
Ik kon het niet laten. Het is een drang die in mij woont. Moonen naar de eclipse. In de akker hiernaast. Zo van: Nananaaaah. Billen bloot. Jeweetwel in welke richting. Wat jij kan, kan ik ook. Wel verdiend wat mij betreft. Want ik heb mijn portie wel weer gehad. Vandaag.
Er moest een extra houthok komen. Per se. De kubieke meters van het voorjaar kan ik niet meer kwijt. Naast het bestaande roestige met brandhout volgepropte bouwwerkje is nog wel plek. Op rechts. Onder de eikenboom. Stalen bielzen. Houten liggers. Golfplaat. Ik heb het allemaal liggen. In de schuur in de achtertuin. Ooit kippenhok. Of behuizing voor ganzen. Zoiets. Geitenstal misschien? Kortom, een lekker klusje voor onder de zon.
Het was vooral een kwestie van zweten en graven. De gortdroge klei hier is doorspekt met brokken vuursteen uit een era die bij niemand meer op het netvlies brandt. Sterfelijkheid is een onding. Graven een mantra. Er was toch een kleine onachtzaamheid. Zoals altijd. Een valkuil. Waar ik altijd feilloos intrap. Feier das leben. Eikenboom. Laaghangende takken. Eikenprocessierups.
De eclipse doet de tijdschaal wankelen. Net zoals die stenen. En de eindeloze jeuk. Ik zeg: broek op de knieën. Biljoen bultjes? Boeien.
Peter Berger












