
Afgelopen maandag stap ik de Bagels & Beans op Eudokiaplein binnen voor mijn traditionele weekstart. Het koffiemeisje, dat voor de crisis altijd vriendelijk mijn bestelling op nam, is er ook weer. Na een half uurtje werken, een bak koffie en een glas water moet ik hard afwateren. Het toilet is aangenaam en schoon. Terwijl ik naar mijn geklater luister, valt me op dat de houder van de WC borstel beschadigd is. Een teken van verval. Ik kijk naar de betimmering, die ineens ook niet meer nieuw is. Terwijl ik mijn handen was, bekruipt me een gevoel van verlies. Er is iets voorbij. Maar ik blijf rustig. Ik weet dat ik hier volgende week weer zal zijn. En dan ziet alles er vanaf nu voortaan zo uit. Daar kan ik aan wennen.
Het is lente 2018. In Düsseldorf heb ik een kamer bij een jong gezin in huis gehuurd voor mijn sportweekend. Wat onwennig betreed ik het pand. Het trappenhuis is door de bewoners gezellig gemaakt met posters en planten. Een vriendelijke, jonge man laat me binnen en toont me de kamer en de faciliteiten. Terwijl ik de deur van de badkamer open, zoeken mijn ogen het toilet. Dat zie ik niet meteen, want het zit verscholen achter een schuine koof. Er zitten geen ramen in de badkamer. Het daglicht kan deze ruimte nooit tot achterin bereiken. Even overvalt me een golf van paniek. Die temper ik en bedenk een oplossing. Het zwembad blijkt vlakbij, dus elke dag na het ontbijt kan ik naar het zwembad om mijn grote boodschap te doen. Het is net zo onverklaarbaar als de wijze waarop een hond bepaalt, waar hij kakt. Drie dagen lang doe ik mijn behoefte op het toilet van het zwembad. Ook douchen doe ik daar.
Lente 2019 ben ik in Brussel. Vier nachten huur ik de loft boven het atelier van een schuchtere kunstenaar. Het is gevestigd is in een oude brouwerij en later synagoge op een achtercour van een huizenblok. Vanaf het eerste moment, dat ik binnenstap, weet ik, dat ik er wil blijven. De nachten slaap ik goed. De douche is open en aangenaam. Via een smalle trap kan ik het dak op. Vanaf alle kanten valt het licht de ruime open etage binnen. Als ik ben wezen hardlopen in de ochtend en ik de lange gang vol werktuigen en half afgemaakte projecten doorloop, dan weet ik dat ik thuis ben. Gedurende de eerste corona sluiting steun ik Brasserie Verschueren, die er om de hoek zit, financieel vanuit Nederland. Ook al ben ik daar tijdens mijn verblijf maar twee keer geweest.
Als een hond die bij elke wandeling weer net tegen andere paaltjes pist en aan andere struikjes snuffelt, strooi ik als een Hansje mijn broodkruimeltjes uit. Die hond wekt nog de indruk exact te weten waarom hij dat doet. Het lijkt van belang, nemen wij als mens dan aan. Op mijn beurt, lijk ik te overwegen, waar en hoe ik kleine stukjes van mijn ziel achter zal laten. Of is het achterhalen, terwijl ik weet hoe weinig tijd een hond heeft voor dit alles. Ik denk heel even na, krab achter mijn oor, kwispel en loop door.
VON SOLO
DICHTER, COLUMNIST, PERFORMER EN CINEAST
Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl
Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl