MARTIN WIJTGAARD wint de enige echte virtuele ‘verbrand mijn kleren als ik dood ben opdat niemand zich de toekomst zal herinneren’ trofee op pomgedichten – naar een dichtregel van robin veen. jolies heij zilver – joop komen brons

zo schreven we in 2015 – toen we Ronald Offerman I.M. nog hadden en Joop Komen I.M.

UW JURYVERSLAG:
de edele metalen moeten nog uitgereikt deze week. dank aan alle inzenders. hoog nivo deze week.  het uitreiken kunnen we niet aan bettie overlaten. ze heeft het al zo druk met al die dichters. Maja Colijn verdient een eervolle vermelding. heel vaak wordt de film niet teruggespoeld op een manier waarbij de vaart erin gehouden wordt. ook het muiderpoortstation van jako fennek verdient vermelding. een meer troosteloze plaats is niet goed denkbaar. door jako nu vereeuwigd. de mooiste regels kwamen deze week van joop komen, jolies heij en martin wijtgaard. deze dichters verdelen goud, zilver en brons.
zilver voor het gedicht met de regel: ‘Neem een maagd als je geen verleden wilt…’
brons voor het gedicht met de regels: ‘zij voelt de tachtig jaren scherven in haar ziel…’
Martin Wijtgaard wint goud deze week – ‘het laatste restje toekomst tegemoet…’

 

bolo3

Nazorg

Er is een spreekgestoelte neergepoot,
een microfoon voor roerende betogen,
er zijn wat tissues voor betraande ogen
(al houden we ons liever dapper groot).

Hij heeft, nog voor z’n laatste ademstoot
de platenkeus zorgvuldig overwogen,
er is gebak en voor een godsvermogen
aan sterke drank voor bij het middagbrood.

We nemen zichtbaar opgelucht een glas
en doen ons aan de sandwiches tegoed.
Terwijl we onze dorst en honger stillen

rolt hij, alleen met z’n geklede jas,
het laatste restje toekomst tegemoet
waar wij nog even niks van weten willen.

Martin Wijtgaard

 

 

MARTEN JANSE  kocht een jas met haar – RIK VAN BOECKEL  geboren om te sterven  –  MAJA COLIJN berust niet – JOOP KOMEN hoe zij het einde wacht – DITMAR BAKKER past naar eigen zeggen binnen literaire perken – JOLIES HEIJ adviseert: neem een maagd als je geen verleden wilt – MAX LEROU voorbij de derde – RONALD M OFFERMAN over opruimen – MARTIN WIJTGAARD met een gedicht voor robin  – JAKO FENNEK op het muiderpoortstation – ROBIN VEEN over een einde dat maar niet voorbij ging

 

 

wie wint de enige echte virtuele ‘verbrand mijn kleren als ik dood ben opdat niemand zich de toekomst zal herinneren’ trofee op pomgedichten – naar een dichtregel van robin veen.

belangrijke thema’s als de dood, de toekomst – het verleden – u heeft het voor het uitkiezen deze week in de wedstrijd der wedstrijden – de inleiding op de mogelijke thema’s verzorgd door robin veen met een prachtig gedicht vastgelegd op youtube. de dood zit weer in de maand lieve lezer – martin m aart de jong maakt er grapjes over – dat mag ook natuurlijk: ‘Martin Max Aart de Jong: “Die Wolff hecht op een ziekelijke wijze aan zijn aardse bestaan. En maar verwijten maken aan Joop Komen. Dat het allemaal zo vreselijk lang duurt en dat we niet eeuwig kunnen blijven wachten op de koffie en het gebak. Dat de toespraken al geschreven zijn, alles geregeld, de dragers, de kisten. Alsof dat niet voor Meneer Wolff zelf geldt. Dat voortdurende boven de partijen willen staan maar nooit de confrontatie met het zelf aangaan.” –

we verwachten van mneer de jong deze week wel een inzending natuurlijk. nu het nog kan.
hoe dan ook. de regels als vanouds. u kunt uw gedicht als reactie plaatsen – leave a comment – (even registreren, dan inloggen en dan uw reactie) – ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaren verzekerd natuurlijk. insturen tot zondagochtend 1100 uur. de gedichten niet te lang, tenzij noodzaak.

 

cor1

dichten is een sprint geworden

het is de tijd er niet meer naar
je nog te schrijven
als ik in een gedicht voor de jij vorm kies
heeft de crematie vaak al plaatsgevonden
ik leg het af
je met mijn woorden af

pw

 

cor1

 

Ik kocht een jas Zij zei
Hij staat je goed Ik dacht
Leve de engelen! Mijn
verblijf op aarde is met
een jaslengte verlengd

Ik weet nog dat ze weg
was en terugkwam en dat
mijn handen in haar kleren
grepen en ik voelde haar liefde
slechts een neuslengte ver weg

[…]
Ik kocht een jas met haar

 

Marten janse

 

de creme de la creme hebben we weer te gast deze week. het gerijmel voorbij van de sint. het echte werruk mneer wolluf – zo fluit bettie door de gangen hier op 8 hoog in de VU. inmiddels is ze aan dichters gewend. meneer lerou op bezoek deze week – dat wordt genieten kind. maar ik heb eerst ome marten af te werken hoor mneer wolluf – die ligt op negen en uhh meneer janse schrijft nogal – hoe zeg je het – hemels Bettie?  lichamelijk geinspireerd mneer wolluf!  hij grijpt niet helemaal lukraak in mijn schortje en dan zegt ie liefde te voelen. meneer janse heeft bijzondere gaven mneer wolluf.
een prachtig gedicht bettie. een gedicht met een verhaal. en zelfs zonder de regels van robin veen komen de woorden dichtbij, dichtbij de liefde die heel subtiel is aangegeven in strofe twee terwijl de lust toch ook gewoon uitgeschreven staat op een wijze die we allemaal op de pom herkennen. in die tweede strofe is alles wat mooi is samengevat, naderen werkelijkheid en dichtung elkaar tot op de millimeter nauwkeurig door de dichter bepaald.

 

cor1

 

Tranen op mijn jas

Ik heb tranen op mijn jas
ze zijn van as
het is de Vesuvius
die ze in mijn adem blaast
nu de dood over de wereld raast

ik ben geboren om te sterven
het Pompei van geluk te erven

wie zal mij begraven
als den Hein plots op komt draven
mijn kleren lege hulsels zijn
verstoken van die aardse pijn.

 

Rik van Boeckel
5 december 2015

 

ja mneer van boeckel is zojuist ook binnengebracht mneer wolluf! is het waar kind. wat heb ie? mneer van boeckel laat zijn emoties weer eens de vrije loop – een te vrije loop zeggen de doktors mneer wolluf en daar komen brokken van. dan krijg je vragen waar de zelfs de skrifgeleerden geen antwoord op weten.
misschien moet je het anders zien bettie. in de eerste twee strofen vinden we de antwoorden waar we een heel leven mee voort kunnen. nouja zeg maar in de tweede strofe. daar drukt dichter van boeckel ons met onze neus op de feiten – zijn we niet allemaal geboren om te sterven? en dan die beelden erbij van as en lava en van hoe alles naar beneden rolt als tranen – nee bettie daar kunnen ze hier in dat gereformeerde bolwerk van wouterje bos met zijn wateroverlast een puntje zuigen. meneer van boeckel houdt het droog in de VU. in zijn gedicht loopt de temperatuur wel op maar mneer van boeckel stelt precies op tijd de vraag die ook gesteld moet worden. wie zal mij begraven. er kan maar een antwoord mogelijk zijn toch bettie? bettie!

 

cor1

 

En dan duw je de steen weg en springt
met hakken en sprongen achteruit
over verdorde violen aan het voeteneind, naar
daar waar de stekker er weer in gaat, en tanden
op scherp verleden tijd terug bijten

.
dieper, dieper en verder heen
het ouderlijk schudden voelen, je naam heten
en weten dat zij de liefde om jouw ziel bedreven

.
waardoor je op de wereld kwam
het liefst niet als `motje`
want je knalt er alszo ook weer af

dit grafschrift

hier blijft de dode op qui vive
het achteruit leven lief

rust nooit

 

Maja Colijn

 

mevrouw colijn is in een wel heel bedenkelijke toestand binnen gebracht op de eerste hullup mneer wolluf – misschien kunt u daar effe een kijkje nemen. ze hebben wel wat in der gestopt maar het is nog wachten op de uitwerking. ze moet weer vooruit he. nu ze zo achteruit is gegaan de laatste tijd.
nou bettie juffer colijn heeft zich ingeleefd in hoe het zou zijn als ze terug kon leven. en wat of wie ze op haar reis dan allemaal tegen zou komen. van neeltje maria min tot aan de violen van die siebelink. schreef reve op weg naar het einde juffrouw colijn schrijft zich hier een weg naar het begin. knap gedaan hoor. bij een rondje om de wereld maakt het in wezen ook niet uit welke kant je opgaat.

 

cor1

 

door de kamer
peter de bie
of zoiets
zij voelt de tachtig jaren
scherven in haar ziel

regendruppels
spannen tralies
voor het raam
zijn nieuwe wollen vest
een slaapplaats
voor de kat

kinderstemmen slaan
de klok van twaalf
de nieuwslezer spreekt voetbal
en afghanistan
terwijl zij denkt aan niets
en aan het slapengaan

tien jaar geleden stierf zij
en wacht nog steeds
op het einde

 

joop komen

 

die ouwe komen legt op twee meneer wolluf. dan hoeft niet zoveel trap te lopen als ie wil roken. maar het is een boefje hoor. mneer weet heel goed de poezie te scheiden van het gewone leven en alles waar de verpleegsters in de VU vaak zo heftig naar snakken. snacken bettie?  daar draait meneer zijn hand niet voor om – om nog maar even bij de handjes, de beelden van mneer janse te blijven mneer wolluf.
ik kan me dat niet voorstellen bettie. mneer komen heeft een indringend gedicht geschreven. met een wereldregel: zij voelt de tachtig jaren – scherven in haar ziel
na zo een regel is het rustig de wedstrijd uitrijden bettie – geen brokken meer maken – handjes omhoog en de gele trui aantrekken. en dat doet mneer komen dan ook. misschien is de vierde stofe er een voor net na de finish van het gedicht. die kunnen we missen.

 

 

cor1

 

De Vondst

Ik ben uitgegeven. Word ik ontdekt
Pas over vijftig jaar of zullen horden
Recensenten (die bij veel and’ren morden)
Mij nu betitelen als Kunstobject?

Was het wellicht de kas die hen zo trekt?
Neen—‘101 sonnetten’ zou op borden
In Bruna® of Kiosk™ slechts afgang worden;
Het lijkt geen economisch groeiprospect. 

Moet ik aan schrijverscarrière werken?
Ik vier! & voer vanuit het raam de vlag!
Ik pas binnen de literaire perken—

Dat ik dees leest nu dan bedrijven mag?
Misschien moest mijn techniekampère sterken…
Misschien had de typist een goede dag.

Ditmar Bakker

 

kijk meneer ditmar beantwoordt zelf tenminste de vragen die hij stelt. dan hebben wij weer minder werruk mneer wolluf. dan kunnen we ons beperken. tot de essentie bettie? ja tot de essentie mneer wolluf. mneer bakker komt elke week even langs voor onderzoek en tot nu toe was het altijd veilig. zo heeft god het ook gewild. je doet maar raak en je springt er maar bovenop – als het van de liefde is is alles geoorloofd maar we doen het wel veilig ja! en zo kennen we mneer ditmar ook en dan toch elke week even na-controleren.

ja of de typist een goede dag had he bettie? nou de typist had zeker een goede dag want mneer ditmar heeft de boel vandaag weer eens afgeraffeld. zijn hele dichterschap kan hem gestolen worden vandaag – de typist wacht – je leest het hem denken. inhoudelijk gesproken dan natuurlijk. wat de vorm betreft blijft het een puzzle zo een sonnet. de laatste twee strofen moet je overdrachtelijk lezen bettie. ‘Moet ik aan schrijverscarrière werken?’ vraagt ditmar aan de typist. welnee, daar zit die jongen van schroevers helemaal niet op te wachten. nog 5 regeltjes erachter aan en de dichter bakker is weer eens klaar met het dichtwerk voor vandaag. je snapt wel waar de heren belanden na zo een sonnetje van onze ditmar.

 

cor1

 

Drinkebroers sterven niet uit

Nu ik aan de bar met enige liefde
voor de lapjeskat vecht tegen ongenaakbaarheid
spijt welt in de kelen op die we blussen
met de weemoed op de bodem van het

glas Wermuth. Alle stoeptegels zijn toch
dezelfde, zegt de barman bij wijze van
troost, alleen in de volle zon beginnen
ze te schijnen. Neem een maagd als je

geen verleden wilt, het drama op de
koop toe. Op dinsdag worden kinderen
afgedreven, tot Sint Juttemis huwelijken
afgezegd. Aan de bar is het goed navelstaren

en de kat gaat bij een andere drinkebroer
op de versiertoer. Er gebeurt zo veel dat er
niets gebeurt. Ik heb je jas verbrand
en zelfs dat was niet genoeg.

 

Jolies Heij

 

‘Neem een maagd als je geen verleden wilt…’ die komt wel binnen bij de heren hoor – net als de laatste regel – ‘Ik heb je jas verbrand en zelfs dat was niet genoeg.’ ik laat juffer heij graag aan uwes over mneer wolluf? u bent al jaren goed met haar. u kent haar van binnen en van buiten.
ja juffrouw heij is altijd heel direct bettie. en woensdag zien we elkaar weer op de boot van catelijne aan het einde van de wereld. in het wild valt ze reuze mee hoor. dan is ze bescheiden – maar op het toneel is ze een beest. dan geeft ze wijze raad. over het barleven. over het barre leven en over de liefde en hoe je de dingen en de mensen moet aanpakken. als dichteres is het een wonderkind. ze schrijft en schrijft en ze blijft schrijven. en de laatste jaren is elk gedicht bovengemiddeld goed. vaak ook met twee briljante regels – zo ook deze.

 

 

cor1

 

dodennis

-TING- hoort hij al niet meer
de mensen stappen in
gaat u omhoog

ik moet naar drie
gynaecologie
hoort hij nog wel

zijn vrouw komt even
in hem op tien
soorten kanker overleefd

nog een trekje dan
houdt hij zijn adem in
dit gat in de muur

ml

 

mneer lerou is voor mij vandaag mneer wolluf. mneer lerou voelt de vrouwen zo goed aan. de hele zondag is een hele andere zondag met mneer lerou in the house. ja bettie – volgende week is meneer lerou op ruigoord in een prachtig oudejaarsprogramma met belangwekkende dichters als hagar peters, bij hans plomp en yvonne van doorn. waar mneer lerou is wordt het feest. laten we maar van mneer lerou genieten. meneer lerou is gewoon de liefde zelf. het leven laat hij in zijn poezie uit. en altijd even genadeloos zoals het leven is. ‘de mensen stappen in – gaat u omhoog – ik moet naar drie – gynaecologie…’
uiteindelijk gaan we in de VU allemaal omhoog mneer wolluf. ja bettie ik hoor het mneer lerou zo zeggen: dan maar de lucht in.

 

 

cor1

 

Een houten jas

Jij was het enige wat we nog moesten verbranden
De rest had jezelf al weg gedaan
Een opruimwoede die weken duurde
Was met jouw dood tot een eind gekomen
Alsof je naakt wilde vertrekken
Zonder sporen achter te laten

Geen ballast voor de overlevenden
In de ochtend draaide ze de deksel van de kist dicht
Ik poetste met mijn zakdoek de vette vingers van de lak
Zoals ik soms met nattevingerwerk
Lipstick van je wang had geveegd
Als iemand je gezoend had op een verjaardag

Ronald M.Offerman
Amsterdam 6-12-2015

 

mneer offerman schrijft altijd precies zoals het is he mneer wolluf. nou bettie dan ligt er al weer een juffrouw in het trapportaal van mneer offerman. nee mneer offerman houdt zich aan het thema en is in de tweede strofe daar goed in geslaagd. heel goed. de laatste 5 regels zijn een gedicht op zich. de eerste strofe had mevrouw in haar opruimzucht wel mee mogen ruimen. je kunt niet elke week een goed gedicht schrijven bettie. met die laatste 5 regels mag mneer offerman best tevreden zijn daar kan ie een heel goed gedicht mee maken.

 

Geen ballast voor de overlevenden

In de ochtend draaide ze de deksel van de kist dicht
Ik poetste met mijn zakdoek de vette vingers van de lak
Zoals ik soms met nattevingerwerk
Lipstick van je wang had geveegd
Als iemand je gezoend had op een verjaardag

 

klaar!

 

cor1

Speciaal voor Robin een sonnet:

 

Nazorg

Er is een spreekgestoelte neergepoot,
een microfoon voor roerende betogen,
er zijn wat tissues voor betraande ogen
(al houden we ons liever dapper groot).

Hij heeft, nog voor z’n laatste ademstoot
de platenkeus zorgvuldig overwogen,
er is gebak en voor een godsvermogen
aan sterke drank voor bij het middagbrood.

We nemen zichtbaar opgelucht een glas
en doen ons aan de sandwiches tegoed.
Terwijl we onze dorst en honger stillen

rolt hij, alleen met z’n geklede jas,
het laatste restje toekomst tegemoet
waar wij nog even niks van weten willen.

 

Martin Wijtgaard

 

de jongens van de sonnetten – mneer wolluf – meneer komen meneer bakker zeker ook en mneer wijtgaard helemaal weten mijn inhoud en mijn vormen echt goed te verenigen. je voelt je weer helemaal compleet als ze langs zijn geweest. en nooit moeite met het textiel zeker bettie? vroeg ik bettie. bettie knikte met de wangen nog rood – van meneer wijtgaard wees ze.
martin wijtgaard kijkt niet op een stukje textiel, niet op een drankje bettie. ‘er is gebak en voor een godsvermogen aan sterke drank..’ het feestje kan beginnen ‘het laatste restje toekomst tegemoet’– prachtige regels.

 

cor1

 

op de trek

uitgerekt tot aan de horizon
akkers onder vorst
gekrijs van kraaien

ik ontdoe mijn hoofd van hoed
trek mijn kloffie uit
bedek er stukken grond mee
opdat de aarde
weer los voor later wordt

want liever sterf ik hier ter plekke
dan op de tocht te moeten staan
op’t muiderpoortstation

jako fennek

 

met wie had mneer fennek afgesproken meneer wolluf? tis hem niet erg goed bevallen he het muiderpoortstation. ik heb echt met hem te doen – als ie maar geen verkoudheid heeft opgelopen – ik zal hem vannacht eens goed onder stoppen.
kijk je wel uit bettie. mneer fennek is een dichter. geen vrouw is veilig in zijn buurt hoor en je hebt al zoveel dichters over je heen gehad vandaag. laat mneer fennek maar gewoon blauwbekken op het muiderpoortstation – daar komen mooie regels van. het zal mevrouw essen wel weer zijn geweest. die kan nooit de locatie vinden waar ze heeft afgesproken. vertel mij wat.

 

cor1

 

Mooie nieuwe site, Pom. Ik was lang niet langs geweest, maar voel me nu bijna verplicht ook een gedicht in te sturen. Door tijdgebrek niet helemaal uitgewerkt, maar toch. Hartelijke groet, Robin.

 

HET EIND GAAT NOOIT VOORBIJ

Het stootblok van een kopstation en dan
te voet naar waar het water gulzig wacht.
Alleen je schoenen staan nog op het strand.

Op de aftiteling lees ik je naam.
Ik volg de geur van je parfum, de kleur van je jas.
In het café staat nog je laatste rekening.

Je naam gaat zwijgend rond. Ik zit en drink.
Nog altijd speel jij hier de hoofdrol.
Op de bodem van elk glas kijk je me aan.

 

Robin Veen – 06-12-2015

 

Mooie woorden van de dichter die ons het weekend meevoerde met zijn onvergankelijke woorden ‘verbrand mijn kleren als ik dood ben opdat niemand zich de toekomst zal herinneren’. voor die regels natuurlijk buiten mededinging de hoofdprijs. een mooi droef einde ook zo met de bodem van het glas in zicht hier. het zonnetje begint te schijnen. de dichters langzaam wakker. eens kijken wat die wolluf nou weer bij elkaar gekletst heeft, sigaretje erbij en wachten op de uitslag. alles is liefde spelen ze in het kijkkastje – in de wereld van robin veen is alles van de drank. er wordt nog wat om de fles heen geleefd. de vergeefsheid van het leven bestreden. tevergeefs.

Share This:

deze vrijdag is weer top! Bart Top! Zoals een windvlaag ergens begint…

Toen het begon

Zoals een windvlaag ergens
begint en nergens eindigt
een storm zich oplaadt
boven zee
om als een wilde stroom
neer te storten op zeiknat land
zo begon de oorlog
in de modder
van ons hoofd.

Niemand had geloofd dat het noodweer
weer toe zou slaan
als een hagelbui van drones en 
bommentuig
die bomen van kerels als krekels
zou pletten met denderende walsen.

Zoals niemand had geloofd
dat met macabere mazurka’s 
de levensmoede potentaten
van vandaag op morgen
alle klokken terug zouden draaien
om hun plek in de boeken te borgen.

Als ooit de wind weer gaat liggen
liggen de graven ondiep 
in de doorweekte grond.
In vallende duisternis
zullen mollen in blinde ijver
naar waarheid graven
terwijl tranen
in omgewoelde aarde
een schuilplek zoeken
tegen het verdriet
van de wereld.

———————–
Mladic was bepaald niet levensmoe, maar is deze week zonder berouw in zijn cel gestorven. Hij behoort wel bij de hedendaagse potentaten van dit gedicht, dat ik schreef bij de inval van Putin in Oekraïne. Mladic, verantwoordelijk voor de moord op 8000 mannen, die in de omgewoelde aarde nog steeds niet allemaal teruggevonden zijn.


Bart Top

Share This:

DERRELFEST 10 en 11 oktober – VON SOLO in een hommage aan DERREL NIEMEIJER: Hij de bohémien, ik de huisvader. Hij Burroughs, ik Kerouac. Hij gaat dood, ik blijf even.

Irene Siekman en Von Solo melden: Op zaterdag 10 oktober herdenken we Derrel in zijn geliefde Eindhoven. En hoe kan dat beter dan met creatieve chaos en heel veel powezie.  De festiviteiten beginnen in de Gouden Bal, waar we op zaterdag 10 oktober vanaf 14.00 uur een open mic houden: Slopen Mic. Dat duurt tot zolang eigenaar Wim het gerstenat laat vloeien om het eens lyrisch uit te drukken. De volgende dag, op zondag 11 oktober, gaan we verder bij Artspace Flipside, de locatie waar Derrel ooit zijn Beatfest organiseerde. hieronder een hommage van von:

column d.d. 13 oktober 2016 – VON SOLO I.M. DERREL – VON SOLO schreef mij gisteren “Die gast spookte dit weekend door mn hoofd” – VON SOLO staat met zijn column van toen graag nog even stil bij een legendarisch persoon die ook voor deze site schreef zo af en toe.

8 jaar geleden al weer overleed derrel niemeijer in de oktobermaand.

vonderrel

POMgedichten presenteert de donderdag column:

VON SOLO, FEAR AND LOATHING IN POWEZIE LAND!!!

Openhartige openbaringen van de Jeff Koons van de vaderlandse powezie.

Derrel gaat dood. Als er één echt is, dan is hij het wel. Maar het leven houdt niet te veel van echt. Zeker niet van veels te echt. Het leven polijst liever. Heeft liever waarachtigheid. Geletterd gespetter van zoetgevoosde jonge sirenes. Ja, en dan Derrel…godverdomme!!! Ouwe noem ik hem altijd. Hij noemt me broertje. Hij de dichter, ik de sukkelaar. Hij de bohémien, ik de huisvader. Hij Burroughs, ik Kerouac. Hij gaat dood, ik blijf even. Hoe we ’s nachts shoarma aten. Hoe hij zich verstond met mijn kinderen aan de keukentafel. Hoe ik hem klein zag en groot. Champagne op straat in Eindhoven. Altijd echt. Héél echt.

 

Addendum 42. Ouwe

Juni 2015.

Mijn telefoon ging, en het was Derrel. Waar of ik was. Ik was net mijn tas aan het uitpakken in een hotelkamer aan de Rue Abesses in Parijs. Uit het raam kon ik zien dat Derrel op terras zat bij een café dat we schimpend altijd Le Nazi noemen. Politiek fout. Toepasselijk. Ik spoedde me naar beneden om me te vervoegen op terras. We dronken in de voorjaarszon. Een begin. Later liepen we samen over de Avenue de Saint-Ouen op weg naar het budget hotel waar Derrel ingekwartierd zat. Van de lichtjes langzaam over de schuivende schaal richting banlieu. De middenweg tussen goud en goot. De periferique onderdoor.

Later die middag zaten we met wat mannen op terras. Het gesprek ging over ploeteren in relaties. Twee mannen waren gescheiden. Eén zat in crisis. Verder sudderde het wat. En Derrel natuurlijk. Ik stelde de vraag hoe vaak we nu eigenlijk seks hadden op jaarbasis. Als verkapte graadmeter. Het was van nul tot weinig. Behalve Derrel die naar eigen zeggen een fraaie tweehonderd keer per jaar aantikte. Ontsteltenis alom natuurlijk. Derrel neukte meer op één jaar dan vijf andere volwassen kerels bij elkaar. Op de vraag hoe, was het antwoord dat er op speed een hoop kan. En vrouwen willen een dichter natuurlijk. Er werd snel een nieuw rondje besteld om vijf mannen weer terug naar hun realiteit te drinken. Later in de nacht toen iedereen afgetankt was namen we afscheid. Ieder ging zijns weegs. Derrel liep solitair de donkere Avenue de Clichy op.

De volgende ochtend deed iedereen zijn ding. Tegen vier uur in de middag zaten we weer op terras bij Le Championnet. Niemand had Derrel nog gezien of gehoord. Rond de tweede Ricard kwam hij ineens aangesjokt. Hij zag er triomfantelijk verfomfaaid uit. Een diabolische grijns van oor tot oor. Alsof hij een wilde nacht achter de rug had. We bestelden een ronde demi’s en Derrel begon te vertellen. Hij was door de nacht naar zijn hotel gewandeld. Voor zijn hotel had hij wat middelen gescoord. Daarna was hij aangesproken door een tippelaarster. Ruzie gekregen met haar pooier. Deze had hij vervolgens in elkaar geslagen. ‘Die lul was begonnen, da moe je nie doen met een gast uit Eindhoven. De Gekste!’ De rest van de nacht had hij liggen wippen op zijn hotelkamer met zijn verovering. Gratis. Want zo is het leven van een echte dichter. Uiteraard geloofde niemand in eerste instantie wat er gebeurd was. Eén rondje later geloofden we steeds meer. De nacht kwam vanzelf.

De ochtend ook. Aan de Place de Clichy zat ik met mijn maat ‘De Jood’ wakker te worden bij café Wepler. Want daar zitten we altijd. Daar had ik ooit de geest van Henry Miller gevoeld. Dat wist ik zeker. In het vale zondagochtendlicht schuifelde een parade van onbekenden voorbij. Daartussen herkende ik ineens de hoed, de bril, het pak, de kop, zoals geen ander. Derrel. Ik stond op en trad tussendoor de mist der mensen. We keken elkaar aan en omhelsden elkaar daar. Op die stoep. Dat was echt. Een flits.

 

vonderrel

Volgend voorjaar zal ik er weer zitten. Hetzelfde terras. Dodenzondag.

Oh good heavens, baby where’s my medicine?

I must have left it outside with my etiquette

The undertaker’s rule of thumb

It’s hard to talk with a novocain tongue

This room smells like hotel illness

The scars I hide are now your business

I can’t seem to make hair nor hide of this

No baby love is not a punishment.

Hypnotize by your rotten behavior

This week’s fashion is last year’s flavor

I got a head full of sermons and a mouth full of spiders

The politics of the world’s greatest liar

So tell me baby is it true all those things that they say about you…

(‘Hotel Illness’, Black Crowes, 1992)

 

 

Share This:

Vera Jongejan aan de andere kant van de wereld – in een taal die zingt

Share This:

Ien Verrips en de jonge Juliana

soepel vallend zijde en satijn

pastel in de huiskleur 

op de schouders van haar voorgeslacht staat zij

de laatste loot

zij voelt zich niet op haar gemak 

had liever zelf gekozen 

en ook de schouder bloot

ze vindt het dodelijk gênant

nooit zal zij weten wat zij willen zou

nooit zal ze protesteren 

ze heeft haar lot aanvaard

dromen bedolven onder plicht

dat als een groot saggerijn

 op haar schouders rust

haar driftbuien spreekwoordelijk in kleine kring

worden aan haar karakter toegedicht

Ien Verrips

Share This:

Rob Mientjes – parasol la si do – zomer is bijna k.o.





Parasol la si do
zomer is bijna k.o.
pukkel snel weer op
lowlands op zijn kop


niet te hard rijden a.u.b.
het doet kindjes wee
max 30 km in de wijk
dit keer geen gezeik


broodtrommeltjes gevuld
met zoetigheid en zult
laat de boeren niet verrekken
en op de snelweg lekker doortrekken


LOI NCOI vette LOL
niets leren is ons veel te dol
doe een moshpit in de living
op maar weer naar thanksgiving


want trump is lump 
klaar voor de dump
max weer bijgetekend 
zandvoort afgerekend


nog een keer door naar Sluis
daar voel ik me thuis
dikke van Dale is daar geboren
een bonte verzameling van woorden


parasol la si do
zomer is bijna k.o.
alle seizoenen op hun kop
graag water voor de winterstop

Rob Mientjes



		
		
		

Share This:

de zondag in met de eeuwig jonge dichter René Brandhoff


roept u maar
de altijd toch zo eeuwig jonge
en goed gespierde wielrijder, roeier,
(waar het ook maar even groeit en bloeit – hij roeit)
én bovenal dichter R.B.

– roept u maar

draait ook voor een potje hardlopen
bij wijze van spreken zijn kuiten niet om
al wil meneer de laatste tijd
nog wel eens aan zich zelf voorbij gaan

deze zelfs tot ver boven Groningen geprezen ‘’sportheld”
mag zich dan wel toeleggen
op het uitdragen van de olympische gedachte
het ontploffingsgevaar is nooit uit de lucht
– pom wolff

wij van de pom berichten uit medemenselijkheid ook over de gezondheidstoestand van dichters die er toe doen – ook over andere zaken natuurlijk – dichters hebben er een handje van om naast het schrijven van gedichten bijzonderheden in het leven te vervullen – de dichter Brandhoff heeft het sportgebeuren verkend met succes. uw webmaster heeft aan deze bijzonderheid van Brandhoff in poëtische vorm aandacht besteed. ook de belangwekkende site nationale boekenblog – een site met internationale allure kon deze maand niet om het fenomeen Brandhoff heen. de dichter zelf heeft op deze aandacht op zijn bekende bescheiden wijze gereageerd – vanuit het hoge groningennoorden waar hij per jaar enkele van zijn levensdagen doorbrengt.

https://www.nationaleboekenblog.nl/verhalen/de-vier-van-vrijdag-pom-wolff-58/

(wanneer je hem ook belt, appt, mailt meneer is altijd op of met vakantie!) hoe dan ook wij verwelkomen zijn woorden op deze bijzondere sportieve vroege zondagochtend na een avondje bourgondisch BBQ-en in het noordholandse plaatsje heilo. de dichter aan het (weer)woord:

Hartelijks uit het Noorden,
René 


En toch


Dat aura van onverslijtbaarheid
Waardoor je genadeloos ingehaald wordt
De soepele tred artrosegeremd
Valgevaarlijkheid en drempelvrees


Hoe vertaal je dat naar de schijn
Van hoe je vroeger alles verwoordde
De wereld moeiteloos aan flarden trok
Met blote handen nog


Je kunt nog doen alsof
Elk zesde woord wordt bro
Je euro’s worden digitale doekoe
En je Birckenstocks zijn Gullitpatta’s


Nooit meer bukken
Alleen die laatste keer nog
Wanneer je hoopt niet bang te zijn
Maar nieuwsgierig naar waar je terechtkomt


René Brandhoff

Share This:

pom wolff – wellicht nog wat crematie-yoga…


lowlands
 
het is weer zo een dag van je
van verwarring van verwoesting ook
zo een dag van van alles niets
 
wat kan ik nog
 
als een dertiger in weelderig proza klagen
wijdlopend als die opwaaiende zomerbroeken
wellicht nog wat crematie-yoga
 
geen zin in
 
het kwaad is al gebeurd zingt ergens iemand
en zo is het ook
het kwaad is altijd al gebeurd
 
en jij maar dansen
 
 
pw
 

Share This:

het weekend in met André Heijnekamp aan zee – met Rik van Boeckel en zijn “Amálias” in Porto én met de eeuwig zich ver-jongende dichter RB – roept u maar!


 
Omdat ik weg wil uit deze sleur
 met dagelijks hetzelfde behang
 het levenloze interieur
 met die voorspelbare saaie gang.
 
 Dus ik open de gesloten deur
 en ik begeef mij naar zee en strand
 wikkel mij daar in de zilte geur
 en loop blootvoets door het fijne zand.
 
 Want zo verdwijnt mijn slechte humeur
 en kneed ik onder een luid gezang
 zomaar een zandkasteel uit mijn hand.
  
Maar deze woning blijkt niet bestand
 tegen de vloed en een eerste scheur
 maakt dat ik toch weer naar thuis verlang.

André Heijnekamp
Hierboven leest u alles over de eeuwig jonge R.B.
deze foto van Amália Rodrigues is in fado wijk Mouraria op een muur te zien. Zij zong bijvoorbeeld gedichten van de beroemde Portugese dichter Luis de Camões.

Goedemorgen Pom
Ik ben van Lissabon naar Porto gegaan. En ben nu in Porto op het idee gekomen mijn twintig reizen naar Portugal van 1980 tot 2026 samen te vatten in dit gedicht. In 1980 kocht ik de cassette Ai Mouraria van Amália Rodrigues in Lissabon en zondag 16 augustus 2026 leerde ik nieuwe fadista’s Helder Moutinho en Celia Leira kennen. Fado zangeressen en zangers worden fadista’s genoemd in Portugal. Ik schrijf in dit gedicht over andere fadista’s die ik heb leren kennen. Bijvoorbeeld over Christina Branco die in het Portugees vertaalde gedichten van Slauerhoff zingt. Terra is een album van Mariza waarop ze een lied zingt met de Kaapverdische zanger Tito Paris. Fado de sentidos is een fado lied van Cuca Roseta. Schrijf eveneens over Portugese steden die ik heb bezocht. Dit gedicht is bedoeld voor het weekend. 

Met dichterlijke groet
Rik van Boeckel 


DE REISLUST VAN PORTUGAL 


De ontdekking van fado in Lissabon 
onder de hemel van negentientachtig 
oren luisterend naar Ai Mouraria in Alfama
de befaamde cassette van Amália 


de reislust van Portugal leidt naar Porto
en naar het strand van Lagos twee jaar later 
zegent na zes jaar in Quinta da Cerca
de liefdevolle vrouw genaamd Anita


na tien jaar blijft Portugal een Sunshineland 
in Lissabon,Santa Cruz en Coimbra
na zestien jaar leidt de tijd naar Fernando Pessoa
blijft fado het Portugese gevoel en doel


na het jaar tweeduizend de zon in Lissabon 
de nieuwe ontdekking van Viseu
Terra muziek van fadozangeres Mariza 
de kus van de saudade met Tito Paris


na twaalf jaar de fijne fado reportage 
met Mariza, Mario Pacheco, Cuca Roseta
en de legendarische Carlos do Carmo
reizend over de Taag naar Monsaraz


de ontdekking van Maria Severa
de eerste fadista bij de Fado Vadio
van de brede fado wijk Mouraria 
van Amália en zuster Celeste Rodrigues 


na zestien jaar in Barragem de Santa Clara
op het O Sol da Caparica Festival 
interviews gedaan met de fadista’s 
Cristina Branco en Ana Moura 


reizend met de saudade van Portugal 
naar Santarém en de fado van Coimbra 
andere stijl dan de fado van Lisboa
wat niemand wellicht horen zal


na zeventien jaar in Sines en Porto Covo
leidt de fijne reislust in Portugal 
voorbij Sintra, Cascais en Foz de Arelho 
naar Figueira da Foz en Fatima 


na negentien jaar via Villa Nova de Milfontes
naar Estremoz, Evora en Alter do Chao
waar ‘t fado hart van Cuca Roseta
in alle opzichten mooi is te horen


Fado de sentidos op het festival 
dat eveneens naar Sao Pedro do Sul
en de fado van Sara Correia leiden zal
later te horen aan de Avenida de Liberdade


de reislust leidt weer in Costa da Caparica 
naar de koloniale Lusofone saudade 
van Angola, Cabo Verde, Mozambique 
en Brazilië na vier en twintig muzikale jaren 


tenslotte naar Oeiras, Parede, Regua,
Pinhão, Pocinho en Monte Estoril 
de goede fado van Helder Moutinho 
en guitarrada bij mooie fadista Celia Leira.


Rik van Boeckel 
21 augustus 2026
Porto
Op deze foto’s is de cassette Ai Mouraria te zien 
met cd’s van Amália Rodrigues, een paar boeken 
en de DVD Fados van Carlos Saura.

Share This:

het is weer een TOP vrijdag – Bart Top – topoverleg in huize TOP


Topoverleg van snijbloem, legkip, kweekzalm, 
honingbij, waakhond, fokschaap, renpaard,
melkkoe, bromvlieg en ossenhaas

Een snijbloem sprak vol zelfmeelij
“Waarom ik in eigen stengel snij?
Alleen met zelf opgewekte pijn
Kan ik volop in mijn ego zijn.”

De legkip zei: “Net wat ik zeg
Ben ik maar even van de leg
Dan hoort mijn naam niet meer bij mij
En ben ik, vrees ik, kip noch ei.

De kweekzalm ziet hoe ‘t pijnlijk wordt
als  hij met wilde zalm wordt vergeleken
“Het kost wel drie jaar om mij op te kweken
Dan ligt mijn slechte reputatie op jouw bord.”

De honingbij was online via Zoom
Zij sprak verbitterd van haar doem
“Ik vlieg misschien wel frank en vrij
Maar honing die ik maak is nooit voor mij.”

De waakhond lag heel lui te slapen
En kneep nog eens een oogje toe
“Ik ben vooralsnog ’t geheime wapen
Zolang ‘k een middagslaapje doe.”

Het fokschaap blaatte luidkeels voort
“Als bok fok ik met veel genoegen 
Maar als beloning voor mijn zwoegen
Wordt heel mijn fokking nageslacht vermoord.”

Het renpaard dacht toen even na
“Ik eer mijn motto: ik ren dus ik besta
Maar sta ik stil of als ik slaap
Sta ‘k elke keer compleet voor aap.”

De melkkoe voegde loeiend toe
“Mijn kalfjes zien mij nooit als moe.
“Elk drinkt mijn melk, ’t is nooit voor hen
voor wie ik zelfs geen melkkoe ben.

De bromvlieg sprak vol zelfinzicht
“Dit brommen is mijn dure plicht
Want echt, het is wat ik je brom
Als ik niet vlieg, dan sla ik stom.”

Als laatste sprak de ossenhaas: 
“Mijn lot is ’t tragischste van allen
misschien is het je al opgevallen
mijn existentie is dood vlees, helaas.”

Bart Top
—————-
Een van mijn lezers begon meteen over Toon Tellegen, of ik daar mijn inspiratie uit haalde? Nee, er waren slechts twee dingen: het plotselinge bewustworden van een fenomeen: dat we sommige dieren(categorieën) een naam geven vanwege hun functie voor ons, en dat ik zin had een light verse te schrijven – e voilà! Ja, en ik wilde natuurlijk ook weer niet te consequent zijn….

Share This: