaders die ik opgelegd heb gekregen. Maar dat is al lang niet meer zo. De mens heeft zich daarvan losgemaakt en kan eindelijk vrij bewegen door een ruimte, waar alles is, zoals hij zelf kiest. En ik wil dat maar niet snappen. Maar weet ook, dat je de vooruitgang niet tegenhoudt. Morgen als er weer iemand op het fietspad loopt wijk ik niet meer uit. Dat hoeft niet. Er gebeurt toch niets. Het is een andere wereld. Niet de mijne.
VON SOLO DICHTER, COLUMNIST, PERFORMER EN CINEAST Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl
Kleine vrouwen hebben kleine tranen maar hun tranen zijn diep.
Kleine vrouwen
Ze lijken op kleine appels die hangen aan hun takken. Kleine vrouwen hebben kleine tranen maar hun tranen zijn diep. Kleine vrouwen hebben kleine handen, kleine voeten die alle last moeten verplaatsen. Maar hun benen zijn sterk om hun bezopen mannen naar huis te dragen. Je weet nooit wanneer kleine vrouwen komen, wanneer ze vertrekken uit de schoot van het leven.
Ik geef om kleine vrouwen, omdat ze sneller bang zijn in het donker. Kleine vrouwen zijn als vlinders, hun haren de zeewind, hun stem de waterdruppels op de beek. Kleine vrouwen zijn de paar zinnen van een kort gebed. Dat je uitspreekt op het mooiste moment.
Ik geef om kleine vrouwen, als ik zie hoe ze grote vrouwen troosten, hoe ze kinderen baren die mettertijd als bomen om hen heen staan. Hoe ze van een huis een nest maken. Ik geef om kleine vrouwen als ik zie hoe bedroefd ze kunnen zijn. Hoe verslagen, hoe in elkaar gezakt, hoe vernederd, hoe teleurgesteld ze kunnen worden. Hoe ze elke dag opnieuw opstaan, elke dag sterker, ik hou van ze.
Ik probeer op een bericht van Pom Wolff te reageren ivm zijn kleinkind, ik had een gedicht geschreven:
Lach je nog wel eens lieve meid niets meer van je gehoord? huil je soms nog zachtjes om die kleine dingen kus je nog teder en zacht zoals vroeger toen je dat dacht
of zijn de haaien ook bij jou op visite geweest ik bel je wel, als de katten janken bij rosse maan.
Jan Anton Gillis
Dit in verband met zijn kleinkind, dat hij elk moment zich moet realiseren dat het zo vlug voorbij is die onschuld