Ien Verrips bekijkt een moordenaar


Ik zag hem op t.v.
hij was een moordenaar
de eerste keer zei hij dat viel niet mee
meer ’t went toch sneller dan je denkt
al bij de derde keer had ik geen last
geen zenuwen geen bibberaties niks
het was mijn werk geworden 
routine zou je ‘t kunnen noemen
en ook nog goed betaald
een flauwe glimlach toonde zich
in zijn bleke bajeskleur gezicht
een beetje heimwee leek het mij
spijt of wroeging geen van bei

aug. 2026
Ien Verrips

Share This:

Rob Mientjes – Maak de titels in de kranten wat meer smeuïg. Laat ze smaken naar pindakaas en Klukkluk…

Angst re(a)geert

Kranten lezen fysiek of digitaal is haast niet meer te doen. Al jaren re(a)geert de angst. De titels alleen al jagen de schrik flink aan. Zorgvuldig zijn ze opgevoerd om de lezer naar zich toe te trekken. Ze schreeuwen om de volle aandacht. Een vrolijke noot scoort amper. Daar zitten lezers niet op te wachten. Gevoerd willen ze, door rampspoed en ellende. 


Waarom is dan de vraag? Voelen we ons daar mogelijk beter door? Lijden is toch meer een last? Of zijn we compleet ontspoord en gewend geraakt aan verslaglegging van misstanden in onze wereld? En op de keper beschouwd, is die wereld eigenlijk wel van ons? Hij behoort nog altijd zichzelf toe, toch?


Laat ons wat meer lachen en zorgeloos door het leven gaan. Maak de titels in de kranten wat meer smeuïg. Laat ze smaken naar pindakaas en Klukkluk. Gooi de humor naar boven, laat de ernst ons niet verteren. Wij zijn toch niet van de domme en ook niet van de onzekere.
De angst laten re(a)geren, kom op zeg, we zijn geen watjes en ook geen kezen. Sterkte wensen is niet langer nodig. Wat meer humor wel.

 Rob Mientjes

Share This:

Vera van der Horst en Karlijn Groet winnen de enige echte virtuele – van de binnenwereld of van de wereld buiten – zondagochtendtrofee op pomgedichten.nl – (kortom de enige echte virtuele van de wereldtrofee)

dank aan alle dichters die inzonden. het nieuwe dichtseizoen op ‘de pom’ op bijzondere wijze geopend – leeswaardig en indringend – het eremetaal  deze week voor 2 vrouwen – karlijn groet en vera van der horst – lees onder de gedichten waarom – vera en karlijn van harte!



Ergens

Een sterrenlicht gleed
 door mijn kalk, ving 
daar mijn schim en 
zo ontstond ik als 
portret van binnenuit; 

een stramme kooi van 
grijze rib, rondom een 
bleke veeg. Een kil en 
feitelijk rapport van 
hoe het met mij gaat.

Het lijf gehoorzaamt 
braaf de pomp, de 
klok tikt stug en 
plichtsgetrouw, er is 
geen wolkje aan de lucht.

Maar zie die lichte 
vlek, mijn lief, temidden 
van de schaduwmij,
ergens in die holte
-daar woon jij.

Karlijn Groet


als we hieronder toch over ‘verstilling’ spreken – dan  duiken we met Karlijn maar meteen de onvergankelijkheid in
 
(…)
hadden we moeten weten
dat als een mens
het ooit van stilte wint
zij in stilte heeft gewacht
heeft gedacht dat
in geluid groter gevaar

zoals je in een labyrinth 
bij kanteling
nooit eerder dan het water
de uitgang vindt

Karlijn Groet
 
de dichter die de vergankelijkheid in onvergankelijke regels weet te treffen heeft weer eens in de taal toegeslagen. een subtiel spel van binnen en buitenwereld, van schaduwdonker en licht, wordt de lezer voorgetoverd. een opname in de buitenwereld van de binnenwereld legt de binnenwereld op onnavolgbare eenvoudige wijze bloot – in een bijna klassiek gedicht waarin de opbouw der strofen leidt tot die ene regel – de slotregel – ‘-daar woon jij.’
 
Matglas

Er is een vreemde, matte stilte in mijn hoofd,
een schemergebied waar niets meer hoeft te heten,
een dragen van waarheid, die ik niet kan bewijzen.

Er is iets dat wacht, zacht en onvoltooid,
geen verdriet, maar overgave,
aan het onherstelbare van deze dag,
het ik dat loslaat en rust in zijn eigen donker.

Je hoort de uren elders vallen,
totdat gisteren niet verschilt van morgen.

Vera van der Horst

diepe gedachten verpakt in dichtregels die vera aan de oppervlakte
 weet te krijgen zodat wij als lezers deze hele zondag nodig hebben om ze van een eigen betekenis te voorzien. “het ik dat loslaat en rust in zijn eigen donker…” – voor zo een regel heb ik wel een leven nodig om deze echt te doorgronden. vera is een dichter met onnavolgbare bijzondere regels. waar vind je schemer waar niets hoeft te heten? waar waarheden die niet te bewijzen zijn, waar vallen uren? ja in de verslavende  poëzie van Vera van der Horst!




  • Jorge Bolle – alles werd zo klein
  • Karlijn Groet – ergens
  • Rob Mientjes – totdat het eindigt
  • Rik van Boeckel – betekenis aan de realiteit
  • Frans Terken – dat het goed toeven is zo
  • André Heijnekamp – Het is allemaal materiaal
  • Bert Dekker – Ik rook al de frisse lucht
  • Magda Haan – nooit zie je mijn ware ik
  • Vera van der Horst – Er is iets dat wacht, zacht en onvoltooid,
  • Anke Labrie – probeer je dromen te bewaren 
Peter Smit: “Misschien dacht dat boompje: Er is maar één Pom en dat ga ik niet overtreffen, uit dankbaarheid dat hij mij elke dag water geeft?”

een nogal breed thema biedt de site der sites u lieve dichter om het nieuwe dichtseizoen te openen en te dichten. de binnenwereld of de buitenwereld als u maar van de wereld bent – dan is het goed. ik zelf ging deze week de tuin in – nou ja of dat zo was is de vraag en ging ik nietu kent de regels: gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
 

Peter Smit: “Misschien dacht dat boompje: Er is maar één Pom en dat ga ik niet overtreffen, uit dankbaarheid dat hij mij elke dag water geeft?”

tuin
 
hier zou ik mijn naam kunnen schrijven
weglaten kan ook
want wat hebben we nou helemaal wel gelezen
 
pom wolff zit weer eens ergens in een tuin
is er eigenlijk wel een tuin
of zit meneer de boel toch weer bij elkaar te liegen
 
was het niet zo dat je ooit aan een tafeltje
het licht groen zag in al het groen
en was het niet zo dat een hand daar toen een hand zocht
 
pom wolff
verdwijnen

gezeten in een vliegtuig
verdwijnt de wereld
en verschijnt achteloos
een eindeloos uitzicht
bij het kleine raam.
‘alles weg’,
riep ik als kind
met verwondering
over verdwaalde wolken
en verdwenen huizen

alles werd zo klein
dat zelfs het lawaai
van de vliegtuigmotoren
werd overstemd
door oorverdovende
stille verbazing

Jorge, September 2026

hoe een ‘eindeloos uitzicht’ de binnenwereld bereikt van een kind en van de herinnering en van de dichter die de herinnering weer oproept. kortom hoe je in de buitenwereld naar binnen gekeerd kunt raken. jorge weet altijd in de lezer – in ieder geval in deze hier – verstilling – neer te leggen – weet deze functie van poëzie als bijna geen ander te benutten.

Als een vis in het water

Zwemmen is mijn lot
van voor naar achter
van onder naar boven
kris kras op en neer
in een doolhof van glas
kom mezelf
tig keer tegen
stoot mijn neus
telkens weer
maar …
mijn keutel trek ik mooi niet in
never nooit niet
laat hem lekker hangen
achter mijn kont
zwem consequent en dapper
eeuwig rondjes
in een territorium
niet door mij gekozen
zoveel ik wil
zoveel ik kan
totdat het eindigt
op mijn rug
naakt de binnenwereld
bloot naar buiten

Rob Mientjes

wellicht een metafoor voor elk mensenleven – hoe ver menselijke stappen ook reiken – we leven ieder in onze eigen kom – kom daar maar eens om – zou dichter Mientjes in zijn spitsvondigheid kunnen  dichten. elke maandag op de pom – prachtige foto’s en toepasselijke teksten van Robs hand.
Goedemorgen Pom. 
Hier mijn bijdrage aan Van de binnenwereld of van de wereld buiten. Inmiddels terug in Nederland denk ik terug aan reizen. Mooie reis onlangs in Portugal gehad maar heb vroeger ook in andere landen gereisd zoals het nabije Spanje en vorig jaar in Marokko.



De realiteit van de reis 


De reusachtige reistijd leidt
naar steden in verschillende landen


het blijft onduidelijk waar je zal stranden 
tijdens wandelingen langs een rivier


het bezoek aan parken of aan de zee
zal wellicht herinnering oproepen 


de dagen laten zoveel zien en oplossen 
in de stad met vele straten en steegjes 


zo gaat de buitenwereld naar binnen
geeft betekenis aan de realiteit van de reis. 


Rik van Boeckel 
5 september 2026

in 10 regels een gedicht dat alle reisverslagen overbodig maakt. het proces vastgelegd en beschreven – de buitenwereld opgenomen in de binnenwereld. de binnenwereld van deze dichter altijd gereed om verder te reizen – zijn binnenwereld bestaat uit 1001 megabytes en nog niet de helft daarvan is gebruikt. vermoed ik zo. hij reist zoveel dat ie bijna geen tijd heeft om te dichten.
Goedemorgen Pom, 
Van binnen- en buitenwereld, terug uit de cocon van de hittegolven, ( wel nog even nazomeren);  daar een plekje voor gezocht. 
Warme groet weer, 
Frans


Zomerhuisje


Tussen de boerderijen en akkers
een zomerhuisje – droom van elke dichter 
om bij tijden in een eigen wereld te zijn –


daar woorden vinden die verscholen liggen
in het lange wuivende gras 
nat van dauw om vers geplukt te worden


een oog gericht op wat lichtjes beweegt
een kopje dat voorzichtig opsteekt
en niet onder een voet wil verdwijnen


de tere oogst in een net bijeen scheppen
en uitstallen op een houten tafel
met timmermansoog op maat gemaakt


binnen de ruimte vullen met koffie en
klare taal die weerkaatst tegen de wanden 
zo beeld en geluid van de zomer optekent


en zien dat het goed toeven is zo
met glanzende vruchten binnen handbereik


© FT 04.09.2026

de frans terken zo eigen taalwereld hier geétaleerd – hoe waarnemingen van kleine zaken in de buitenwereld voor de dichter beduidende regels in de taal opleveren. regels die van binnen uit de buitenwereld weer bereiken. wie het kleine niet eert is dichter frans terken niet weerd.

 
Museum
  
Het is allemaal materiaal
 in een bepaalde houding
 zonder enige functie
 dat hier binnen ligt.
 
 Ik wil niet begrijpen
 of een uitleg geven aan
 het waarom men dit achterliet
 de wereld spiegelen op jezelf
 is vragen om onbegrip.
 
 Ik geloof dat het er is
en strijk mijzelf neer
 over de dingen
 die beginnen te leven
 en ik word.

André Heijnekamp

volgens mij heeft André al een heel leven van ‘worden’ achter de rug – en gelukkig hij ‘wordt’ nog steeds. nooit is een/het  dichterschap directer beschreven als/dan hier – ‘ik word’ –

niets meer aan toe te voegen! – (behalve dan dat ik zelf ook graag zou willen ‘worden’)
Veilig

Het lawaai bonkte in mijn
Buik als een dolgedraaide
Amateurbokser
Die de laatste
Tien seconden
Alles uit de kast trekt
Om te overwinnen
Langzaam achteruit schuifelend
Tussen bezwete hossende lichamen
Probeerde ik de uitgang
Te bereiken
Ik rook al de frisse lucht
Toen een vuist
Mij uitschakelde
En ik dromerig
Mijn ogen opendeed
In de stevige armen
Van de portier

Bert Dekker

Bertje toch -in welke kringen begeef je je? niet doen. dichters moeten schrijven – alleen zijn – niet tussen de mensen – desnoods elke dichtregel met een hoofdletter beginnen.
homohaat

anders


jij hebt de kleuren van
de regenboog 
een bijzonder kleurenpalet 
anders dan de gewenste 
in de burgermaatschappij 

kleuren net zo lief 
de smaak is niet anders
nooit zie je mijn ware ik
want mijn as zal dan worden 
uitgestrooid zodat mijn kleuren
verdwijnen in de wind 

Magda Haan

wat magda precies wil zeggen is niet helemaal duidelijk hier – van het leven en de dood het gedicht – de regels – een geliefde wellicht en een ik persoon – en niet alles wordt geweten. een gedicht waar de regels de uitgesproken inhoud niet geheel mogen dragen.

mits een geschikte bodem
kun je met geluk wat oogsten 
je kunt tijdig dijken bouwen 
voordat het water komt 
sterke legers samenstellen
voordat de vijand komt 
je hebt de wereld in bedwang
denk je in je overmoed

mits je een kind kon zijn
probeer je dromen te bewaren 
diep van binnen in je oude hart
dromen die je ziet in kinderogen
voordat hun buitenwereld brak

anke labrie
2026

dat dromen van de binnen wereld is en dat alle dromen helaas na verloop van tijd verloren gaan in wat de buitenwereld de mensheid biedt. een buitenwereld beheerst door mensen wel te verstaan.

Share This:

margreet dolman keert weerom – zondagochtend half 10 – rtl4 – troost weemoed & onstuitbaar

Share This:

vrijdag? een TOP vrijdag – Bart Top kondigt gedichten wandelingen aan – wandel mee op 12 en 13 sept


Het strijdperk

Nog voor de zomer kwam begon de strijd.
Het perk, eerst kaal, raakte nu vol
rumoer. Grensoverschrijdend al
gevlekte scheerling en kruipend zenengroen.
Adderwortel gaf hen van katoen
beet van zich af. “Geen rankje meer.”
Blaassilene viel hem bij
net als mierikswortel, ruige leeuwentand.

Maar toen stinkende ballote
keihard gilde: “‘k Vind het klote
gewoeker naar mijn plek.”
riposteerde afgemeten brave Hendrik
“Hou je bek! Ik groei volgens het boekje
niet groter dan mijn plaats.” Há
lachte wilde Marjolein. “Jij?
Jij hebt geen weet van mijn en dijn.”
Bosaardbei en mierikswortel,
nu kakelde het hele perk: wolfspoot
grote pimpernel, nog feller hartgespan
en heksenmelk. Geschreeuw.

Het strijdperk beefde, loeiend gebloei
tot, heel zacht, heelblaadjes zuchtten
“Niet vechten, helen!” En ja hoor
daar hoorde je vrouwenmantel “mantel
der liefde, mantra der madelieven” kwelen.
“Stop met strijden, anders komt Grote Tuinman
ons klieven of scheuren.”
Het perk viel stil, opeens geen borderliners
meer. Ja, zelfs blaassilene zweeg.

BART TOP
———————-
Dit gedicht schreef ik speciaal voor Thijsse’s Hof in Bloemendaal, waar ik gedichtenwandelingen verzorg. Alle genoemde planten staan inderdaad in hetzelfde perk. In het weekend van 12 en 13 september zijn er maar liefst vier gedichtenwandelingen met mij. Dan staan de monumentale dennen centraal – maar ook dit gedicht zal weer klinken. Opgave via: gedichtbijzee.nl

Share This:

VON SOLO – De Overheid begint steeds meer op een idiocratie te lijken, die vooral achter de feiten aan loopt.


In het zitje schuin tegenover me in de trein zit een man. Hij ziet er op het oog heel normaal uit. Standaard New Balance schoenen. Spijkerbroek. Katoenen overhemd. Verzorgd kapsel. Rond de één meter tachtig. Slank postuur. Bruine leren schoudertas. Wat me opvalt is zijn bril. Hij draagt een META-bril. Dat is bril waarin op de hoeken twee camera’s zitten, die het mogelijk maken te filmen wat je ziet. 

Langzaam haal ik mijn iPhone uit mijn zak. Ik richt mijn camera op de man. Het duurt even voor hij ziet, dat ik mijn telefoon op hem gericht heb. Dan kijkt hij me aan. Ik zie hem door zijn smartglasses heen twijfelen. Hij besluit wat te zeggen. ‘Waarom zit je me te filmen?’ Ik zeg dat ik hem niet zit te filmen. Hij zegt, dat hij me niet gelooft en dat ik moet ophouden. Daarop vraag ik of hij me nu zit te filmen. Daarop geeft hij geen antwoord. Hij staat op en loopt de coupé uit. Mijn camera hoef ik niet uit te zetten. Die stond niet aan.

Het is soms opvallend hoe laks en lankmoedig de Overheid reageert op zogenaamde noviteiten in de samenleving. De introductie van de Fatbike bijvoorbeeld. Vanaf moment één een bedreiging voor verkeersveiligheid en openbare orde. Sommige politici koeren wel dat er wat aan gedaan moet worden. Maar acteren ho maar.
 
De META-bril vormt echter een veel grotere bedreiging. Het tegenstrijdige is, dat we zoiets als een privacy wet hebben in Nederland. Tot nu toe leidt die wet er vooral toe, dat daders van fraude tot verkrachting niet meer met naam en toenaam in beeld komen. En dat het in diverse takken van werk totaal onmogelijk geworden is nog fatsoenlijk te communiceren, omdat alle persoonsgegevens afgeschermd zijn voor de lagere goden, zodat niemand meer te vinden is. Maar als de Overheid en dan vooral de medewerkers gelieerd aan het Ministerie van Veiligheid iets zoeken, dan blijkt alles voorhanden.

En dan hebben we het nog niet eens over alle datacenters van de Overheid, die draaien op Microsoft. Zelfs Trump kan met zijn glazen bol op alles meekijken. Om van de Chinezen maar te zwijgen. En dan wordt er vervolgens een bril verzonnen, waarmee, naast de Ring- deurbel ook nog eens de wandelende camera’s worden geïntroduceerd. Als ik op een congres ben moet ik een A-4tje invullen dat ‘borgt’ dat ik niet gefotografeerd wordt als ik dat niet wil en ik moet schriftelijke toestemming geven dat mijn kind op de schoolfoto mag, maar op straat ben ik ineens vogelvrij. 

De Overheid begint in die zin steeds meer op een idiocratie te lijken, die vooral achter de feiten aan loopt. Wat ik al van mijlen ver zie aankomen, daar worden gewoon geen maatregelen meer op genomen, omdat alle regels en besluitvormingsprocedures dat onmogelijk maken. Je had fatbikes kunnen verbieden, je had de META-bril kunnen verbieden. Je had je data centers onder eigen beheer kunnen houden. Je had smartphones op scholen in de ban kunnen doen. Je had Chemours kunnen sluiten wegens het nog steeds lozen van PFAS. Je had zoveel. Zoveel meer. Als er lef en doorzettingsvermogen was geweest. Maar wat je deed, was zo weinig mogelijk, door te doen of ingrijpen niet mogelijk was. 
Je had je ziel ook NIET kunnen verkopen. 

VON SOLO
DICHTER, COLUMNIST,  PERFORMER EN CINEAST
Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl
Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl 

Share This:

Mirjam Al op zolder – avonturen en geheimen

Mirjam Al hier op de foto met haar overleden vriend Merik van der Torren – dichter van Amsterdam

Share This:

pom wolff – tuin


tuin
 
hier zou ik mijn naam kunnen schrijven
weglaten kan ook
want wat hebben we nou helemaal wel gelezen
 
pom wolff zit weer eens ergens in een tuin
is er eigenlijk wel een tuin
of zit meneer de boel toch weer bij elkaar te liegen
 
was het niet zo dat je ooit aan een tafeltje
het licht groen zag in al het groen
en was het niet zo dat een hand daar toen een hand zocht
 
pom wolff

Share This:

afwisseling van de poëtische wacht – dank je wel Ali Şerik – welkom terug Peter Posthumus

foto: Fred Hopman
Beste Pom,
Het was voor mij een groot genoegen om als gastdichter op je website te mogen staan. Hartelijk dank voor de waardering voor mijn gedichten.


Ik wil Ali van harte bedanken voor het zomer gastdichterschap dat hij de afgelopen weken op ‘de pom’ vervulde – de mooie gedichten die hij de lezers van deze site heeft aangeboden – bijzondere poëzie, raak en met taalkracht de woorden – vandaag de laatste – dank je wel!


Boekhouders

Er is geen jaargetijde voor het instorten van huizen.
Je hebt altijd wel vrouwen met grote handen,
die tegen een muur van andermans huis geleund zitten,
hun vijand vervloeken, met al hun pijn.

Mannen die maar blijven lopen, als dolle dieren
rond hun neergekletterde dromen.
Niet weten wat ze moeten doen om hun wanhoop te dragen,
alleen dat ze het puin moeten ruimen.

Gelukkig heb je overal kinderen,
ze vergeten het ene en onthouden het andere.
Ze bouwen hutten met afval, voor hun speelgoed
dat ze terugvinden, ontsnapt uit de verwoesting.

Dan heb je nog katten en honden, ze begrijpen
niets van bankbiljetten en vergroeide belangen.
Kijken net als alle anderen naar de hemel,
maar blijven zoeken naar hun voerbak.

Als laatste heb je de plunderaars, in wezen
zijn ze ons geweten, aanbidden dezelfde god,
kijken graag weg als anderen lijden.
Ze zijn de boekhouders van de mensheid.

Ali Şerik
Hoi Pom,Morgen is het alweer september, ik zou wel weer twee wekelijks willen bijdragen, vandaar deze korte meditatie bij de hier zowat voorbije zomer:

welkom terug Peter – jouw tweewekelijkse bijdrage heel graag aanvaard – de dinsdagen afwisselend met de poëzie van Ien Verrips –


Wat een zomer, zo veel zon
en nauwelijks een druppel
wat prachtig weer

naar buiten, de snelweg op
naar het platteland
genieten van het geronk der machines, het fijnstof en het gif
zelf de laatste vogels zien
op zoek naar de restanten aan
oorspronkelijk leven want:
” wat is natuur nog in dit land
een stukje bos ter grootte van een krant ” *)

de snelweg op, naar de steden
een zomer vol tractorende boeren
heel deftig onder politie begeleiding
en er vielen doden
onder het al oude ( fascistische ) adagium:
waar gehakt wordt vallen spaanders

wat een zomer, dat medeleven
die warmte, wie wil dat niet


Peter Posthumus

*) J.C. Bloem

Share This:

Rob Mientjes – like Nicholson in the Shining a Triangle of Sadness


Hoe plastic toch dit leven
hangend op een schommel
overdenkend alle zonden
onderwijl
inspectie van het wit
of het zwarte gat wel klopt


zwetend in een regenjas
onder een strakblauwe hemel
monsieur Tussaud dit nous
ceci n’est pas un bateau
c’est le ss Rotterdam
très important


verdwalen op een schip
de route volledig kwijt
geen horizon te bekennen
niemand aan de bar
like Nicholson in the Shining
a Triangle of Sadness


Rob Mientjes

Share This: