Rob Mientjes – Maak de titels in de kranten wat meer smeuïg. Laat ze smaken naar pindakaas en Klukkluk…

Angst re(a)geert

Kranten lezen fysiek of digitaal is haast niet meer te doen. Al jaren re(a)geert de angst. De titels alleen al jagen de schrik flink aan. Zorgvuldig zijn ze opgevoerd om de lezer naar zich toe te trekken. Ze schreeuwen om de volle aandacht. Een vrolijke noot scoort amper. Daar zitten lezers niet op te wachten. Gevoerd willen ze, door rampspoed en ellende. 


Waarom is dan de vraag? Voelen we ons daar mogelijk beter door? Lijden is toch meer een last? Of zijn we compleet ontspoord en gewend geraakt aan verslaglegging van misstanden in onze wereld? En op de keper beschouwd, is die wereld eigenlijk wel van ons? Hij behoort nog altijd zichzelf toe, toch?


Laat ons wat meer lachen en zorgeloos door het leven gaan. Maak de titels in de kranten wat meer smeuïg. Laat ze smaken naar pindakaas en Klukkluk. Gooi de humor naar boven, laat de ernst ons niet verteren. Wij zijn toch niet van de domme en ook niet van de onzekere.
De angst laten re(a)geren, kom op zeg, we zijn geen watjes en ook geen kezen. Sterkte wensen is niet langer nodig. Wat meer humor wel.

 Rob Mientjes

Share This:

Vera van der Horst en Karlijn Groet winnen de enige echte virtuele – van de binnenwereld of van de wereld buiten – zondagochtendtrofee op pomgedichten.nl – (kortom de enige echte virtuele van de wereldtrofee)

dank aan alle dichters die inzonden. het nieuwe dichtseizoen op ‘de pom’ op bijzondere wijze geopend – leeswaardig en indringend – het eremetaal  deze week voor 2 vrouwen – karlijn groet en vera van der horst – lees onder de gedichten waarom – vera en karlijn van harte!



Ergens

Een sterrenlicht gleed
 door mijn kalk, ving 
daar mijn schim en 
zo ontstond ik als 
portret van binnenuit; 

een stramme kooi van 
grijze rib, rondom een 
bleke veeg. Een kil en 
feitelijk rapport van 
hoe het met mij gaat.

Het lijf gehoorzaamt 
braaf de pomp, de 
klok tikt stug en 
plichtsgetrouw, er is 
geen wolkje aan de lucht.

Maar zie die lichte 
vlek, mijn lief, temidden 
van de schaduwmij,
ergens in die holte
-daar woon jij.

Karlijn Groet


als we hieronder toch over ‘verstilling’ spreken – dan  duiken we met Karlijn maar meteen de onvergankelijkheid in
 
(…)
hadden we moeten weten
dat als een mens
het ooit van stilte wint
zij in stilte heeft gewacht
heeft gedacht dat
in geluid groter gevaar

zoals je in een labyrinth 
bij kanteling
nooit eerder dan het water
de uitgang vindt

Karlijn Groet
 
de dichter die de vergankelijkheid in onvergankelijke regels weet te treffen heeft weer eens in de taal toegeslagen. een subtiel spel van binnen en buitenwereld, van schaduwdonker en licht, wordt de lezer voorgetoverd. een opname in de buitenwereld van de binnenwereld legt de binnenwereld op onnavolgbare eenvoudige wijze bloot – in een bijna klassiek gedicht waarin de opbouw der strofen leidt tot die ene regel – de slotregel – ‘-daar woon jij.’
 
Matglas

Er is een vreemde, matte stilte in mijn hoofd,
een schemergebied waar niets meer hoeft te heten,
een dragen van waarheid, die ik niet kan bewijzen.

Er is iets dat wacht, zacht en onvoltooid,
geen verdriet, maar overgave,
aan het onherstelbare van deze dag,
het ik dat loslaat en rust in zijn eigen donker.

Je hoort de uren elders vallen,
totdat gisteren niet verschilt van morgen.

Vera van der Horst

diepe gedachten verpakt in dichtregels die vera aan de oppervlakte
 weet te krijgen zodat wij als lezers deze hele zondag nodig hebben om ze van een eigen betekenis te voorzien. “het ik dat loslaat en rust in zijn eigen donker…” – voor zo een regel heb ik wel een leven nodig om deze echt te doorgronden. vera is een dichter met onnavolgbare bijzondere regels. waar vind je schemer waar niets hoeft te heten? waar waarheden die niet te bewijzen zijn, waar vallen uren? ja in de verslavende  poëzie van Vera van der Horst!




  • Jorge Bolle – alles werd zo klein
  • Karlijn Groet – ergens
  • Rob Mientjes – totdat het eindigt
  • Rik van Boeckel – betekenis aan de realiteit
  • Frans Terken – dat het goed toeven is zo
  • André Heijnekamp – Het is allemaal materiaal
  • Bert Dekker – Ik rook al de frisse lucht
  • Magda Haan – nooit zie je mijn ware ik
  • Vera van der Horst – Er is iets dat wacht, zacht en onvoltooid,
  • Anke Labrie – probeer je dromen te bewaren 
Peter Smit: “Misschien dacht dat boompje: Er is maar één Pom en dat ga ik niet overtreffen, uit dankbaarheid dat hij mij elke dag water geeft?”

een nogal breed thema biedt de site der sites u lieve dichter om het nieuwe dichtseizoen te openen en te dichten. de binnenwereld of de buitenwereld als u maar van de wereld bent – dan is het goed. ik zelf ging deze week de tuin in – nou ja of dat zo was is de vraag en ging ik nietu kent de regels: gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
 

Peter Smit: “Misschien dacht dat boompje: Er is maar één Pom en dat ga ik niet overtreffen, uit dankbaarheid dat hij mij elke dag water geeft?”

tuin
 
hier zou ik mijn naam kunnen schrijven
weglaten kan ook
want wat hebben we nou helemaal wel gelezen
 
pom wolff zit weer eens ergens in een tuin
is er eigenlijk wel een tuin
of zit meneer de boel toch weer bij elkaar te liegen
 
was het niet zo dat je ooit aan een tafeltje
het licht groen zag in al het groen
en was het niet zo dat een hand daar toen een hand zocht
 
pom wolff
verdwijnen

gezeten in een vliegtuig
verdwijnt de wereld
en verschijnt achteloos
een eindeloos uitzicht
bij het kleine raam.
‘alles weg’,
riep ik als kind
met verwondering
over verdwaalde wolken
en verdwenen huizen

alles werd zo klein
dat zelfs het lawaai
van de vliegtuigmotoren
werd overstemd
door oorverdovende
stille verbazing

Jorge, September 2026

hoe een ‘eindeloos uitzicht’ de binnenwereld bereikt van een kind en van de herinnering en van de dichter die de herinnering weer oproept. kortom hoe je in de buitenwereld naar binnen gekeerd kunt raken. jorge weet altijd in de lezer – in ieder geval in deze hier – verstilling – neer te leggen – weet deze functie van poëzie als bijna geen ander te benutten.

Als een vis in het water

Zwemmen is mijn lot
van voor naar achter
van onder naar boven
kris kras op en neer
in een doolhof van glas
kom mezelf
tig keer tegen
stoot mijn neus
telkens weer
maar …
mijn keutel trek ik mooi niet in
never nooit niet
laat hem lekker hangen
achter mijn kont
zwem consequent en dapper
eeuwig rondjes
in een territorium
niet door mij gekozen
zoveel ik wil
zoveel ik kan
totdat het eindigt
op mijn rug
naakt de binnenwereld
bloot naar buiten

Rob Mientjes

wellicht een metafoor voor elk mensenleven – hoe ver menselijke stappen ook reiken – we leven ieder in onze eigen kom – kom daar maar eens om – zou dichter Mientjes in zijn spitsvondigheid kunnen  dichten. elke maandag op de pom – prachtige foto’s en toepasselijke teksten van Robs hand.
Goedemorgen Pom. 
Hier mijn bijdrage aan Van de binnenwereld of van de wereld buiten. Inmiddels terug in Nederland denk ik terug aan reizen. Mooie reis onlangs in Portugal gehad maar heb vroeger ook in andere landen gereisd zoals het nabije Spanje en vorig jaar in Marokko.



De realiteit van de reis 


De reusachtige reistijd leidt
naar steden in verschillende landen


het blijft onduidelijk waar je zal stranden 
tijdens wandelingen langs een rivier


het bezoek aan parken of aan de zee
zal wellicht herinnering oproepen 


de dagen laten zoveel zien en oplossen 
in de stad met vele straten en steegjes 


zo gaat de buitenwereld naar binnen
geeft betekenis aan de realiteit van de reis. 


Rik van Boeckel 
5 september 2026

in 10 regels een gedicht dat alle reisverslagen overbodig maakt. het proces vastgelegd en beschreven – de buitenwereld opgenomen in de binnenwereld. de binnenwereld van deze dichter altijd gereed om verder te reizen – zijn binnenwereld bestaat uit 1001 megabytes en nog niet de helft daarvan is gebruikt. vermoed ik zo. hij reist zoveel dat ie bijna geen tijd heeft om te dichten.
Goedemorgen Pom, 
Van binnen- en buitenwereld, terug uit de cocon van de hittegolven, ( wel nog even nazomeren);  daar een plekje voor gezocht. 
Warme groet weer, 
Frans


Zomerhuisje


Tussen de boerderijen en akkers
een zomerhuisje – droom van elke dichter 
om bij tijden in een eigen wereld te zijn –


daar woorden vinden die verscholen liggen
in het lange wuivende gras 
nat van dauw om vers geplukt te worden


een oog gericht op wat lichtjes beweegt
een kopje dat voorzichtig opsteekt
en niet onder een voet wil verdwijnen


de tere oogst in een net bijeen scheppen
en uitstallen op een houten tafel
met timmermansoog op maat gemaakt


binnen de ruimte vullen met koffie en
klare taal die weerkaatst tegen de wanden 
zo beeld en geluid van de zomer optekent


en zien dat het goed toeven is zo
met glanzende vruchten binnen handbereik


© FT 04.09.2026

de frans terken zo eigen taalwereld hier geétaleerd – hoe waarnemingen van kleine zaken in de buitenwereld voor de dichter beduidende regels in de taal opleveren. regels die van binnen uit de buitenwereld weer bereiken. wie het kleine niet eert is dichter frans terken niet weerd.

 
Museum
  
Het is allemaal materiaal
 in een bepaalde houding
 zonder enige functie
 dat hier binnen ligt.
 
 Ik wil niet begrijpen
 of een uitleg geven aan
 het waarom men dit achterliet
 de wereld spiegelen op jezelf
 is vragen om onbegrip.
 
 Ik geloof dat het er is
en strijk mijzelf neer
 over de dingen
 die beginnen te leven
 en ik word.

André Heijnekamp

volgens mij heeft André al een heel leven van ‘worden’ achter de rug – en gelukkig hij ‘wordt’ nog steeds. nooit is een/het  dichterschap directer beschreven als/dan hier – ‘ik word’ –

niets meer aan toe te voegen! – (behalve dan dat ik zelf ook graag zou willen ‘worden’)
Veilig

Het lawaai bonkte in mijn
Buik als een dolgedraaide
Amateurbokser
Die de laatste
Tien seconden
Alles uit de kast trekt
Om te overwinnen
Langzaam achteruit schuifelend
Tussen bezwete hossende lichamen
Probeerde ik de uitgang
Te bereiken
Ik rook al de frisse lucht
Toen een vuist
Mij uitschakelde
En ik dromerig
Mijn ogen opendeed
In de stevige armen
Van de portier

Bert Dekker

Bertje toch -in welke kringen begeef je je? niet doen. dichters moeten schrijven – alleen zijn – niet tussen de mensen – desnoods elke dichtregel met een hoofdletter beginnen.
homohaat

anders


jij hebt de kleuren van
de regenboog 
een bijzonder kleurenpalet 
anders dan de gewenste 
in de burgermaatschappij 

kleuren net zo lief 
de smaak is niet anders
nooit zie je mijn ware ik
want mijn as zal dan worden 
uitgestrooid zodat mijn kleuren
verdwijnen in de wind 

Magda Haan

wat magda precies wil zeggen is niet helemaal duidelijk hier – van het leven en de dood het gedicht – de regels – een geliefde wellicht en een ik persoon – en niet alles wordt geweten. een gedicht waar de regels de uitgesproken inhoud niet geheel mogen dragen.

mits een geschikte bodem
kun je met geluk wat oogsten 
je kunt tijdig dijken bouwen 
voordat het water komt 
sterke legers samenstellen
voordat de vijand komt 
je hebt de wereld in bedwang
denk je in je overmoed

mits je een kind kon zijn
probeer je dromen te bewaren 
diep van binnen in je oude hart
dromen die je ziet in kinderogen
voordat hun buitenwereld brak

anke labrie
2026

dat dromen van de binnen wereld is en dat alle dromen helaas na verloop van tijd verloren gaan in wat de buitenwereld de mensheid biedt. een buitenwereld beheerst door mensen wel te verstaan.

Share This:

margreet dolman keert weerom – zondagochtend half 10 – rtl4 – troost weemoed & onstuitbaar

Share This:

vrijdag? een TOP vrijdag – Bart Top kondigt gedichten wandelingen aan – wandel mee op 12 en 13 sept


Het strijdperk

Nog voor de zomer kwam begon de strijd.
Het perk, eerst kaal, raakte nu vol
rumoer. Grensoverschrijdend al
gevlekte scheerling en kruipend zenengroen.
Adderwortel gaf hen van katoen
beet van zich af. “Geen rankje meer.”
Blaassilene viel hem bij
net als mierikswortel, ruige leeuwentand.

Maar toen stinkende ballote
keihard gilde: “‘k Vind het klote
gewoeker naar mijn plek.”
riposteerde afgemeten brave Hendrik
“Hou je bek! Ik groei volgens het boekje
niet groter dan mijn plaats.” Há
lachte wilde Marjolein. “Jij?
Jij hebt geen weet van mijn en dijn.”
Bosaardbei en mierikswortel,
nu kakelde het hele perk: wolfspoot
grote pimpernel, nog feller hartgespan
en heksenmelk. Geschreeuw.

Het strijdperk beefde, loeiend gebloei
tot, heel zacht, heelblaadjes zuchtten
“Niet vechten, helen!” En ja hoor
daar hoorde je vrouwenmantel “mantel
der liefde, mantra der madelieven” kwelen.
“Stop met strijden, anders komt Grote Tuinman
ons klieven of scheuren.”
Het perk viel stil, opeens geen borderliners
meer. Ja, zelfs blaassilene zweeg.

BART TOP
———————-
Dit gedicht schreef ik speciaal voor Thijsse’s Hof in Bloemendaal, waar ik gedichtenwandelingen verzorg. Alle genoemde planten staan inderdaad in hetzelfde perk. In het weekend van 12 en 13 september zijn er maar liefst vier gedichtenwandelingen met mij. Dan staan de monumentale dennen centraal – maar ook dit gedicht zal weer klinken. Opgave via: gedichtbijzee.nl

Share This:

VON SOLO – De Overheid begint steeds meer op een idiocratie te lijken, die vooral achter de feiten aan loopt.


In het zitje schuin tegenover me in de trein zit een man. Hij ziet er op het oog heel normaal uit. Standaard New Balance schoenen. Spijkerbroek. Katoenen overhemd. Verzorgd kapsel. Rond de één meter tachtig. Slank postuur. Bruine leren schoudertas. Wat me opvalt is zijn bril. Hij draagt een META-bril. Dat is bril waarin op de hoeken twee camera’s zitten, die het mogelijk maken te filmen wat je ziet. 

Langzaam haal ik mijn iPhone uit mijn zak. Ik richt mijn camera op de man. Het duurt even voor hij ziet, dat ik mijn telefoon op hem gericht heb. Dan kijkt hij me aan. Ik zie hem door zijn smartglasses heen twijfelen. Hij besluit wat te zeggen. ‘Waarom zit je me te filmen?’ Ik zeg dat ik hem niet zit te filmen. Hij zegt, dat hij me niet gelooft en dat ik moet ophouden. Daarop vraag ik of hij me nu zit te filmen. Daarop geeft hij geen antwoord. Hij staat op en loopt de coupé uit. Mijn camera hoef ik niet uit te zetten. Die stond niet aan.

Het is soms opvallend hoe laks en lankmoedig de Overheid reageert op zogenaamde noviteiten in de samenleving. De introductie van de Fatbike bijvoorbeeld. Vanaf moment één een bedreiging voor verkeersveiligheid en openbare orde. Sommige politici koeren wel dat er wat aan gedaan moet worden. Maar acteren ho maar.
 
De META-bril vormt echter een veel grotere bedreiging. Het tegenstrijdige is, dat we zoiets als een privacy wet hebben in Nederland. Tot nu toe leidt die wet er vooral toe, dat daders van fraude tot verkrachting niet meer met naam en toenaam in beeld komen. En dat het in diverse takken van werk totaal onmogelijk geworden is nog fatsoenlijk te communiceren, omdat alle persoonsgegevens afgeschermd zijn voor de lagere goden, zodat niemand meer te vinden is. Maar als de Overheid en dan vooral de medewerkers gelieerd aan het Ministerie van Veiligheid iets zoeken, dan blijkt alles voorhanden.

En dan hebben we het nog niet eens over alle datacenters van de Overheid, die draaien op Microsoft. Zelfs Trump kan met zijn glazen bol op alles meekijken. Om van de Chinezen maar te zwijgen. En dan wordt er vervolgens een bril verzonnen, waarmee, naast de Ring- deurbel ook nog eens de wandelende camera’s worden geïntroduceerd. Als ik op een congres ben moet ik een A-4tje invullen dat ‘borgt’ dat ik niet gefotografeerd wordt als ik dat niet wil en ik moet schriftelijke toestemming geven dat mijn kind op de schoolfoto mag, maar op straat ben ik ineens vogelvrij. 

De Overheid begint in die zin steeds meer op een idiocratie te lijken, die vooral achter de feiten aan loopt. Wat ik al van mijlen ver zie aankomen, daar worden gewoon geen maatregelen meer op genomen, omdat alle regels en besluitvormingsprocedures dat onmogelijk maken. Je had fatbikes kunnen verbieden, je had de META-bril kunnen verbieden. Je had je data centers onder eigen beheer kunnen houden. Je had smartphones op scholen in de ban kunnen doen. Je had Chemours kunnen sluiten wegens het nog steeds lozen van PFAS. Je had zoveel. Zoveel meer. Als er lef en doorzettingsvermogen was geweest. Maar wat je deed, was zo weinig mogelijk, door te doen of ingrijpen niet mogelijk was. 
Je had je ziel ook NIET kunnen verkopen. 

VON SOLO
DICHTER, COLUMNIST,  PERFORMER EN CINEAST
Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl
Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl 

Share This:

Mirjam Al op zolder – avonturen en geheimen

Mirjam Al hier op de foto met haar overleden vriend Merik van der Torren – dichter van Amsterdam

Share This:

pom wolff – tuin


tuin
 
hier zou ik mijn naam kunnen schrijven
weglaten kan ook
want wat hebben we nou helemaal wel gelezen
 
pom wolff zit weer eens ergens in een tuin
is er eigenlijk wel een tuin
of zit meneer de boel toch weer bij elkaar te liegen
 
was het niet zo dat je ooit aan een tafeltje
het licht groen zag in al het groen
en was het niet zo dat een hand daar toen een hand zocht
 
pom wolff

Share This:

afwisseling van de poëtische wacht – dank je wel Ali Şerik – welkom terug Peter Posthumus

foto: Fred Hopman
Beste Pom,
Het was voor mij een groot genoegen om als gastdichter op je website te mogen staan. Hartelijk dank voor de waardering voor mijn gedichten.


Ik wil Ali van harte bedanken voor het zomer gastdichterschap dat hij de afgelopen weken op ‘de pom’ vervulde – de mooie gedichten die hij de lezers van deze site heeft aangeboden – bijzondere poëzie, raak en met taalkracht de woorden – vandaag de laatste – dank je wel!


Boekhouders

Er is geen jaargetijde voor het instorten van huizen.
Je hebt altijd wel vrouwen met grote handen,
die tegen een muur van andermans huis geleund zitten,
hun vijand vervloeken, met al hun pijn.

Mannen die maar blijven lopen, als dolle dieren
rond hun neergekletterde dromen.
Niet weten wat ze moeten doen om hun wanhoop te dragen,
alleen dat ze het puin moeten ruimen.

Gelukkig heb je overal kinderen,
ze vergeten het ene en onthouden het andere.
Ze bouwen hutten met afval, voor hun speelgoed
dat ze terugvinden, ontsnapt uit de verwoesting.

Dan heb je nog katten en honden, ze begrijpen
niets van bankbiljetten en vergroeide belangen.
Kijken net als alle anderen naar de hemel,
maar blijven zoeken naar hun voerbak.

Als laatste heb je de plunderaars, in wezen
zijn ze ons geweten, aanbidden dezelfde god,
kijken graag weg als anderen lijden.
Ze zijn de boekhouders van de mensheid.

Ali Şerik
Hoi Pom,Morgen is het alweer september, ik zou wel weer twee wekelijks willen bijdragen, vandaar deze korte meditatie bij de hier zowat voorbije zomer:

welkom terug Peter – jouw tweewekelijkse bijdrage heel graag aanvaard – de dinsdagen afwisselend met de poëzie van Ien Verrips –


Wat een zomer, zo veel zon
en nauwelijks een druppel
wat prachtig weer

naar buiten, de snelweg op
naar het platteland
genieten van het geronk der machines, het fijnstof en het gif
zelf de laatste vogels zien
op zoek naar de restanten aan
oorspronkelijk leven want:
” wat is natuur nog in dit land
een stukje bos ter grootte van een krant ” *)

de snelweg op, naar de steden
een zomer vol tractorende boeren
heel deftig onder politie begeleiding
en er vielen doden
onder het al oude ( fascistische ) adagium:
waar gehakt wordt vallen spaanders

wat een zomer, dat medeleven
die warmte, wie wil dat niet


Peter Posthumus

*) J.C. Bloem

Share This:

Rob Mientjes – like Nicholson in the Shining a Triangle of Sadness


Hoe plastic toch dit leven
hangend op een schommel
overdenkend alle zonden
onderwijl
inspectie van het wit
of het zwarte gat wel klopt


zwetend in een regenjas
onder een strakblauwe hemel
monsieur Tussaud dit nous
ceci n’est pas un bateau
c’est le ss Rotterdam
très important


verdwalen op een schip
de route volledig kwijt
geen horizon te bekennen
niemand aan de bar
like Nicholson in the Shining
a Triangle of Sadness


Rob Mientjes

Share This:

JAKO FENNNEK wint de enige echte virtuele en hoe heeft u getracht te leven trofee op pomgedichten – PETRA MARIA zilver en TON HUIZER brons

zo schreven we in 2018!

FRANS TERKEN dwaalt

PETRA MARIA vond

ANNAGRIET DIESMAN wikte woog en stikte – en annagriet is woedend omdat haar  enjambementje  (over de strofe heen) niet direct door webmaster in sferen van grandmarnier werd onderkend – lees het vlammende commentaar

RIK VAN BOECKEL danst over eilanden van verlangen

ERIKA DE STERCKE tussen de meubels

MARC TIEFENTHAL met lees en letterwijzer

TON HUIZER op reis

JOLIES HEIJ ligt aan de verkeerde kant

JAKO FENNEK in wording

 

wedstrijd gesloten – dank aan alle dichters voor de mooie levenswerken deze week. ze waren bijna allemaal stuk voor stuk bijzonder van karakter. het was genieten. bregje mailt me zojuist de uitkomst van de metalen. ze worden direct gepresenteerd. dank aan alle vroege deelnemers aan deze wedstrijd. voor jako het goud – bregje en ik waren het roerend met elkaar eens – van harte!

 

handbereik

het komt zo anders dan je wilt
op stilten volgen stormen
en wat je voor het leven houdt bevindt zich
buiten handbereik

tot dan dat wezen komt, dat nevel
stijgen laat alsof getergd door een warme wind
bloed door je leden jaagt
je laat worden
tot wat je niet voor mogelijk hield

je loopt de straten, pleinen van de stad af
in je binnenste steeds
het weerzien van een dag

 

jako fennek

 

ach laten we – vrij naar starik – en ook omdat we dichters als starik niet willen vergeten – een eigen ego document doen – de dichtregel van Starik uit zijn gedicht KAPSALON:  ‘Zo heb ik tenslotte geprobeerd te leven.’ en hoe heeft u getracht te leven? jaha – geen makkelijke. maar we willen het wel weten – en bregje zonderland óók –  onze juryvoorzitter deze week. wie wint de enige echte virtuele en hoe heeft u getracht te leven trofee op pomgedichten? u kent uw regels: inzenden voor zondag half 11. het commentaar is verzekerd. stuur in onder ‘contact’. (zie hierboven in de zwarte kolom) – of op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst.

 

 
ach weet je
 
er zijn vergezichten
impressies
gewonde vogels
hollandse landschappen
 
wat er is is er
weet je
pas als je op je bek bent gegaan
weet je wat troost is
 
pomwolff

Tussen god en afgod

Dwalen tussen kathedraal en café
ik leg een hand op de deurklink
graaf me door het gordijn naar binnen
hang jas en das aan een haak
en omarm wie op me wacht

wie ik liefheb bied ik een biertje
wie wat van me wil wacht verderop
maar op zijn beurt
als ik hem al niet over het hoofd zie

op de achterkant van een viltje teken ik het uit
een grillige lijn van bidbank naar hier
warme woorden schrijf ik bij de puntjes
die de pen drukt in het karton

in elk groeit je gezicht
hoe ik alleen voor jou op de knieën
het gewicht draag dat leven weegt
tot ik uitgeveegd lig
een vlek tussen kerk en kroeg

FT 24032018

 

.

pom: hoe ik alleen voor jou (…) het gewicht draag dat leven weegt – zo heeft frans getracht te leven. de beminde mag vereerd met zoveel toewijding – het beeld van het café aan de haven dringt zich op – de dichter aan een tafeltje  – de pen in de hand om bijna willoos bij haar uit te komen. om even niet alleen te zijn worden mooie regels geschreven. soms  binnen buitengewoon mooie.

bregje:

FT 24032018

Op een dag krijg ik van Frans een biertje, dat denk ik echt.

Goede titel, veelzeggend.

 

 

 

 

de winters

de lucht kan soms zwaar van dragend geel zijn
de volgende dag een pak van blijvend wit
waren dat de winters dat ik de kinderen wakker maakte alleen om de oplichtende ogen van belofte te zien
alsof het allemaal uit mijn handen kwam
dat ik dat ook geloofde en was

dat is genoeg geluk
tot ik jou vond

PetraMaria

 

pom: kijk aan heeft mijn petra maria zo getracht te leven? – de kids nog niet naar bed en jawel hoor petramaria schudt de kinderen weer wakker. is dat opvoeden? mevrouw wil oplichtende oogjes zien. eindelijk heb je die krengen in bed of petra maria staat al weer aan ze te rukken. WAKKER WORDEN en jij ook WAKKER WORDEN – ik wil die oplichtende oogjes zien en dat allemaal in die onverlichte slaapkamer. HIER WORDT NIET GESLAPEN! wat denk je wel. toestanden daar in het oosten van het land. dit lees je niet vaak hoor.

.

bregje:

PetraMaria

Zwaar van dragend geel, hmm maar wat een mooie lange regel, ik hak hem even in stukjes:

waren dat de winters

dat ik de kinderen wakker maakte

alleen om de oplichtende

ogen van belofte te zien

 

Mooi hè Petra, ze zijn van jou!

 

.

 

gesprekken hadden we niet. zwijgen was al lastig genoeg,
zelfs in eufemismen. spraakverstard struikelden we
over onze klankgeworden onzekerheid,
de invallen die we weer inslikten

met een slok bier spraken voor zich.
we wogen, wikten, stikten
in goede bedoelingen die fout vielen;
als boterhammen op de besmeerde kant

Annagriet Diesman

 

pom: een wereldregel – ‘zwijgen was al lastig genoeg.’ daarna lopen we tegen wat verwarring op: wat is spraakverstard? wat is klankgeworden onzekerheid? mooi is in ieder geval anders.

en wat is ‘met een slok bier spraken voor zich.’  correctie na de strenge woorden van meesteres annagriet: ‘nooit gedacht dat ik op een poëziesite zou moeten uitleggen hoe een enjambement (over de strofe heen) werkt, maar gezien de totaal verkeerde lezing tot gekke commentaren leidt, doe ik het toch maar.
lees niet: de invallen die we weer inslikten PUNT WITREGEL NIEUWE ZIN met een slok bier spraken voor zich, maar lees: de invallen die we weer inslikten met een slok bier spraken voor zich, OPGESPLITST DOOR EEN ENJAMBEMENT OVER DE STROFE HEEN’

nee van die prachtige eerste regel is dichteres zelf een beetje in de war geraakt. en we nemen het annagriet niet kwalijk. wie zo schrijft:  ‘gesprekken hadden we niet. zwijgen was al lastig genoeg,..’ – zal zeker als een gevierd dichteres ooit sterven. dat er na regel 1 wat alcohol doorheen is gegaan om deze eerste regel te vieren – alle begrip.

.

bregje:

Annagriet Diesman

Als boterhammen op de besmeerde kant, ja, als je zo valt plak je vast . Smeuïg beeld Annagriet al die aan de grond vastgekleefde bedoelingen en een mooie beginregel.

.

 

 

 

Leven in brokken
 
Geboren achter de duinen van Den Haag
ren ik door de tijd met een hamer
sla de beelden uit het verleden in brokken
zoveel leven uit mijn vingers geslagen
 
kijk naar de mimische bewegingen
met zo’n brok in de keel
leef mee met de poëtische clown
met het gemak van het woordencircus
 
‘zal ik dan maar’ roept de acteur in mij
slaat de rumba het ritme van Dakar
in de groeven en rimpels van de jaren
reist naar het fluwelen Praag
 
danst over eilanden van verlangen
om in spagaat met veel gedonder
eindeloze grachten te verleiden
de ramen van ‘t nu te beminnen
 
met een lied vol melancholische brokken
over reizend de tijd dichten
zingend de dagen afsluiten
zwijgend de nacht ontdekken.
 
Rik van Boeckel
24 maart 2018
 .
pom: en hoe heeft rik getracht te leven? in brokken begrijpen we. tot en met in de laatste strofe – melancholische zelfs. de laatste strofe bevalt me het beste – in die daarboven wordt me net teveel gezocht – naar beelden, woorden, beweging – te veel wervelwind om in die laatste tot rust te komen – te gaan liggen.
 .

bregje:Rik van Boeckel

24 maart 2018

Waarom ren je nou door de tijd met een hamer? Was dat de enige manier om de titel te rechtvaardigen of was het gedicht er eerst?

Twee hele mooie laatste regels, het jezelf opzwepen heeft gewerkt, soms zijn twee regels genoeg en die ontstaan nu eenmaal vaak door te schrijven

 

.

 

.

Weegschalen
 .
We houden feesten, drinken flessen
op buiken leeg. Gordijnen sluiten
tegenspraak buiten. Kaarsen doven
uit. Meubels cirkelen rond.
 .
Onze lichamen hoeven niet meer te
wijzen wat leven is. Kranten en zalven
op tafel. In een taal, los van strakke
etiketten praten de dagen.
 .
De verhuisdroom in onze handen.
 .
Erika De Stercke
pom: dat de dagen praten in de kranten op tafel – wel een heel mooi beeld  hoor – prachtig!- verder lijkt het wel of rik van boeckels wervelwind over erika de stercke is gevlogen – welk een bewegingen. dat de meubels meebewegen – geloof je het zelf erika of was het toch een pilletje?
.

 bregje:Erika De Stercke

Oh dear, ik ben bang dat ik er niet veel van begrijp Erika terwijl ik juist bij jou vaak blij word. Toch voel ik wel iets in het gedicht wat dankzij de titel is. Alles in het gedicht wordt gewogen, we wegen ook elkaar. Dag in dag uit.

 .
Leuk sonnet
 
Hoe leuk licht ik wordt, aanstekelijk
hoe het werkt, buiten en binnen me om.
Wat dan nog te zeggen valt,
komt van anderman of vrouw.
 
Ophef maakt niet meer los dan
twee centimeter, ferm genoeg
voor wie zich opricht
en weg wordt geraakt.
 
Koppig in lucht,
luchtig in kop
is de buik vol.
 
Hardop in vluchtvogel,
Vluchtig, ernstig
is de maat vol.
 
 
(er staat geen dt fout in ik wordt; dat is gewild)
 
 
 
 
marc tiefenthal
dichter essayist / poète essayiste
Sint-Niklaas
blogs: Tieftalen (nl) Profonde lalangue (fr)
 .
pom: wel een beetje veel ik hoor. ophef komt van buiten en maakt niet meer los dan 2 cm. hahaha. grappig. meer kan ik er niet van maken. e=mc in het kwadraat. tiefenthal = licht en 2cm los.
 .

bregje:marc tiefenthal

dichter essayist / poète essayiste

Sint-Niklaas

blogs: Tieftalen (nl) Profonde lalangue (fr)

 

Ferm genoeg voor wie zich opricht, ik weet het niet, Koppig in lucht, Hardop in vluchtvogel. Er is hier aan een gedicht gewerkt dat ons vertelt hoe Tiefenthal door het leven gaat, hij zet zichzelf bescheiden neer zullen we maar zeggen. Een stofje zo we allemaal zijn. Dust in the wind.

 .

 

Zendeling

Er stond een christenman voor
het station
met zendingsdrang
en een bord voor zijn kop
gelukkig lag er een krijtje naast
‘ik heb een bom’ schreef ik
vier woorden maar
ik had haast
het werd stil rond de man
politie betrok de wacht
tot de bommendienst verscheen
die de zendeling op veilige
afstand tot ontploffing bracht
iedereen blij
de christenman in zijn paradijs
wij zonder gezeur op reis

 

Ton Huizer

.

pom: een zeer zeer grappige topper. ik hoop dat bregje niet van gristelijke bloed is. dan moeten we haar voortaan missen. de wijze zondagochtendgedachte van ton huizer omarmen we hier in ieder geval. de tussenregel: “ik had haast” doet me van plezier op de grond rollen. starik zou gezegd hebben – dit is cabaret van de hoogste plank – ik zeg dit is poëzie zoals poëzie hoort te zijn.

.

bregje:

Ton Huizer

Politie betrok de wacht, wat een gekke regel. Een beangstigende gedachte vind ik het dat iemand ‘ik heb een bom’ op je kan schrijven en dat je dan daadwerkelijk kunt ontploffen.
Helemaal begrijpen waarom het een christenman moet zijn doe ik niet maar het zal een verwijzing zijn naar iets waar hele boekwerken over geschreven kunnen worden of zelfs al werden. Een gelovenmix of gezien de bom, een cocktail. We willen veilig reizen, niet steeds lastig gevallen worden door/met welk geloof dan ook, hè, dat is de boodschap.

.

 

van hart tot hand
 
ik kwam uit het korenveld en hield drie poppen
vast in de hand, zonder benen, het lopen verleerd
 
de vijand was gecamoufleerd, geen soldaat in zicht
heiligdommen nog niet ingericht, rondhangen
 
niet zonder risico omdat de fluittoon te hoog
we verplaatsen het huis, laten geen kruimels na
 
hangen het hart op aan de regenboog
opdat niemand ziet wat ik geloof, te hoog
 
om te reiken, te star om te vliegen
wat rest is de loopgraaf, het tandenknarsende
 
van zand, het laagbijdegrondse voorover vallen
het hout van zweet, bloed en tranen ontdaan
 
het korenveld in as, een ingelijste zelfkant
het is niet eens dat we evenwijdig opstaan
 
ik lig aan de verkeerde kant van het bed
jij bent fluitend in andere handen overgegaan
 
 
Jolies Heij
.
pom: het gedichtje komt niet binnen bij me. de laatste twee regels wel die begrijp ik – maar wat er allemaal aan vooraf moge gaan – de christenman van ton huizer zal het weten. loopgraven, kruimels, fluittonen, regenboog en zelfkant – het is wel allemaal VEEL. misschien kan bregje er worst van maken.
 .

bregje:

Ik vraag me af hoe je zonder benen dat korenveld uitkwam, of hebben de poppen geen benen? Lastig lezen dit gedicht, er komt iets uit een sprookje in voor (kruimels), er is oorlog, ravage na vernietiging, de vijand onherkenbaar.
Die laatste regel vind ik prachtig, jij bent fluitend in andere handen overgegaan…. Meisje, lees nog eens wat je hier schreef, alles wat er aan vooraf gaat is zowat overbodig met zo’n zin. Je kunt het. Doe het.

 .

handbereik

het komt zo anders dan je wilt
op stilten volgen stormen
en wat je voor het leven houdt bevindt zich
buiten handbereik

tot dan dat wezen komt, dat nevel
stijgen laat alsof getergd door een warme wind
bloed door je leden jaagt
je laat worden
tot wat je niet voor mogelijk hield

je loopt de straten, pleinen van de stad af
in je binnenste steeds
het weerzien van een dag

 

jako fennek

pom: hmm een tekst om te genieten – regel na regel. hoogtepuntje in de werken fennek – DAT WEZEN prachtig! raadselachtige laatste twee regels – ja poëzie van de hoogste orde – binnen de stroming die me lief is:  de bijna onleefbare romantiek.

.

bregje:

jako fennek

Fijn gedicht, heel even haper ik, dat komt door de beginregels, ja dat weet ik wel, denk ik daar maar ik lees verder en ook al zie ik hier en daar iets, ik ben om; in je binnenste steeds het weerzien van een dag… Mooi hoor.

Share This: