Paul van Ostaijen

Marc groet ’s morgens de dingen
Dag ventje met de fiets op de vaas met de bloem
ploem ploem
dag stoel naast de tafel
dag brood op de tafel
dag visserke-vis met de pet
pet en pijp
van het visserke-vis
goeiendag
DAA-AG VIS
dag lieve vis
dag klein visselijn mijn
Over 2 jaar is Paul van Ostaijen honderd jaar dood. Ik hoop op een revival. Want onder de Nederlandse dichters is hij nog steeds een berg, een Etna, een Ararat. Geregeld denk ik: “Ik wil bloot zijn en beginnen” (uit ‘Feesten van Angst en Pijn). Ik houd van de sjimpansee, die niet meer mee wil doen. Ik blijf dol op de Bankroet-Jazz en het Huldegedicht aan Singer – ooit geweldig tot muziek gemaakt door de gebroeders Flint.
Maar het is niet de nostalgie, die me drijft. Van Ostaijen was behalve een barokke, onvermoeibare dichter, een scherpe waarnemer en zag veel dat nu nog actueel is. Lees ook zijn proza, zijn grotesken. Mijn favoriete is: ‘De trust der vaderlandsliefde’. Het gaat over extreem-rechtse heren die samenzweren. Het gaat over de Thierry Baudets en de Wildersen van die tijd, die vaderlandsliefde preken en ondertussen vreemde heren dienen.
Ik laat namens Van Ostaijen de heer Pameelke aan het woord – lid der Eerste Kamer:
“Ik besluit: laat ons de methode overnemen van de internationalisten Ik zei het reeds: het chauvinisme is een internationale zaak. Chauvinisten aller landen, verenigt u. Het spreekt vanzelf dat deze internationale actie der conservatieven een geheime organisatie moet blijven. Voor het oog der mensen zijn wij vaderlanders; in het openbaar houden we alles wat een vreemde klank heeft voor hoogst afkeurenswaard. Wij echter hebben de wetenschap opgedaan dat het patriottisme niet gedijen kan langs ene zijde der grenzen alleen: het gedijt simultaan langs beide zijden of het gedijt helemaal niet.”





















