Peter Smit: “Misschien dacht dat boompje: Er is maar één Pom en dat ga ik niet overtreffen, uit dankbaarheid dat hij mij elke dag water geeft?”
een nogal breed thema biedt de site der sites u lieve dichter om het nieuwe dichtseizoen te openen en te dichten. de binnenwereld of de buitenwereld als u maar van de wereld bent – dan is het goed. ik zelf ging deze week de tuin in – nou ja of dat zo was is de vraag en ging ik niet – u kent de regels: gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
Peter Smit: “Misschien dacht dat boompje: Er is maar één Pom en dat ga ik niet overtreffen, uit dankbaarheid dat hij mij elke dag water geeft?”
tuin hier zou ik mijn naam kunnen schrijven weglaten kan ook want wat hebben we nou helemaal wel gelezen
pom wolff zit weer eens ergens in een tuin is er eigenlijk wel een tuin of zit meneer de boel toch weer bij elkaar te liegen
was het niet zo dat je ooit aan een tafeltje het licht groen zag in al het groen en was het niet zo dat een hand daar toen een hand zocht
pom wolff
verdwijnen
gezeten in een vliegtuig verdwijnt de wereld en verschijnt achteloos een eindeloos uitzicht bij het kleine raam. ‘alles weg’, riep ik als kind met verwondering over verdwaalde wolken en verdwenen huizen
alles werd zo klein dat zelfs het lawaai van de vliegtuigmotoren werd overstemd door oorverdovende stille verbazing
Jorge, September 2026Ergens
Een sterrenlicht gleed door mijn kalk, ving daar mijn schim en zo ontstond ik als portret van binnenuit;
een stramme kooi van grijze rib, rondom een bleke veeg. Een kil en feitelijk rapport van hoe het met mij gaat.
Het lijf gehoorzaamt braaf de pomp, de klok tikt stug en plichtsgetrouw, er is geen wolkje aan de lucht.
Maar zie die lichte vlek, mijn lief, temidden van de schaduwmij, ergens in die holte -daar woon jij.
Karlijn Groet Als een vis in het water
Zwemmen is mijn lot van voor naar achter van onder naar boven kris kras op en neer in een doolhof van glas kom mezelf tig keer tegen stoot mijn neus telkens weer maar … mijn keutel trek ik mooi niet in never nooit niet laat hem lekker hangen achter mijn kont zwem consequent en dapper eeuwig rondjes in een territorium niet door mij gekozen zoveel ik wil zoveel ik kan totdat het eindigt op mijn rug naakt de binnenwereld bloot naar buiten
Nog voor de zomer kwam begon de strijd. Het perk, eerst kaal, raakte nu vol rumoer. Grensoverschrijdend al gevlekte scheerling en kruipend zenengroen. Adderwortel gaf hen van katoen beet van zich af. “Geen rankje meer.” Blaassilene viel hem bij net als mierikswortel, ruige leeuwentand.
Maar toen stinkende ballote keihard gilde: “‘k Vind het klote gewoeker naar mijn plek.” riposteerde afgemeten brave Hendrik “Hou je bek! Ik groei volgens het boekje niet groter dan mijn plaats.” Há lachte wilde Marjolein. “Jij? Jij hebt geen weet van mijn en dijn.” Bosaardbei en mierikswortel, nu kakelde het hele perk: wolfspoot grote pimpernel, nog feller hartgespan en heksenmelk. Geschreeuw.
Het strijdperk beefde, loeiend gebloei tot, heel zacht, heelblaadjes zuchtten “Niet vechten, helen!” En ja hoor daar hoorde je vrouwenmantel “mantel der liefde, mantra der madelieven” kwelen. “Stop met strijden, anders komt Grote Tuinman ons klieven of scheuren.” Het perk viel stil, opeens geen borderliners meer. Ja, zelfs blaassilene zweeg.
BART TOP ———————- Dit gedicht schreef ik speciaal voor Thijsse’s Hof in Bloemendaal, waar ik gedichtenwandelingen verzorg. Alle genoemde planten staan inderdaad in hetzelfde perk. In het weekend van 12 en 13 september zijn er maar liefst vier gedichtenwandelingen met mij. Dan staan de monumentale dennen centraal – maar ook dit gedicht zal weer klinken. Opgave via: gedichtbijzee.nl
In het zitje schuin tegenover me in de trein zit een man. Hij ziet er op het oog heel normaal uit. Standaard New Balance schoenen. Spijkerbroek. Katoenen overhemd. Verzorgd kapsel. Rond de één meter tachtig. Slank postuur. Bruine leren schoudertas. Wat me opvalt is zijn bril. Hij draagt een META-bril. Dat is bril waarin op de hoeken twee camera’s zitten, die het mogelijk maken te filmen wat je ziet.
Langzaam haal ik mijn iPhone uit mijn zak. Ik richt mijn camera op de man. Het duurt even voor hij ziet, dat ik mijn telefoon op hem gericht heb. Dan kijkt hij me aan. Ik zie hem door zijn smartglasses heen twijfelen. Hij besluit wat te zeggen. ‘Waarom zit je me te filmen?’ Ik zeg dat ik hem niet zit te filmen. Hij zegt, dat hij me niet gelooft en dat ik moet ophouden. Daarop vraag ik of hij me nu zit te filmen. Daarop geeft hij geen antwoord. Hij staat op en loopt de coupé uit. Mijn camera hoef ik niet uit te zetten. Die stond niet aan.
Het is soms opvallend hoe laks en lankmoedig de Overheid reageert op zogenaamde noviteiten in de samenleving. De introductie van de Fatbike bijvoorbeeld. Vanaf moment één een bedreiging voor verkeersveiligheid en openbare orde. Sommige politici koeren wel dat er wat aan gedaan moet worden. Maar acteren ho maar.
De META-bril vormt echter een veel grotere bedreiging. Het tegenstrijdige is, dat we zoiets als een privacy wet hebben in Nederland. Tot nu toe leidt die wet er vooral toe, dat daders van fraude tot verkrachting niet meer met naam en toenaam in beeld komen. En dat het in diverse takken van werk totaal onmogelijk geworden is nog fatsoenlijk te communiceren, omdat alle persoonsgegevens afgeschermd zijn voor de lagere goden, zodat niemand meer te vinden is. Maar als de Overheid en dan vooral de medewerkers gelieerd aan het Ministerie van Veiligheid iets zoeken, dan blijkt alles voorhanden.
En dan hebben we het nog niet eens over alle datacenters van de Overheid, die draaien op Microsoft. Zelfs Trump kan met zijn glazen bol op alles meekijken. Om van de Chinezen maar te zwijgen. En dan wordt er vervolgens een bril verzonnen, waarmee, naast de Ring- deurbel ook nog eens de wandelende camera’s worden geïntroduceerd. Als ik op een congres ben moet ik een A-4tje invullen dat ‘borgt’ dat ik niet gefotografeerd wordt als ik dat niet wil en ik moet schriftelijke toestemming geven dat mijn kind op de schoolfoto mag, maar op straat ben ik ineens vogelvrij.
De Overheid begint in die zin steeds meer op een idiocratie te lijken, die vooral achter de feiten aan loopt. Wat ik al van mijlen ver zie aankomen, daar worden gewoon geen maatregelen meer op genomen, omdat alle regels en besluitvormingsprocedures dat onmogelijk maken. Je had fatbikes kunnen verbieden, je had de META-bril kunnen verbieden. Je had je data centers onder eigen beheer kunnen houden. Je had smartphones op scholen in de ban kunnen doen. Je had Chemours kunnen sluiten wegens het nog steeds lozen van PFAS. Je had zoveel. Zoveel meer. Als er lef en doorzettingsvermogen was geweest. Maar wat je deed, was zo weinig mogelijk, door te doen of ingrijpen niet mogelijk was. Je had je ziel ook NIET kunnen verkopen.
VON SOLO DICHTER, COLUMNIST, PERFORMER EN CINEAST Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl
foto: Fred Hopman Beste Pom, Het was voor mij een groot genoegen om als gastdichter op je website te mogen staan. Hartelijk dank voor de waardering voor mijn gedichten.
Ik wil Ali van harte bedanken voor het zomer gastdichterschap dat hij de afgelopen weken op ‘de pom’ vervulde – de mooie gedichten die hij de lezers van deze site heeft aangeboden – bijzondere poëzie, raak en met taalkracht de woorden – vandaag de laatste – dank je wel!
Boekhouders
Er is geen jaargetijde voor het instorten van huizen. Je hebt altijd wel vrouwen met grote handen, die tegen een muur van andermans huis geleund zitten, hun vijand vervloeken, met al hun pijn.
Mannen die maar blijven lopen, als dolle dieren rond hun neergekletterde dromen. Niet weten wat ze moeten doen om hun wanhoop te dragen, alleen dat ze het puin moeten ruimen.
Gelukkig heb je overal kinderen, ze vergeten het ene en onthouden het andere. Ze bouwen hutten met afval, voor hun speelgoed dat ze terugvinden, ontsnapt uit de verwoesting.
Dan heb je nog katten en honden, ze begrijpen niets van bankbiljetten en vergroeide belangen. Kijken net als alle anderen naar de hemel, maar blijven zoeken naar hun voerbak.
Als laatste heb je de plunderaars, in wezen zijn ze ons geweten, aanbidden dezelfde god, kijken graag weg als anderen lijden. Ze zijn de boekhouders van de mensheid.
Ali Şerik
Hoi Pom,Morgen is het alweer september, ik zou wel weer twee wekelijks willen bijdragen, vandaar deze korte meditatie bij de hier zowat voorbije zomer:
welkom terug Peter – jouw tweewekelijkse bijdrage heel graag aanvaard – de dinsdagen afwisselend met de poëzie van Ien Verrips –
Wat een zomer, zo veel zon en nauwelijks een druppel wat prachtig weer
naar buiten, de snelweg op naar het platteland genieten van het geronk der machines, het fijnstof en het gif zelf de laatste vogels zien op zoek naar de restanten aan oorspronkelijk leven want: ” wat is natuur nog in dit land een stukje bos ter grootte van een krant ” *)
de snelweg op, naar de steden een zomer vol tractorende boeren heel deftig onder politie begeleiding en er vielen doden onder het al oude ( fascistische ) adagium: waar gehakt wordt vallen spaanders
wat een zomer, dat medeleven die warmte, wie wil dat niet
ANNAGRIET DIESMAN wikte woog en stikte – en annagriet is woedend omdat haar enjambementje (over de strofe heen) niet direct door webmaster in sferen van grandmarnier werd onderkend – lees het vlammende commentaar
RIK VAN BOECKEL danst over eilanden van verlangen
ERIKA DE STERCKE tussen de meubels
MARC TIEFENTHAL met lees en letterwijzer
TON HUIZER op reis
JOLIES HEIJ ligt aan de verkeerde kant
JAKO FENNEK in wording
wedstrijd gesloten – dank aan alle dichters voor de mooie levenswerken deze week. ze waren bijna allemaal stuk voor stuk bijzonder van karakter. het was genieten. bregje mailt me zojuist de uitkomst van de metalen. ze worden direct gepresenteerd. dank aan alle vroege deelnemers aan deze wedstrijd. voor jako het goud – bregje en ik waren het roerend met elkaar eens – van harte!
handbereik
het komt zo anders dan je wilt op stilten volgen stormen en wat je voor het leven houdt bevindt zich buiten handbereik
tot dan dat wezen komt, dat nevel stijgen laat alsof getergd door een warme wind bloed door je leden jaagt je laat worden tot wat je niet voor mogelijk hield
je loopt de straten, pleinen van de stad af in je binnenste steeds het weerzien van een dag
jako fennek
ach laten we – vrij naar starik – en ook omdat we dichters als starik niet willen vergeten – een eigen ego document doen – de dichtregel van Starik uit zijn gedicht KAPSALON: ‘Zo heb ik tenslotte geprobeerd te leven.’ en hoe heeft u getracht te leven? jaha – geen makkelijke. maar we willen het wel weten – en bregje zonderland óók – onze juryvoorzitter deze week. wie wint de enige echte virtuele en hoe heeft u getracht te leven trofee op pomgedichten? u kent uw regels: inzenden voor zondag half 11. het commentaar is verzekerd. stuur in onder ‘contact’. (zie hierboven in de zwarte kolom) – of op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst.
ach weet je
er zijn vergezichten
impressies
gewonde vogels
hollandse landschappen
wat er is is er
weet je
pas als je op je bek bent gegaan
weet je wat troost is
pomwolff
Tussen god en afgod
Dwalen tussen kathedraal en café ik leg een hand op de deurklink graaf me door het gordijn naar binnen hang jas en das aan een haak en omarm wie op me wacht
wie ik liefheb bied ik een biertje wie wat van me wil wacht verderop maar op zijn beurt als ik hem al niet over het hoofd zie
op de achterkant van een viltje teken ik het uit een grillige lijn van bidbank naar hier warme woorden schrijf ik bij de puntjes die de pen drukt in het karton
in elk groeit je gezicht hoe ik alleen voor jou op de knieën het gewicht draag dat leven weegt tot ik uitgeveegd lig een vlek tussen kerk en kroeg
FT 24032018
.
pom: hoe ik alleen voor jou (…) het gewicht draag dat leven weegt – zo heeft frans getracht te leven. de beminde mag vereerd met zoveel toewijding – het beeld van het café aan de haven dringt zich op – de dichter aan een tafeltje – de pen in de hand om bijna willoos bij haar uit te komen. om even niet alleen te zijn worden mooie regels geschreven. soms binnen buitengewoon mooie.
bregje:
FT 24032018
Op een dag krijg ik van Frans een biertje, dat denk ik echt.
Goede titel, veelzeggend.
de winters
de lucht kan soms zwaar van dragend geel zijn de volgende dag een pak van blijvend wit waren dat de winters dat ik de kinderen wakker maakte alleen om de oplichtende ogen van belofte te zien alsof het allemaal uit mijn handen kwam dat ik dat ook geloofde en was
dat is genoeg geluk tot ik jou vond
PetraMaria
pom: kijk aan heeft mijn petra maria zo getracht te leven? – de kids nog niet naar bed en jawel hoor petramaria schudt de kinderen weer wakker. is dat opvoeden? mevrouw wil oplichtende oogjes zien. eindelijk heb je die krengen in bed of petra maria staat al weer aan ze te rukken. WAKKER WORDEN en jij ook WAKKER WORDEN – ik wil die oplichtende oogjes zien en dat allemaal in die onverlichte slaapkamer. HIER WORDT NIET GESLAPEN! wat denk je wel. toestanden daar in het oosten van het land. dit lees je niet vaak hoor.
.
bregje:
PetraMaria
Zwaar van dragend geel, hmm maar wat een mooie lange regel, ik hak hem even in stukjes:
waren dat de winters
dat ik de kinderen wakker maakte
alleen om de oplichtende
ogen van belofte te zien
Mooi hè Petra, ze zijn van jou!
.
gesprekken hadden we niet. zwijgen was al lastig genoeg, zelfs in eufemismen. spraakverstard struikelden we over onze klankgeworden onzekerheid, de invallen die we weer inslikten
met een slok bier spraken voor zich. we wogen, wikten, stikten in goede bedoelingen die fout vielen; als boterhammen op de besmeerde kant
Annagriet Diesman
pom: een wereldregel – ‘zwijgen was al lastig genoeg.’ daarna lopen we tegen wat verwarring op: wat is spraakverstard? wat is klankgeworden onzekerheid? mooi is in ieder geval anders.
en wat is ‘met een slok bier spraken voor zich.’ correctie na de strenge woorden van meesteres annagriet: ‘nooit gedacht dat ik op een poëziesite zou moeten uitleggen hoe een enjambement (over de strofe heen) werkt, maar gezien de totaal verkeerde lezing tot gekke commentaren leidt, doe ik het toch maar.
lees niet: de invallen die we weer inslikten PUNT WITREGEL NIEUWE ZIN met een slok bier spraken voor zich, maar lees: de invallen die we weer inslikten met een slok bier spraken voor zich, OPGESPLITST DOOR EEN ENJAMBEMENT OVER DE STROFE HEEN’
nee van die prachtige eerste regel is dichteres zelf een beetje in de war geraakt. en we nemen het annagriet niet kwalijk. wie zo schrijft: ‘gesprekken hadden we niet. zwijgen was al lastig genoeg,..’ – zal zeker als een gevierd dichteres ooit sterven. dat er na regel 1 wat alcohol doorheen is gegaan om deze eerste regel te vieren – alle begrip.
.
bregje:
Annagriet Diesman
Als boterhammen op de besmeerde kant, ja, als je zo valt plak je vast . Smeuïg beeld Annagriet al die aan de grond vastgekleefde bedoelingen en een mooie beginregel.
.
Leven in brokken
Geboren achter de duinen van Den Haag
ren ik door de tijd met een hamer
sla de beelden uit het verleden in brokken
zoveel leven uit mijn vingers geslagen
kijk naar de mimische bewegingen
met zo’n brok in de keel
leef mee met de poëtische clown
met het gemak van het woordencircus
‘zal ik dan maar’ roept de acteur in mij
slaat de rumba het ritme van Dakar
in de groeven en rimpels van de jaren
reist naar het fluwelen Praag
danst over eilanden van verlangen
om in spagaat met veel gedonder
eindeloze grachten te verleiden
de ramen van ‘t nu te beminnen
met een lied vol melancholische brokken
over reizend de tijd dichten
zingend de dagen afsluiten
zwijgend de nacht ontdekken.
Rik van Boeckel
24 maart 2018
.
pom: en hoe heeft rik getracht te leven? in brokken begrijpen we. tot en met in de laatste strofe – melancholische zelfs. de laatste strofe bevalt me het beste – in die daarboven wordt me net teveel gezocht – naar beelden, woorden, beweging – te veel wervelwind om in die laatste tot rust te komen – te gaan liggen.
.
bregje:Rik van Boeckel
24 maart 2018
Waarom ren je nou door de tijd met een hamer? Was dat de enige manier om de titel te rechtvaardigen of was het gedicht er eerst?
Twee hele mooie laatste regels, het jezelf opzwepen heeft gewerkt, soms zijn twee regels genoeg en die ontstaan nu eenmaal vaak door te schrijven
.
.
Weegschalen
.
We houden feesten, drinken flessen
op buiken leeg. Gordijnen sluiten
tegenspraak buiten. Kaarsen doven
uit. Meubels cirkelen rond.
.
Onze lichamen hoeven niet meer te
wijzen wat leven is. Kranten en zalven
op tafel. In een taal, los van strakke
etiketten praten de dagen.
.
De verhuisdroom in onze handen.
.
Erika De Stercke
pom: dat de dagen praten in de kranten op tafel – wel een heel mooi beeld hoor – prachtig!- verder lijkt het wel of rik van boeckels wervelwind over erika de stercke is gevlogen – welk een bewegingen. dat de meubels meebewegen – geloof je het zelf erika of was het toch een pilletje?
.
bregje:Erika De Stercke
Oh dear, ik ben bang dat ik er niet veel van begrijp Erika terwijl ik juist bij jou vaak blij word. Toch voel ik wel iets in het gedicht wat dankzij de titel is. Alles in het gedicht wordt gewogen, we wegen ook elkaar. Dag in dag uit.
.
Leuk sonnet
Hoe leuk licht ik wordt, aanstekelijk
hoe het werkt, buiten en binnen me om.
Wat dan nog te zeggen valt,
komt van anderman of vrouw.
Ophef maakt niet meer los dan
twee centimeter, ferm genoeg
voor wie zich opricht
en weg wordt geraakt.
Koppig in lucht,
luchtig in kop
is de buik vol.
Hardop in vluchtvogel,
Vluchtig, ernstig
is de maat vol.
(er staat geen dt fout in ik wordt; dat is gewild)
—
marc tiefenthal
dichter essayist / poète essayiste
Sint-Niklaas
blogs: Tieftalen (nl) Profonde lalangue (fr)
.
pom: wel een beetje veel ik hoor. ophef komt van buiten en maakt niet meer los dan 2 cm. hahaha. grappig. meer kan ik er niet van maken. e=mc in het kwadraat. tiefenthal = licht en 2cm los.
.
bregje:marc tiefenthal
dichter essayist / poète essayiste
Sint-Niklaas
blogs: Tieftalen (nl) Profonde lalangue (fr)
Ferm genoeg voor wie zich opricht, ik weet het niet, Koppig in lucht, Hardop in vluchtvogel. Er is hier aan een gedicht gewerkt dat ons vertelt hoe Tiefenthal door het leven gaat, hij zet zichzelf bescheiden neer zullen we maar zeggen. Een stofje zo we allemaal zijn. Dust in the wind.
.
Zendeling
Er stond een christenman voor het station met zendingsdrang en een bord voor zijn kop gelukkig lag er een krijtje naast ‘ik heb een bom’ schreef ik vier woorden maar ik had haast het werd stil rond de man politie betrok de wacht tot de bommendienst verscheen die de zendeling op veilige afstand tot ontploffing bracht iedereen blij de christenman in zijn paradijs wij zonder gezeur op reis
Ton Huizer
.
pom: een zeer zeer grappige topper. ik hoop dat bregje niet van gristelijke bloed is. dan moeten we haar voortaan missen. de wijze zondagochtendgedachte van ton huizer omarmen we hier in ieder geval. de tussenregel: “ik had haast” doet me van plezier op de grond rollen. starik zou gezegd hebben – dit is cabaret van de hoogste plank – ik zeg dit is poëzie zoals poëzie hoort te zijn.
.
bregje:
Ton Huizer
Politie betrok de wacht, wat een gekke regel. Een beangstigende gedachte vind ik het dat iemand ‘ik heb een bom’ op je kan schrijven en dat je dan daadwerkelijk kunt ontploffen.
Helemaal begrijpen waarom het een christenman moet zijn doe ik niet maar het zal een verwijzing zijn naar iets waar hele boekwerken over geschreven kunnen worden of zelfs al werden. Een gelovenmix of gezien de bom, een cocktail. We willen veilig reizen, niet steeds lastig gevallen worden door/met welk geloof dan ook, hè, dat is de boodschap.
.
van hart tot hand
ik kwam uit het korenveld en hield drie poppen
vast in de hand, zonder benen, het lopen verleerd
de vijand was gecamoufleerd, geen soldaat in zicht
heiligdommen nog niet ingericht, rondhangen
niet zonder risico omdat de fluittoon te hoog
we verplaatsen het huis, laten geen kruimels na
hangen het hart op aan de regenboog
opdat niemand ziet wat ik geloof, te hoog
om te reiken, te star om te vliegen
wat rest is de loopgraaf, het tandenknarsende
van zand, het laagbijdegrondse voorover vallen
het hout van zweet, bloed en tranen ontdaan
het korenveld in as, een ingelijste zelfkant
het is niet eens dat we evenwijdig opstaan
ik lig aan de verkeerde kant van het bed
jij bent fluitend in andere handen overgegaan
Jolies Heij
.
pom: het gedichtje komt niet binnen bij me. de laatste twee regels wel die begrijp ik – maar wat er allemaal aan vooraf moge gaan – de christenman van ton huizer zal het weten. loopgraven, kruimels, fluittonen, regenboog en zelfkant – het is wel allemaal VEEL. misschien kan bregje er worst van maken.
.
bregje:
Ik vraag me af hoe je zonder benen dat korenveld uitkwam, of hebben de poppen geen benen? Lastig lezen dit gedicht, er komt iets uit een sprookje in voor (kruimels), er is oorlog, ravage na vernietiging, de vijand onherkenbaar.
Die laatste regel vind ik prachtig, jij bent fluitend in andere handen overgegaan…. Meisje, lees nog eens wat je hier schreef, alles wat er aan vooraf gaat is zowat overbodig met zo’n zin. Je kunt het. Doe het.
.
handbereik
het komt zo anders dan je wilt op stilten volgen stormen en wat je voor het leven houdt bevindt zich buiten handbereik
tot dan dat wezen komt, dat nevel stijgen laat alsof getergd door een warme wind bloed door je leden jaagt je laat worden tot wat je niet voor mogelijk hield
je loopt de straten, pleinen van de stad af in je binnenste steeds het weerzien van een dag
jako fennek
—
pom: hmm een tekst om te genieten – regel na regel. hoogtepuntje in de werken fennek – DAT WEZEN prachtig! raadselachtige laatste twee regels – ja poëzie van de hoogste orde – binnen de stroming die me lief is: de bijna onleefbare romantiek.
.
bregje:
jako fennek
Fijn gedicht, heel even haper ik, dat komt door de beginregels, ja dat weet ik wel, denk ik daar maar ik lees verder en ook al zie ik hier en daar iets, ik ben om; in je binnenste steeds het weerzien van een dag… Mooi hoor.
zo schreven we in 2015 – toen we Ronald Offerman I.M. nog hadden en Joop KomenI.M.
UW JURYVERSLAG: de edele metalen moeten nog uitgereikt deze week. dank aan alle inzenders. hoog nivo deze week. het uitreiken kunnen we niet aan bettie overlaten. ze heeft het al zo druk met al die dichters. Maja Colijn verdient een eervolle vermelding. heel vaak wordt de film niet teruggespoeld op een manier waarbij de vaart erin gehouden wordt. ook het muiderpoortstation van jako fennek verdient vermelding. een meer troosteloze plaats is niet goed denkbaar. door jako nu vereeuwigd. de mooiste regels kwamen deze week van joop komen, jolies heij en martin wijtgaard. deze dichters verdelen goud, zilver en brons. zilver voor het gedicht met de regel: ‘Neem een maagd als je geen verleden wilt…’ brons voor het gedicht met de regels: ‘zij voelt de tachtig jaren scherven in haar ziel…’ Martin Wijtgaard wint goud deze week – ‘het laatste restje toekomst tegemoet…’
Nazorg
Er is een spreekgestoelte neergepoot, een microfoon voor roerende betogen, er zijn wat tissues voor betraande ogen (al houden we ons liever dapper groot).
Hij heeft, nog voor z’n laatste ademstoot de platenkeus zorgvuldig overwogen, er is gebak en voor een godsvermogen aan sterke drank voor bij het middagbrood.
We nemen zichtbaar opgelucht een glas en doen ons aan de sandwiches tegoed. Terwijl we onze dorst en honger stillen
rolt hij, alleen met z’n geklede jas, het laatste restje toekomst tegemoet waar wij nog even niks van weten willen.
Martin Wijtgaard
MARTEN JANSE kocht een jas met haar – RIK VAN BOECKEL geboren om te sterven – MAJA COLIJN berust niet – JOOP KOMEN hoe zij het einde wacht – DITMAR BAKKER past naar eigen zeggen binnen literaire perken – JOLIES HEIJ adviseert: neem een maagd als je geen verleden wilt – MAX LEROU voorbij de derde – RONALD M OFFERMAN over opruimen – MARTIN WIJTGAARD met een gedicht voor robin – JAKO FENNEK op het muiderpoortstation – ROBIN VEEN over een einde dat maar niet voorbij ging
wie wint de enige echte virtuele ‘verbrand mijn kleren als ik dood ben opdat niemand zich de toekomst zal herinneren’ trofee op pomgedichten – naar een dichtregel van robin veen.
belangrijke thema’s als de dood, de toekomst – het verleden – u heeft het voor het uitkiezen deze week in de wedstrijd der wedstrijden – de inleiding op de mogelijke thema’s verzorgd door robin veen met een prachtig gedicht vastgelegd op youtube. de dood zit weer in de maand lieve lezer – martin m aart de jong maakt er grapjes over – dat mag ook natuurlijk: ‘Martin Max Aart de Jong: “Die Wolff hecht op een ziekelijke wijze aan zijn aardse bestaan. En maar verwijten maken aan Joop Komen. Dat het allemaal zo vreselijk lang duurt en dat we niet eeuwig kunnen blijven wachten op de koffie en het gebak. Dat de toespraken al geschreven zijn, alles geregeld, de dragers, de kisten. Alsof dat niet voor Meneer Wolff zelf geldt. Dat voortdurende boven de partijen willen staan maar nooit de confrontatie met het zelf aangaan.” –
we verwachten van mneer de jong deze week wel een inzending natuurlijk. nu het nog kan.
hoe dan ook. de regels als vanouds. u kunt uw gedicht als reactie plaatsen – leave a comment – (even registreren, dan inloggen en dan uw reactie) – ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaren verzekerd natuurlijk. insturen tot zondagochtend 1100 uur. de gedichten niet te lang, tenzij noodzaak.
dichten is een sprint geworden
het is de tijd er niet meer naar je nog te schrijven als ik in een gedicht voor de jij vorm kies heeft de crematie vaak al plaatsgevonden ik leg het af je met mijn woorden af
pw
Ik kocht een jas Zij zei Hij staat je goed Ik dacht Leve de engelen! Mijn verblijf op aarde is met een jaslengte verlengd
Ik weet nog dat ze weg was en terugkwam en dat mijn handen in haar kleren grepen en ik voelde haar liefde slechts een neuslengte ver weg
[…] Ik kocht een jas met haar
Marten janse
de creme de la creme hebben we weer te gast deze week. het gerijmel voorbij van de sint. het echte werruk mneer wolluf – zo fluit bettie door de gangen hier op 8 hoog in de VU. inmiddels is ze aan dichters gewend. meneer lerou op bezoek deze week – dat wordt genieten kind. maar ik heb eerst ome marten af te werken hoor mneer wolluf – die ligt op negen en uhh meneer janse schrijft nogal – hoe zeg je het – hemels Bettie? lichamelijk geinspireerd mneer wolluf! hij grijpt niet helemaal lukraak in mijn schortje en dan zegt ie liefde te voelen. meneer janse heeft bijzondere gaven mneer wolluf. een prachtig gedicht bettie. een gedicht met een verhaal. en zelfs zonder de regels van robin veen komen de woorden dichtbij, dichtbij de liefde die heel subtiel is aangegeven in strofe twee terwijl de lust toch ook gewoon uitgeschreven staat op een wijze die we allemaal op de pom herkennen. in die tweede strofe is alles wat mooi is samengevat, naderen werkelijkheid en dichtung elkaar tot op de millimeter nauwkeurig door de dichter bepaald.
Tranen op mijn jas
Ik heb tranen op mijn jas ze zijn van as het is de Vesuvius die ze in mijn adem blaast nu de dood over de wereld raast
ik ben geboren om te sterven het Pompei van geluk te erven
wie zal mij begraven als den Hein plots op komt draven mijn kleren lege hulsels zijn verstoken van die aardse pijn.
Rik van Boeckel 5 december 2015
ja mneer van boeckel is zojuist ook binnengebracht mneer wolluf! is het waar kind. wat heb ie? mneer van boeckel laat zijn emoties weer eens de vrije loop – een te vrije loop zeggen de doktors mneer wolluf en daar komen brokken van. dan krijg je vragen waar de zelfs de skrifgeleerden geen antwoord op weten. misschien moet je het anders zien bettie. in de eerste twee strofen vinden we de antwoorden waar we een heel leven mee voort kunnen. nouja zeg maar in de tweede strofe. daar drukt dichter van boeckel ons met onze neus op de feiten – zijn we niet allemaal geboren om te sterven? en dan die beelden erbij van as en lava en van hoe alles naar beneden rolt als tranen – nee bettie daar kunnen ze hier in dat gereformeerde bolwerk van wouterje bos met zijn wateroverlast een puntje zuigen. meneer van boeckel houdt het droog in de VU. in zijn gedicht loopt de temperatuur wel op maar mneer van boeckel stelt precies op tijd de vraag die ook gesteld moet worden. wie zal mij begraven. er kan maar een antwoord mogelijk zijn toch bettie? bettie!
En dan duw je de steen weg en springt met hakken en sprongen achteruit over verdorde violen aan het voeteneind, naar daar waar de stekker er weer in gaat, en tanden op scherp verleden tijd terug bijten
. dieper, dieper en verder heen het ouderlijk schudden voelen, je naam heten en weten dat zij de liefde om jouw ziel bedreven
. waardoor je op de wereld kwam het liefst niet als `motje` want je knalt er alszo ook weer af
dit grafschrift
hier blijft de dode op qui vive het achteruit leven lief
rust nooit
Maja Colijn
mevrouw colijn is in een wel heel bedenkelijke toestand binnen gebracht op de eerste hullup mneer wolluf – misschien kunt u daar effe een kijkje nemen. ze hebben wel wat in der gestopt maar het is nog wachten op de uitwerking. ze moet weer vooruit he. nu ze zo achteruit is gegaan de laatste tijd. nou bettie juffer colijn heeft zich ingeleefd in hoe het zou zijn als ze terug kon leven. en wat of wie ze op haar reis dan allemaal tegen zou komen. van neeltje maria min tot aan de violen van die siebelink. schreef reve op weg naar het einde juffrouw colijn schrijft zich hier een weg naar het begin. knap gedaan hoor. bij een rondje om de wereld maakt het in wezen ook niet uit welke kant je opgaat.
door de kamer peter de bie of zoiets zij voelt de tachtig jaren scherven in haar ziel
regendruppels spannen tralies voor het raam zijn nieuwe wollen vest een slaapplaats voor de kat
kinderstemmen slaan de klok van twaalf de nieuwslezer spreekt voetbal en afghanistan terwijl zij denkt aan niets en aan het slapengaan
tien jaar geleden stierf zij en wacht nog steeds op het einde
joop komen
die ouwe komen legt op twee meneer wolluf. dan hoeft niet zoveel trap te lopen als ie wil roken. maar het is een boefje hoor. mneer weet heel goed de poezie te scheiden van het gewone leven en alles waar de verpleegsters in de VU vaak zo heftig naar snakken. snacken bettie? daar draait meneer zijn hand niet voor om – om nog maar even bij de handjes, de beelden van mneer janse te blijven mneer wolluf. ik kan me dat niet voorstellen bettie. mneer komen heeft een indringend gedicht geschreven. met een wereldregel: zij voelt de tachtig jaren – scherven in haar ziel na zo een regel is het rustig de wedstrijd uitrijden bettie – geen brokken meer maken – handjes omhoog en de gele trui aantrekken. en dat doet mneer komen dan ook. misschien is de vierde stofe er een voor net na de finish van het gedicht. die kunnen we missen.
De Vondst
Ik ben uitgegeven. Word ik ontdekt Pas over vijftig jaar of zullen horden Recensenten (die bij veel and’ren morden) Mij nu betitelen als Kunstobject?
Was het wellicht de kas die hen zo trekt? Neen—‘101 sonnetten’ zou op borden In Bruna® of Kiosk™ slechts afgang worden; Het lijkt geen economisch groeiprospect.
Moet ik aan schrijverscarrière werken? Ik vier! & voer vanuit het raam de vlag! Ik pas binnen de literaire perken—
Dat ik dees leest nu dan bedrijven mag? Misschien moest mijn techniekampère sterken… Misschien had de typist een goede dag.
Ditmar Bakker
kijk meneer ditmar beantwoordt zelf tenminste de vragen die hij stelt. dan hebben wij weer minder werruk mneer wolluf. dan kunnen we ons beperken. tot de essentie bettie? ja tot de essentie mneer wolluf. mneer bakker komt elke week even langs voor onderzoek en tot nu toe was het altijd veilig. zo heeft god het ook gewild. je doet maar raak en je springt er maar bovenop – als het van de liefde is is alles geoorloofd maar we doen het wel veilig ja! en zo kennen we mneer ditmar ook en dan toch elke week even na-controleren.
ja of de typist een goede dag had he bettie? nou de typist had zeker een goede dag want mneer ditmar heeft de boel vandaag weer eens afgeraffeld. zijn hele dichterschap kan hem gestolen worden vandaag – de typist wacht – je leest het hem denken. inhoudelijk gesproken dan natuurlijk. wat de vorm betreft blijft het een puzzle zo een sonnet. de laatste twee strofen moet je overdrachtelijk lezen bettie. ‘Moet ik aan schrijverscarrière werken?’ vraagt ditmar aan de typist. welnee, daar zit die jongen van schroevers helemaal niet op te wachten. nog 5 regeltjes erachter aan en de dichter bakker is weer eens klaar met het dichtwerk voor vandaag. je snapt wel waar de heren belanden na zo een sonnetje van onze ditmar.
Drinkebroers sterven niet uit
Nu ik aan de bar met enige liefde voor de lapjeskat vecht tegen ongenaakbaarheid spijt welt in de kelen op die we blussen met de weemoed op de bodem van het
glas Wermuth. Alle stoeptegels zijn toch dezelfde, zegt de barman bij wijze van troost, alleen in de volle zon beginnen ze te schijnen. Neem een maagd als je
geen verleden wilt, het drama op de koop toe. Op dinsdag worden kinderen afgedreven, tot Sint Juttemis huwelijken afgezegd. Aan de bar is het goed navelstaren
en de kat gaat bij een andere drinkebroer op de versiertoer. Er gebeurt zo veel dat er niets gebeurt. Ik heb je jas verbrand en zelfs dat was niet genoeg.
Jolies Heij
‘Neem een maagd als je geen verleden wilt…’ die komt wel binnen bij de heren hoor – net als de laatste regel – ‘Ik heb je jas verbrand en zelfs dat was niet genoeg.’ ik laat juffer heij graag aan uwes over mneer wolluf? u bent al jaren goed met haar. u kent haar van binnen en van buiten. ja juffrouw heij is altijd heel direct bettie. en woensdag zien we elkaar weer op de boot van catelijne aan het einde van de wereld. in het wild valt ze reuze mee hoor. dan is ze bescheiden – maar op het toneel is ze een beest. dan geeft ze wijze raad. over het barleven. over het barre leven en over de liefde en hoe je de dingen en de mensen moet aanpakken. als dichteres is het een wonderkind. ze schrijft en schrijft en ze blijft schrijven. en de laatste jaren is elk gedicht bovengemiddeld goed. vaak ook met twee briljante regels – zo ook deze.
dodennis
-TING- hoort hij al niet meer de mensen stappen in gaat u omhoog
ik moet naar drie gynaecologie hoort hij nog wel
zijn vrouw komt even in hem op tien soorten kanker overleefd
nog een trekje dan houdt hij zijn adem in dit gat in de muur
ml
mneer lerou is voor mij vandaag mneer wolluf. mneer lerou voelt de vrouwen zo goed aan. de hele zondag is een hele andere zondag met mneer lerou in the house. ja bettie – volgende week is meneer lerou op ruigoord in een prachtig oudejaarsprogramma met belangwekkende dichters als hagar peters, bij hans plomp en yvonne van doorn. waar mneer lerou is wordt het feest. laten we maar van mneer lerou genieten. meneer lerou is gewoon de liefde zelf. het leven laat hij in zijn poezie uit. en altijd even genadeloos zoals het leven is. ‘de mensen stappen in – gaat u omhoog – ik moet naar drie – gynaecologie…’ uiteindelijk gaan we in de VU allemaal omhoog mneer wolluf. ja bettie ik hoor het mneer lerou zo zeggen: dan maar de lucht in.
Een houten jas
Jij was het enige wat we nog moesten verbranden De rest had jezelf al weg gedaan Een opruimwoede die weken duurde Was met jouw dood tot een eind gekomen Alsof je naakt wilde vertrekken Zonder sporen achter te laten
Geen ballast voor de overlevenden In de ochtend draaide ze de deksel van de kist dicht Ik poetste met mijn zakdoek de vette vingers van de lak Zoals ik soms met nattevingerwerk Lipstick van je wang had geveegd Als iemand je gezoend had op een verjaardag
Ronald M.Offerman Amsterdam 6-12-2015
mneer offerman schrijft altijd precies zoals het is he mneer wolluf. nou bettie dan ligt er al weer een juffrouw in het trapportaal van mneer offerman. nee mneer offerman houdt zich aan het thema en is in de tweede strofe daar goed in geslaagd. heel goed. de laatste 5 regels zijn een gedicht op zich. de eerste strofe had mevrouw in haar opruimzucht wel mee mogen ruimen. je kunt niet elke week een goed gedicht schrijven bettie. met die laatste 5 regels mag mneer offerman best tevreden zijn daar kan ie een heel goed gedicht mee maken.
Geen ballast voor de overlevenden
In de ochtend draaide ze de deksel van de kist dicht Ik poetste met mijn zakdoek de vette vingers van de lak Zoals ik soms met nattevingerwerk Lipstick van je wang had geveegd Als iemand je gezoend had op een verjaardag
klaar!
Speciaal voor Robin een sonnet:
Nazorg
Er is een spreekgestoelte neergepoot, een microfoon voor roerende betogen, er zijn wat tissues voor betraande ogen (al houden we ons liever dapper groot).
Hij heeft, nog voor z’n laatste ademstoot de platenkeus zorgvuldig overwogen, er is gebak en voor een godsvermogen aan sterke drank voor bij het middagbrood.
We nemen zichtbaar opgelucht een glas en doen ons aan de sandwiches tegoed. Terwijl we onze dorst en honger stillen
rolt hij, alleen met z’n geklede jas, het laatste restje toekomst tegemoet waar wij nog even niks van weten willen.
Martin Wijtgaard
de jongens van de sonnetten – mneer wolluf – meneer komen meneer bakker zeker ook en mneer wijtgaard helemaal weten mijn inhoud en mijn vormen echt goed te verenigen. je voelt je weer helemaal compleet als ze langs zijn geweest. en nooit moeite met het textiel zeker bettie? vroeg ik bettie. bettie knikte met de wangen nog rood – van meneer wijtgaard wees ze. martin wijtgaard kijkt niet op een stukje textiel, niet op een drankje bettie. ‘er is gebak en voor een godsvermogen aan sterke drank..’ het feestje kan beginnen ‘het laatste restje toekomst tegemoet’– prachtige regels.
op de trek
uitgerekt tot aan de horizon akkers onder vorst gekrijs van kraaien
ik ontdoe mijn hoofd van hoed trek mijn kloffie uit bedek er stukken grond mee opdat de aarde weer los voor later wordt
want liever sterf ik hier ter plekke dan op de tocht te moeten staan op’t muiderpoortstation
jako fennek
met wie had mneer fennek afgesproken meneer wolluf? tis hem niet erg goed bevallen he het muiderpoortstation. ik heb echt met hem te doen – als ie maar geen verkoudheid heeft opgelopen – ik zal hem vannacht eens goed onder stoppen. kijk je wel uit bettie. mneer fennek is een dichter. geen vrouw is veilig in zijn buurt hoor en je hebt al zoveel dichters over je heen gehad vandaag. laat mneer fennek maar gewoon blauwbekken op het muiderpoortstation – daar komen mooie regels van. het zal mevrouw essen wel weer zijn geweest. die kan nooit de locatie vinden waar ze heeft afgesproken. vertel mij wat.
Mooie nieuwe site, Pom. Ik was lang niet langs geweest, maar voel me nu bijna verplicht ook een gedicht in te sturen. Door tijdgebrek niet helemaal uitgewerkt, maar toch. Hartelijke groet, Robin.
HET EIND GAAT NOOIT VOORBIJ
Het stootblok van een kopstation en dan te voet naar waar het water gulzig wacht. Alleen je schoenen staan nog op het strand.
Op de aftiteling lees ik je naam. Ik volg de geur van je parfum, de kleur van je jas. In het café staat nog je laatste rekening.
Je naam gaat zwijgend rond. Ik zit en drink. Nog altijd speel jij hier de hoofdrol. Op de bodem van elk glas kijk je me aan.
Robin Veen – 06-12-2015
Mooie woorden van de dichter die ons het weekend meevoerde met zijn onvergankelijke woorden ‘verbrand mijn kleren als ik dood ben opdat niemand zich de toekomst zal herinneren’. voor die regels natuurlijk buiten mededinging de hoofdprijs. een mooi droef einde ook zo met de bodem van het glas in zicht hier. het zonnetje begint te schijnen. de dichters langzaam wakker. eens kijken wat die wolluf nou weer bij elkaar gekletst heeft, sigaretje erbij en wachten op de uitslag. alles is liefde spelen ze in het kijkkastje – in de wereld van robin veen is alles van de drank. er wordt nog wat om de fles heen geleefd. de vergeefsheid van het leven bestreden. tevergeefs.
dodennis
-TING- hoort hij al niet meer
de mensen stappen in
gaat u omhoog
ik moet naar drie
gynaecologie
hoort hij nog wel
zijn vrouw komt even
in hem op tien
soorten kanker overleefd
nog een trekje dan
houdt hij zijn adem in
dit gat in de muur
ml