dank aan de dichters die nieuw werk instuurden en de zondagochtend mooi maken – dank ook aan singer songwriter Paul van Gelder – zie de slotbijdrage – een eigen geschreven song – passend bij het thema – dat iedereen uiteindelijk iedereen een zo eigen gevoelde plaats mag vinden in deze wereld in deze tijd. Anke Labrie ziet uit naar vrede en veiligheid – Cartouche liet de dolfijnen dartel spartelen, Jorge Bolle vergat even te vergeten – mooie poëzie dank dank dank – maar het virtuele goud gaat naar een zeer fraai afgerond gedicht van de dichter FRANS TERKEN – gefeliciteerd Frans. een realistisch poëtische vooruitblik met de wijsheid van de geleefde jaren geschreven. onder de gedichten vindt u de commentaren.
Goedemorgen Pom, Ach, de zomer weer voorbij, kijk ik alweer uit naar de volgende. Voorlopig ons door najaar en winter heen bijten.Ten troost hebben we de poëzie! Weekendgroet, Frans
Uitzicht 3
Op het bankje onder de overkapping kijken naar hoe de zomer vertrekt in buien van golvend water dat uit donkere wolken stort om de droge grond te overspoelen
de rozen houden nog dapper stand de hibiscus koestert een laatste bloem de kattenstaarten verliezen al kleur
de hitte niet langer in het lijf de eerste jas al aan de kapstok voor de kou die later nadert weer met alle winden meewaait
het verdorren dat ons wacht dat er na de vloed nieuw leven groeit verse bloei die de cirkel rond maakt
het uitzwaaien van een seizoen en het uitkijken naar wat weerom zal komen – als het meezit – een mooi rond gedicht.
Frans Terken – over ‘het verdorren dat ons wacht’
Rik van Boeckel – onbewust van wat haar later wacht – RIK MELDT: Zondagmiddag 11 oktober presenteer ik vanaf 2 uur mijn derde poëziebundel Ballade van herinneringen bij boekhandel De Kler, Breestraat 161 in Leiden.
Luk Paard – de liefde uit me drome
Magda Haan – alleen jouw schouder even
Cartouche – roeit zich de zon voor ogen
Ditmar Bakker – slechts vrieskou is je metgezel
Rob Mientjes – zij wil niet langer weten
Anke Labrie – voor vrede en voor veiligheid
Jorge Bolle – ik vergat te vergeten
Paul van Gelder – my place
foto: pomwolff – katwijk aan zee
de zondagochtendwedstrijd: wie wint de enige echte virtuele en waar kijkt zij of (U nog) naar uit – trofee op pomgedichten.nl? het uitzicht op iets van de eeuwigheid wellicht? die onbereikte plaats? en dat de vloed gaat liggen na verloop van tijd. de dichters kennen de regels hier: gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
foto: pomwolff – katwijk aan zee over schrijf mij over zwarte gaten licht waarin de hele bliksemse bende opgaat of schrijf mij over die ene geliefde die maar niet over gaat
over dat bankje aan zee met uitzicht op iets van eeuwigheid misschien dat het niets betekent anders dan die onbereikte plaats een hoek omgaan en zwijgen en dat de vloed gaat liggen na verloop van tijd
pom wolff
De toekomst achter de horizon
Achter de horizon heerst de toekomst na het afscheid van het verleden de eeuwigheid dringt niet door tot ‘t heden behalve tot de behoefte van deze geliefde
zij kijkt vol verlangen naar de zee hoopt dat de vloed spoedig overgaat als zij opstaat om te zwemmen want het water is bereikbaar
duikend in een golf denkt ze aan de plaats op een ander continent die ze graag bereikt maar het is nog te ver weg zoals in Zuid-Amerika of Zuid-Afrika
terug op het bankje denkt ze aan die wereld laat haar gedachten in zich op gaan terwijl ze haar blik richt op de horizon en haar hand op haar hart richt
de stille eb geeft rust aan haar gezicht ze kijkt om zich heen met de juiste blik let op de raad van de toekomst onbewust van wat haar later wacht.
Rik van Boeckel 19 september 2026
RIK MELDT: Zondagmiddag 11 oktober presenteer ik vanaf 2 uur mijn derde poëziebundel Ballade van herinneringen bij boekhandel De Kler, Breestraat 161 in Leiden.
De poëziebundel bestaat uit drie delen: 1.Stad van mijn hart. Met gedichten over Leiden en de beroemde in Leiden geboren schilder Rembrandt van Rijn. 2.Tijd om te zijn. Met algemene gedichten over seizoenen, de zee, de natuur, de liefde, weemoed, mantelzorg, kleuren en veranderingen. Een ander aspect is de wens voor vrede in Oekraïne. 3.Reis uit de comfortzone. Met reisgedichten over de Vogezen, Italië (Venetië), Spanje (Ibiza, Andalusië), Portugal (fado in Lissabon, Porto, Coimbra) en Marokko (Casablanca, Rabat en Tanger. Een aantal gedichten zijn gepubliceerd op jouw website voor de zondagochtend wedstrijd.
Rik geeft woorden aan de foto aan het beeld – zoals hij altijd beelden weet te scheppen uit heden verleden en de toekomst die bij hem zoals altijd uit reizen bestaat naar oorden waar hij zijn klanken laat klinken om op te gaan in het al – in het poëtische al wat hem omringt.
(de rockdichter): zo de zondag…en dan draaf’k zo nu en dan op bij poms gedichtensite bij pom wolff ‘n favoriete dichter van mij voor de zondagwedstrijd die geen wedstrijd…en ja dit thema….opkijkend….ik naar jou….jou die jij bent die ik zie die ik voel die ik zo wens dat altijd jij en overal jij en ik…de liefde rondom mij en ons om jou heen en ik altijd van jou….jij die me jij en ik bent…en ik opkijk tot jij me helemaal tot jou….ja zo smachtend dat ik tril van:
“ jij “
de liefde uit me drome aan me zijde dansend
jij kleedt ons hangt om ons jij streelt ons zo zacht
we houde ons in hande houde ons houde van kleure naar de zon
we late kusse smachtend op natte lippe dartele worde huid aan huid late ons drage door de tijd
‘et is’n lief me lief me lief dat jij tot mij en me helemaal tot jou die jij bent met ik van helemaal wij
ha een ouderwets echte LUK – wat het thema ook het weekend brengt – er zal altijd een onstuimige dichter paard zijn die zijn liefde tegen de klippen op van de daken schreeuwt – waar ze ook naar uitkijkt – in elke golf golft het luk paard, golft luk zijn geliefde tegemoet. en het is zoals de zanger huub zong – als het golft dan golft het goed.
klein
ik verlang niet naar verre landen maar naar zwarte koffie in de vroege morgenstond vers brood dat kraakt onder het mes.
naar zonlicht op de houten tafel, waar we op hete zomeravonden met een lach en traan proosten
ik verlang naar niets dat glanst van ver— alleen jouw schouder even naast de mijne.
dat is genoeg, dat kleine leven
Magda Haan
Dichter kijkt uit naar de lieflijke verstilde zondagochtend waar de woorden als het ware versmelten met de vers gezette koffie voor de geliefde.
De einder
Op zijn klapstoel in het zand staart hij voor zich uit, de oude man geeft zijn gedachten de vrije loop, ziet zichzelf in golven van jonge god tot oude worden in wat allemaal passeerde, een voortdurend aanzetten en afremmen als vissen in het water heen en weer schieten
zich jonassen of iets laten gezeggen liet hij zich nooit, alleen de zee stond altijd voor hem op nummer één nog even blijft hij onbeweeglijk, voor zich zien hoe zijn gedroomde binnen te halen
dan staat hij op, stapt in zijn bootje zet zich aan de riemen en kijkt uit naar een laatste vangst, een grote vis – de gemoedsrust van een prozaïsch, woelig maar vervullend leven en roeit zich de zon voor ogen, een glimlach om de mond en begeleid door dolfijnen naar waar lucht en water elkaar raken
19-09-2026 / Cartouche
in de ideale wereld gunt de dichter de oude man dolfijnen – op weg naar het einde hier vervolmaakt tot op weg naar de einder. ik weet niet zo goed wat ik met deze fictie aan moet. zoals het beschreven is – en op zich best goed – zo bestaat dit niet – oude mannen roeien nu eenmaal niet naar het einde van wat zichtbaar is en dolfijnen zitten in bakken in harderwijk. met strofe 1 is in wezen alles al gezegd. daarin is de zee een gegeven en de dolfijnen gelukkig nog niet. de dolfijnen zwemmen hier als het ware door de poëzie heen – ga weg jij! en jij ook! hup naar harderwijk jij! wegwezen.
de dichter Bakker hier staand op een min of meer zwart tegeltje met daarom heen steentjes – zwarte en witte – neergelegd in eindhoven – tijdens een van zijn tussenstoppen.
Een Stop Onderweg
Hij woont in ’t dorp, die dit bos pacht, dus ziet mij vast niet staan vannacht waar sneeuw vult berk en hazelaar; geen mens die hier een stop verwacht.
M’n arme paard vindt het vast raar te stoppen bij… Ja, niks, en waar slechts vrieskou is je metgezel in deze langste nacht van ’t jaar.
Hij schudt zijn tuigje met de bel als om te vragen: ‘klopt dit wel?’ Niets anders valt te horen, dan de winterwind en ’t vlokkenspel.
Een zalig duister, daar niet van… Maar ’n woord een woord, een man een man en lang nog, eer ik slapen kan, zo lang nog, voor ik slapen kan.
***[R.F./D.B.]
tsja een zalig duister – daar houden we allemaal wel van. de bewerking van de tekst door dichter bakker is in vertrouwde handen daar niet van – maar de inhoud van het gedicht op die ene duistere regel na boeit me minder. zo zie je maar weer poëzie is een persoonlijke zaak.
Uitkijken …
Zij kijkt uit ik naar haar vanachter glas onbereikbaar
zij het beeld uit onder parasol die wuift weg het verdriet wind woest
boot gemist vaar achter haar aan nog geen vijf centimeter onder de kim
strakblauw de lucht haal ik haar in zij wil niet langer weten van mij achter glas
Rob Mientjes
dichter kruipt als het ware in het afgebeelde wezen- maar wel op gepaste afstand.
Verzinsel
ooit dat gedicht te schrijven waarin ook ik kan wonen een ruimte sterk genoeg hoe dreigend ook de tijd om nieuwe woorden te verzinnen voor vrede en voor veiligheid
Anke Labrie (2026)
was het de dichter slauerhoff niet die in zijn gedichten wilde wonen – dichter wil graag in vrede en veiligheid kunnen schrijven – net als slauerhoff op zoek – maar nog niet gevonden in deze wereld in deze tijd.
geweest
lang niet naar zee geweest geen reden, geen tijd
overspoeld door berichten uit het duister geen stappen gemaakt in die richting
opwaaiend zand gevonden op mijn jas en terug gebracht op een dag dat ik vergat te vergeten
Jorge, September 2026
mooie laatste regel natuurlijk in een heel persoonlijk gesteld gedicht – brengt deze site de dichte toch nog even terug naar de plek waar we als lezer helaas niets van te weten komen – is het mooi geweest ooit daar, of werd daar een afscheid bedacht of gevierd – wat moet vergeten worden – we willen meer weten – en is vergeten een werkwoord?
Paul van Gelder (vangelderpvg@aol.com) speelde vanochtend om vijf over 9 in het Amstelpark zomaar en voor de argeloze voorbijgangers – een eigen geschreven song – MY PLACE – ook op youtube – passend bij het thema van de wedstrijd die natuurlijk geen wedstrijd is – hier met alleen maar mooie mensen die bijzondere dingen aan de andere mensen geven – dank je wel Paul – het was mooi vanochtend:
Over 2 jaar is Paul van Ostaijen honderd jaar dood. Ik hoop op een revival. Want onder de Nederlandse dichters is hij nog steeds een berg, een Etna, een Ararat. Geregeld denk ik: “Ik wil bloot zijn en beginnen” (uit ‘Feesten van Angst en Pijn). Ik houd van de sjimpansee, die niet meer mee wil doen. Ik blijf dol op de Bankroet-Jazz en het Huldegedicht aan Singer – ooit geweldig tot muziek gemaakt door de gebroeders Flint.
Maar het is niet de nostalgie, die me drijft. Van Ostaijen was behalve een barokke, onvermoeibare dichter, een scherpe waarnemer en zag veel dat nu nog actueel is. Lees ook zijn proza, zijn grotesken. Mijn favoriete is: ‘De trust der vaderlandsliefde’. Het gaat over extreem-rechtse heren die samenzweren. Het gaat over de Thierry Baudets en de Wildersen van die tijd, die vaderlandsliefde preken en ondertussen vreemde heren dienen.
Ik laat namens Van Ostaijen de heer Pameelke aan het woord – lid der Eerste Kamer:
“Ik besluit: laat ons de methode overnemen van de internationalisten Ik zei het reeds: het chauvinisme is een internationale zaak. Chauvinisten aller landen, verenigt u. Het spreekt vanzelf dat deze internationale actie der conservatieven een geheime organisatie moet blijven. Voor het oog der mensen zijn wij vaderlanders; in het openbaar houden we alles wat een vreemde klank heeft voor hoogst afkeurenswaard. Wij echter hebben de wetenschap opgedaan dat het patriottisme niet gedijen kan langs ene zijde der grenzen alleen: het gedijt simultaan langs beide zijden of het gedijt helemaal niet.”
Het was een grijze dag eind twintigste eeuw. Mijn werk bestond uit het opmeten en bouwkundig beoordelen van agrarische bedrijven voor de onroerend zaak belasting. In mijn Fiat Punto reed ik door de polders van boerderij naar boerderij. Een graag geziene gast was ik niet. Ook al werkte ik niet bij de Gemeente, ik werkte wel vóór de Gemeente. En daar hadden boeren niet zo veel mee. Het kostte me vaak enige moeite en wat tact om toch het terrein op te komen en mijn werk te doen. Dan nog werd ik met argusogen bekeken. En terecht natuurlijk. Ik deed ook maar mijn werk. Maar wel voor de vijand.
Die middag stopte ik bij een klein boerenerf. Het was afgesloten met een groot hek. Op mijn hoede liep ik erheen. Toen begonnen een aantal honden te blaffen. Even later kwam de boer aangelopen. Het was een man van gemiddeld postuur met een grove zwarte baard. Ik legde hem uit wat ik kwam doen. Hij keek me door het hek uitdagend aan. Ik beantwoordde zijn blik met berusting. Daarop opende hij het slot en zei dat ik mijn gang kon gaan. Hij ging terug het huis in en ik ging mijn ronde doen. Vanuit de kennel blaften drie Mechelse herders me vals toe. Alles op het erf zag er wat verlopen uit. Ik hoopte dat de deur van de kennel het zou houden. Het beeld van mezelf in stukken gescheurd, trok aan mijn geestesoog voorbij. Ik liep door de lege koeienstallen over de betonnen roosters. De koeien stonden in de wei. Toen ik klaar was ging ik me afmelden bij de boer. Ik vertelde hem, dat ik blij was, dat de honden niet uitgebroken waren. Daarop zei hij me droogjes, dat als iets hem niet bevallen was, hij die honden niet nodig had gehad. Dan had hij wel een ijzeren pijp in mijn nek gelegd en me in de mestkelder geflikkerd. Ze zouden me nooit vinden. We keken elkaar even aan. Ik gaf hem een hand en vertrok.
Mijn laatste adres die dag, was een afgelegen, afgeknotte molen langs de vaart. Daar aangekomen deed een kwezel open. Ik deed mijn verhaal en hij vertelde me, dat er niet veel te zien was, maar dat hij me wel even rond zou leiden. In de schuur zag ik een buks staan. Om het ijs te breken merkte ik op, dat dat eruit zag als een 5.5 millimeter. Dat beaamde hij. Die was om op asielzoekers te schieten vertelde hij me. Daarop vroeg ik hem of hij daar last van had, zo afgelegen op het platteland. Toen volgde een heel verhaal over hoe ‘dit land naar de kloten ging’. Hij keek me doordringend aan en zei dat de burgeroorlog op het platteland zou beginnen. Op dat moment had ik nog vooral het idee te maken te hebben met een verwarde man.
VON SOLO DICHTER, COLUMNIST, PERFORMER EN CINEAST Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl
proeve van – ja van wat? laat ik terug gaan naar het moment dat het voorbij was ik weet nog dat fran een tijd lang op me ingesproken had ik berustte en toen meldde je je toch nog
schoof mijn gevoel opzij, omarmde je en loog alle kanten op zoals zoenen een keiharde leugen kan zijn – of kan worden begin er wel achter te komen dat ik er graag op los lieg
laat ik voorbij gaan aan het moment dat ik tegen de klippen op loog aan je billen kan het niet gelegen hebben – die had je niet dat heb ik dacht ik niet tegen fran gezegd
vrouwen leggen toch al zo veel op zichzelf ik begin er wel achter te komen dat zwijgen en liegen broertjes zijn partners in crime
laat ik voorbij gaan aan het moment dat jij ook begon te liegen fran zag er geen kwaad in – vrouwen liegen niet zei ze ze zeggen alleen dingen die later niet waar blijken te zijn
ik bekwaamde me in het meten met twee maten begin er wel achter te komen dat ik niet vaak alleen optrek in zaken van liefde
laat ik aan al onze leugens voorbij gaan om weer trots te kunnen zijn om ons over te houden in een soort eerlijkheid die schoon is pw
Merik typte 65 teksten uit van Mirjam Al – deze werden de afgelopen 130 weken geplaatst op de pom alhier – om de week om en om met de poezie van Vera Jongejan. om nog even af te kicken plaatsen we de komende weken nog gedichten van Mirjam uit de bundel ‘Met jou’
Peter (rechts op de foto) verzorgt met Ien (links op de foto) op de dinsdagen de poëzie op deze site – van gevoelig tot pittig zeg maar:
Niemand had grotere charmes en geen betere chemie dan met haar zij was wat je te weten komt zonder een enkel woord grote woorden, alles omvattende verhalen losten op in haar glimlach wanneer zij een slagveld zou betreden: de oorlog was voorbij
totdat ik zelf achterbleef op háár slagveld wat ik er aan deed wat ik nog probeerde te zeggen verdween in de kruitdampen nog voor ze waren opgetrokken
met ontblootte tanden en rollende ogen is ze in haar ondergoed de straat op gegaan vlogen de stenen door m’n ruiten vielen de glasscherven tussen onze lakens
vanaf het door tranen toe aangetaste tafelblad heb ik toen volledig uitgeteld van je één twee drie naar één één twee gebeld.