Rob Mientjes – Waar is het carnaval gebleven..

Op z’n Frans
Waar is het carnaval gebleven
met theater in de optocht
ernst en humor over stad en dorp
commedia della arte
politiek op de korrel
zotte onnozel in pracht en kleur
de bouw van wagens
lang voordat het feest begint
met kippengaas en papier-maché
ballonnen maskers
slingers aan de muur
nostalgie gaat ook voorbij
we huren nu een wagen
waarin fiets en bier gestald
geluidbox dj achterop
hossen springen megaluid
een bol punt com kostuum
dronken voor de finish is gehaald
armoe
maar Fransje doet het goed
in Brabant troef
de Franse slag
gaat zegevieren
ik zeg al aaf. ..
Rob Mientjes
ACG VIANEN en MAGDA HAAN winnen de enige echte virtuele – naar maarten bogaers – ‘ben ik hier alleen of ….’ trofee op pomgedichten.nl – de alleen-trofee!


Dit alleen
De uitbreidende leegte
Voorbij het nooit
Hoe al het dat
Wat zo was
Nu is
Niets meer wegneemt
In het gebroken
Onder de hoop te verschuilen.
Acg Vianen
ACG vat het thema genadeloos samen in drie strofen met de heilige drie-eenheid van een ongewenst alleen-zijn:
die enorme leegte – in het nu – en daarbij de pijn van het gebroken zijn – schitterend gedaan!

Het leven gaat niet vanzelf
Valken en opstaan
Zwemmen in open water
Denken nu verzuip ik
En doodgaan
Roeien met de riemen
Soms met maar één spaan
Stil staan, momentjes
Gewoon genieten
Simpel ondergaan
Groet Magda Haan
hoewel ik zelf niet zo van de rijm ben – vind ik het hier erg geslaagd. het stoort niet, geeft het gedicht met de beschreven ‘alleingang’ een natuurlijke ‘schwung’ en of het een verschrijving is of bewust neergeschreven – ik weet het niet – maar absoluut briljant is de wending:
Het leven gaat niet vanzelf
Valken en opstaan (…)
ik heb ze ook nooit gemogen die valken – wat een kolere beesten zijn dat ook en eindelijk hebben we een dichter die de valk niet ophemelt maar laat vallen – zoals het een goed dichter betaamt. Magda schreef twee hele mooie strofen waarin bijna alles is verwoord, leven doodgaan en tussendoor nog even genieten. knap gedaan.
- Magda Haan – ondergaan
- Frans Terken – woorden van weemoed
- Rik van Boeckel – om in het universum te verdwijnen
- Rob Mientjes – het is goed zo
- Cartouche – dat zou moeten, ja, maar ik kan het niet
- Luk Paard – slechts de winter die
- ACG Vianen – dit alleen…
- Frans Vlinderman – de dingen
- MartinB – ben ik alleen of

wie wint de enige echte virtuele – naar maarten bogaers – ‘ben ik hier alleen of ……’ trofee op pomgedichten.nl? de alleen-trofee!
wat te zeggen van Maarten Bogaers – singer songwriter en begenadigd comedian – schrijver van de ongekend populaire bundel ‘Ongehoorde Liedjes’ – het is die rol van ‘het leven lukt mij net net net niet’ die hij tot in de kleinste finesses beheerst – je zit op je puntje van je stoel en je gunt het hem zo graag maar nee hoor het lukt weer net net niet en dan krijg je als luisteraar een tragisch komisch liedje bij een briljant gitaarspel om in te zien dat het in je eigen leven ook maar zo zo is. het is de uitvergroting van het kleine verdriet dat ons allen elke dag weer treft.
de zondagochtendwedstrijd – u kent de regels: gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
nee
het leek een dag als alle andere
er lagen dingen op de grond
een poes sloop door de tuin
op weg naar wat zich voor zou doen
een hoge vrouwenstem klonk in gerinkel
je zou zeggen het hoort erbij
het soort vrolijkheid dat buiten zichzelf mag zijn
eenmaal binnen snel verstomt
en er was een zanger
die ongehoorde liedjes zong
toehoorders met trillende lippen
na zijn laatste regel
nee een dag als alle andere was het niet
pom wolff

Mooi lied van Maarten! Mijn bijdrage voor de weekendtrofee hieronder.
Warme groet,
Frans
Een regel
Zoals alleen maar alleen is
niemand naast je als gezel
amper neerslaande weerklank
als je behoedzaam je stem verheft
voor het hoogste lied in je borst
klinkt het kloppen erop hol
hoe de woorden van weemoed spreken
als het lied van de wanden weerkaatst
dat het je nog niet lukt
iemand bij je te houden
enkel jouw gezicht in de spiegel
een lege wereld om je heen
waar de woorden in de wind verwaaien
raapt ergens iemand een regel op
© FT 14.02.2026
het min of meer tragische lot van een pijnlijk alleen-zijn vakkundig beschreven – het prachtige beeld van de spiegel hier – erg mooi geplaatst – het gezicht enkel en alleen in de spiegel – mooi beschreven – om zo in je eentje toch nog even samen te kunnen zijn. mooie weemoedige omlijsting ook van dit spiegelbeeld.

De ballade van weemoed
De asfaltweg door het leven
ligt vol regen en tranen om het heengaan
wie er blijft staan voelt zich
alleen en onzeker
begint een lied vol weemoed te zingen
met zinnen die herinneringen uitstralen
deze ballade klinkt zelfs verdrietig
vanwege de mooie vroegere tijd
wat niet terugkeert hangt boven wolken
om in het universum te verdwijnen
slechts het lied houdt de herinnering in leven
snaren tintelen weemoedig alle vingers.
Rik van Boeckel
14 februari 2026
veel weemoed in dit associatiegedicht van Rik. een strofe stijgt boven alle andere uit:
wat niet terugkeert hangt boven wolken
om in het universum te verdwijnen
prachtig!

Gevoelstemperatuur in het Zuiden bij koude Noordenwind dankzij Carnaval net wel te doen. Toch nog even extra warme vingers halen met een gedicht.
Fijn weekend nog.
Groet, Rob
Body and soul
De start is zwaar
even alles laten vieren
meter loopt langzaam op
kadans gecontroleerd in benen
hoofd gebogen op stuur
hartslag begint te stijgen
kleine blik op tijd
tempo nu even opgevoerd
de benen lopen vol
het ademen wordt zwaar
finish komt in zicht
lijf en leden protesteren
de pijn neemt toe
het hoofd wil scoren
body and soul relax
teller op meter piept
de rug weer recht
handdoek in de nek
fles aan de mond
het is goed zo
Rob Mientjes
een persoonlijke race tegen de klok lijkt hier aan de orde – Carnaval gehaald – gelukkig maar – de flessen open – of is hier de rit naar de gouden medaille van jens van het wout beschreven? of schaatst onze nationale dikke opgespoten lippen- jutta ineens voorbij – ik weet het niet. de laatste regel redt mij: “het is goed zo’.

om op de knieën onkruid uit de tuin
te plukken, in het branden van de zon
genieten als de zin van leven menen
te zien zoals zovelen om me heen
of liefde te vinden in het klinken
van applaus op een verlopen podium
een schouwtoneel van zelfvertoon
als haak- en breikunstenaar?
nee, ik zie meer in het minne, het stille
tussen waken en dromen dat de kop opsteekt
als je even omkijkt naar wat er achter je
ligt, het kleine verdriet om niet
en het vele dat nog in het verschiet
lankmoedig – hoe ontroerend één woord
te omarmen valt zoals alleen de nacht
met haar dauw en donker de dag
weet te ontbloeien – als aarde
een bloem als krans kunnen dragen
dat zou moeten, ja, maar ik kan het niet
14-02-2026 / Cartouche
Ben ik te min – en ben ik er alleen maar om dit of dat te doen – vraagt Cartouche zich in de eerste twee strofen af – gelukkig is er nog de poëzie waarin hij zijn gouden ei kwijt kan – maar helaas zelfs dat niet meer lezen we in de laatste regel van deze woordenpracht. ja dan ben je wel alleen – en sprakeloos aan het einde van het gedicht – zo verstomt zelfs het woord.

” alleen ”
(uit de serie: the blues)
’s ochtends de mure zien
en’et plense vd regenbui
op’et raam zien spatte
’n vloek klinkt door mij
ik luister de oge dicht
‘et is de zwaarte
alom
geen licht dat de minute
’n kleurtje geeft van drome
klevend aan de huid
slechts de winter die
zich in me huist
en ik alleen
© luk paard
en’n hapje paard-art
“ where do I belong “ by luk paard
een prachtige sfeertekening in een regenachtig winters en eenzaam decor. de woorden door de dichter als waren zij geschilderd gepresenteerd – het is alsof we herman brood in de verte bezig zien in zijn expressie – luk paard schreef een explosief expressief gedicht.

môgge-man
ze zijn geopend de luiken,
niet de ramen daarvoor is het te vroeg in het jaar,
de temperaturen slaan nog niet in druppels
maar bevolken witte schemer
alsof het overal nog te vroeg om geopend
bij de koffiehoek toeft nog niemand
daarvoor is het te vroeg in de week,
van werkethiek wordt nog gaar niet gedroomd
al zijn dagdromen toegestaan voor al wie niet beter
dus nipt hij alleen van zijn rustensdag
zijn agenda oogt naar zevendaagse gewoonte
nog leger dan de dagsudoku
op dat uur van dezelfde dag
heeft er nog nooit iets warm
laat staan overgelopen van vreugde
Hans groet ’s ochtends de dingen ja, die wel
Frans Vlinderman
een fijne beschrijving van de man alleen op locatie nog voor de doldwaze wereld doordraait en of doldraait. de dingen zijn wél om te groeten met een knipoog naar polleke van ostaijen en marc. heten we frans vlinderman van harte welkom in de wedstrijd die natuurlijk geen wedstrijd is – slechts een licht pogen om de zondagochtend enigszins dragelijk te maken voor de mensen die de poëzie omarmen zoals Frans in het Antwerpse en omgeving dat al jaren doet en heeft gedaan. groeten wij vanuit amsterdam in de ochtend Frans en zijn geliefde.

niet voor mij
ben ik alleen
of ademt de kamer nog
de zetel houdt
een afdruk
die niet opstaat
de lucht hier
weet meer dan ik
een vriend zei ooit
blijf
meer kwam er niet
we zwegen tot het glas
mijn hand omlaag
de eerste slok
is niet voor mij
ik zet er nog een neer
voor het gewicht
dat doodstil blijft
MartinB
B in the house altijd een feestje! ik lees gouden regels gouden strofes en daarna raak ik meteen de weg kwijt – ik hoef niet meer te lezen dan deze – dat glas en die slok en die hand en het gewicht god mag weten wat daar op die locatie allemaal spookt en huist – neen drie strofen drie gouden strofen – klaar is kees uhh B:
ben ik alleen
of ademt de kamer nog
de lucht hier
weet meer dan ik
een vriend zei ooit
blijf
Xander Jongejan introduceert het rijmschema van de dichter Frank van der Lecq: AABCCB – (de kitten)
Abraham Von Solo: ‘De mens heeft als soort nog nooit een bijdrage geleverd aan het leven op deze planeet…’

de column van mei 2019 –
Deel 338. Maatstaf
De Rotterdamse wijk Ommoord. De bomen zijn groen, de flats zijn grijs, net als de coupes. Op mijn fiets ben ik onderweg naar een bedrijf waar ik zaken heb. Ik rijd snel. Voor me doemt een kleine opstopping op en een gevoel van ongenoegen maakt zich meester van me. Het zijn twee scootmobielen, die naast elkaar rijden en zo zorgen voor een vaatvernauwing in mijn infrastructuur. Ik wacht het juiste moment af, totdat er geen tegenligger komt en werp met een sierlijke zwaai mijn fiets om de vervoersmiddelen van de onmachtigen heen. En denk.
Dit zijn mensen die beter ook hadden kunnen fietsen. Ze zien er niet kreupel of lam uit. Hoogstens wat verkalkte aderen, hoge bloeddruk en misschien een beetje emfyseem. En als je je evenwicht niet had kunnen houden was een driewieler ook een optie geweest. Ik zie de stickers van ‘Welzorg’ op het spatbord van één van de scootmobielen en weet dat dit apparaat gefinancierd is via de Gemeente.
Stel je voor dat deze mensen op de fiets zouden rijden. Erg snel zou het niet gaan. Heel ver zouden ze misschien ook niet komen. En met een beetje pech zouden ze verongelukken en omkomen. Maar als gemeenschap willen we dat niet laten gebeuren. We stellen een mensenleven boven alles en ook het behouden en verlengen daarvan. Maar hoe ging dat dan toen er pakweg twintig jaar geleden nog geen scootmobielen waren? En hoe zou het gaan in landen, waar niet bedrijven als Shell en Unilever de scepter zwaaien. Waar niet persé genoeg consumenten hoeven te zijn?
De reden dat er iets als een scootmobiel bestaat is dat we onszelf wijsgemaakt hebben dat we een mensenleven als heilige maatstaf moeten stellen. Een mensenleven is een excuus voor een heel circus aan consumptieartikelen en hele holle dienstensector. Let wel, we hebben niet het leven als maatstaf gepakt, maar een mensen-leven. Hoewel we voor onze hond of kat ook nog wel wat willen produceren en consumeren. Maar die beschouwen we dan soms ook en beetje als één van ons.
De mens heeft als soort nog nooit een bijdrage geleverd aan het leven op deze planeet. Dat klinkt een beetje bizar, maar al sinds we zijn begonnen met beschaven, zijn we de leefruimte van andere dieren en planten direct en indirect teniet gaan doen. Ter creatie van comfort voor de mens. Hetgeen intussen bizarre, bijna clownesque, maar wel breed geaccepteerde kunstgrepen zoals de scootmobiel heeft opgeleverd. De mens levert enkel nog loze bijdragen aan meer en langere mensenlevens. Hoe inhoudsloos deze ook mogen zijn. En ik zeg niet dat iedereen meteen dood moet nu, maar ik denk wel dat we er best eens over na mogen denken, wat in deze wereld wél een goede maatstaf zou kunnen zijn.
over cees – 11-2-26
Vera Jongejan over het geluk van vroeger

Geluk van vroeger was een tuin
met rode en witte rozen
ze groeiden over de schuur
in innige verstrengeling
en er was een tjilpend koor van mussen
nestelend onder wat bemoste pannen
een kersenboom stond recht onder mijn raam
droomboeket van roze bloesem wemelend van bijen
geelwitte azalea geurde naar kaneel
en wilde hyacinten schilderden
de schaduwbodem blauw
die tuin in mij de laatste tijd
door warreling van doen vergeten
begoogeling van media
kan het zo nog lente worden
Vera Jongejan
Ien Verrips – grijze gedachten

ik zat in de bieb met uitzicht op de Zaan
ik schreef over weer zo’n grijze dag vandaag
grijze duiven in de tuin
grijze gedachten die zich nestelen
dat soort werk
het werd best een aardig gedicht
met al die tinten grijs
toen ik opkeek van mijn geschrijf
was de zon gaan schijnen
het was een pracht gezicht zo op het water
opeens vond ik het een gedicht van niks
feb 2026 – IEN VERRIPS
Rob Mientjes – droom de dagen licht…

In zak, knop of as
Nieuws en weer regeren
houden mensen sprookjes voor
in land en landerigheid
januari februari
kruipen langzaam voorbij
zitten in zak, knop of as
droom de dagen licht
hou vorst en prinsen buiten
doe een zonnedans
het ritme van tijd
trekt tergend langzaam
aan hoofd en ledematen
bezinnen is wat rest
duw de tijd vooruit
of wacht op lente
Rob Mientjes
Peter Berger wint de enige echte virtuele – de afgelopen weg – trofee op pomgedichten.nl – Jorge Bolle zilver


de wereld was nog leeg
alsof er stilte heerst
maar jij dronk mijn bloed
en ik dronk er het jouwe
dat is alles.
´ooit´ – werd er gezegd
om het recht te praten
maar wij dronken elkaar, en
hebben het daarbij gelaten.
Peter Berger
‘en ik dronk er het jouwe..’ dat woordje ‘er’ kan wel weg – en ik dronk het jouwe – is mooier. de liefde wordt met bloed gelardeerd – de pijn met één woordje afgemaakt: ooit. ja zo kan het gaan. ben nog wel even benieuwd naar welke partner het woordje ooit sprak. of zei de een het en de ander knikte en sprak het na. in de liefde is ooit nooit.

nu deze kamer
zo alleen is
de muur een muur
de deur geen deur
staar ik
uit het dubbelglas
geen dag
geen nacht
seizoenen uitgebleven
de lente
te laat voor deze afspraak
in het donker
nu deze kamer niet meer
van ons is
is er niets
Jorge Bolle
ja een gedicht met pijn – de weg is weg geworden. niets rest. mooi kort gehouden – ook de overdrijving – eenvoudige beelden in de eerste twee strofen. gedicht komt bij mij wel binnen.
- Jorge Bolle – nu deze kamer niet meer van ons is
- Rob Mientjes -richting grasduinen
- Frans Terken – en jij die verder trok
- Magda Haan – eindeloos bemind
- Rik van Boeckel -samen en alleen
- Luk Paard – met koude gekleed
- Elbert Gonggrijp-stilzwijgend los
- Vera van der Horst -Het heeft mij losgelaten
- Peter Berger – ´ooit´ – werd er gezegd
- Cartouche – alleen die ene
- Vera Jongejan – doodlopend
- Anke Labrie-een andere richting
wie wint de enige echte virtuele – de afgelopen weg – trofee op pomgedichten.nl – ach ja we hebben het allemaal wel een keer meegemaakt – moeten meemaken – dat de afgelopen weg niet verder meer voor 2 mensen samen is – duizend redenen – duizend gedachten – duizend analyses – het maakt allemaal niets uit – de berusting na verloop van tijd. herman van veen zingt mooi – soms is poëzie van pijn gemaakt. u kent de regels: gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
liefste
laten we het zo
maar houden
ik mijn leven
jij het jouwe
en samen vergeten
hoe mooi ’t was
pw

Warme groet,
Frans
Ondergesneeuwd
Dat je mij onderweg moest verliezen
de dikke laag sneeuw die traag maakt
waarin ik meer en meer achterbleef
om zo het onderspit te delven
als een doodgevroren vogel
daar te blijven liggen
en jij die verder trok
nog amper naar me omkeek
niet meer vasthield aan samen
aan wat we met elkaar gedeeld hadden
de voorzichtige toenadering de opwinding
van de eerste dagen de jaren van lief en liefst
om dat met pijn in het hart te kwijt te raken
jij voortvarend op een voor mij afgesloten weg
© FT 07.02.2026
een tragische beschrijving van een einde – pijnlijk hoe de liefdeswekker steeds trager tikt – hoe de winnaar olympisch goud bij elkaar skiet in een duizelingwekkende afdaling en de achterblijver in de sneeuw verzandt.

ex-liefde
onze liefde was fragiel
als wuivende klaprozen in
de warme oostenwind
we dachten het zeker te weten
van rivieren die stromen naar de zee
hete nachten en eindeloos bemind
we geloven nu niet meer in sprookjes
in intense liefde, de kracht van hoop
onze liefde bracht alleen maar pijn
we dachten het zeker te weten
maar het kost teveel ontkenning
om onszelf te zijn
Magda Haan
een ander facet van een aflopende liefde belicht – dat je teveel van jezelf moet opgeven om in stand te houden wat niet meer in stand te houden is – dichter beschrijft een pijnlijk proces wel in contrasterende lieve woorden. de laatste strofe met een voor de liefde dodelijke conclusie.

Scheiding der zinnen
Ik loop samen
met jou overweg
heus en in gedachten
botsend hobbelend
via hersenpan richting
grasduinen
heet bloedheet
we komen er niet uit
Ik loop samen
met jou overweg
wikkend en wegend
zoekend
naar sleutel en slotsom
raamwerk voor open deur
scheiding der zinnen
midden in de nacht
Rob Mientjes
ja hoe samen aan het einde van de weg niet echt meer samen is of kan zijn. 2 strofen 2 situaties 1 slotsom. one night stand.

De weg door de natuur
Over de weg gaan wij samen en alleen
op de rechter en de linkerbeen
bij de driehoek ga jij alleen verder
door het park van weelderige bladeren
ik luister naar de stilte van het groene licht
wacht na duizend stappen bij het grasveld
de wind waait nu langs mijn oren
jouw stem duizelt door mijn hoofd
de bladeren vallen langzaam naar beneden
de nabije bomen laten mij van jou dromen
in de verte zie ik jouw voetstappen gaan
ze komen langzaamaan dichterbij
ik zwaai naar jouw ogen
stap vooruit hoor jouw stem roepen
hallo dichter geniet alleen van de natuur
jij gaat onbestemd aan mij voorbij
ik wandel na het grasveld een zijpad in
geniet zo puur van de bosrijke natuur
besef dat jij dat zeker doet bij alle bomen
de adem der natuur laat bladeren zo vallen.
Rik van Boeckel
6 februari 2026
dichter in het bos en de bladeren vallen. of het gevraagde thema gehaald wordt ik weet het niet: ‘dat de afgelopen weg niet verder meer voor 2 mensen samen is – duizend redenen – duizend gedachten – duizend analyses – het maakt allemaal niets uit – de berusting na verloop van tijd. herman van veen zingt mooi’

“ jij ging “
‘k zou nog vele fluisterwoordjes
as’n zachtgroen lenteblad met roosjes
teder op je huid van “hoe lief ik jou…”
en zo aan mij
doch jij vertrappelde de roosjes
smoorde de woorde
liet me sprakeloos
en ging
zo blijft vandaag enkel nog
ik alleen met koude gekleed
geen lente meer
geen lief jij mij
nu is’et de schreeuw
die ik verzwijg
en losruk uit me hart
© luk paard
en’n passende hap PAARD-art natuurlijk…
” the SCREAM/de schreeuw ” by luk paard
de schreeuw en degene die verlaten is ‘met koude gekleed’ – ja dat doet de pijn – de herinnering aan de zwoele zoete zachte verhitte dagen van de liefde als tegenstelling in de eerste strofen.

KLEINSCHALIG DRAMA
Het had nog eens een lange weg te gaan, het was
weer eens zo’n lang geleden. Het regende, de zon
scheen, alles wat mogelijk was gebeurde. Jij nam
afscheid, iedere keer weer. Het regende, er was
geen schuilen aan, de zon deed haar
uiterste best te zullen blijven. Hier ben je, hier
ben ik, beminnen betekent elkaar lief te leren
hebben, vergissen is menselijk, er zit pijn in
wat wij voelen – staat het huilen soms
nader dan het lachen, blijkt het daarmee
werkelijk eens gezegd – in een verwoede
poging dichterbij elkaar te komen, ons
stilzwijgend los te moeten laten – nog
voor het zover is –
Elbert Gonggrijp
KLEINSCHALIG DRAMA
alles wat mogelijk was gebeurde.
Het regende, de zon deed haar
uiterste best te zullen blijven.
Hier ben je, hier
ben ik, vergissen is menselijk.
een verwoede
poging dichterbij te komen
ons stilzwijgend los laten – nog
voor het zover is –
Elbert Gonggrijp
ik maak het drama toch nog even kleinschaliger – er staan net teveel woorden in dit gedicht die best weg kunnen. het moet wel aangrijpend zijn dat drama elbert en het moet niet verdrinken in een woordenvloed die alles wegveegt – ook het drama wegveegt.

Spoorloos
Het heeft mij
losgelaten
toen ik
eventjes niet keek
Nu wapperen
mijn dagen
aan een waslijn
tussen toen
en straks
ik heb een herinnering
die niet meer weet
van wie het is
iets wat het achterliet
ligt naast me
als adem
zonder lichaam
Vera van der Horst
mooie laatste strofe – het onbepaalde HET doet het wel goed in barre tijden. die wapperende dagen hoeven voor mij niet echt. dat wappert me net teveel – al dat gewapper ook nog – dat kunnen we er net niet bij hebben. en zie daar ook SAGE doet HET!

zovele heb ik er gekend, elke maat en soort gewicht
van catwalkwicht tot bloedeloos gezicht met af
en toe een spot van hot, het wende
nooit, waren ze mij even lief, alleen die ene, jij
jij bleef aan mijn zijde, een lange betoverende reis
waarin we amper op adem kwamen, namen we elkaar
ongeremd zoals we waren – draagvleugelboot en dubbelspoor
tot ten langen leste een fikse stroomstoring
ons ontspoorde, jij voorbijvloog aan mijn allereigenst
IJ-perron – naïef zoals ik heel de weg één bril slechts
wilde dragen, zoveel jaren later nu vind ik mij terug
in het woord en de Cohe-rente-nstem van ‘I am just
a station on your way, I know i’m not your lover’
voor altijd – heb ik geleerd hoe zeer
hoeveel krachtvoer moet een man verstouwen
voor hij op vleugelvrouwen kan vertrouwen
vertrokken zijn zal van de pijn en lacht
(jou voor goed, jij mij voor beter
in de wacht, mijn deken van je af)
vrouwen die sporen werken als dommekracht
doch gedichte eten bloemen uit de nacht
al waarvoor ik nog zwichten zal
is om te raken, te raken aan
mijn ware Muze
07-02-2026 / Cartouche
ja Cartouche in optima forma – hij weet van mij dat al die weelderigheden mij veel te ver gaan – zeker bij een pijnlijk thema als vandaag gevraagd – ik hoor romantische liedjes hier, wat die cohen ook allemaal zingt, bloemetjes tuinen, krachthonken, treinstellen, catwalks – het is me allemaal net teveel – dichter is even het spoor van het thema kwijt – maar dat wil hij ook – de rechter zal concluderen – meneer de dichter ‘opzet’ is bewezen. u gaat het gevang in zonder AF te passeren.

Doodlopende weg
stond aangegeven
toch maar gegaan
vraag me wel af
of het al aan me is te zien
Vera Jongejan
een persoonlijke weging – als dichter het zichzelf afvraagt dan kan de lezer het zeker nog niet zien. wat gaan we zien dat is wat de lezer wil weten. gedicht is nog niet af.

ldvd
kleine lijntjes in de tijd
alvast oefenen voor later
toen het hart nog buigzaam was
vriendjes kwamen vriendjes gingen
later kwam de klap toch aan
ondanks de vele oefeningen
toen jij een andere richting koos
liefdesverdriet ineens voluit geschreven
anke labrie
van klein naar groot – ja zo gaat het leven.






