Max Lerou wint de enige echte virtuele – poëtisch praten heeft toch ook wel wat – trofee op pomgedichten.nl -Erika de Stercke zilver
dank aan de dichters die inzonden deze vakantieweek – we werden in de gedichten met onze neus op de waarheid gedrukt enerzijds danwel ver van de waarheid gehouden – onontkoombare waarheden vallen eigenlijk een beetje buiten de poëzie – daar heb je proza voor – Max Lerou weet waarheid en “dichtung” op een bijzondere wijze te combineren. een meester in poëtisch praten dus goud – van harte Max. Erika ratelt er op los – alleen al voor het woord ratelen zilver voor Erika – van harte.

hij grijpt wat letters en begrijpt
hij heeft nu een lettergreep
hij meet de greep en weet
vijf letters verankerd
in zwarte bodem bloeit de kleur
van het woord en het woord
heeft een ijzeren greep
het woord is bloed
ml
poëtisch praten het thema vandaag heeft zeker wat. zeker als de dichter max lerou het specialistische hand en mondwerk hanteert – dan vloeit er bloed en blinkt het goud.

samenkomst
je ratelt door over films en cineasten
zonder ruimte te laten voor opmerkingen
of interessante aanvullingen
lesgeven doe je vanuit de knusse stoel
op het terras met de nodige gebaren
en voldoende babbelwater
welke gemiste kansen, jouw kennis
van zaken en het ijzersterke geheugen
na de gaten van strenge jeugdjaren
het tafeltje luistert naar de anekdotes
buigt bijna door omwille van trappisten
glazen, lacht uitbundig met ons mee
Erika De Stercke
erg fijn beschreven de situatie – toeval hoor dat peter le nobel op de foto hier het woord voert. haha. het gedicht lijkt op hem geschreven – maar dat is niet zo. erika weet toch het geratel van de ratelpersoon die door het hele gedicht heen ratelt tot een min of meer liefdevol en vloeiend einde te brengen in strofe vier. mooi gedaan. proost!
- Ien Verrips – we spraken over moordenaars
- Frans Terken – een vloed van nietszeggendheid
- Jorge Bolle – over neus en oren
- Bert Dekker – over beide oren
- Magda Haan – de boeren klagen al weken
- Rob Mientjes – geen haute cuisine vandaag
- Karlijn Groet – waar de stilte nog een stem heeft
- Rik van Boeckel – zwijgen we met geluk en weemoed
- Erika de Stercke – het tafeltje luistert naar de anekdotes
- Max Lerou – kleurt in
- Anke Labrie over de circel van stilte

er wordt heel wat afgebabbeld in ons babbelland – met talkpoeder gestrooid in talkshows – babbelkousen uit alle hoeken en gaten van ons land gehaald dan wel gestopt – of moeten we het leven toch maar zoeken in de oorverdovende stilte van de ons bevrijdende adempauzes? u begrijpt het – het thema is nogal ruim deze week in de zondagochtendwedstrijd – u kent de regels: gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
de natuur is mooi – er loopt van alles uit
de bloesem van nu is je graftak morgen
ooit – vallen we uit elkaar
er ligt iets van wanhoop in de woorden
zoals er altijd iets van wanhoop in woorden ligt
als mensen met elkaar praten
soms lopen ze in de nacht langs een deur
waarachter een vermoeden slaapt
soms praten ze tegen muren
pomwolff

we spraken over moordenaars
maar niemand kende er een
toen ging het over zwervers
die we ook niet kenden
en vluchtelingen evenmin
waarvan hoorden op het nieuws
totdat we kwamen te praten over voetbal en politiek
alsof het onze buren waren
juli 2026/Ien Verrips
ja het gevraagde spanningsveld tussen gebabbel of bevrijdende stilte handig ontweken hoor – door de inbreng van een nieuw spanningsveld – wie kennen we niet en wie kennen we ook niet – haha – ik moet toch heel vaak even glimlachen bij de woorden van Ien – ze weet dan een bijzondere draai aan woorden te geven – aan situaties ook. hier wordt de hele avond over zaken en mensen gepraat zonder dat ook maar een van de gesprekspartners ook maar iets af weet van de gevoerde gespreksonderwerpen. geestig.

Waar de mond vol van is
Kijk het volk aan praattafels
een vloed van nietszeggendheid
vanachter uit hun keel braken
om maar in het gevlei te raken
als je stevig aan ze schudt
zie je dat het schuimt en kolkt
de glanzende tafels bevuilt en
wie mag dan weer aan de slag
met een doekje
dat het tegen het bloeden is
als dichters de gasten bedwelmen
met in zoet en zout gelegde woorden
om zo de taal naar poëzie te buigen
dat het zich goedschiks tot goud verheft
aan één woord genoeg om van zin te zijn
© FT 17.07.2026
zo had het gedicht ook gekund Frans – de goede verstaander heeft genoeg aan een half gedicht en bij de dichter Frans Terken zeker – scherpe observatie – onontkoombare werkelijkheid in een trefzekere schildering.
Waar de mond vol van is
Kijk het volk aan praattafels
een vloed van nietszeggendheid
vanachter uit hun keel braken
om maar in het gevlei te raken
als je stevig aan ze schudt
zie je dat het schuimt en kolkt
de glanzende tafels bevuilt
en
wie mag dan weer aan de slag
met een doekje?
dat het tegen het bloeden is

Het komt me de neus uit,
gaat mijn oren niet meer in.
Zie wel monden bewegen,
zie wel ogen lachen,
maar neem het niet meer op.
Het gaat al lang niet meer
over de schoonheid van het voetbal.
Gaap om Gijp
en meneer Dercksen
was een aardige journalist
maar is verworden
tot een afzeiksnor.
Jorge Bolle
ik zeg een aardige TV recensie waar velen het mee eens zullen zijn. komrij kent een opvolger.

zeer geestig recept en inderdaad in poëzie gegoten – de woorden van Bert – bovendien kort en krachtig de woorden – wel een beetje veel eer voor de veroorzakers van de niet meer te harden geluiden. nou ja dan maar zo ok.

Dag zon
Je hebt je aan je woord gehouden
wekenlang – uitbundig geschenen
op mensen die daar lang naar
verlangt hebben
ingesmeerd – als een kip aan het spit
alles moet zorgvuldig bruinen
maar nu huilt de verschroeide aarde
ze vergeelt – verdort en bromt
de boeren klagen al weken
grote machines spugen water
de mensheid puft in nattigheid
en gloeit in de avondzon
Magda Haan
ja hoe dat gaat – de zon wordt hier toegesproken vermoed ik – en voor de rest kan ik het alleen maar eens zijn met het beschrevene – eigenlijk weet ik niet zo goed raad met dit gedicht. zoals Magda schrijft zo is het! verlangd mag met een d.

Lellenbellen
Ik heb ze in
en maar goed ook
mijn onvervalste lellenbellen
grote ringen in de oren
en rechtstreekse verbinding
met mijn lief
mijn lellen bellen
doe maar frietje met
zoete mayonaise
en een kroket
poëzie is ver te zoeken
geen haute cuisine vandaag
maar wel ruige seks straks
bij 35 graden lekker lellebellen
maar dan wel de oortjes af of uit
geen poppenkast in de coupé
met sneltreinvaart in intercity
en gierende hormonen
richting huis
lekker boemelen
Rob Mientjes
een harte of harten kreet – de spellingspuristen weten het. lekker warm en de dichter gaat los. ik krijg toch rare beelden bij deze kroket en bij die zoete mayo – en dat dan allemaal in sneltreinvaart – dat ook nog.

hier
hier, waar de stilte nog
een stem heeft, valt ook
de overeenkomst op, tussen
een muze en een rode roos
zij die haar schoonheid
dankt aan het feit dat ze
alles behalve dat is; enkel
die kleur weerkaatst
word hoofdbewoner van
de tussenruimte; onbeweeglijk
als het doek waarop de
tijdsstreken al droogden
nog voor het ergens op ging
lijken, wees de vrijheid in die
stilte, het onbeschrevene
achter het ego, hou het leeg
Karlijn Groet
Karlijn belicht de andere kant van de medaille – de stilte – in een nogal kripties gedicht – ik hoop dat ik dat mag zeggen – de tegenstrijdigheden liggen hier voor het oprapen. de dingen zijn niet zoals ze zijn – de stilte heeft een stem en in strofe twee worden er nog een paar opdrachten verstrekt om de boel op te vullen – als het maar wel leeg blijft! zie hier hoe je met dichters gemak onmogelijkheden mogelijk maakt.

De werkelijkheid van woorden
De babbel truc laat ons leven
door woorden met gevoel geschreven
tot ze over onze lippen gaan
om met elkaar over van alles te praten
een gedachte laat niet op zich wachten
omdat hersenen niks in de steek laten
een gesprek is de ware belevenis
van woorden vol goede betekenis
de werkelijkheid van uitgesproken zinnen
kan met passie worden uitgedrukt
in verhalen, gedichten of liederen
door te lezen, voor te dragen of te zingen
door vervolgens even te luisteren
de stilte te omarmen en rustig te ademen
zwijgen we met geluk en weemoed
tot er weer een woord uit ons hart valt.
Rik van Boeckel
18 Juli 2026
alle wetenswaardigheden op een rij in de eerste drie strofen – zeg maar de waarheid van Rik. in strofe vier vieren we in vier regels de poëzie.

De spreekstalmeester
Hij staat te dromen voor de ingang van de tent.
Tussen de rood en witte strepen achter hem
staat ‘Circus’ in een zwierig handschrift.
Hij is weer kind en leert net schrijven.
De witte regels in zijn schrift,
de vele rode strepen van de meester.
Hij maakt deel uit van het circus van de taal,
nu is hij de meester en men luistert straks naar hem.
De woordentemmer is nog lang niet klaar,
laat klanken door brandende cirkels springen,
slaat met zijn zweep onwillige woorden
terug in de taal. Hoogstandjes wil hij, buitelende
zinnen, uitroeptekens en dubbele punten.
De clowns staan in stomme verbazing,
wit weggetrokken, een neptraan op iedere wang,
hun mond, groot en rood, nu vol tanden.
Bang zijn ze niet, de paljas beschermt hen,
ze kennen de zweep, ze kennen het klappen.
In de nok van het circus traint men nog harder
hier telt ieder woord, kan één misser fataal zijn.
Zelfs met een vangnet raak je beschadigd.
Taal, sierlijk en fraai, tolt in het rond,
verdraait alle woorden en prikkelt de zinnen.
Hier komen illusies tot stand.
Daar komt het orkest, de taal die we kennen,
de muziek overstemt ieder woord.
We dringen naar binnen.
Daar staat hij, gevangen in het licht van de spot,
in een cirkel van stilte wanneer alles verstomt.
Hij toont zich de meester, spreekt tot het kind,
verklankt ons verlangen en voedt onze dromen.
Hij treedt terug in het duister, het circus begint.
© anke labrie (2003) (buiten mededingig)
mooi hoe hij daar staat in een mooie circel van stilte aan het einde van het gedicht voor het gedruis begint
I.M. lieve vriendin Gerdin Linthorst

Gerdin, lieve vriendin, dichter, recensente, onlangs in juni jarig, op die datum zou Gerdin 80 geworden zijn. als ik haar zag zei ze altijd bij vertrek doe mijn medelonglijer Max Lerou de lieve groeten – en nog hoor ik haar altijd goed geformuleerde scherpzinnige zinnen en haar prachtig lachen ondanks haar afwezigheid door mijn hoofd schallen. erg blij met het kunstwerk van Tineke Luijendijk – naar zeggen van Bonne een vriendin van Gerdin. ik zie er een huisarts in – in de deur ‘de volgend patiënt’ roepend – zei Bonne. bij nader inzien heeft Bonne gelijk denk ik. zo jammer dat ik het Gerdin niet meer kan vragen. de dood blijft een bijzonder vervelend concept.
MartinB in de vertrekhal (voorlopige versie)
foto’s uit de oude (slam)doos 6 – Harry Zevenbergen

overleden dacht ik in 2022 Harry Zevenbergen – een lokale haagse dicht grootheid – en performer – alzheimer liet zevenbergen niet ongemoeid. hij organiseerde veel in den haag – wel vergat ie af en toe beloofde gages uit te betalen -nou ja de doodstraf is wel iets te gortig voor dat – met de gedichten uit zijn beroemde bundel PUNK IN RHENEN wist hij slams te winnen – Harry belt niemand meer op.
Harry Zevenbergen
Vandaag een echt vakantiegedicht uit de tijd dat er nog volop ansichtkaarten werden geschreven op vakantie, van Harry Zevenbergen uit de bundel ‘Punk in Rhenen’ uit 2004.
.
Vakantie
.
ik bel iedereen op
die ik ken
de groetjes van mij
zeg ik
en leg de hoorn neer
dit scheelt al gauw zo’n
27 ansichtkaarten
met zonovergoten stranden
zo kan ik mijn vakantie
tenminste ten volle benutten
VON SOLO aan het werk

Naast hem op de vloer staan vier niet uitgepakte verhuisdozen. De CV-ketel is stil. Zelfs het niet weggewerkte leidingwerk geeft geen tik. Een ventilator zoemt en blaast lucht. Het velux raam in het schuine dak staat open voor de tocht. Aan het wasrek hangen de uitgelubberde onderbroeken van zijn vrouw. Sommige vlekken gaan er misschien nooit meer uit. Hij zit op een oude bureaustoel, die ooit van één van de kinderen is geweest. Het bureau is een oude tafel. Er hangen geen posters om de zaak op te leuken. Alles moet nog eens goed geïsoleerd worden voor de winter en netjes afgewerkt met gipsplaten. Hij had nog overwogen in zijn onderbroek te gaan zitten vanwege de warmte, maar koos toch voor een joggingbroek.
Op het scherm ziet hij er tussen de andere tegeltjes onopvallend uit. Gewoon een overhemd met een nietszeggend hoofd met de microfoon op stil. Als achtergrondje een fris en licht kantoor. Zo lekker standaard. En blijkbaar zitten er meerdere deelnemers aan de Teams vergadering er net zo bij. Bij slechts één van de miniatuurweergaven is een zolderraam te zien en een poster van Mega Mindy. De voordelen van het thuiswerken.
Sinds de tijd van de grote pandemie hebben veel kantoormensen hun vertrouwde habitat verruild voor ongeïnspireerde zolder- en achterkamertjes in jaren 80 wijken of de vinex. Schulpen waar ze met hun productiviteit weggekropen zitten tussen de was en de dozen uit het verleden. Die ze verhullen met frisse niets zeggende achtergronden. Alsof ze in een toneelstuk spelen en ze zelf het decor mogen kiezen. Net echt. Zo heb ik zelf als ik eens deelnam aan zo’n treurspel tijden lang in de bunker van Stalin gezeten. Als ik een keer grappig wilde doen ruilde ik de kamer voor die van Hitler in de voormalige Rijkskanselarij. Niemand die het doorhad. Daar ben ik mee gestopt. Ik woon zo leuk, dat ik de echte achtergrond mag hebben.
Maar in de regel vermijd ik dit soort vergaderingen als de pest. Ik snap ook niet, dat je thuis gaat zitten, als je kunt beschikken over een kantoor met luchtbehandeling, redelijke, gratis koffie, collega’s en een in hoogte verstelbaar bureau met luxe bureaustoel. Nee, dan samen als avatars tegen de prachtigste achtergronden doen of je werkt aan grootse dingen. Misschien is het wel gewoon een illusie. Een betovering, waar je zelf in bent gaan geloven. Alsof de mottige zolder verdwijnt als je de digisfeer in gaat. Doen alsof je werkt op een plek waarvan je wat weet, dat die niet bestaat. Helaas is er altijd het moment, dat de vergadering eindigt. En alles oplost in wat je het liefst voor anderen verbergt en voor jezelf ontkent. Je zou toch ooit die zolder nog eens moeten afmaken. Maar dan in het echt.
VON SOLO
DICHTER, COLUMNIST, PERFORMER EN CINEAST
Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl
Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl
Vera Jongejan te midden van de witte vlinders

zomerhitte
deur wijd open
kwast met verf geheven
sta ik voor een doek
en ineens
komen witte vlinders binnen wippen
zich verloren dansen
met een schepnet
zwaai ik ze weer naar buiten uit
toch fladderen telkens nieuwe binnen
word ik deel van een absurd ballet
en een losse hand beschrijft het linnen
is schilderen intussen
vreugdevolle vleugelslag van licht
Vera Jongejan
Ien Verrips – Waar ben je nou?

waar ben je nu vraag ik me af
en lijk je nog op wie je was
en ik, ben ik dezelfde nog als
toen de tijd bestond uit samentijd
zouden we elkaar weer vinden
als ik me bij je voegen zou
voor afscheid was geen tijd
verslagenheid genesteld in aanvaarding
het leven dat zich vult zo zonder jou
hoe moet dit missen heten
je beeld , in tijd onthecht
vervaagd tot een herinnering
Ien Verrips
Rob Mientjes en het vogeltje

Sangdrossel
Sangdrossel, het zou de titel van een Duitse opera kunnen zijn. Of van een uitspanning ergens in Beieren of Oostenrijk, Tirol. Maar het is slechts de naam van een bijzonder vogeltje, de zanglijster. Vaak te zien ‘am schönen blaue Donau’, maar ook gewoon aan de Maas, Rijn en Waal hoor. Zelfs de IJssel doet hij aan en de Inn. Verstopt in het bos of weiland langs het water.
Op de rommelmarkt kwam ik dit bijzonder exemplaar tegen. En de koopman wist mij te overtuigen. Het zou deel uitmaken van een bijzonder servies. Uit de film of operette ‘Im weissen Rössl’, uit de jaren 30. Ik was meteen verkocht. Ik zag het vogeltje al meezingen in alle toonhoogtes in de liefdesklucht in het hotel met een wit paard. Frau Vogelhuber de hospita, tot over haar oren verliefd op zowat iedereen.
En Robert Stolz maar componeren in toen nog heel gebruikelijk, eine Lederhose. Geen gezicht. De eerste viool streek er regelmatig van langs. Zwei Lieder: ‘Die ganze Welt ist himmelblau’. ‘Mein Liebeslied muss ein Walzer sein’, kwamen edoch spontaan uit Stolz’ zijn brein. Ze landden vol passie in de orkestbak. Oefenen was niet eens meer nodig. Het klikte meteen.
De operette eindigt met de drie gelukkige stellen die een vreugdelied zingen, vrij vertaald: ‘Laten we champagne drinken met een lachend gezicht’. Supergeil ja.
Het was in die dagen snikheet op de setting of was het nu op het toneel? Ongeveer net zo heet als juni 2026. De marktkoopman twijfelde duidelijk wat het uiteindelijk was, film of operette? Het zij hem vergeven. Voor mij geen enkel probleem. Ik was gelukkig met mijn trofee. Een kop zonder schotel uit de requisieten van een bewonderenswaardige klucht ‘Im weissen Rössl’. Ganz toll! En zie het vogeltje het eens warm hebben van zijn gezang. Het bekkie staat er van open.
Rob Mientjes





