prachtige gedichten deze week bij een verfijnd thema: ‘Laat me zijn een beven zonder harnas… ‘- naar de dichtregels van Mandy Mariska Eggerding. dank aan de dichters die hun kwetsbare woorden wilden delen in de wedstrijd die geen wedstrijd is. maar toch delen we deze week goud en zilver uit – aan vera van der horst – goud voor haar vasalisachtige gedicht dat uitstijgt boven al hetgeen geleefd is – moest worden – om het gedicht te kunnen schrijven. en zilver voor peter posthumus – het leven één veenbrand – in zekere zin de droom voorbij en met de voeten in de klei – het leven. zoals het leven ook kan zijn – van harte vera en peter! dank ook aan Mandy Mariska Eggerding – voor haar prachtige ’thema’ gedicht.

nu de verte zo dichtbij
de tijd verloren in zichzelf raakt
bevreemdt het mij
hoeveel herinneringen
zich kunnen verbergen
in een vluchtig bestaan
alsof ze heel lang sterven
dat voor verwachtingen
nauwelijks nog ruimte is
en ik daar beter
maar de wind mee voed
Vera van der Horst
een terugblik op het leven en ook de verworvenheden die de jaren iemand kunnen brengen beschreven in heerlijke eenvoud maar ook en tegelijkertijd in die vasalis – achtige complexe vervlechting van woorden in met name de begin strofe – hoe kun je algemene waarheden op jezelf leggen in een beminnelijke maar ook zo gracieuze kwetsbaarheid. zo!

Wat is er over
van wat ik wilde
zonodig moest
pop-ups die af en toe
de tijd vertragen
taferelen die sneller
weer verdwijnen
dan dat je kijken kan
en bijtend in de schemer
de nagloeiende sintels
onaantastbaar, onontkoombaar
op het kerkhof van wat niet
en de toekomst
die vlucht vooruit
tuurlijk, ja vast
de toekomst, die veenbrand
die er altijd was
Peter Posthumus
een ‘jan arends’ gedicht waarin bijna tot op het bot een teveel aan woorden weggesneden is – bij mij wel binnenkomt – hierboven schreef ik: deze week genieten we een prachtig thema- ‘Laat me zijn een beven zonder harnas… ‘- naar de dichtregels van Mandy Mariska Eggerding – een oproep om vrij te leven – waarin ook de onmogelijkheid om dat te doen op romantische wijze gegeven is – alsof we in de verte de verloren bezongen liefde in een frans chanson horen. hier lezen we bij Peter van die onmogelijkheden en wat er van het leven over is – hoe het leven over vuur lopen is. en altijd al was.
Rik van Boeckel: stil staren we naar de eeuwigheid
Frans Terken: dat jij kan zien dat ik er ben
Anke Labrie: maar wij wisten dat het kan
Ien Verrips: laat me grillig de herfst ingaan
Peter Posthumus: die veenbrand die er altijd was
Vera van der Horst: nu de verte zo dichtbij
Cartouche: weerloos als een hongerend kind
wie wint de enig echte virtuele – ‘Laat me zijn een beven zonder harnas… ‘- naar de dichtregels van Mandy Mariska Eggerding op pomgedichten punt nl?

Laat me zijn
breekbaar samenraapsel van huid en bot
met wangen om van binnen op te bijten
ogen om achter te verdwijnen, een buik
om in te huilen en onverwachte plaatsen
om in te schuilen van schedel, schouder
en het achterste van de tong.
Laat me zijn
een beven zonder harnas van wimpers
en tanden, lang uitgestrekte binnenwanden
vuurgedoopte handen, zenuwbanen
waar ieder bericht zich op lijkt te keren
tot waar het begon.
Laat me daar
wachten op een thuiskomst
een herhalende hartslag of andere tekens
van leven, als alles weer langer dan verwacht
ergens onderweg blijft breken.
Mandy Mariska Eggerding
ook het allerindividueelste verdient aandacht op de site pomgedichten – uiteindelijk zijn romantici individuen zoals dichters individuen zijn – prachtig samengevat in de drie woorden van Mandy – ‘laat me zijn…’ – een oproep wellicht ook tot vrijheid – van de vrijheid die we graag deze week lezen – u kent de regels: gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.

de haven uit waarin ik vluchtte
ik kan nog kijken naar de zee
ben jij het die mij kennen wil
door wie ik helemaal gekend wil zijn
zou het kunnen dat antwoorden
niet uit taal bestaan maar uit tijd
en waar je blijft
pom wolff/ foto: Ben Kleyn

Laat het vuur van de ziel branden
in het harnas van de tijd
stemmen weerklinken in ieder hart
daar is de plek om lief te zijn
om te zingen in diep gevoel
bevend dalen we neer in onszelf
onder de muziek van toen
stil staren we naar de eeuwigheid
onbewust van wat ons wacht
geluk dwaalt om iedere hoek.
Rik van Boeckel
15 oktober 2022
deze week genieten we een prachtig thema- ‘Laat me zijn een beven zonder harnas… ‘- naar de dichtregels van Mandy Mariska Eggerding – een oproep om vrij te leven – waarin ook de onmogelijkheid om dat te doen op romantische wijze gegeven is – alsof we in de verte de verloren bezongen liefde in een frans chanson horen. rik van boeckel maakt er het harnas van de tijd van. een terugblik en een vooruitblik richting eeuwigheid. positief als altijd deze rik van boeckel die een toekomst beschrijft met daarin verborgen iets van gelukzaligheid.

Hoe het naar binnen slaat
als de stem het begeeft
ik wil nog een lief woord zeggen
maar ontbeer de kracht van spreken
laat me dan leren
dat ik nog handen en voeten heb
om te gebaren wat ik aan praten mis
ogen die de tijd nemen
om meer dan goed te maken
wat me aan gesproken taal ontbreekt
dat jij kan zien dat ik er ben
waar je ongebroken een thuis vindt
tekens van woordeloos samen
in tijd die blijft
© FT 15.10.2022
‘dat jij kan zien dat ik er ben…’ de kernregel in dit gedicht naar ik vermoed – al is alles weggegleden laat mij – laat het – toch zo zijn als in deze regel is beschreven. zoals de stad om een persoon hangt en gehangen is waarin hij leeft werkt bemint en verliest zo is deze dichtregel om de ik-persoon in het gedicht gehangen.

vroeger genoeg gewaarschuwd
me niet kwetsbaar op te stellen
hetgeen ik nooit begrepen heb
of niet begrijpen wilde
waarom zou je er vanuit gaan
dat mensen er alleen
op uit zijn om je pijn te doen
als je jezelf laat zien
liefde-oplaadbaar
in geen enkel woordenboek
maar wij wisten dat het kan
dwars door kwetsuren heen
anke labrie
15-10-2022
anke maakt een staat van zijn op – dat je iets van het existentiële kunt begrijpen na verloop van tijd wat eerder nog als vreemd werd ervaren. hoe de eenvoud voorzichtig schoorvoetend bijna plaats neemt in een mensenleven. in twee mensenlevens.

de zinnen zacht wachten op wat komt
laat me rustig rijpen als een aquarel
je verrassen
laat me de zomer vieren ongeremd
willig mikpunt voor cupido’s peilen
tot het scherpe goud verandert
in het stompe lood
laat me grillig de herfst ingaan
als de zon zich sluiert
het licht verduistert schaduw mij omgeeft
het zicht ontneemt
laat me stil zijn in de winter
scherven opgeraapt en weggegooid
geen tijd voor inzicht of bezinning
maar voor netflix en voor poëzie
okt 2022
Ien Verrips
een jaargetijden gedicht met bij passende stemmingen – het verlangen hoe heftig ook doorleefd niet heel vaak ingelost zo mogen we lezen – kwetsbare woorden – om stil te zijn in de donkere maanden van het jaar waarin wellicht iets van poëzie je door de winter kan helpen.

Laat me
in de plooien binnen van je hof
waar de zon zich geborgen houdt
onvervalste honinggeur de lucht
gaten van mijn wezen weet
te vinden en vullen
Laat me daar
mij jou eigen maken, een dag
een nacht pure waanzin ademen
druppel voor druppel drinken
van je tong je mond je borst
Laat me dan
een kleine eeuwigheid – naakt
weerloos als een hongerend kind
poëet van verheven dingen zijn
zonder harnas van oude pijn
Respijt van oog om oog
en tand om tand in weerwil van
alle wording, venijn en zonde nog
deelachtig zijn – een laatste slok
voordat de hemel breken zal
tot melkweg zonder licht
15-10-2022 / Cartouche
een zoemend gedicht waaraan de aandacht voor de woorden strofe na strofe af te lezen is. mijn voorkeur voor de derde strofe zal duidelijk zijn – waar de dichter helemaal zichzelf is – alles afwerpt – alles loslaat – en in poëtische eenvoud kwetsbaar tot de ultieme poëtische waarheid weet door te dringen.
Laat me dan
een kleine eeuwigheid – naakt
weerloos als een hongerend kind
poëet van verheven dingen zijn
zonder harnas van oude pijn
vroeger zeiden ze: bij zo een strofe moet je wenen.