het definitief juryrapport van Peter le Nobel pomgedichtendag 2026 – de enige echte nu eens niet virtuele zondagochtendwedstrijd op de pom – PETER POSTHUMUS wint de trofee

Juryrapport zondagochtendwedstrijd op zaterdag de enige echte nu eens niet virtuele op pomgedichtendag 2026
Gedicht op shortlist heeft *

Een god voor jou – Ditmar Bakker *
Het is altijd gewaagd om van ‘het’ maar meteen een god te maken, en dan doel ik niet op de vrees voor blasfemie. Het gedicht kan al snel wel heel erg abstract worden, maar Bakker houdt alles en de rest van het heelal gelukkig een beetje klein. Twijfel over de richting, verhalen, prachtige woorden, geborgenheid, er worden genoeg concrete voorbeelden gegeven. Onontkoombaar is echter dat-ie een beetje groot is. “God is al wat je maar laat / ongedaan en nog doen gaat”

Opdracht – Karin Beumkes *
Het gedicht heeft wat weg van een kinderversje dat uitstekend de sfeer weergeeft. Je ziet het elfje inderdaad in de mist lopen, terwijl roedels ganzen naar regenbogen vliegen. Als uitsmijter is de laatste strofe met de eerste twee regels zeer sterk met de beelden van eb, zee en water, maar dan de laatste raadselachtige verzen: ‘gewoon omdat je iets te voelen hebt / en je hartje, ach, dat voelt wel mee’ Er moest worden nagedacht, maar inderdaad: Beumkes onttrekt zich hier aan de tirannie van de metafoor: het is inderdaad niet alleen het hart dat voelt, maar bijvoorbeeld ook de huid die het zout voelt prikken. 

Je van het – Rob Mientjes
De uitdrukking je van het is een interessant uitgangspunt, maar helaas ontaardt het vooral in een traktatie van woordspelingen. Iets waar ik bij het gedicht van Bakker juist voor vreesde. Toch werken de laatste drie strofes naar een interessante apotheose toe, met respectievelijk fraaie tegenstellingen zoals tussen ‘sky the limit’ en ‘diepst moeras’, een aanloop in de enalaatste strofe met een stevige uitsmijter ‘je van het / eigen schuld dikke bult’

Moeders – Magda Haan
Het juryvoorzitterschap ben ik niet waardig als ik niet minstens een keer het woord eenhapscracker noem, en dat is dit gedicht, maar het gaat wel om een heel smakelijke en pittige cracker. De boodschap is meedogenloos in zijn sombere eenduidigheid: alles is gedoofd.  

Het is toch voor iedereen – Vera van der Horst *
Vera van der Horst weet trefzeker de vinger op de wonde te leggen waar het gaat om dat wat beter niet uitgesproken kan worden. Met de regel: ‘als ik zwijg, blijft het misschien’ hoopt de personage dat wat zij liefheeft nog te redden valt, maar dat is haar niet gegeven. Zouden daarom sommige religies de naam van een god niet durven uit te spreken? Het gedicht gaat niet zo ver: nuchter sluit het af met een bedding. 

Zonder titel: Hier ben ik niemand – André Heijnekamp
Een fraaie twist: heel concreet wordt de natuur benoemd, de namen in het Latijn ontbreken nog, en dan is alles opgelost in het groen. Die kleur die hoopvol strekt naar het licht. De kleur van ‘het’ is in ieder geval nu bekend.

Cirkel – Erika De Stercke*
Interessant is de titel: cirkel, wat de uitkomst van een ‘afgerond traject’ toch mismoedig maakt. Het gedicht constateert het aflopend bestaan, maar in de eerste strofe is humor te vinden: de vader gaat naar de hemel, maar kent meer mensen beneden. De kracht van het gedicht is in het direct aanspreken van haar vader. En van ‘het’ is duidelijk weinig meer over. Dit is een andere kleur: grijs, met afgebroken en onzichtbare twijndraden.

Wat wij aan de borst drukken – FT*
‘Het’ is hier een liefdevolle ontboezeming. De sfeer is triomfantelijk, ook al zijn het bloedklonters die als pasklare woorden met kracht de wereld ingespuugd worden. De levenskracht spat er vanaf. En de taal van de liefde zegeviert. 

Liefde als geruststelling – Rik van Boeckel
Rik van Boeckel kiest, het moest even worden gecheckt, voor een klassiek sonnet: twee strofen van vier, twee strofen van drie regels, met een vaststaand rijmschema. Een sonnet is eigenlijk helemaal geslaagd als aan alle uitdagingen is voldaan, en je achteraf pas door hebt dat het gedicht in een ijzeren vorm is gegoten. Alleen al de uitdaging die Van Boeckel zich heeft gesteld, mag als bewonderenswaardig worden gesteld. Een tournure is er eigenlijk niet: de vrouw zwaait naar de man en hij nodigt haar uit. Die non-tournure is juist de crux van het gedicht, als je kijkt naar de titel, want liefde als geruststelling is toch zoveel aangenamer dan allerlei onverwachte fratsen? 
De woorden ‘Been’ en ‘meteen’ in de eerste twee strofen verraden te veel de vorm van het sonnet. Van Boeckel nam een risico. 

Zonder titel: het waren niet de woorden – Peter Posthumus *
In den beginne krijgt de vorm de aandacht: hier en daar is een rijm verborgen en een metrum doet zich gevoelen. Een vaste vorm wordt niet herkend, maar het gedicht heeft wel een aangename structuur. Hier is het ideaal van de vaste, maar de onopgemerkte vorm. En dan de alliteratie die hier een glimlach opwekt, zoals ‘galgestuurde geestvernauwers’ en ‘doorgehachelde gruwelijkheid’. Deze stijlfiguren zijn gedoseerd, op de juiste plaats. En dan de inhoud. Het doet me denken aan de uitspraak van de oude filosoof Sartre: ‘De hel, dat zijn de anderen! / L’enfer, c’est les autres!’.

Weet je – pw
Pom Wolff doet niet mee, maar als organisator van Pomgedichten en lid van de Vier van Vrijdag van de Nationale Boekenblog krijgt hij wel een bespreking. De stijl haal je er zo uit. We beginnen weer met de vorm: geen hoofdletters, komma’s, punten en andere fratsen. Hij houdt alles zo eenvoudig mogelijk. Vaak kiest hij voor centreren. De kracht van zijn gedichten, en ook van deze, is dat hij met eenvoudige woorden grootse zaken weet te beschrijven. De laatste twee regels zijn daarvan een voorbeeld. ‘gratie schoonheid zien’ doet mij bijna denken aan ‘schoonheid schoonheid haar gezicht verbrand’, van de inmiddels omstreden Lucebert. De laatste zin: ‘en jouw bewegen’ in plaats van ‘en jouw beweging’ laat dankzij het gebruik van het infinitief en de tegenwoordige tijd het moment in het nu zien. 

Ach ja dat ideaalbeeld – Vera Jongejan
Een goed gedicht is belangrijker dan een te snel gedicht, dus moest zij er eerst een nacht over slapen, zo liet zij de juryvoorzitter weten. De inzending was te laat, maar bespreken kan altijd. Net als Wolff bedient Jongejan zich van een eenvoudige woordkeuze, die toch een wereld kan oproepen. Zo roept een foto met karteltjes meteen de herinnering van een generatie op. Hetzelfde geldt voor de zinnen ‘koorts en wat niet gezegd wordt’ en ’je past je aan / en je vergeet’ en ‘zij overleeft nog tbc / en liefde is een eis’. Anders dan Pom Wolff houdt zij ook van de meer surrealistische metaforen. In en ander gedicht, tijdens de voordracht op de Pomgedichtendag, heeft zij het over het kopen van een kartonnen neus voor een volgend hoofdstuk.

Als je kunt sterven van ouderdom dan moet het wel een ziekte zijn – Ien Verrips
Verrips heeft als gedicht een heuse beslisboom gemaakt. De ‘als… dan’- constructies zijn dan ook onontkoombaar en tussen deze ijzeren woorden doet zich het stil terreur van de ouderdom zich gevoelen. Er is duidelijk maar één leefbare uitkomst mogelijk. De titel op zich is al een versregel en is prima gekozen boven deze poëtische gebruiksaanwijzing. 

Snijpunt – Cartouche 
Het thema ‘Snijpunt’ is een interessante keuze. ‘Het’ als punt waar je niet aan voorbij komt en duizenden keren voorbij komt. Dit is een originele gedachte, en het direct aanspreken van de lezer houdt daarbij de aandacht vast. Clichés zoals ‘een vloek en een zegen’ en ‘nobel streven’ hebben helaas een ondermijnende functie in het gedicht. Een doel van ironie kon ik er niet uit opmaken. De uitsmijter is een lastige: de alliteratie zit op een bepaalde manier in de weg, maar mooi is wel dat het gedicht in woede lijkt te eindigen: de rationele waarneming van het snijpunt laat de gemoederen toch hoog oplopen.  

Klein oponthoud – MartinB
MartinB begint de eerste regels met een heftige binnenkomer: ‘er zijn dagen / dat ik mijn dochter zoek’. En hierdoor kunnen de onschuldige taferelen niet meer met open blik gelezen worden. Er is iets aan de hand. Zo laat hij ons ook achter. Met ‘het’, maar wat? 

Zonder zwoerd – Kees van de Brink – Martin M. Aart de Jong
Het woordspel en de alliteraties staan in de eerste strofe aangenaam op hun plaats. In de tweede strofe ontaardt het dan ook openlijk in ‘smeerlapperij’. Hier komt de ironie door het gebruik van stijlmiddelen tot zijn recht. De inhoud laat niets verhuld: alles hangt open en bloot aan de haken. 

Zonder titel: het vlees weggekrabt – Peter Berger
Tsja, het is niet voor niets dat ik deze bespreking direct achter het gedicht van Martin M. Aart de Jong plaats: je kunt je schatje ook meteen opeten. Ik herinner mij een anekdote. Mijn toenmalige lief roerde in de pot. Ik zei: “Ik wil je opeten.” Zij antwoordde, vrolijk en treurig tegelijkertijd: “Ja, maar dan besta ik niet meer.” Weet goed wat je doet, voor je je tanden in je lief zet. 

“ik buig’n hoofd” – luk paard
Luk Paard maakt zich geen illusies: alles verdwijnt in nergens van nooit meer, uitgedrukt in zijn eigen karakteristieke dialect, waardoor alles een rauw en rafelig randje krijgt en dat is dan ook zijn krachtig statement: ‘kijk dan hoe ik geleefd heb’. ‘Het’ is hier het hele leven en een enkele rochel tegelijkertijd. 

Onder invloed – Elbert Gonggrijp*
Voor Gonggrijp is ‘het’ jij, zo lijkt het in eerste instantie. Rust geeft dat niet, met zijn ‘grillen’ en ‘dralen’. Toch heeft de personage geen haast en laat ze zich achterover vallen, zonder averij, in het brutale van het goddeloze. Het lijkt bijna alsof zij net zo ongrijpbaar is als de jij. Kijken wij naar de titel, dan lijkt het alsof hier het oog van een orkaan wordt beschreven: er is invloed om en om. ‘Het’ krijgt zo na tweede lezing een andere invulling. Het gedicht is zonder meer intrigerend. 

Peter le Nobel
en de juryvoorzitter bekroonde het gedicht van Peter Posthumus met het goud van brons – Peter van Harte:

Het waren niet de woorden
want die zijn allang vergeten
en Eva was het evenmin
die had het van de slang
of Adam die arme jongen wist hij veel
appels zijn toch om te eten
terwijl God zelf, ach, die kan je ondertussen wel vergeten

zoals gewoonlijk waren het de anderen
altijd weer die anderen
die paradijs vretende perversie
die galgestuurde geestvernauwers
die doorgehachelde gruwelijkheid

hier met dat paradijs, kom op
en snel een beetje
want de anderen in het paradijs
dat is geen probleem
de anderen daar, dat is iedereen

Peter Posthumus



















Share This:

de eerste jury rapporten Le Nobel zijn gearriveerd – de enige echte nu eens niet virtuele zondagochtendwedstrijd is aan!


eminent juryvoorzitter Le Nobel – onafhankelijk, vrij, heldhaftig, evenwichtig qua balanceerkunst, eloquent, lidwoordspecialist en literair gesproken niet te evenaren zal vandaag de laatste restjes rechtvaardigheid die hij in de afgelopen jaren heeft opgespaard aan de menschheid schenken en in het bijzonder aan de pomgedichtenadepten dan wel aan de dichters die inzonden naar de enige echte nu eens niet virtuele zondagochtendwedstrijd op zaterdag – die zoals we allemaal weten elk jaar plaatsvindt maar dan wel een keer in de drie jaar en bovendien helemaal geen wedstrijd is. KORTOM: de eerste LE NOBEL juryrapportages zijn binnen en deze luiden als volgt – het belooft een bijzonder dagje te worden:

1
Rode wijn, geen witte wijn: dat is me te feminien en ik krijg er hoofdpijn van. Rosé mag, om uit te gieten over een Olga…
 
 2
 
Zo, 17 gedichten zijn thans bekeken, gewogen, gefileerd. Het ‘het’ heb ik in allerlei vormen voorbij zien komen, ‘het’ als de kleur groen, grijs, als een God, als het windoog van een orkaan. Ik heb geconstateerd dat er veel valt te zeggen over ‘het’. Er is liefdevol gesproken over ‘het’. Men was niet vilein. ‘Het’ zit daar, dat gedrocht aan de kantinetafel. ‘Het’ heeft vele kamers. Volgende keer: de.
 
3
 
 Eén ding staat vast: geen slappe verhalen over ‘iedereen heeft gewonnen’, ook al heb ik alle gedichten met smaak gelezen. Zaterdag, hef ik eerst mijn hand op voor een plechtige stilte en wijs ik vervolgens met priemende vinger de winnaar/winnares/winneras aan. 

Share This:

wie wint de enige echte pomgedichtendagtrofee – de nu eens niet virtuele –  ‘het is toch voor iedereen’ -trofee op pomgedichten.nl? kortom – de 4 juli trofee! de eerste juryrapporten zijn binnen!!!

eminent juryvoorzitter Le Nobel – onafhankelijk, vrij, heldhaftig, evenwichtig, eloquent, lidwoordspecialist en literair gesproken niet te evenaren zal vandaag de laatste restjes rechtvaardigheid die hij in de afgelopen jaren heeft opgespaard aan de menschheid schenken en in het bijzonder aan de pomgedichtenadepten dan wel aan de dichters die inzonden aan de enige echte nu eens niet virtuele zondagochtendwedstrijd op zaterdag – die zoals we allemaal weten elk jaar plaatsvindt maar dan wel een keer in de drie jaar en bovendien helemaal geen wedstrijd is. KORTOM: de eerste LE NOBEL juryrapportages zijn binnen en deze luiden als volgt– het belooft een bijzonder dagje te worden:

1
Rode wijn, geen witte wijn: dat is me te feminien en ik krijg er hoofdpijn van. Rosé mag, om uit te gieten over een Olga…
 
 2
 
Zo, 17 gedichten zijn thans bekeken, gewogen, gefileerd. Het ‘het’ heb ik in allerlei vormen voorbij zien komen, ‘het’ als de kleur groen, grijs, als een God, als het windoog van een orkaan. Ik heb geconstateerd dat er veel valt te zeggen over ‘het’. Er is liefdevol gesproken over ‘het’. Men was niet vilein. ‘Het’ zit daar, dat gedrocht aan de kantinetafel. ‘Het’ heeft vele kamers. Volgende keer: de.
 
3
 
 Eén ding staat vast: geen slappe verhalen over ‘iedereen heeft gewonnen’, ook al heb ik alle gedichten met smaak gelezen. Zaterdag, hef ik eerst mijn hand op voor een plechtige stilte en wijs ik vervolgens met priemende vinger de winnaar/winnares/winneras aan. 

Vera Jongejan helaas te laat – en liefde is een eis
inzending gesloten

en zie hier de pomgedichtendag 4 juli trofee in brons

wie wint de enige echte pomgedichtendagtrofee – de nu eens niet virtuele –  ‘het is toch voor iedereen’ -trofee op pomgedichten.nl? – denk bij ‘het’ bijvoorbeeld aan de onvoorwaardelijke liefde voor vriend, vriendin, moeder en kind, denk desnoods aan heftig verlangen of aan de alle dichters bekende  feesten van angst en pijn.
(je kent de regels: hooguit 20 regels tenzij noodzaak). eloquente juryvoorzitter peter le nobel moet wel even de tijd hebben – insturen voor 1 julistuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ gedichten worden in dit item geplaatst. u mag tot 1 juli gedicht of regels of woorden nog wijzigen – een gedicht per deelnemer – disclaimer: u mag over de uitslag zoveel corresponderen als u maar wilt, het zal u geen milimeter verder brengen – de juryvoorzitter bepaalt op 4 juli wie wint punt uit – uitzonderingen op de gestelde regels zijn toegestaan volkomen naar willekeurig inzicht van de juryvoorzitter.
  • Peter Berger – alles wat nog rest
  • Ditmar Bakker – update: God is…waar je heen zou gaan
    als je,
  • Karin Beumkes – je liep het liefste in de mist,
  • Rob Mientjes – je van het
  • Magda Haan – moeders
  • Vera van der Horst – door de dag ontsloten
  • André Heijnekamp – Hoe het strekt naar het licht
  • Erika de Stercke – Papa, in jouw ogen heb ik gekeken.
  • Frans Terken – als taal van de liefde schittert
  • Rik van Boeckel – Een vrouw knielt met bewondering 
  • Peter Posthumus – zoals gewoonlijk waren het de anderen
  • pom wolff – weet je
  • Ien Verrips – als je niet weet waarop je wacht
  • Cartouche – update: dit verduiveld dubbele
  • MartinB – er zijn dagen dat ik
  • Kees van de Brink = Martin M Aart de Jong – update: inclusief de varkens
  • Luk Paard – proef me laatste druppel liefde
  • Elbert Gonggrijp – in het brutale van het goddeloze –
  • inzending gesloten

ach ja dat ideaalbeeld

zoals deze moeder knielt
als voetstuk voor het kind
dat in gretige omhelzing
aan haar hals hangt

en dat het mij toch ontroert 
alleen al
vanwege die blik van jou


en ga ik terug naar vroeger

1

er is een foto met karteltjes
alles goed nog
zit te spelen
schepje zand
moeder op een stoepje
oma’s hondje schuilt
onder haar blote benen

lijkt wel vrede

2

koorts en wat niet gezegd wordt

onbegrepen uitgeleend
flinke meid
je past je aan
en je vergeet

3

vreemd
ineens weer thuis

je gaat bij moeder
op bezoek
zij overleeft nog tbc
in een kliniek

en liefde is een eis


Vera Jongejan

Peter Berger
17:07 (2 uur geleden)


het vlees weggekrabd als
ruis in een fluwelen lach
met grauwe nagelranden
totdat de botten kraken
niks geen ziel meer heeft
en alles wat nog rest
simpelweg mijn lief heet.

Peter Berger

EEN GOD VOOR JOU

God is…waar je heen zou gaan
als je, aanbeland bij zee
ziet: er komt al onweer aan—
naar huis terug. Blijven? Nee…

God is al wat je maar laat
ongedaan en nog doen gaat.

God is—luister—al verhalen
die je mij onthouden doet
en vertellen, honderd malen,
’s avonds, als je slapen moet.

God is ieder prachtig woord
je horen wilt, nog ongehoord.

God bevat geborgenheid,
die niet overal in zit,
raak dus zo je zorgen kwijt;
geheimpjes, schaamte: bid.

God is veilig, groots, en licht:
verschuilt geheimnis—en gezicht.


Ditmar Bakker

Opdracht

Je was niet braaf,
dat was je niet
je was het kind dat uit de ramen sprong
dat een pop neerlegde in het bed
perfect als alibi om in de nachten te verpozen.

Je had een ziel en grijze ogen
en je liep het liefste in de mist,
daar was het stil en licht en goed
daar vlogen roedels ganzen naar regenbogen.

Je was niet gek
dat was je niet,
je had een wens om elf te worden
die met twee puntoortjes van alles hoorde,
en vliegen redde uit een spinnenweb.

Nu sta je op de grond van eb
en haalt wat water uit de zee
gewoon omdat je iets te voelen hebt
en je hartje, ach, dat voelt wel mee.

KARIN BEUMKES

Muziek: Liesbeth List – Heb het leven lief https://youtu.be/YMUc8WrxPss
Je van het

Je zult het maar zijn
je van het 
of hun

tegen wil of dank
de wereld opgeschopt
zonder genade

aan jou de taak
van zingeving
aan een hunkerend bestaan

je van het
zal je ze geven
onbestemd en ongevraagd

jouw sky the limit
dieper het diepst moeras
pieken vol met dalen

ze zullen je bevragen
van moet dat nou
en jij zult geven

je van het
eigen schuld dikke bult


Rob Mientjes


moeders
 
Je was al oud
in de wieg

je deed wat moeders deden
ik telde niet mee
het waren maar elf treden

je was altijd de mist
en ik de zon
nu is alles gedoofd

Magda Haan

Het is toch voor iedereen

Ik wilde het bewaren, ik dacht:
als ik zwijg, blijft het misschien.

Maar de wind ging van mond tot mond,
zonder te vragen wie hem verdiende.

Ook jouw gezicht, dat zolang ik het zag
voor mij een geheim bevatte.

Ik dacht iets te bezitten omdat ik het liefheb,
terwijl alles wat me raakt altijd weer verder reist,
 
door de dag ontsloten. Ik was de bedding
waar je even door stroomde.


Vera van der Horst

Hier ben ik niemand
geworden op deze plek
 en het woord plek vervaagt.
 
 Zag ik net nog de weide
 gestreepte witbol, krulzuring
 en dallisgras zoals anderen
 mij benoemen in taal
 ik zie zo anders nu.
 
De woorden zijn opgelost
 in het groen en ik herken
 de kleur in alles dat leeft
 en ademt om te overleven.
 
Hoe het strekt naar het licht
 hoopvol
 zo enorm hoopvol.

André Heijnekamp

Cirkel

Je zwijgt, knikt neen bij de vraag of je last hebt.
Bij die leeftijd zijn de jaren niet meer van tel.
Of je naar de hemel gaat, een zekerheid
al ken je meer mensen daar beneden.

Wanneer ze komen, niemand die het weet.
Binnen vijf jaar, morgen. Hopelijk in jouw slaap.
Zoniet draai je je om, zweef zonder tegenwerking
mee. Zo zeggen de lippen toch, traject afgerond. 

Papa, in jouw ogen heb ik gekeken. Botste tegen
een dofheid van grijs. Het leven bengelde
aan twijndraden. Een paar waren afgebroken
Anderen zelfs niet meer zichtbaar. 

Erika De Stercke 



Wat wij aan de borst drukken

Het hart maalt er zeer om
dat wij het met alle liefde koesteren
hoe het klopt om ons samen te brengen

niet alsof de rikketik pijn verzacht
en ook niet alles wegneemt
soms blijft er iets haken achter de kleppen

zij stuwen de kleine ongemakken
vullen ze met het bloed van de dichter
leggen ze als pasklare woorden

voor op de tong in de mond
dichters maken er geen geheim van
spuwen ze met kracht de wereld in

tekenen karakters in leesbare volgorde
plakken ze voor iedereen op glanzend papier
waar het als taal van de liefde schittert

zo aan elkaar voorgelezen en gedeeld
vanuit de kamers van het hart geschreven
spreekt het liefdevolle ontboezeming

© FT 20.06.2026

Liefde als geruststelling 

Een vrouw knielt met bewondering 
voor de wereld om haar heen 
zij verlangt naar liefde als geruststelling 
tijdens haar leven op de been 

zij beweert tegen iedereen een mooi ding 
en dat is beslist niet zo gemeen 
want zij weet te voorspellen als zonderling 
dat een man haar zal omhelzen en wel meteen 

met haar armen zwaait zij graag 
haar ogen kijken vol verlangen mee 
ze ziet de man komen vanuit zijn huis 

hij wandelt even rustig en traag 
nodigt haar uit voor een kopje thee 
en omhelst haar bij hem thuis. 


Rik van Boeckel 
21 juni 2026

Het waren niet de woorden
want die zijn allang vergeten
en Eva was het evenmin
die had het van de slang
of Adam die arme jongen wist hij veel
appels zijn toch om te eten
terwijl God zelf, ach, die kan je ondertussen wel vergeten

zoals gewoonlijk waren het de anderen
altijd weer die anderen
die paradijs vretende perversie
die galgestuurde geestvernauwers
die doorgehachelde gruwelijkheid

hier met dat paradijs, kom op
en snel een beetje
want de anderen in het paradijs
dat is geen probleem
de anderen daar, dat is iedereen

Peter Posthumus

weet je
 
 ik moet een gedicht schrijven
voor een wedstrijd
over verlangen en zo
 
maar ik kan het niet
wil alleen enorm met je dansen
maar dan zonder kleren aan

een bloemetje plukken
uit je watergolvend haar

gratie schoonheid zien
 en jouw bewegen
 
pw

als je kunt sterven van ouderdom dan moet het wel een ziekte zijn 

als de liefde je hart kan breken 
de kou je eenzaam maakt
als je niet weet waarop je wacht
niemand hebt om aan de denken
als de ruimte leegte is geworden
de dingen om je heen zonder betekenis
als zelfs je eten niet meer smaakt
dan zijn er -voor zover ik kan bedenken- 
twee mogelijkheden namelijk

iets doen
dan heb je keus te over al ben je dan misschien wat sneller dood
of
niets doen
ook dan ga je heus een keertje dood al kan dat best lang duren


Ien Verrips


Snijpunt

doodgaan is ons gegeven net als liefde
je kunt het niet laten – ze spreken voor zich
als eenmalige gift om uit jezelf te weten treden
zoeken, zwoegen een vloek en een zegen

haar zodanig zien is een ander verhaal, een
nobel streven, je kunt er een leven mee vullen
met verlangen, met angst en beven om haar
te ontleden, tot het bot uit te kleden

alles te geven wat je in je hebt
de mooiste woorden, meest sprekende
zin en het stille zwijgen, het wit
tussen de regels van bestaan

eraan sterven
toch zal ook ik zoals jij, jíj en iedereen
niet één, niet twee, misschien wel 1000 keer
zelfs als we het voor gezien houden blijft het
een punt waar je niet aan voorbij kunt – een

snijpunt ons op het lijf geschreven
zo ingeslepen sinds het prille begin
en verweven met het al of niets – dat
blozende en dat blind en bleek makende

dit verduiveld dubbele
van de driften die ons drijven


~~~~~~
4 juli 2026 / Cartouche


klein oponthoud 

er zijn dagen
dat ik mijn dochter zoek

in meisjes
die voorbij fietsen

ik kijk
tot ze de hoek om zijn

het stoplicht
springt op groen

iedereen steekt over

ik wacht
nog één licht

aan de overkant

raapt een meisje
een veer van de stoep

MartinB


kees: ‘Een slager was een vakman die het vlees zorgvuldig behandelde en in de juiste porties trancheerde. Ik stuurde een karkas in, nog maar net geslacht. Onbehandeld als het ware, zij het dat het vel verwijderd was. Hoewel opeen gepakt een andere duiding mogelijk maakt dan het correcte opeengepakt, kies ik toch voor het laatste. Ik las op de website dat er verbeteringen mogelijk waren, een optie waar ik graag gebruik van maak, zo is het proces in de literaire praktijk ook. Het was overigens het thema dat mij over de streep trok. Een goede schrijfoefening is nooit weg.

Zonder zwoerd

Je zou de wereld in je hart moeten sluiten
ínclusief de varkens die ze zwijnen noemen
en de zwijnen die ze varkens noemen
varkens die ze zijn of zwijnen:

het is een zwijnerij maar om daarom
een gedicht met “ik” te beginnen..
Het is smeerlapperij. Het gaat
om iedereen als een opgaande zon

als een vlieger aan een touwtje
dat wordt doorgeknipt
waarmee de Hemel voor geopend
verklaard wordt voor iedereen

die is als wij. We knorren.
Rollen door de modder van de dagen.
Staan opeengepakt in kooien.

Al onze organen zijn bruikbaar.
Al ons vlees is vlees voor iedereen
verkrijgbaar in lappen en stukken.

Wij zijn wij voor iedereen.


Kees van de Brink – Martin M Aart de Jong

(de rockdichter): wat nu….watskebeurt….de wedstrijd op’n zondag die geen….geen zondag geen wedstrijd of…ik dwaal’n beetje want’et is meer echt nu….of nie….ah laat me maar en ik schrijf toch zo en weet je…ik buig’n hoofd…zover nodig en verder…tot voorbij zelfs alle pijn….tja leve’et ons…we bestaan we vergaan…soms is er iets dat rest en verder is er niks meer….of zo….u doet maar en ik:


“ik buig’n hoofd”

terwijl’n woord wordt uitgebraakt
me vingers vange wat ze kunne vange
en late drome gaan doordrenkt met wie ik ben

straks vlek ik weg
en kleur de grond
zie me

kijk dan hoe ik geleefd heb
voel de pijn
proef me laatste druppel liefde

hoor me roch’le hoeveel
en altijd ik van jou

tot’et verdwijne in
nergens van nooit meer


© luk paard

ONDER INVLOED

Daar gaat het, daar verheft zij zich om en om – in
het reusachtige – ben ik mijzelf zoveel minder van
getijde, ben jij mij meer dan de zon en maan alleen,
bewandel ik sporadisch jouw zilte zand. Zij heeft
geen enkele moeite met zichzelf,

zij hoeft van zichzelf niets, zij is haar eenvoud
zelve – maar in het schuimbekken, een grote
razernij – een nalatenschap van wolken en
wind – het spugend bellenblazen.

Op goed geluk – spiegel ik mij aan jou – dankzij
het blijven, dankzij jouw dralen – aan de kantlijn
van jouw grillen – heb ik geen haast, kan mijn
wereld zonder averij – achterover te vallen,
in het brutale van het goddeloze – 


Elbert Gonggrijp

Share This:

Xander Jongejan – de laatste

 
pom
 
sommigen kunnen van alles zijn
een schat van een sjagrijn
een geletterde herder
zorgvuldig nonchalant 
weifel-resoluut bijterig charmant
een mini-instituut 
directeur en ambassadeur om niet
een oud kind 
een lied – dat vast ooit een zanger vindt


 
————————————————————————-
2 januari 2026 – was het:
 
een stem viel mij op – poëzie dacht ik – poëzie recht uit het hart – wie is dat. ik maakte kennis met Xander Jongejan en vroeg hem een tijdje de vrijdag op de pom voor zijn rekening te nemen. trots zijn we van hier dat ie het wil doen, Xander welkom:


een klok werd geluid 

het geluid maakte zich los 
van de dingen en vloog rond 
tot het mijn lichaam vond 

het nestelde zich in
de holte van mijn borst
 
met een rilling en een zucht 
legde het een bonzend ei


Xander Jongejan
https://metxander.nl/


vandaag 3 juli 2026 – DE LAATSTE voor ‘de pom’ – dank je wel Xander –  jouw bijdragen aan “de pom”
waren zonder uitzondering bijzonder. zo waren wij even hier met

Share This:

zaterdag pomgedichtendag én de uitreiking van de pomgedichtentrofee 2026 – helaas een prachtige te late inzending van Vera Jongejan


ach ja dat ideaalbeeld

zoals deze moeder knielt
als voetstuk voor het kind
dat in gretige omhelzing
aan haar hals hangt

en dat het mij toch ontroert 
alleen al
vanwege die blik van jou


en ga ik terug naar vroeger

1

er is een foto met karteltjes
alles goed nog
zit te spelen
schepje zand
moeder op een stoepje
oma’s hondje schuilt
onder haar blote benen

lijkt wel vrede

2

koorts en wat niet gezegd wordt

onbegrepen uitgeleend
flinke meid
je past je aan
en je vergeet

3

vreemd
ineens weer thuis

je gaat bij moeder
op bezoek
zij overleeft nog tbc
in een kliniek

en liefde is een eis


Vera Jongejan

wie wint de enige echte pomgedichtendagtrofee – de nu eens niet virtuele –  ‘het is toch voor iedereen’ -trofee op pomgedichten.nl? kortom – de 4 juli trofee! – pomgedichten.nl

Share This:

VON SOLO -Ik zag een jonge meid omgekeerd op de bestuurderstoel zitten…

In Zeeland groeide ik op in een keurige straat met keurige mensen. Voortuinen werden bijgehouden en ramen gezeemd. Daar had je toen nog huisvrouwen voor. Het was een plek waar je je geen zorgen hoefde te maken om wat dan ook. Alles klopte. En het hele dorp was zo. Het was een cocon. Een decor van fatsoen, rust, reinheid en regelmaat. Een plek waar iets miste.

Soms keek ik films, die zich in het New York, Parijs of London van de jaren tachtig afspeelden. De buurten die je in die rolprenten voorbij zag komen, hadden een veel grotere aantrekkingskracht op me, dan de aangeharkte tuintjes in de straat. Ik wilde de brandladders opklimmen. Door verlaten panden struinen. Overgroeid, braakliggend terrein betreden. In latere jaren zouden we dat veelvuldig doen. Het was meer dan avontuur. 

In Antwerpen was er het verlaten goederenstation op Het Zuid. De favoriete drink- en overnachtingsplek van ome Sjors en mij. De oude kantoren, waar soms nog vrachtbrieven lagen en paperclips van de Belgische spoorwegen. Balies met ingegooide ruiten. Slechte graffiti. Maar door dat alles heen kon je zien wat het ooit was geweest. En dat maakte het nog mooier. Het verval maakte wat ooit mooi was nog mooier. Ineens vielen alle regels weg. Verschafte het een nieuwe dimensie van pure vrijheid.

In Rotterdam had je de Keileweg en het oude spoorweg overslag terrein. Hetzelfde soort aftakeling. Mijn liefde voor deze plek zat hem niet in de tippelhoeren. Het zat hem in het hele spel van verderf met op de achtergrond een stad gepokt door spuitverf en zilverfolie, achterstallig onderhoud en armoede. Wie zegt, dat Rotterdam ‘zo leuk is vanwege het rauw randje’ heeft geen idee waar het over gaat. Dat is allemaal voorbij. Maar toen! Toen wel. En we leefden het.
Nog steeds hebben half verlaten plekken en industrieel erfgoed, met een vleugje ellende en verval een enorme aantrekkingskracht op mij, hoewel ik zelf al decennia in een redelijk onderhouden huis woon met een wilde tuin, dat dan weer wel. 

Het toeval wil, dat ik onlangs voor mijn werk de beschikking gekregen heb over een opslag terrein in een zijstraat van de Keileweg. Meerdere keren per week rijdt ik over de voormalige tippelzone, die voor een amateurhistoricus nog deels herkenbaar is. En denk  aan toen. Als ik op ‘mijn’ terrein ben, voel ik me thuis tussen het opschietende onkruid, dat de gifgrond weerstaat. Tussen de oude containers met uitzicht op de trotse Maas. 

Vanmiddag fietste ik over de Keileweg naar huis. Op een obscuur plekje vlak tegenover de oude afwerkplekken stond een witte Citroen C1. Ik zag een jonge meid omgekeerd op de bestuurderstoel zitten. Haar volle borsten bulkten zowat uit haar strakke hemd. Onder haar zat een knaapje van misschien negentien jaar. Het vertederde me. Onwennig als ze daar zaten. Als het gouden rafelrandje van de nieuwe dageraad. Dat is echte romantiek!



VON SOLO
DICHTER, COLUMNIST,  PERFORMER EN CINEAST
Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl
Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl 

Share This:

Vera Jongejan – soms vallen zinnen weer terug op aarde…



en er was eens

verhalen losgezongen van monden
zweven door het luchtruim
de schrijvers verdwenen
in de adem van de nacht

soms vallen zinnen weer terug op aarde
als sneeuw of ze groeien langzaam aan bomen
trouwens wat waren de kersen zoet dit jaar

jij hebt rode lippen
en je liefste heeft zijn neus verloren
ik knip wel een nieuwe uit karton
voor een volgend hoofdstuk
voel maar

Vera Jongejan

Share This:

Ien Verrips – er is maar één ding dat ik wil…

Share This:

pom wolff – oma’s mattenklopper


oma’s mattenklopper

helaas stellen wij niets voor
in de eeuwigheid
hoe we ook schrijven
of voor wie wij willen heten

waar ook geboren
in berlijn of rotterdam
welke bommen waar ook vielen
man of vrouw – (of van alles een beetje of het beste)

sociale huurder of pandjesschurk
alleenstaande moeder of ali B
in de grond zijn we allemaal gelijk
stond bij oma op een bordje

en nu oma al weer lang
in de limburgse löss
vraag ik mij af: waar is dat bordje
en waar de mattenklopper met welke zij mij

pw

Share This:

Rob Mientjes – licht uitgemeten voor paal staan…


Peentjes zweten



Zomerstart bloedheet
zelfs de schaduw is gevloerd
geen mus meer op dak


klimaat jaagt angst aan
om heel bang van te worden
geef zon maar de schuld


het smaakt naar kunstig
fotograaf wordt uitgedaagd
legt de hitte vast


licht uitgemeten
staat hier nobody voor paal
en de straat zweet peen


Rob Mientjes

Share This: