
Het was gisteren, in lijn twee, na een feestje dat nooit helemaal tot bloei kwam. Nou lag dat helemaal aan mezelf, dat mijn wereld zich in de knop verschanste, daar op dat feestje, maar daarna, een halte voorbij de tramtunnel, liep ik alsnog Eva tegen het lijf. Midden in de nacht. Of noem het beter tegen het einde van de avond. In ieder geval voor twaalven nog. Brouwersgracht. Daar stapte ze in. Nog geen tien minuten geleden. Gisteren. Vlak voor middernacht.
Eerst dacht ik dat ze een man was, klein en gedrongen als een Mongoolse strijder. Alle kleding leek oorlog te ademen. Van vroeger. Je weet wel. Mocassins. Soort van. Meer schapenleren laarsjes eigenlijk. Elegant en stoer tegelijk tot aan de kuiten. Dan slobkousen. Ongebleekt katoen. Broek. Daarboven nog een nauwe rok. Felgekleurd. En daaroverheen dan nog een hooggesloten grof geweven hesje; en een dik handgebreid wollen vest. Met zigzagmotief. Dat vest. Kleurrijk verdwaald in een urban steppe. Die strijder. Het stralende gelaat platgewalst als pannenkoek. Of moet ik strijdster zeggen?
Ze waggelt broos het voertuig in. Een dunne ebbenhouten stok met kanariegele knop krampachtig in een knokige hand geklemd. Modderig ook. Nagels. De vingers. Alles stram. Ze beweegt als kreupelhout. De schrale stoppelsnor ten spijt, was het haar zangerige stem die haar nog voor de drempel ontmaskerd had. Alt. Uit duizenden. Die stem. Heel zacht. Omgeven door de geur van stopverf, gaat ze gemoedelijk naast me zitten. Zurig als zult en muf als een paardendeken. Kopkaas? Dat vest denk ik. Stopverf? Kruitdamp? Loopgraaf? Kalashnikov verloren. Zoiets. Gekliefde varkenskop! Oud bloed. Alles.
Met een huid bruin als gelooid leer, diepe poten van kraaien en zilveren schilfers rond bijna wimperloze ogen, prevelen haar lippen bezweringen over de dag van morgen. Ik begrijp er geen bal van. Van het gebrabbel; maar het klinkt als een mantra: Eva. Dan een korte pauze. Daarna onverstaanbaar. Dan opnieuw: Eva. Steeds opnieuw. Halte na halte. Eva na Eva. De kromme vingers steeds ratelend van hoofd naar hart. Dakloos? La Tourette? Met haar krachteloze stem zou dat natuurlijk weinig uithalen. Ziekelijk schelden. Qua impact. Hier in de tram. Ze zou kunnen tieren en vloeken wat ze wil maar niemand zou erom malen. Ook al was ze vol bij stem. Wat ze ook zou zeggen. Alles zou zeggen. No one cares. Want iedereen is socially engaged. Aanraakscherm. Oortjes. Devices. Oorlog als clickbait. Liefde? Clickbait! The future is now. It´s a clickbait war. Brainchips. Onze encounter eindigt met een tandeloze lach bij halte Valkenbos. De Mongoolse blijft. Haar hand op het hart.
De geur van stopverf vervliegt in het duister. But Eva is everywhere. Ook bij de buurman. De afgelopen week heb ik mogen genieten van zijn tulpenboom. Beneden in de tuin. Powerhouse. Die boom. Binnen een week. Schoonheid! Eerst steken er een soort kaarsjes uit de knop. Frivool met roze puntje. Dan springen er een heleboel tegelijk open. Fluffy flowers. Die boom? Die bloeit morgen als een bezetene. Op zeker.
PETER BERGER