Peter (rechts op de foto) verzorgt met Ien (links op de foto) op de dinsdagen de poëzie op deze site – van gevoelig tot pittig zeg maar:
Niemand had grotere charmes en geen betere chemie dan met haar zij was wat je te weten komt zonder een enkel woord grote woorden, alles omvattende verhalen losten op in haar glimlach wanneer zij een slagveld zou betreden: de oorlog was voorbij
totdat ik zelf achterbleef op háár slagveld wat ik er aan deed wat ik nog probeerde te zeggen verdween in de kruitdampen nog voor ze waren opgetrokken
met ontblootte tanden en rollende ogen is ze in haar ondergoed de straat op gegaan vlogen de stenen door m’n ruiten vielen de glasscherven tussen onze lakens
vanaf het door tranen toe aangetaste tafelblad heb ik toen volledig uitgeteld van je één twee drie naar één één twee gebeld.
dank aan alle dichters die inzonden – heel veel dank zelfs – het dichtseizoen passend geopend! laat ik het commentaar hier in stijl van de opdracht houden. het was lang overwegen dit keer – moeten de gevoelsgedichten winnen van het minimalistisch geoefende oog van de dichter die zich uit in alle eenvoud. nee is mijn conclusie en gevoel deze week – André Heijnekamp wint goud – van harte – onder de gedichten leest u de commentaren. de virtuele gouden voetbalschoen reikte ik al uit aan Jorge Bolle – het memoreren van de poëet onder alle voetballers piet keizer blijft hier niet ongestraft – dan vliegen de prijzen je om de oren. fijne passende poëzie deze week bij een onmogelijk bijna niemand passend gekozen thema – ik vind het knap en de zondagochtend zeer leefbaar ook op deze wijze. dank jullie wel.
Norm
Daar staat het dan
een potje met een deksel
achterin de kast.
Ze hadden kunnen zijn
een bakje in de schuur
met schroefjes of spijkers
een schotel voor een plantje.
Maar ze moesten samen
omdat het passend was
en nu staat het daar
achterin de kast.
——– André Heijnekamp
tsja het leven van een potje met een dekseltje eenvoudig geschilderd – daaraan toegevoegd het noodlottige – de samenloop van de omstandigheden – een passend dekseltje, een kast, een plaats in het donker – een potje dat een leven lang meegaat om te eindigen op de vuilstort samen met de een ongewenste kast. de dingen moeten ook gebruikt worden waar ze voor gemaakt zijn anders komt er niets van de dingen terecht. kasten waarin ongebruikte lege potjes met dekseltjes worden opgeslagen weten vanaf nu welk noodlot boven hun deuren hangt.
sokken
laatst had ik mijn linker voetbalsok aan mijn rechtervoet en mijn rechter voetbalsok aan mijn linker. mijn tegenstanders wisten niet waar ze het zoeken moesten
na een feest van panna’s, Piet Keijzeroverstapjes, Rensebrinkballetpasjes, een krul in de kruising na een nog scherpere schaar, zag ik spelers duizelig in het gras liggen en happen naar adem
toen werd ik wakker
Jorge, September 2026
ja wie piet keizer eert in een gedicht verdient goud – voor mij is ajax koetjes repen tien voor een gulden natuurlijk gras de tram lijn negen middenweg de begraafplaats waar ze liggen nu de meer met houten hokjes voor de kaartjes en piet keizer die de bal concreet in een abstract deed vloeien
pomwolff
Jorge verdient op zijn minst de gouden schoen – die ik hier dan ook uitreik aan dichter Jorge. rensenbrink kon niet in piets schoenen staan – hij knalde een bal op ongelukkig historisch moment tegen de paal – die ongelukkige bal zal altijd aan hem kleven. nee de nonchalante onnavolgbare briljantheid van piet keizer – de nooit geëvenaarde versnelde vertraging – piet keizer was poëzie.
André Heijnekamp – zonder schotel
Magda Haan – met korreligheden
Rik van Boeckel – met bijpassende schoenen
Jorge Bolle – met Piet Keijzeroverstapjes
Frans Terken – met de liefste
Ien Verrips – met verbijsterd zwijgen
Karlijn Groet – met de tikkende klok
Bert Dekker – met een geoefend oog
Rob Mientjes – met kleren
Luk Paard – met haar jurkje
Cartouche – met vogels
Vera van der Horst – met de stilte van het huis
wie wint de enige echte virtuele – ach, als het maar past dan zit het goed – trofee op pomgedichten.nl – wat de een past past de ander minder zoveel is zeker – dichters passen zich aan hier zoveel is ook zeker – en de dichters bepalen hier wat ons past en wat niet passend te krijgen is – we gaan het lezen, we gaan het zien in deze zondagochtendwedstrijd – die past ons allemaal – u kent de regels: gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
passend
er zijn van die avonden dat de computer 13 graden meldt en lichte regen iemand op FB heeft een profielfoto gewijzigd reden onbekend
cohen zingt in mijn kamer over een famous blue raincoat songs of love and hate kan er ook nog wel bij
de vrouw met de nieuwe profielfoto maakt zich druk over de wereld er golft wat bloed kindjes huilen
vroeger had je maartje nog die graag bij de feiten bleef over een mistig landschap sprak passend bij de droeve dag
pom wolff
korrelig
heb jij dat ook wel eens je voelt je korrelig je voelt niet meer soft niet meer zijdezacht
teveel geschuurd of iets te lang geduurd misschien moet ik het opnieuw laten stuken
dat is wel zacht gezegd anders worden het kloven en kunnen ze geen gouden bergen beloven
Magda Haan
ja als het allemaal niet meer past dan moet er wat gebeuren. of dat nou meteen ‘stuken’ moet zijn is wel de vraag. eigenlijk weet ik ook niet precies wat stuken is – ik heb nog nooit in mijn leven gestuukt – is het een soort witwassen van onbehoorlijkheden? van een onbehoorlijk heden? ik weet het niet – dit gedicht brengt me ook niet verder. wellicht zijn er meer mogelijkheden dan het genoemde stuken?
Passende functies
Als we zoeken naar overhemden en broeken zullen we naar de juiste maten zoeken net als bij schoenen om goed te kunnen lopen en gaan we alles passend kopen
soms wandelen we bij grachten waait een pet door de wind van het hoofd omdat die groter is dan de schedel dat is de last van wat niet bij ons past
kleding die ons verwent wordt gekenmerkt door het juiste passende element zelfs voor dichters die op het podium tijdens de voordracht hun overhemd laten zien
woorden passen goed bij hun profiel dat betekenis geeft aan wat zij laten horen terwijl zij zeer goed omschrijven wat bij hun kunstzinnige uitingen past.
Rik van Boeckel 11 september 2026
rik gaat altijd uit van de ideale wereld – in ieder geval beschrijft hij de ideale wereld ongeacht welk thema wordt gevraagd dan wel wordt voorgelegd. een functie elders is niet aan rik besteed.
Is zaterdag/ vanmiddag tussen 13.00 tot 16.00 uur met gedichten te horen (en zien) bij het pittoreske huisje ‘De Lange Akker’ bij de Heemtuin in de Houtkamp, i.h.k.v. Open Monumentendag Leiderdorp, ‘Erfgoed langs de Leitha’.
Goedemorgen Pom, Nog even een passend antwoord op je opmerkingen inzake het thema, zo dadelijk in gepaste kleding voordragen bij Open Monumentendag in Leiderdorp. Warme groet, Frans
Te pas en te onpas
Te pas en te onpas op zoek naar welk hemd welke polo past bij de voor die dag gekozen broek
het dilemma van de kleurenblinde die niet nagewezen wil worden in de voorbijgaande menigte
alsof opvallen een kwestie zou zijn een onderhuids liggend probleem waarvoor je passende maatregelen treft
nee zie het dan als stikstof ‘het voorkomen van negatieve effecten’ lost een kleurenblinde niet zonder hulp op
dan is er altijd oog en woord van de liefste ‘nee dat kan echt niet zo – doe dit maar’
ja dichters staan er op zich niet om bekend dat zij goed gekleed voor het publiek staan. dat doen cabaretiers toch echt beter. ik heb het nooit begrepen. de zogenaamde gearriveerde dichters denken ook niet in termen van performance – nee ‘ze lezen voor’. alsof iemand in het publiek op een voorlezer zit te wachten. je wil wat zien en het moet er goed en echt en waarachtig en overtuigend uitzien. als je wil voorlezen doe je het maar aan de kat. fijn dat de dichter terken oog heeft voor het fenomeen – en hulptroepen inroept.
nu de storm is gaan liggen kruipt de kilte in ons bot onze woorden slechts echoloos geluid zelfs jouw stem klinkt als van een vreemde
wrijving die geen glans meer geeft maar schurend het hart zeert verbijsterd zwijgen waaraan de moed ontbreekt wie van ons zal het uiteindelijk zeggen en ook wanneer
sept. 2026 – Ien
pittig gedichtje – het gaat natuurlijk om de laatste twee regels – wat past ligt hier mogelijk in de toekomst – Ien heeft weinig regels nodig om tot de kern van het menselijk tekort te komen.
Diagnose
dit is een stilte voor achteraf; voordat ik zag dat niets alleen uit mij bestaat. de wind zijn eigenzinnig, ademloos patroon. de regen die doorweken kan, de zon die zomaar doorbreekt. ligt nu als lijst waar ik ooit zat.
hij meet de schemering, de herfst, weet de storm een algemeen verschijnsel. terwijl ik mijzelf daarop omring en elk symptoom mij kalm en helder toont: ik was er nooit; ik was als slaper kleiner dan de droom.
hoe nu te zijn -als wat ik ben, gelijk een klok, in ieder huis, in ieder mens dezelfde avond tikt? zelfs het verleden gelaten wacht; omdat ook daar niets valt te halen, omdat ook daar nooit iets van enkel mij bij zat.
Karlijn Groet
‘…dat niets alleen uit mij bestaat. …’ ja mogelijk is het ieders lot – dat we nu eenmaal opgebouwd zijn uit elementen van anderen – voorts gevoed (en opgevoed) uit elementen van anderen om ook weer uiteen te vallen in elementen voor anderen. of het nou iemand past of niet past het past de natuur. de onontkoombare natuur. ik drink er vanavond een wit wijntje op.
Past niet
Een dichter hoog in de bol liep door de zonovergoten winkelstraat waar schaduw niet voor sale was richting van Haaren nadat de keus was gemaakt hurkte het meisje voor hem neer en wrikte zijn voet in de nieuwe schoen schalks keek hij in haar kruis en dacht ‘past niet’
Bert Dekker
ja dekkertje is op zaterdag in heel wat schoenenwinkels te vinden – vermoed ik zo maar – de meisjes van van haaren zijn nu van de poëzie – laten we zeggen van de light verse – wel een mooie titel – de meisjes van van haaren. maar de meisjes van van haaren houden hun benen toch altijd discreet bij elkaar – zo schuin zittend en met afwijzende benen? ze stoppen die grote teen van dekker toch niet in hun kruis? nog nooit van gehoord.
Het past net
Voor de spiegel een dans want het moet passen met pas het past net te pas en te onpas kan ik er mee thuis komen nog voor ik vertrek of toch maar iets anders nee dit kan net net niet net wel niet te bloot schoon ach what the fuck ik ben geen man en die kleren passen sowieso niet maar ik zit erin en daar gaat het om te pas en te onpas
Rob Mientjes
niet de kleren maken de keizer – het is de keizer zelf die de keizer maakt. ik houd van je zoals je bent is wat je hoopt dat ze zal zeggen.
hoi pom, aaah misschien ben ik te laat….maar ik ben druk met dit en zus en alles wat en dus soms dwalend in de tijd edoch….deze deel ik omdat’et passend is toch….en jij doet hoe je doet en ik aanvaard….te laat…op tijd….ik zeg’et past altijd wel ergens groetjes, luk
(de rockdichter): zo…zondag en ik draaf nog effe langs bij pom ‘n favoriete dichter van mij….voor de zondagwedstrijd die geen….u kent’et allicht wel en dus vandaag mag’et zo….’n mooi jurkje dat van je schouders….ah’n droom en ik de romanticus…dat’k ook zo kan zijn en….kom we doen:
“ passend wij”
ik haalde je uit’n droom met prachtig al’et schone asof ik je zou
en jij dan mij niks dan alles zo de wereld aan ons zoveel groter
‘et jurkje zacht aan vingers en dan helemaal wij aan huid aan huid wij ademkreunend bloot en raakbaar passend met elkaar
jij gehuld met elke centimeter hoe ik om helemaal jou van onze wereld
ja luk ik zie een mooie blouse voor me met blote zachte warme schouders – om aan te raken en om lief te hebben – om alleen nog in tintelingen te kunnen denken.
“ jurkje “ by luk paard
Passen
Hier zit ik dan, tussen spullen die ik overhield. Grote woorden heb ik uit m’n hoofd gezet, net als de dromen van weleer.
Ik kort de dagen, en demp de weemoed tot een zacht fantoom.
Soms klopt er nog een oud verlangen, maar al snel leg ik daar m’ n hand op, sussend zoals je de ogen sluit van een bang kind, ik moet ergens ademhalen.
In deze stilte ben ik thuis.
Vera van der Horst ergens moet ze adem halen – om te overleven en om door te kunnen – mooi van weemoed en oud verlangen de woorden in het wit gelegd – naarmate de jaren tellen is het leven meer en meer iets van passen en meten.
Draaipunt
meten is weten hoor je steeds meer, vergeet het
hoe vaak niet heb ik geprobeerd mijn liefde de maat te nemen, vruchteloos keer op keer bleek zij te groot of te klein paste jij er niet in, ik niet in haar
wat ze mij geleerd hebben is een streep zetten onder al dat passen en meten het een gebed is zonder eind, ongepast om iets of iemand de maat te nemen of de omvang van je eigen hart – leven valt niet af te meten in centimeters
in cijferschrift of succes – het te laten kloppen voor wat het is – weten van een ritme, een meanderende stroom ingehouden en uitgesproken woorden
vogels in stijlvolle glijvlucht naar waar het als mens om draait
12-09-2026 / Cartouche
met de wijsheid der jaren cartouches levensles – laat het gaan laat het los – wars van passen en meten – laat het kloppen maar aan deze dichter over – laat dat hart kloppen meer is niet nodig.
Je ruimt je huis op alsof je bezoek krijgt Je kuist de sofa van kruimels Je poetst het fornuis Je knipt dode blaadjes uit je planten alsof je bezoek krijgt.
Je gaat onder de douche Je poetst je tanden Je knipt je baard bij Je kamt je haar achterover alsof je bezoek krijgt.
Je koopt een drankje in en wat borrelnootjes Je zet een muziekje op en je zit op je sofa Blij met je schone huis.
En verdomd, je krijgt bezoek Zachtjes klopt eenzaamheid aan In eigen persoon. Je schrikt ervan dan raak je ontroerd dat je haar ontvangen kan in jouw opgeruimde huis.
Bart Top
Dit gedicht van mij is zaterdag a.s. te horen in het programma Weemoed en Fernweh waarin ud-speler/componist Mehmet Polat en ik op zoek gaan naar woorden en klanken voor eenzaamheid. Een open voorstelling met mijn gedichten, muziek en dialogen. Kom zaterdag 12 september naar de Couscous Club, Centuurbaan 346. Wij treden om 20,30 op in de kas achter het restaurant, gratis toegang. Vooraf daar eten is erg lekker.
Vanmiddag was het weer zo laat. Op de rotonde van de Gordelweg en de Vroesenlaan kwam een joggende stelletje me tegemoet. Het regende. Niet geheel tot mijn verbazing liepen ze naast elkaar op het fietspad. Fitboy en fitgirl. Ze liepen tegen het verkeer in. Om ze niet de bosjes in te dwingen week ik een klein beetje uit en in het passeren voegde ik ze toe, dat ze aan de verkeerde kant van de weg liepen. Daarop repliceerde de mannelijke sportieveling, dat hij WEL aan de goede kant liep. Ik herinnerde me ineens, dat de winnaar in een oorlog altijd gelijk heeft, dus keerde mijn fiets. De jog-man keek wat ongemakkelijk achterom en zijn jog-meisje vertoonde tekenen van onzekerheid. Zonder aarzeling reed ik in op zijn achillespees en sprong van mijn fiets. Hij lag intussen op de grond te vloeken. Zonder daar verder veel acht op te slaan gaf ik hem nog een forse trap in zijn noten. ‘Reed ik nou OOK aan de goede kant?! Geef antwoord lul!’. Het enige antwoord was wat loze verwijten van de jonge vrouw, die intussen verzorgend was neer geschreden bij haar gekwetste Adonis. Het kon me niet meer schelen. Ik stapte op en reed verder terug naar huis.
Onderweg begon ik te twijfelen aan mijn, misschien wat ruwe reactie. Die twijfel verdween snel. Wel vroeg ik me af, of er inderdaad regels zijn, die bepalen, dat ze daar niet hadden mogen lopen. Thuis klapte ik mijn laptop open en ging zoeken. Artikel 4 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (RVV 1990) stelde mij meteen in mijn gelijk. Als er een stoep is, dient een voetganger daar gebruik van te maken. Besluit hij toch het fietspad te prefereren, dan riskeert hij daarmee een boete van vijftig euro. Dat ze zich niet op het fietspad hadden mogen bevinden stond nu vast. Nu nog het dispuut over de weghelft. Dat lag ingewikkelder. Sinds de RVV 1990 waren daar buiten bovenstaande geen regels meer voor. Het enige dat ik kon vinden was de algemene veiligheidsregel van Veilig Verkeer Nederland, die stelt, dat ongeacht de weghelft die je kiest, je overige weggebruikers daarmee niet in gevaar mag brengen of hinderen. Ze hadden we me zeer zeker gehinderd. En daarmee zichzelf in gevaar gebracht, dus. Op zoek naar wat meer verdieping ging ik kijken op de site Prorun.nl. En toen ineens werd me veel duidelijk over mijn reactie eerder die middag. Ik las met groeiende irritatie de zin: ‘Een hardloper mag dan volgens de verkeerswet een voetganger zijn, maar dat zijn WE natuurlijk niet echt…’ . Even verderop gaat het over links of rechts op de rijbaan (eigenlijk zegt dit woord al genoeg) lopen. Daarin geeft de site aan, dat de stelregel in de verkeerswet aangeeft, dat bestuurders verplicht zijn rechts te houden. Vervolgens geven ze aan dat een loper geen bestuurder is, dus mag kiezen. Wel verdomme. Stelletje opportunisten. Dan ineens zijn we toch weer voetganger.
En misschien irriteert dat me nog wel het meest. Linkslopende joggers gaan nooit de berm in of opzij. Door hun positie dwingen ze de tegenligger uit te wijken. Ook nog eens tyfus asociaal dus. Het is tegenwoordig of de hardloper zich boven het gewone volk plaatst. Op hen zijn de regels niet van toepassing. Een fietspad is voor hen een atletiekbaan, waar de fietser te gast is. En dan nog te zwijgen van de pasterige hedonisten, die tot bijna herfst een beetje zonder shirt rondrennen, om de wereld te laten weten, dat zij wel een sixpack hebben en jij eigenlijk een minderwaardige dikkerd bent. Een Untermensch.
De volgende ochtend las ik in de krant, dat er een jogger mishandeld was op de Gordelweg. Een zielig steen en been verhaal van de hand van zijn vriendin. Ik was niet herkend, doordat ik mijn regenpak met capuchon aan had. Ze hadden enkel oog hadden voor zichzelf en elkaar gehad. Dat verbaasde me niks. Ik hoop dat ze hun lesje hebben geleerd, maar ik betwijfel het. Laten we hopen dat het de volgende keer geen geval wordt van ‘hardlopers zijn doodlopers’.
PS: Ik ga ook een aantal keer in de week joggen en gebruik daarbij voetpaden en als dit niet mogelijk is, houd ik rechts. En ik houd mijn shirt aan.
VON SOLO DICHTER, COLUMNIST, PERFORMER EN CINEAST Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl
Ik zag hem op t.v. hij was een moordenaar de eerste keer zei hij dat viel niet mee meer ’t went toch sneller dan je denkt al bij de derde keer had ik geen last geen zenuwen geen bibberaties niks het was mijn werk geworden routine zou je ‘t kunnen noemen en ook nog goed betaald een flauwe glimlach toonde zich in zijn bleke bajeskleur gezicht een beetje heimwee leek het mij spijt of wroeging geen van bei
Kranten lezen fysiek of digitaal is haast niet meer te doen. Al jaren re(a)geert de angst. De titels alleen al jagen de schrik flink aan. Zorgvuldig zijn ze opgevoerd om de lezer naar zich toe te trekken. Ze schreeuwen om de volle aandacht. Een vrolijke noot scoort amper. Daar zitten lezers niet op te wachten. Gevoerd willen ze, door rampspoed en ellende.
Waarom is dan de vraag? Voelen we ons daar mogelijk beter door? Lijden is toch meer een last? Of zijn we compleet ontspoord en gewend geraakt aan verslaglegging van misstanden in onze wereld? En op de keper beschouwd, is die wereld eigenlijk wel van ons? Hij behoort nog altijd zichzelf toe, toch?
Laat ons wat meer lachen en zorgeloos door het leven gaan. Maak de titels in de kranten wat meer smeuïg. Laat ze smaken naar pindakaas en Klukkluk. Gooi de humor naar boven, laat de ernst ons niet verteren. Wij zijn toch niet van de domme en ook niet van de onzekere. De angst laten re(a)geren, kom op zeg, we zijn geen watjes en ook geen kezen. Sterkte wensen is niet langer nodig. Wat meer humor wel.
dank aan alle dichters die inzonden. het nieuwe dichtseizoen op ‘de pom’ op bijzondere wijze geopend – leeswaardig en indringend – het eremetaal deze week voor 2 vrouwen – karlijn groet en vera van der horst – lees onder de gedichten waarom – vera en karlijn van harte!
Ergens
Een sterrenlicht gleed door mijn kalk, ving daar mijn schim en zo ontstond ik als portret van binnenuit;
een stramme kooi van grijze rib, rondom een bleke veeg. Een kil en feitelijk rapport van hoe het met mij gaat.
Het lijf gehoorzaamt braaf de pomp, de klok tikt stug en plichtsgetrouw, er is geen wolkje aan de lucht.
Maar zie die lichte vlek, mijn lief, temidden van de schaduwmij, ergens in die holte -daar woon jij.
Karlijn Groet
als we hieronder toch over ‘verstilling’ spreken – dan duiken we met Karlijn maar meteen de onvergankelijkheid in
(…) hadden we moeten weten dat als een mens het ooit van stilte wint zij in stilte heeft gewacht heeft gedacht dat in geluid groter gevaar
zoals je in een labyrinth bij kanteling nooit eerder dan het water de uitgang vindt
Karlijn Groet
de dichter die de vergankelijkheid in onvergankelijke regels weet te treffen heeft weer eens in de taal toegeslagen. een subtiel spel van binnen en buitenwereld, van schaduwdonker en licht, wordt de lezer voorgetoverd. een opname in de buitenwereld van de binnenwereld legt de binnenwereld op onnavolgbare eenvoudige wijze bloot – in een bijna klassiek gedicht waarin de opbouw der strofen leidt tot die ene regel – de slotregel – ‘-daar woon jij.’
Matglas
Er is een vreemde, matte stilte in mijn hoofd, een schemergebied waar niets meer hoeft te heten, een dragen van waarheid, die ik niet kan bewijzen.
Er is iets dat wacht, zacht en onvoltooid, geen verdriet, maar overgave, aan het onherstelbare van deze dag, het ik dat loslaat en rust in zijn eigen donker.
Je hoort de uren elders vallen, totdat gisteren niet verschilt van morgen.
Vera van der Horst
diepe gedachten verpakt in dichtregels die vera aan de oppervlakte weet te krijgen zodat wij als lezers deze hele zondag nodig hebben om ze van een eigen betekenis te voorzien. “het ik dat loslaat en rust in zijn eigen donker…” – voor zo een regel heb ik wel een leven nodig om deze echt te doorgronden. vera is een dichter met onnavolgbare bijzondere regels. waar vind je schemer waar niets hoeft te heten? waar waarheden die niet te bewijzen zijn, waar vallen uren? ja in de verslavende poëzie van Vera van der Horst!
Jorge Bolle – alles werd zo klein
Karlijn Groet – ergens
Rob Mientjes – totdat het eindigt
Rik van Boeckel – betekenis aan de realiteit
Frans Terken – dat het goed toeven is zo
André Heijnekamp – Het is allemaal materiaal
Bert Dekker – Ik rook al de frisse lucht
Magda Haan – nooit zie je mijn ware ik
Vera van der Horst – Er is iets dat wacht, zacht en onvoltooid,
Anke Labrie – probeer je dromen te bewaren
Peter Smit: “Misschien dacht dat boompje: Er is maar één Pom en dat ga ik niet overtreffen, uit dankbaarheid dat hij mij elke dag water geeft?”
een nogal breed thema biedt de site der sites u lieve dichter om het nieuwe dichtseizoen te openen en te dichten. de binnenwereld of de buitenwereld als u maar van de wereld bent – dan is het goed. ik zelf ging deze week de tuin in – nou ja of dat zo was is de vraag en ging ik niet – u kent de regels: gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
Peter Smit: “Misschien dacht dat boompje: Er is maar één Pom en dat ga ik niet overtreffen, uit dankbaarheid dat hij mij elke dag water geeft?”
tuin hier zou ik mijn naam kunnen schrijven weglaten kan ook want wat hebben we nou helemaal wel gelezen
pom wolff zit weer eens ergens in een tuin is er eigenlijk wel een tuin of zit meneer de boel toch weer bij elkaar te liegen
was het niet zo dat je ooit aan een tafeltje het licht groen zag in al het groen en was het niet zo dat een hand daar toen een hand zocht
pom wolff
verdwijnen
gezeten in een vliegtuig verdwijnt de wereld en verschijnt achteloos een eindeloos uitzicht bij het kleine raam. ‘alles weg’, riep ik als kind met verwondering over verdwaalde wolken en verdwenen huizen
alles werd zo klein dat zelfs het lawaai van de vliegtuigmotoren werd overstemd door oorverdovende stille verbazing
Jorge, September 2026
hoe een ‘eindeloos uitzicht’ de binnenwereld bereikt van een kind en van de herinnering en van de dichter die de herinnering weer oproept. kortom hoe je in de buitenwereld naar binnen gekeerd kunt raken. jorge weet altijd in de lezer – in ieder geval in deze hier – verstilling – neer te leggen – weet deze functie van poëzie als bijna geen ander te benutten.
Als een vis in het water
Zwemmen is mijn lot van voor naar achter van onder naar boven kris kras op en neer in een doolhof van glas kom mezelf tig keer tegen stoot mijn neus telkens weer maar … mijn keutel trek ik mooi niet in never nooit niet laat hem lekker hangen achter mijn kont zwem consequent en dapper eeuwig rondjes in een territorium niet door mij gekozen zoveel ik wil zoveel ik kan totdat het eindigt op mijn rug naakt de binnenwereld bloot naar buiten
Rob Mientjes
wellicht een metafoor voor elk mensenleven – hoe ver menselijke stappen ook reiken – we leven ieder in onze eigen kom – kom daar maar eens om – zou dichter Mientjes in zijn spitsvondigheid kunnen dichten. elke maandag op de pom – prachtige foto’s en toepasselijke teksten van Robs hand.
Goedemorgen Pom. Hier mijn bijdrage aan Van de binnenwereld of van de wereld buiten. Inmiddels terug in Nederland denk ik terug aan reizen. Mooie reis onlangs in Portugal gehad maar heb vroeger ook in andere landen gereisd zoals het nabije Spanje en vorig jaar in Marokko.
De realiteit van de reis
De reusachtige reistijd leidt naar steden in verschillende landen
het blijft onduidelijk waar je zal stranden tijdens wandelingen langs een rivier
het bezoek aan parken of aan de zee zal wellicht herinnering oproepen
de dagen laten zoveel zien en oplossen in de stad met vele straten en steegjes
zo gaat de buitenwereld naar binnen geeft betekenis aan de realiteit van de reis.
Rik van Boeckel 5 september 2026
in 10 regels een gedicht dat alle reisverslagen overbodig maakt. het proces vastgelegd en beschreven – de buitenwereld opgenomen in de binnenwereld. de binnenwereld van deze dichter altijd gereed om verder te reizen – zijn binnenwereld bestaat uit 1001 megabytes en nog niet de helft daarvan is gebruikt. vermoed ik zo. hij reist zoveel dat ie bijna geen tijd heeft om te dichten.
Goedemorgen Pom, Van binnen- en buitenwereld, terug uit de cocon van de hittegolven, ( wel nog even nazomeren); daar een plekje voor gezocht. Warme groet weer, Frans
Zomerhuisje
Tussen de boerderijen en akkers een zomerhuisje – droom van elke dichter om bij tijden in een eigen wereld te zijn –
daar woorden vinden die verscholen liggen in het lange wuivende gras nat van dauw om vers geplukt te worden
een oog gericht op wat lichtjes beweegt een kopje dat voorzichtig opsteekt en niet onder een voet wil verdwijnen
de tere oogst in een net bijeen scheppen en uitstallen op een houten tafel met timmermansoog op maat gemaakt
binnen de ruimte vullen met koffie en klare taal die weerkaatst tegen de wanden zo beeld en geluid van de zomer optekent
en zien dat het goed toeven is zo met glanzende vruchten binnen handbereik
de frans terken zo eigen taalwereld hier geétaleerd – hoe waarnemingen van kleine zaken in de buitenwereld voor de dichter beduidende regels in de taal opleveren. regels die van binnen uit de buitenwereld weer bereiken. wie het kleine niet eert is dichter frans terken niet weerd.
Museum
Het is allemaal materiaal in een bepaalde houding zonder enige functie dat hier binnen ligt.
Ik wil niet begrijpen of een uitleg geven aan het waarom men dit achterliet de wereld spiegelen op jezelf is vragen om onbegrip.
Ik geloof dat het er is en strijk mijzelf neer over de dingen die beginnen te leven en ik word.
André Heijnekamp
volgens mij heeft André al een heel leven van ‘worden’ achter de rug – en gelukkig hij ‘wordt’ nog steeds. nooit is een/het dichterschap directer beschreven als/dan hier – ‘ik word’ –
niets meer aan toe te voegen! – (behalve dan dat ik zelf ook graag zou willen ‘worden’)
Veilig
Het lawaai bonkte in mijn Buik als een dolgedraaide Amateurbokser Die de laatste Tien seconden Alles uit de kast trekt Om te overwinnen Langzaam achteruit schuifelend Tussen bezwete hossende lichamen Probeerde ik de uitgang Te bereiken Ik rook al de frisse lucht Toen een vuist Mij uitschakelde En ik dromerig Mijn ogen opendeed In de stevige armen Van de portier
Bert Dekker
Bertje toch -in welke kringen begeef je je? niet doen. dichters moeten schrijven – alleen zijn – niet tussen de mensen – desnoods elke dichtregel met een hoofdletter beginnen.
homohaat
anders
jij hebt de kleuren van de regenboog een bijzonder kleurenpalet anders dan de gewenste in de burgermaatschappij
kleuren net zo lief de smaak is niet anders nooit zie je mijn ware ik want mijn as zal dan worden uitgestrooid zodat mijn kleuren verdwijnen in de wind
Magda Haan
wat magda precies wil zeggen is niet helemaal duidelijk hier – van het leven en de dood het gedicht – de regels – een geliefde wellicht en een ik persoon – en niet alles wordt geweten. een gedicht waar de regels de uitgesproken inhoud niet geheel mogen dragen.
mits een geschikte bodem kun je met geluk wat oogsten je kunt tijdig dijken bouwen voordat het water komt sterke legers samenstellen voordat de vijand komt je hebt de wereld in bedwang denk je in je overmoed
mits je een kind kon zijn probeer je dromen te bewaren diep van binnen in je oude hart dromen die je ziet in kinderogen voordat hun buitenwereld brak
anke labrie 2026
dat dromen van de binnen wereld is en dat alle dromen helaas na verloop van tijd verloren gaan in wat de buitenwereld de mensheid biedt. een buitenwereld beheerst door mensen wel te verstaan.