
Oplandvrouwtje opgehangen
Een vrouw die geen man in het kruis schopt, maar een kruisraket.
Dat hing bij ons thuis voor het raam. Of het daar hing, of gewoon ergens
in dat huis, ik weet het niet meer. Bij ons hing meer dat soort dingen.
Zwart-wit. Krullen. Zure mond. Been vooruit. Klaar. Ik was te jong
om te weten wat een kruisraket was. Ik dacht dat je dat gewoon
kon wegschoppen en dat het dan klaar was.
Zo simpel zat het toen in mijn hoofd.
Ik was te jong voor politiek, maar oud genoeg om te merken
dat volwassenen overal iets van konden maken. Binnen
zat mijn vader. Iets met politiek. Buiten hing een wereld die blijkbaar
zo ingewikkeld was dat er posters nodig waren van vrouwen
die raketten wegtrappen. En ik zat er tussenin.
Er hing van alles in huis. Zwart-wit papier. “Weg met kernwapens.”
Ban the bomb. Dingen die vooral overal hingen zonder dat iemand ze
nog echt uitlegde. Muur, tafel, vensterbank. Je liep er gewoon tussendoor.
Mijn vader zat daar ergens tussenin. Niet als verhaal. Niet als uitleg.
Gewoon als iemand die er was en tegelijk niet echt beschikbaar.
Thuis zei hij weinig. In de politiek des te meer. Wat hij precies deed
weet ik niet. Dat heb ik nooit gevraagd. Dat is zo gebleven.
Later hoor je dan dat er werd gekeken. Lijsten. Namen. BVD.
PSP, CPN, PPR. Alsof een mening pas echt wordt
als iemand hem ergens noteert en daarna even stil wordt.
Nu is dat makkelijker. Alles staat al ergens
Je hoeft niet meer op een lijst te komen. Je bent er al.
Wat mij is bijgebleven is niet die raket. Het is dat vrouwtje.
Dat been. Die mond. Tot hier. Geen uitleg. Gewoon een schop.
Ik denk dat mijn vader dat begreep. Daarom zei hij weinig.
En ik? Ik hing in die gordijnen en dacht dat je dingen kon oplossen
door er gewoon tegenaan te blijven duwen. Mijn moeder vond
dat niet handig. Klopte waarschijnlijk.
De gordijnen zijn weg.Het raam ook.
Alleen dat vrouwtje niet.
MartinB



























