ik ben weder opgestaan het is steeds weer een wonder dat ik nog leef in de verre verte weet ik worden steden opgeblazen
op tv zakken flatgebouwen door hun knieën manipulatie of werkelijkheid ik sluit mijn ogen
laten we denken dat het niet echt gebeurt dat het gewoon een film is van een zieke regisseur een die zijn eigen ellende in een metafoor verbeeldt
draai maar terug die vreselijke beelden opdat zo’n deerlijk platgewalste stad terug oprijst in zijn oude glorie
2
de dag dat je opstond zonder pijn de wereld lag tintelend voor je uit voeten raakten wonderlijk weer grond en geen gevecht meer je strekte je in de ruimte uit en dat lopen werd weer een dans van zijn
een deel van mij blijft achter namen zal het krijgen missen zal het heten leegte en ook heimwee naar vergane liefde doodgelopen tijd herinnering zal het heten maar dat pas later, veel later
IJzer om ijzer. Lood om lood? Nee, dat ging over kauwgomballen. Geloof ik. Kijken en bijten. Zoiets. Lood om oud ijzer bedoel ik ook niet. Nee, want verschil moet er wezen. Juist dat. Omdat het blad van mijn kettingzaag geen alledaagse maat heeft, ben ik voor zaagkettingen aangewezen op online. Uit China. Bouwmarkten hier hebben het niet; ondanks het feit dat men er bijkans alles kan kopen wat een tuin nodig heeft. Vorige maand een paar nog kale bomen omgelegd. Ketting gebroken. En deze week wil ik de klus afmaken. Het moet. Het draait hier om Qualitätsstahl.
Een dorp verderop zit zo’n ouderwetse ijzerwarenwinkel. Dealer van Duitse tuinmachines. Alles Gründlichkeit. Een jaar of wat geleden heb ik daar ooit ook iets onmogelijks op de kop kunnen tikken. Er is niets veranderd. Krakende klapdeuren. Het mechanische geklangel van de deurbel. De dikke grijze dame achter de grauwe kassa. Chaîne de scie sur mesure? Monsieur Patron is buiten de deur. Een half uurtje.
Nog voordat ik het portier van mon voiture kan dichtklappen, weerklinkt het schelle ijzeren gerinkel. De scharnieren kraken. ¨Monsieur.¨ ¨Monsieur.¨ Gebaart de waggelende dame. ¨Il est de retour.¨ Dat scheelt weer een ritje. Het is zo gepiept. Met een eenvoudige handpers. Bediend door een hendel. Precies op lengte. De zaagketting. Wel dubbel de prijs van dat Chinese spul. Maar ik weet nu wel beter.
Alle stammen in mootjes. Een kuub of zes rommelig gestapeld willekeurig verspreid door de jardin. Vers riekend. De geur van. De zaag nog messcherp zoals alleen Duitsers dat kunnen. Beter een goede buur dan een verre vriend. Ik ga er morgen nog een halen. Als reserve. Beter mee verlegen, dan om verlegen.
Kom niet aan het huisdier, heilig als het is. Aanbeden, verafgod in alle uithoeken van de wereld. Kat, hond, geit of koe. Het maakt niet uit. Of het nu poept op straat of in de tuin, op vogels jaagt, de buurt wakker houdt. Het is geliefd en soms gehaat. Of het nu bijt of blaft, spint of krabt, het mag altijd blijven. Op schoot, in bed, op het voeteneind of als hoofdkussen.
Kom niet aan het huisdier. Het is goud en geld waard. In reclames uitvergroot. Zorgzaam voor de baas en meegaand in groot verdriet. Troostvol, schattig, trouw. Kom niet aan het huisdier. Kijk ze uit de boom, vind ze in de pot, vat ze bij de horens, breng ze voor de dag en bovenal aai ze, knuffel ze haast dood.
Kom niet aan het huisdier. Ook al steekt het links de straat over, loopt het voor je voeten, knaagt het knaagdieren en kleine vogels. Hoe wreed. En tot slot. Bind ze niet vast aan een boom in het bos als ze lastig worden.
dank aan alle dichters die inzonden en deze zondag wederom van poëtische pracht voorzagen. zeg je dat zo voorzagen – gebruik het woord nooit – poëtische selfies dit keer – dat was de vraag en ik mag het vandaag vragen – jezelf niet vergeten – want ik ben jarig. dank dus – het virtuele goud, zilver en brons mag ik hier uitreiken – en met groot genoegen natuurlijk – u leest het commentaar onder de gedichten. ik maak er 2 x goud van en 1 x zilver. goud voor de poëtische handleiding in 5 minuten van Gerard beentjes – goud ook voor de lichte klaagzang met een beetje zacht sentiment van Karlijn Groet en zilver voor de eerste 9 gouden regels van Frans Terken. VAN HARTE! geniet de gedichten hieronder:
Zonder titel
Schrijf in vijf minuten een gedicht over hoe mooi dichters zijn over hoe mooi je zelf bent
Sprokkel woorden van schoonheid en hark ze bij elkaar in een taal van zinnen zonder rijm
Smokkel eigenwaarde naar binnen niet spugen voor het af is en heb het over een ander
Dompel een liter aandacht in een bloemrijk gedicht en zucht vijf minuten
Gerard Beentjes
een mooi slot aan het einde van de zondagochtendwedstrijd die natuurlijk geen wedstrijd is – verzorgd door Gerard Beentjes – hoe je in korte tijd in alle eenvoud de poëzie kunt inzetten om een gedicht te schrijven. knap gedaan – nou ja de schrijfdocent in optima forma: Gerard Beentjes – poëzie in alle eenvoud geschreven – en om toch te genieten van de bijzondere wendingen.
altijd nooit
hoe meer mijn hart haar liefde kenbaar maakt, hoe meer mijn lief zich aan die liefde stoort; hoe zachter ik mij fluister in zijn oor, hoe dover hij voor al die woorden wordt.
dat eeuwig lied, intussen grijs gedraaid, gezelschap tijdens menig lange rit, wordt soms volledig door hem afgezet om plaats te maken voor een nieuw geluid.
ik word zorgvuldig in mijn hoes gestopt, dan diep het dashbord kastje in geduwd. zo word ik voor de eeuwigheid bewaard; nooit werd ik ooit genoeg door hem gehoord.
Karlijn Groet
nou het gedicht mag er zijn – wellicht binnenkort als song te horen op pomgedichtendag – lichte melancholie in 12 regels – hoe je een zwaar gevoeld verlangen in lichte woorden legt – dichter laat zwaar gevoel op de poëzie drijven – het dichte donkere dashbord kastje donkerder dan ooit eerder beschreven.
de eerste drie strofen zijn mooi genoeg en bij elkaar een afgerond gedicht. ik begrijp dat de dichter het gedicht nog mooier wil maken maar het goud was al binnen met die 9 regels. een mooie titel bij deze regels:
weerspiegeling
Is er toch nog hoop dat de schoonheid opleeft als jij je hand erop legt
dat het in jouw handen bewaard blijft wat wij aan moois verzameld hebben en er onze wereld mee verrijken
een klein gebaar van wijzen naar is al genoeg om weer te zien waar we het indertijd vonden
Karlijn Groet – nooit werd ik ooit genoeg door hem gehoord.
Frans Terken – dat het in jouw handen bewaard blijft
Rik van Boeckel – een zingende spoken word dichter
Luk Paard – niks meer niks minder
Rob Mientjes – altijd zichtbaar blijven
Cartouche – hoop van beter, nieuw leven
Jorge Bolle – Wie ik
Max Lerou – die foto
Vera van der Horst – een herinnering aan zachte kleuren,
Vera Jongejan – lief rimpellijfje
Gerard Beentjes – een handleiding
wie wint de enige echte virtuele – we moeten ons zelf niet vergeten en ook mooi willen zijn voor wie we mooi willen zijn -trofee op pomgedichten.nl – nou ja welk thema de dichter ook wil kiezen dit weekend – de dichter is er toch altijd zelf bij. u kent de regels: gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
ik mag er ook zijn
zie mij als een kunstwerk als een standbeeld van liefde
een standbeeld voor jou om elke dag aan voorbij te gaan
om wat gewoon was weer gewoon te laten zijn én dat niets verloren zal gaan
pw
Goedemorgen Pom, Ja, laat het mooi zijn, het thema van dit weekend; ik heb er dubbele gevoelens bij, kijk maar wat het mij bracht. Het 2e buiten mededinging, lijkt me, ik wil het je toch niet onthouden, zie maar of je er iets mee kunt. Weekendgroet, Frans
Het mooie
Is er toch nog hoop dat de schoonheid opleeft als jij je hand erop legt
dat het in jouw handen bewaard blijft wat wij aan moois verzameld hebben en er onze wereld mee verrijken
een klein gebaar van wijzen naar is al genoeg om weer te zien waar we het indertijd vonden
hoe we het onder rommel vandaan trokken afstoften en oppoetsten om de glans te zien die jij er elke dag weer oplegt
het mooie dat jezelf weerspiegelt elke ochtend als ik mijn ogen open
de eerste drie strofen zijn mooi genoeg en bij elkaar een afgerond gedicht. ik begrijp dat de dichter het gedicht nog mooier wil maken maar het goud was al binnen met die 9 regels. een mooie titel bij deze regels:
weerspiegeling
Is er toch nog hoop dat de schoonheid opleeft als jij je hand erop legt
dat het in jouw handen bewaard blijft wat wij aan moois verzameld hebben en er onze wereld mee verrijken
een klein gebaar van wijzen naar is al genoeg om weer te zien waar we het indertijd vonden
de andere kant van de dichter Terken hier ge-etaleerd – de boosheid vorm gegeven – de aanklacht – de veroordeling van al wat lelijk is op de straten.
Het is mooi om zowel dichter als muzikant te zijn en dat soms te combineren. En gedichten voor te dragen zoals tijdens de Haarlemse Dichtlijn op Hemelvaartsdag. En andere dichters te ontmoeten !
De mooie gedaantes van dichters
De mooie gedaantes van dichters ontmoeten elkaar bij de poëtische horizon
mijn armen gericht op het universum leiden rustig naar een ontluikend gedicht
als een lied weerklinkt in mijn oren word ik een zingende spoken word dichter
de balans tussen poëzie en muziek zoekt zinnen fraai gekoppeld aan melodieën
zo mogen luisteraars de woordenschat vol betekenis naar binnen brengen
kunnen lezers de zinvolle verzen begrijpen voor zover dat mogelijk zal zijn
de verschillende gedaantes van dichters zijn mooi tijdens de Haarlemse Dichtlijn
de kunst van inspirerende poëzie voordracht leidt naar mijn universele tijd op het podium.
Rik van Boeckel 16 mei 2026
de armen inderdaad gericht op het universum – rik van boeckel verruimt de wereld en laat zijn woorden dit keer in haarlem los – dat ze ver vliegen.
de rockdichter): zo zondag en dus draaf ik op bij pom voor de wedstrijd die…ah we all know…en ik doe effe me maatpakje aan (luxueus…scoor’k hoge oge mee) en ga… ’n roos tusse de tande….kwestie van ” how I like to be romantic (it’s a dream it’s a dream…) “….en kijk dan kijk dan toch hoe graag en hoe veel meer nog…dat’k alles doe voor de liefde ja met’n roos ja’n roos tusse de tande desnoods…en me hart voor me uitdragend en jij kijk dan toch hoe ik tot jou
Mooi zijn of niet mooi mogen zijn, is dat de kwestie of de vraag? Fijn weekend pom, … met ietwat beter [mei-weer].
Groet, Rob Mooi niet
Wie we mogen zijn nadat je overblijft mooi man mooi vrouw mooi niet overbodig onbelangrijk lastig
opstaan er toe doen schreeuwen heel hard en lelijk om aandacht in alle kleuren jezelf te mogen zijn
vlag uit topsport keihard werken vragen zonder antwoord nietszeggend alleszeggend
zwijgzaam de stilte overuren maken altijd zichtbaar blijven om mooi te durven zijn
Rob Mientjes
tal van overwegingen min of meer onnavolgbaar in 020 – wellicht voor de brabanders volkomen helder. als je het leven nog hebt is het hard werken begrijp ik – ok. i try.
Open en bloot
er werd gebouwd tegen de klippen op na jaren van leed, dood en verderf gloorde er hoop van beter, nieuw leven een goed bouwjaar, men zag weer licht
en zie – ecce homo – hier sta ik nu in al mijn tweeledige heerlijkheid voor jullie aanzicht, voor jou, mij en die mij lief, mooi te wezen
haar tentoon te stellen meer hoeft dat niet te zijn
één enkele zin, een paar die het verschil maken – de adem benemen door het hart te raken aan elke gril en modetrend voorbij
je bent erbij en ziet met open mond in de spiegel van ons aller diepste binnen hoe aanlokkelijk we samen kunnen zijn keizers in kleren van de fijnste stof
van woorden, open en bloot te zien, horen en stil zijn – voelen hoe de ziel zich uit te drukken weet
15—05-2026 / Cartouche
zie daar de mens, de dichter in al zijn beperkingen – de bezongen geliefde om samen verder te geraken in de tijd die de mens is gegeven. nou ja zoiets. er zullen nog wel diepere gedachten achter de woorden liggen.
wie ik
wie ik had willen zijn als ik mijzelf niet had nageplozen en niet vergeten was wie ik geworden was in een ander licht, ander land, andere tijd.
Desnoods vraag ik mij af of het om de taal gaat of slechts om de woorden, de vorm, het inzicht om te weten hoe weinig je weet
jorge
mooie relativering – we weten weinig en wat we weten kan in één hoofd. nou dat is per definitie weinig.
ecce homo
en dan kijk ik naar die foto en overdenk
die foto straks op het scherm in de aula
en iedereen kijkt en iedereen huilt (nu ja sommigen toch)
en ik weet van niets ik kijk blind over de wereld
die foto alleen maar een foto
ml
nou brandhoff kijkt bedenkelijk op de achtergrond – of is dat rené niet? ik wil toch wel even oproepen de aula nog even te laten voor wat de aula is – ja een aantal mag er wel in geschoven – het leven was geen feest goed dat je er bent geweest – maar wij nog niet max!
Zelfportret
Soms weet ik niet meer hoe ik ben, vervaag ik in een nevelig moment.
Hoe moet een ander mij nu kennen anders dan aan de jurk die ik droeg, een herinnering aan zachte kleuren, waarin jij me om liefde vroeg .
Ik borstel mijn haren in een glans, poeder mijn natte wangen droog, teken mijn ogen sprekend als ik en stift mijn lippen in een lach.
Ja, nu lijk ik weer op mij. Ik ben mezelf niet vergeten en maak me mooi voor wie me zien wil.
Vera van der Horst
schattig eerlijke tekst – je voelt als het ware de dichter worstelen met het thema haha. maar er komen mooie strofen van – gedicht verdient wellicht op een ander moment nog wat bewerking maar deze TOPSTROFE is er toch maar alvast:
Hoe moet een ander mij nu kennen anders dan aan de jurk die ik droeg, een herinnering aan zachte kleuren, waarin jij me om liefde vroeg .
prachtig ik wou dat ik dat was.
lief rimpellijfje ik hou van je verschrompeling het oud fluweel de barsten en de kloven de kromming in opnieuw die embryonale staat
al tekenend vind ik je terug in kronkelingen van verstofte bloemen die hartstochtelijk klaargekomen zo verschrikkelijk mooi zijn in hun onverbiddelijke dood
Vera Jongejan
Vera is met haar schilderwerk binnenkort te genieten in LOODS 6, vanaf 27 mei – zie het affiche hieronder – vandaag in alle schoonheid, rimpelige schoonheid hier op de pom en ze spreekt met het recht van de jaren. hoe kom je in 11 realistische poëzieregels van embryo tot aan de dood – vera doet het. mooi!
afgelopen woensdag op de boot van Catelijne aan het einde van de wereld gaf Xander een indrukwekkend voorproefje van de tekst die hij op hemelvaartsdag ook uitsprak ergens op de haarlemse dichtlijn. op de boot van Catelijne werd het heel erg stil ineens – heel erg – het begon met een hondje:
een hond is een spiegel het lukt ons niet hem te kalmeren anderen merken dat het anders dan anders gaat ze kijken van hun taartje op de hond wordt nog onrustiger
buiten leg ik hem uit dat er geen reden voor onrust is ik probeer te geloven wat ik zeg hij loopt voor me uit ruikt aan dingen zoals het hoort hij doet zijn best
we gaan eerder weg zeggen dat het beter is voor de hond in de achteruitkijkspiegel zie ik hem kijken of hij iets verkeerd gedaan heeft
Het was een uur of zes. Na een lange werkdag fietste ik tussen het drukke, gehaaste verkeer, rustig naar huis. Aangekomen bij de rotonde onderaan het viaduct over de Rozenbrug zag ik vanuit mijn linkerooghoek een fietser de helling af suizen. De rotonde aldaar is een moordenaar. Het is er rond de spits altijd druk. Fietsers hebben er voorrang, maar de helft van de automobilisten wil ook ergens snel naar toe en heeft hier dus geen idee van, of kan het gewoon niets schelen. Elke week vinden er dan ook aanrijdingen plaats.
Ik verbaasde me over de doodsverachting met welke de fietser in mijn ooghoek zich naar beneden stortte. Zelf moest ik driekwart de rotonde rond om het viaduct omhoog te fietsen en wist niet of de fietser rechtdoor de Rodenrijsestraat in zou racen of achter mij aan zou komen parallel aan de Gordelweg. Ik besloot voor te sorteren met de klok mee. Een logische keuze, gezien de rotonde eenrichtingsverkeer is.
Achter me hoorde ik geïrriteerd remmen en sputteren. Daaruit maakte ik op, dat de snelheidsduivel me links wilde passeren, terwijl ik rechts juist voor hem had vrijgelaten. Uit piëteit besloot ik dan toch uit te wijken naar rechts om hem langs te laten. Exact op dat moment had de maniak hetzelfde verzonnen en zat dus weer in mijn wiel en passeerde me alsnog links met een storm van vloeken en verwijten, die ik dito beantwoordde.
Mensen zijn erg goed in toeteren en roepen. Ook versnellen of gas bij geven is geen enkel probleem. Ook snel nog even een appje sturen, lukt zowel in de auto als op de fiets perfect. Middelvingers opsteken of uit- of afstappen en iemand op zijn of haar bek slaan is ook geen probleem. Vloeken en tieren en verwijten zijn gemeengoed. Met je fatbike ouwetjes van de stoep af scheuren, verbaast niemand meer. Doorrijden na incidenten is meer regel dan uitzondering. Alsmaar meer en sneller. Het is opvallend dat de laatste optie in het verkeer tegenwoordig remmen lijkt te zijn.
Die parallel zie je in alles. Het is als de vaart, waarmee we als maatschappij de afgrond in denderen. Alles moet sneller. Er zit geen rem meer op. Wie niet mee wil, wordt niet achtergelaten, maar eenvoudigweg in de vaart der volkeren platgereden.
VON SOLO DICHTER, COLUMNIST, PERFORMER EN CINEAST Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl
vanavond het leven weer even besproken met Peter Posthumus – hij levend in denemarken ik in 020 – en dan zijn prachtige dinsdaggedicht voor pomgedichten.nl – nee het leven is als een roze wolluk meneer wolluf.
Het verhaal van de regen is als volgt: loodrecht uit loodgrijze luchten valt het water blijft in in grote vijvers op de akkers staan die de onverschilligheid weerspiegelen waarmee de één de ander overbodig maakte en hoe de toekomst verdween in de vooruitgang die kant noch wal meer raakte.