Nergens meer veilig Altijd verdacht Aan het einde van de rit Wordt je opgewacht…

Het bedrijf waar ik werk gaat prat op integriteit. Dat is zo’n dingetje net als veiligheid, maar dan met vertrouwen. Je bent het of je bent het niet, of je bent het soms wel en soms niet en soms een beetje en soms niet. Maar waar ik werk, wordt verondersteld, dat je het zeven dagen in de week, vierentwintig uur per dag bent. Net als dat elke minuut van de dag veiligheid gegarandeerd moet zijn. Voor die veiligheid hangen ze de stad vol met camera’s. Voor die integriteit geven ze je verplichte cursussen, zodat je, als er onverhoopt iets gebeurt, niet kunt zeggen, dat je het niet wist. In beide gevallen iets met het wegschuiven van verantwoordelijkheid en schijn wekken. Maar dat tot zover.
Al jaren bezoek ik met regelmaat ons hoofdkantoor. Daar loopt een uitgebreid korps aan gastmensen en beveiligingslui rond. Doordat ik er al jaren kom, ken ik een behoorlijk aantal gezichten. En zij kennen mij ook. Die kleine kalende man met een knotje en werklaarzen. Overwegend gekleed in stemmig zwart. Heeft de neiging op de meest vreemde tijden binnen te komen. Bij voorkeur aan het einde van de werkdag. Blijft soms een half uurtje, soms tot heel laat. Gedraagt zich keurig en collegiaal. Niemand heeft een idee, wat hij nou exact komt doen, maar daar wordt in alle discretie ook niet naar gevraagd.
Als ik ons hoofdkantoor bezoek, dan nestel ik mij meestal in de kelder. Dat heeft iets heimelijks en daardoor ook wel weer iets leuks. Dan werk ik nog wat en als ik klaar ben, verlaat ik het pand weer via de achteruitgang. Afgelopen week kwam ik rond zes uur weer aan. Een nieuwe beveiliger knikte wat onzeker naar me terwijl ik met zekere pas de automatische deuren passeerde. Ik had hem niet eerder gezien en hij mij dus waarschijnlijk ook niet.
De beveiligers brengen meestal hun pauze ook in de kelder door Op een gegeven moment stond ik stukken te scannen bij het kopieerapparaat, toen mijn telefoon ging. In mijn dode hoek, zag ik dat er in de zijgang wat beveiligers zaten. De beller was een anarchistische vriend van me, die me vroeg of ik niet wat kon ritselen bij mijn bedrijf. Hierop antwoordde ik, dat dat niet integer was en ik dat nooit zou doen. Bovendien zou me dat op ontslag komen te staan. Ik hing op, en liep naar mijn werkplek en stopte de stukken in mijn tas en sloot deze, hing hem om en sloot af. Terwijl ik naar buiten liep keek ik een kort moment in de ogen van de nieuwe beveiliger, die zat te pauzeren.
De blik die ik zag was nog meer van twijfel doordrongen, dan toen ik hem bij de ingang zag. En ineens vormde zich een beeld, zoals hij me waarnam. Een onduidelijke verschijningsvorm, afwijkend, van wat hij normaliter de poort ziet passeren. Eerste alarmbel. Vervolgens overhoort hij een telefoongesprek, waar blijkbaar een niet integere vraag wordt gesteld. Tweede alarmbel. Hij twijfelt sterk. In zijn hoofd combineert hij de waarnemingen met wat hij geleerd heeft. Er is geen directe aanleiding tot staande houding, maar wel indirect. Hij zwijgt echter, omdat hij twijfelt over mijn rang. Hij vergeet dit echter niet. Het risico, dat een slecht gerucht zich over me zal verspreiden is imminent. Want elke afwijking is verdacht.
Natuurlijk zegt deze gedachtegang veel meer over mij, dan over de beveiliger in kwestie. Maar het zegt ook iets, over wat het huidige normen- en waardenklimaat blijkbaar met mijn vooronderstellingen doet. Als kunstenaar ben ik veel voorzichtiger geworden met mijn woorden en de verspreiding hiervan. Ik houd er rekening mee, dat wat ik doe mogelijk ten onrechte tegen me gebruikt gaat kunnen worden. Die cursussen en camera’s op zich doen niets fout. Het is wat eraan ten grondslag ligt. Er is wantrouwen gezaaid en het heeft wortel geschoten, overal. En begint langzaam te kiemen. Wat rest is het wachten op een oogstfeest.
VON SOLO
DICHTER, COLUMNIST, PERFORMER EN CINEAST
Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl
Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl