
De nieuwe bundel van Margreet Schouwenaar met de titel DAT IJSBEREN EIEREN ETEN kent 44 gedichten, verdeeld over 6 hoofdstukken en een openingsgedicht “Het land waar”.
En weer zo een prachtig verzorgde uitgave van uitgeverij P – Leuven, 2024.
De nieuwe bundel van Margreet Schouwenaar kent als titel: DAT IJSBEREN EIEREN ETEN – deze titel is ook de titel van het derde hoofdstuk van de bundel én is een gedeelte van een zin uit het gedicht ‘De weg naar huis’ – deze titel DAT IJSBEREN EIEREN ETEN dekt de lading van Margreets bundel niet.
Trouwens het gedicht ‘De weg naar huis’ dekt grotendeels de lading van de bundel wél! In dat gedicht is van alles te vinden wat dichteres tot dichteres maakt – en bijna alles van het grote thema dat dichteres voor onze lezersogen ont-leedt in haar nieuwe bundel DAT IJSBEREN EIEREN ETEN – een bundel met veel licht, met veel bomen en met veel vallen.
Dichteres beschrijft in deze bundel een levensweg, een ieder geldende algemene levensweg in fasen én een bijzondere levensweg – voor een niet onbelangrijk deel in de gedichten haar eigen verdichte levensweg met een moeder en een vader, de dochters, de herinneringen, de tijd, de taal, de wereld en de poëzie tot aan de laatste zin in een mensenleven.
En eigenlijk verdient elk van de 6 hoofdstukken – elke afdeling in deze bundel een eigen recensie, vanwege het soortelijk gewicht van de gedichten. Je voelt als het ware steeds weer – in elk hoofdstuk net even anders geschakeerd en in tijd opeenvolgend de lading die dichteres met het leven is aangegaan.
Bij grote dichters – en met Margreet Schouwenaar hebben we er een, ontdek je- lees je- als lezer wat de dichter heeft ont-dekt in en aan het leven, in de voortgang en in het voorbijgaan. En hoe zwaar de lading ook is dichteres biedt troost: “Wie valt landt op groei, mag grond happend het bloeien overdoen.”
Laat ik in deze recensie concreter worden. De gedichten ademen leven, ademen grote poëzie en als u mij kent weet u dat ik dat maar heel zelden in dit soort superlatieven schrijf. Dat die ijsberen eieren eten dat zal best zo zijn, maar dan zijn we al in hoofdstuk drie aangeland. In dat prachtige openingsgedicht van hoofdstuk drie ‘De weg naar huis’ lezen we over de verbazing: “en altijd weer die verbazing dat alles verandert…Er is een lange weg te gaan… – lezen we – Mijn moeder was schoot, werd licht…. en hadden we de liefde niet?”
In de 6 hoofdstukken van deze bundel wordt vaak verwezen naar het openingsgedicht “Het land waar” het gedicht met de appelboom, de vermoorde vleesvarkens, het kind in een kast met het hoofd in de armen – naar het toen en het nu.
Naar het verleden in het heden- is een allesoverheersend gegeven in de bundel: de herinnering aan haar stem – de moeder die ‘vlekkeloos’ in de weg stond van het kind – “Dat is wat de tijd doet.” schrijft de dichter – “blijven in wat voorbij gaat; dat is wat liefde doet, wachten in de aarde onder het kort gehouden gras om dan hevig te bloesemen in wat eerder was.”
Het is een bundel gedichten over wat was en blijft, over wat was en toch blijvend is. een adembenemende bundel.
Net als het laatste hoofdstuk van de bundel getiteld IN DIT WOUD VOL PAPIER is het openingsgedicht als disclaimer gegeven: dat de lezer het weet – hier in deze bundel is wel een dichter aan het woord:
“Ik ben geen geliefd dichter. Ik draag geen luit in mijn hart, heb niets met het rood van de beuken. Ik zoek de taal van raamkozijnen, van kringen op het tafelblad, winterkou en wonden en daarin zoek ik jou en in jou de uitgestoken hand van het verminkte universum waarin jonge scheuten en het is teveel, (…) . Dus rest mij het verbazen,…”
Een bundel met prachtgedichten tot en met ‘ De laatste zin’ – het slotgedicht van de bundel waarin de dichter uittreedt en filosofeert over de dag waarop de laatste zin in een mensenleven wordt uitgesproken: “eindelijk sta je stil en hoor je, hoor je wat zich tenslotte uitspreekt. Zal iemand rennen om hem te vangen (…)?”
Met Margreet Schouwenaar zijn we als lezer door de bundel een lange weg gegaan – op zoek naar een thuis en horen we in de verte ook nog even Neeltje Maria Min: “Ergens ben ik thuis. Ergens ben ik een naam, zal iemand mij begroeten, mij noemen en ik zal weten dat ik dat ben.”
We zijn een lange lange levensweg gegaan waarin het kind in je sterft en toch ook blijft, wij mensen ontmoeten die ‘de vuilnisbakken van de wereld’ zijn, ‘waar niets samenvalt met het moment omdat het ogenblik te veel verleden draagt’ ‘en wat verging wordt bewaard in namen.’
Margreet Schouwenaar schreef een levenswerk!
PomWolff 9/3/2024