Lieve Pom Even wat luchtigs. Ja, en we kunnen hier nog steeds lachen. Als je hier niet om kunt lachen dan ken je mij niet. Toedeledokie Karin
Antidepressivum
Jij moet niet zoveel roken zei ze en jij moet niet zoveel pindakaas vreten schreeuwde ik morgen komt de schoonmaakbus en rijdt je doodeenvoudig dood daar lig je dan met je zwabber op je kop en je handen op een zeem maar je bent dan tenminste al wel afgelegd.
Jij moet niet zoveel zeuren schreeuwde ik en jij moet eens leren pinnen. Je kunt godverdomme wel puzzelen en voor de rest heb je een heel slavenleger voor je maaien, spitten, spitten, maaien
Jij moet eens leren mij dit niet aan te doen zei ze Ik blaas als een kat. Foeilelijk ben je eigenlijk zeg ik Ik ga jou de rest van die Depakine maar geven.
tsja hoe het eremetaal te verdelen bij deze stortvloed aan poëzie. of doen we een femke halsemaatje en doen we niks. je ken er wel burgemeester mee worden meneer wolluf krijst bettie aan mijn bed hier op de 8ste verdieping van de IC in de VU. nee bettie we doen niet niks. verdelen de eremetalen zoals dat bij deze wedstrijd hoort – en de kanshebbers zijn: · Antony Oomen: ‘Iets joeg mij voort in ‘t koortsachtig jachtige pad’ · Elbert Gonggrijp: ‘Had het een stem, had jij een reden, bestond je’ · Cartouche: ja, ook de dingen worden ouder en wij nietwaar schat? · Max Lerou: waar zilver schittert door versleten tijd · Erika De Stercke: hoe de tijd een stem verandert · Peter Posthumus: net als m’n schoenen schoenen voor altijd
nou dan doet u toch 6x goud krijst bettie nogmaals luid in het rond. maar meneer posthumus moet wel zijn schoenen uitdoen hoor. u begrijpt het lieve lezer – ik kom er vandaag niet uit. de dichters wil ik bedanken voor de ingestuurde gedichten en de winnaars van harte feliciteren met de internationale waardering.
maar wat een geluk – we hebben berlijn op bezoek en ik heb de gedichten aan dochter berlijn voorgelegd en haar gevraagd naar een waardering. antony oomen zei ze – teveel corona geen zin in en dat gezoem ook geen zin in. elbert gonggrijp zei ze – wel mooi hoor elbert gonggrijp maar het is alsof ik al die regels al een keer eerder gelezen heb. frans terken ook mooi maar de woorden pontificaal en de perken moeten buiten het gedicht gehouden worden. cartouche eerste strofe moet weg – gewoon niet mooi. van boeckel nee vandaag niet. petra maria een verademing – heel mooi – zilver!!! lerou prachtig – op twee passages na – vingeren en smoelwerk moeten eruit. brons voor max!!!
en verder kind wie mag winnen vandaag? erika de stercke krijgt ook zilver!!! mooi gedaan. niet de woorden maar de opgeroepen sfeer bevalt me zeer. en goud is er wat mij betreft voor peter posthumus. geen enkele regel stoort en je kunt er zelf van alles in zien en denken en voelen. GOUD!!!
ergens in een kast heb ik nog wat verschrompeld ijzer gered uit dat gedoofde vuur
en kleren die ik niet meer op zal slijten net als m’n schoenen schoenen voor altijd
ik kan nog wel op zoek maar vind vooral voorbije tijden en herinnering
bij het ontduiken van de moeite wacht ik wat af je kan niet weten en wat je weet je weet het nooit
Peter Posthumus
–> mooi mooi mooi – de ene na de andere dichter raakt heel lichtvoetig zware zaken aan. nog een keer op zoek – en je weet nooit waar de liefde nog te vinden is – maarten van roozendaal zong het zo mooi – nog een keer die bedwelming van de liefde ondergaan. mooier is er niet. dat verlangen leeft als nooit tevoren in een iedereen – peter beschrijft dat gevoel in de laatste drie regels:
je kan niet weten en wat je weet je weet het nooit
Elbert Gonggrijp: ‘Had het een stem, had jij een reden, bestond je’
Frans Terken over ‘de bloem van toen’
Cartouche: ja, ook de dingen worden ouder en wij nietwaar schat?
Rik van Boeckel: neem Corona niet mee naar opa oma nee nee
Petra Maria: daar ben je dan
Max Lerou: waar zilver schittert door versleten tijd
Anne Borsboom: nu de kist komt als bouwpakket.
Erika De Stercke: hoe de tijd een stem verandert
Ien Verrips: kraak werd huur werd hypotheek
Peter Posthumus: net als m’n schoenen schoenen voor altijd
Anke Labrie: herinneringen in het weefsel van de tijd
wie wint de enige echte virtuele – ja ook de dingen worden ouder – trofee op pomgedichten?
een eenvoudig thema deze week op pomgedichten punt nl – gelukkig reist alles mee in de tijd – wordt niets of niemand jonger terwijl wij ons leven aan de jaren geven. – een gedichtje vergankelijkheid meneer wolluf? ach nee kind neem het niet zo zwaar – maar dat we ouder worden dat is waar. over die dingen dus – met de jaren – lezen we de dichters graag deze week. wie kent de regels – u kent de regels: de gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
over
over de tijd is veel geschreven over wat overgaat en waarin over wat meegenomen wordt en dat zij nooit te laat is
en wat nog over de liefde? zij komt zoals ze komt
soms moet je ergens vanaf blijven om het mooi te laten zijn of alleen maar zeggen jij zit waar ik zit pom wolff
Het Park
Met haast en spoed vertrok ik naar het park
Onzalig uur waarop ik niets te zoeken had Iets joeg mij voort in ‘t koortsachtig jachtige pad dat ik lang geleden schoorvoetend prat betrad
Toegegeven, ik had behoefte aan natuur
Natuur, maar wel op loopafstand Stadsnatuur met mogelijk een weiland bloeiende bomen en struiken – aanplant
Geen wildernis, maar door de mens bedacht
landschappelijk ontwerp, aangelegd kunstwerk van plant en dier geknecht door paal en perk Hollandse olm, haagbeuk, gladde iep en berk
Zo fraai staan ze daar ruwweg in gelid
op de hun toegemeten plek langs ‘t water, met het oeverloze gekwek van eenden – en mijn eeuwig zelfgesprek
In de bosschages echter waarden schimmen rond
Daar werd geen anderhalve meter meer betracht maar hé wat had je dan verwacht: in het struweel immers zijn natuurwetten van kracht
Maar wat zegt u nou toch weer Frau Doktor? Waarom ze hét niet doen met Zoom? Zoem welzeker maar dan het soort gezoem dat je aantreft bij bij en bloem
Ik wil worden gestreeld zoemen de mannen
Ik wil bandeloos worden vermaakt Zoenen, strelen, naakt worden aangeraakt Opdat mijn liefde weer naar wilde bijslaap smaakt
Antony Oomen 04.VI/2020 Amsterdam
–> goede morgen nederland, goede morgen amsterdam, antony oomen zet even een tijdsbeeld neer – in een gedrevenheid zonder weerga – schrijf je weerga zo? we lezen – dat IETS hem voortjoeg op het pad dat hij heel lang geleden al betrad. goed zo! zou de ouwe aachenende zeggen. het thema tijd aangeraakt en verder in dit gedicht de dingen en vooral de mensen zoals de natuur het heeft bepaald. een heerlijk door de tijd niet geremd gedicht. mag ik het zo formuleren. de schimmen in het licht. mooiste regels toch wat mij betreft:
de dichter op pad: ‘langs ‘t water, met het oeverloze gekwek van eenden – en mijn eeuwig zelfgesprek…’ – de eeuwigheid in een mens als gegeven.
Nat gras
Thuis ruikt naar oude mensen, naar lauwe thee, naar een voormalig voorheen. Buiten geurt het naar vers gemaaid gras, naar pas gevallen regen, naar hoop, naar bloesem, naar jou, naar liefde.
Ik wist niet hoe eenvoudig dit alles was, maar jij oogt zelfs mooi met jouw tranen – verdriet naast vreugde. Had het een stem, had jij een reden, bestond je – een methode tegen het vergeten –
een uitroepteken tegen het versterven van de dag. In hoeverre was het duidelijk dat jij nu volstrekt gelukkig was ongeacht zonneschijn of regen, het natte gras, dat ik naar je luisterde? –
Elbert Gonggrijp, Egmond aan den Hoef, vrijdag 5 juni 2020
–> ook met elbert gaan we de natuur in. de regels zijn wel nog een beetje hapsnap bij elkaar gezet – dat gevoel krijg ik. maar op de een of andere manier verbindt de liefde deze regels tot een in regendruppels gedrenkt glanzend geheel. de eerste regel doet me denken aan de regel – het ruikt hier wel maar niet naar rozen – van henny vrienten. elberts eerste regel verdient een klassieke status.
Thuis ruikt naar oude mensen, naar lauwe thee,
ja zo doen dichters dat. dat we weten wat we moeten weten en dat iets van onomkeerbaarheid niet meer tot de mogelijkheden behoort. zelf heb ik dat met de HEMA – de hema moet wel liefde zijn – zo dat is dan duidelijk. toch verdient elberts gedicht nog net meer tijd om boven zich zelf uit te stijgen. het is al mooi maar er zit nog mooier in. dat voel ik. met deze onvergankelijke regels:
Thuis ruikt naar oude mensen, naar lauwe thee, naar een voormalig voorheen. Buiten geurt het naar vers gemaaid gras, naar pas gevallen regen,
Ik wist niet hoe eenvoudig dit alles was, Had het een stem, had jij een reden,
wat mij betreft is wat we hier lezen al mooi genoeg. 5 regels van bedwelmende schoonheid.
Dichter bij de dingen
Noem het bij naam al raken we soms woorden kwijt we weten nog hoe en waar het begon
dat je van het station gehaald bij mij achterop een oude fiets die vlot ingeruild voor een vierwieler zo liepen we op de dingen vooruit
pontificaal het bruidsboeket daarboven een verwachtingsvolle blik om te zien wat er van ons werd de bloem van toen nimmer verwelkt
nog gaan we de perken te buiten maar dat slijten onderhuids kruipt en knaagt aan de gewrichten daar valt niet tegenop te dansen
dingen we naar tijd die wonden heelt dag na dag een nieuwe kans
–> frans lijkt bezig met een serie – dichter bij……. in dit geval dichter bij het leven zoals het zich in een zekere wetmatigheid uitrolt. mooie beelden, dat stationnetje, de fiets tot aan dat slijten onderhuids – prachtig gezegd – het einde positief geformuleerd zoals het gaat tussen de geliefden als het goed is. over goed zijn en goed blijven – met elkaar in dit gedicht door de tijd heen en elke dag een nieuw begin. (het slopende corona einde even voor wat het is gelaten en gelukkig niet benoemd).
Van die dingen, ja
Toen orde, net- en reinheid zich nog in vlijtschort hulden en later vermaledijde nuttige handwerken samen de zorg droegen voor warmte binnenshuis
gingen wij- weet je nog – ons te buiten aan de roes van vrij-blijvende liefde stapten uit de strakheid van ons pak het keurslijf van de rok en zochten we ommekeer, ontplooing en ontzorging van onszelf vooral tot nieuwe steken in los geweven garen – onbehagen
als een worm begon te knagen aan open staande deuren, het vaag ging dagen dat minderen meer is dan een vorm, een soort vlinderen in tegenlicht waarin alles zichtbaar maar ongrijpbaar is – zoals de val van blad
ja, ook de dingen worden ouder en wij – nietwaar schat?- nooit goed wijs
05062020 Cartouche
–> het gedicht naar een waarlijk hoogtepunt toe geschreven – met elementen die we ook in andere gedichten tegenkomen- we lezen over – de los geweven garen – we lezen hoe het in een leven kan vergaan – hij is vandaag wel in vorm onze Cartouche – het mag en het moet gezegd op deze zondagochtend – mijn god waarom heeft u de dichters verlaten maar Cartouche weer eens niet??? waarom krijgt meneer altijd een voorkeurbehandeling van uwes???
wie zo kan schrijven verdient eremetaal:
als een worm begon te knagen aan open staande deuren, het vaag ging dagen dat minderen meer is dan een vorm, een soort vlinderen in tegenlicht waarin alles zichtbaar maar ongrijpbaar is – zoals de val van blad
ja, ook de dingen worden ouder en wij – nietwaar schat?
Achilleshiel
Laat de natuur bloeien laat de ouderen met rust het evenwicht verstoord neem Corona niet mee naar opa oma nee nee
zij sterven alleen of samen doch ook jongeren kunnen gaan oud en kwetsbaar zo fragiel ouderdom als achilleshiel.
Rik van Boeckel
–> rik houdt het deze week bij een eenvoudige vaststelling – gezet op het ritme van de taal. no no nononono no no ik zie het hem met een serieuze maar vrolijke blik uitdragen.
daar ligt de waarheid zo lang gezocht dat ik dacht dat je niet bestond
waar was je eigenlijk in de schoolbanken onder de dekens van gemak
de jaren zijn nog niet vergrijst de zon is nog niet het laatst ondergegaan
daar ben je dan en het is doordrenkt van ongekende schoonheid
petra maria
–> hoe zong die limburgse zanger dat ook al weer – de jaren te zien als weggegooid geluk – petra pakt de tijd op waar het nog/weer kan – en geniet – zo is het leven ook te benaderen. de dichter kan niet om het verleden heen, voor de mens geldt het heden en de toekomst in ongekende mooie kleuren. mooi gedaan. zonnetje erbij en leven maar!
de weerbarstige man
of het weer nu in zijn kop of in het glas hij zoekt slechts rust in een bescheiden spiegel
waar zilver schittert door versleten tijd die hem niet langer zijn smoelwerk benijdt
het kanteldoel een holle spiegel vormt hem om reusachtig in zijn nietig heelal
van lege beelden vol bevingert hij het glas waar hij braille leest in het sediment van zijn jeugd
ml
–> het wordt juryvoorzitter vandaag niet echt makkelijk gemaakt. het ene na het andere prachtige gedicht viel op het postmatje. zo ook deze enige echte onvervalste max lerou. en gelaagd gedicht. prachtige beelden met zilverschittering erin door de versleten tijd. even dacht ik dat de hij-persoon in dit gedicht in zijn eigen wijnglas de waarheid en het leven vervormd voor zich zag. het gedicht neemt al snel universele vormen aan waarbinnen de vergankelijkheid een gegeven is en de opgebouwde lagen weliswaar nog tastbaar aanwezig zijn maar toch langzaam maar zeker uit het zicht geraken.
Ik wil wel ouder worden nu de kist komt als bouwpakket. Mijn graf, nog net beschikbaar, mij welkom wil.
Met alle lieve doden daar. Ik wil wel ouder worden nu ik het gedoe uit hun hand nam. Rust in de tent, over tot de orde van deze dag.
Anne Borsboom
–> anne doet altijd een beetje mee op FB met de zondagochtendwedstrijd – en dan val ik toch weer voor de gezegdes: een kist als bouwpakket – alle lieve doden die kunnen worden bezocht na het heengaan in het vrolijk beschreven kistje. ja zo zou je nog graag je graf in willen. dichters kunnen het mooi zeggen. de werkelijkheid ziet er anders uit. anne geeft troost. ach waarom ook niet. maar ik houd haar wel aan haar belofte. dat ze me dan – tegen die tijd – komt opzoeken.
Dag Pom groeten vanuit een drukker geworden Gent Erika
Vroeger en nu
Tegen de muur van mijn jeugd leun ik het metselwerk zit los
een molshoop in de tuin ik groef als olijke tiener in de gangen mee
hoe de tijd een stem verandert naar haltes waar rimpels zonder kaartjes komen
de stenen zijn koortsig
afscheid nemen van wat niet in dozen kan
ik, kind van de stad met aangepaste manieren vind vergeten beelden
in de kamers van stilstand.
Erika De Stercke
–> zonder meer ontroerend. deze waarnemingen in de tijd. je denkt bij erika altijd – welke man legt nu weer het loodje en hoe vreselijk komt ie nu weer aan zijn eind. hier hebben we de echte erika te pakken in contemplatie en mooie beelden – hier wordt afscheid genomen van wat in dozen kan – prachtig!!! en hoe de tijd een stem verandert – evenzo prachtig!! de ware dichteres aan het woord. in erika’s poëzie hoeven geen mannen te sterven – de dichteres wordt hier mooier gehoord. (maar ik zal in het volgende gedicht wel gekilld – vermoed ik zo. want aan de mannen van Erika kom je niet – zoveel is zeker)
toen het u-woord viel plukte ik de bloemen uit mijn haar en liet mijn onsterfelijkheid achter op de dansvloer
kraak werd huur werd hypotheek vrijheid maakte plaats voor vrije tijd van love & peace naar liefde exclusief zolang het duurt bestendig
weifelende herinneringen komen en gaan het brokkelig geheel vervaagt geslonken verwachtingen gevat in gegarandeerd vooruitzicht
Ien Verrips
–> eigenlijk heel zakelijk het leven belicht in 12 regels. en zo waar ook. deze dichter zal niet in of uit emo uiteen vallen. onze Ien is als dichter zoals dichters moeten zijn – een journalist van eigen ervaringen maar dan wel een poëtisch journalist. met brokkelige gehelen en onsterfelijkheden die op de dansvloer achtergelaten zijn – (mooi hoor!!) ja zo hoor je journalisten niet spreken. wanneer gaan we dansen IEN? iets van die onsterfelijkheid wil ik nog een keer zien. Ien zien dansen en dan sterven – was zo het gezegde niet?
zoals de schering en de inslag nu te zien is onder het patroon van de ranken die vervaagden in de loop der jaren en de kleuren ook verschoten van de eens zo zachte bloemen waarop wij de liefde
zo slijten ook herinneringen in het weefsel van de tijd
anke labrie –> de tijd bijna 17e eeuws beschreven in termen van patronen en ranken. huygens en hooft schreven zo ook – dat leerde de heer paasman mij tenminste bij neerlandistiek – nou ja leren je kon het zelf allemaal uitzoeken in die ouwe teksten van hem. fijn dat anke het kort gehouden heeft – de mooie dingen heeft geëtaleerd – bijna in elke regel wel een mooi 17eeuws beeld. voortaan scharen we anke in het volgende rijtje: huygens, hooft, vondel en labrie.
Elk jaar gaan we met een viertal uit eten in een Michelinsterren-restaurant. We zijn oud-collega’s met een passie voor lekker eten. Voor het gemak te noemen de Ouwe, de Lange en de Baard. De Kleine, dat ben ik uiteraard. We hebben in Nederland de meeste toppers wel gehad. Oud Sluis, Inter Scaldes, Beluga en Parkheuvel om er maar een paar te noemen. Vorig jaar waren we naar The Jane in Antwerpen geweest en dat was absoluut de top. Er was echter één restaurant in Nederland dat we al jaren meden als de pest. De Librije in Zwolle… De reden was dat één van de tafelgenoten Jonnie Boer maar een rare kwast vond. Maar na The Jane waren de opties een beetje opgedroogd. Uiteindelijk viel het besluit dus toch op de Librije. Het bleek een jaar tevoren niet mogelijk om de vrijdag voor Kerst te reserveren. Het gehele jaar zat al stampvol toen we tien januari probeerden te reserveren. Achttien januari van dit jaar kon echter nog wel. Dat was de keuze.
De dag van het diner vertrok ik voor de troepen uit met de trein naar Zwolle. Dat is een soort mentale voorbereiding die een dergelijk diner vereist. Even helemaal weg uit het dagelijks tumult. Inkwartieren in een luxehotel en een kilometer of tien hardlopen. Toen ik na mijn rondje door het bos terug kwam zag ik, dat mijn disgenoten met de auto ook gearriveerd waren en met bier aan de bar zaten. Nog zwetend in mijn sportkleding begroette ik ze en bestelde een halve liter mineraalwater. Terwijl ik de smalende opmerkingen in ontvangst nam, over mijn uitdossing, liet ik me het water smaken en bracht mijn ademhaling weer terug naar een beschaafde zes keer per uur en mijn hartslag naar een aangename vijftig slagen per minuut. We hadden immers nog de hele avond voor ons.
Na opgefrist te hebben wandelden we gevieren naar het centrum van Zwolle. Voor de deur van de Librije troffen we Maserati’s en Ferrari’s aan met Belgische kentekens. We werden onthaald door een vriendelijke dienster, die onze jassen in ontvangst nam. In mijn nieuwe Lacoste trainingsjack betrad ik de borrelruimte die gevuld was met dure vrouwen en vrijetijdspakken. De champagne smaakte heerlijk en de hapjes voldeden aan de hoge verwachtingen. Vervolgens werden we gevraagd de eetzaal te betreden. Een overdekte binnenplaats met bomen eilanden van tapijt. Heerlijke banken langs de muren en een prachtig vlammend zwaard voor de ingang van de keuken. Vervolgens werd ons mede gedeeld dat Jonnie en Therèse helaas nog op Bonaire zaten voor de opstart van hun nieuwe concept en we het dus maar met de groeten van de vervangend chef moesten doen.
De eerste gerechten maakten geen goede en geen slechte indruk. Bijzonder ambachtelijke werkstukjes van streekproducten met vooral heel mooie verhalen. De wijnen bouwden langzaam op. Uit voorzorg had ik een ‘BOB’-arrangement genomen. Ik wilde me de volgende dag ook nog herinneren wat ik zou eten deze avond. Bij het derde gerecht werd mijn gevoelige snaar geraakt. Krab vormgegeven als foie gras en omgekeerd. De lever smolt in mijn mond en bepaalde zenuwuiteinden in mijn hersenen zonden elkaar signalen, die enkel op zo’n moment tot stand kunnen komen. De hemel daalde langzaam neder.
Voor het volgende gerecht werden we naar de keuken gebracht, alwaar in een antichambre een barbecue stond opgesteld waar gelakte IJsselmeerpaling werd geroosterd. Daarnaast stond een installatie die het laboratorium van een alchemist waardig zou zijn, waarin een infusie werd bereid met een keur aan kruiden en specerijen en gin. Hierop werd ons een broodje paling van grill en een tovercocktail aangeboden. Op zo’n moment weet je dat je voor de gek gehouden wordt. Maar dat is niet erg. Het is het gevoel dat een oude man met een jonge minnares moet hebben. We zweefden. Het kon niet meer stuk. Terug aan tafel werd een groene curry met langoustine geserveerd. Alle ingrediënten waren te herleiden en vormden een explosie van smaak. De weg naar boven was onmiskenbaar. Het gevoel dat je in een achtbaan bent beland en je enkel nog over kunt geven aan de zwaartekracht die je de chicanes en loopings doorvoert. Hierna volgde nog mooi aan tafel klaargemaakte snoekbaars en daarna heerlijk zware vette zwezerik met ananas en pindasaus. De smaken en het gevoel van voldoening palmden me in en ik wist dat dit de top was. De ontdekking na de klim, het uitzicht van de berg Parnassus. Het enige pad verder vanaf hier leidde langzaam naar het dal. Maar dat was een reis die op dat moment te aanvaarden leek.
Er volgde nog haas, kaas en een parade van drie zoete nagerechten. Bij het laatste daarvan werd koffie geserveerd. Gewoontegetrouw en tegen beter weten in knikte ik bevestigend. De koffie klopte me meteen wakker. Pittig, krachtig en smakelijk. Iedereen leek te ontwaken uit een droomtoestand. Een digestief liet ik aan me voorbijgaan. In plaats daarvan liet ik me een gemberdrankje met citroengras bereiden. Zonder twijfel de lekkerste thee die ik ooit op heb. Het middernachtelijk uur had al geslagen en de eetzaal was intussen bijna leeg. Het was tijd om langzaam op te stappen. Nadat de Lange nog even naar het toilet was gelopen, keek ik naar de Ouwe. Die zat met zijn hoofd in zijn handen. Even keek ik de baard aan en die keek licht ongerust terug. De Ouwe wiegde met zijn hoofd en ik vroeg hem of het goed ging. Hij schudde voorzichtig van niet en prevelde wat onverstaanbaars. Ik stond op en liep om de tafel heen. Ook Baard stond op. Ineens verhief de Ouwe zich van zijn fauteuil en stortte nog voor de Baard hem op kon vangen prompt in elkaar.
Het reageerde niet meer en het volgende ogenblik zag ik hem stuiptrekken en kotste hij een halve vierkante meter tapijt onder. Baard en ik knielden neer en voelden de pols. Baard legde Ouwe in de stabiele zijligging. De lucht was het best te omschrijven als zoet, zwaar, chocolade, zware witte dessertwijn en dan dat alles verzuurd. Het personeel kwam bezorgd aangelopen en in legde ze uit wat er gebeurd was en verzocht om 112 te bellen. De Lange kwam van het toilet terug en sloeg het schouwspel een moment gade en bestelde terstond nog een glas cognac. Hoe lang het duurde tot de ambulance kwam, de test werden afgenomen, de Ouwe na twee meter strompelen ook de rest van zijn maaginhoud eruit braakte, hij met gekleurde draden op zijn borst afgevoerd werd in de ambulance, ik zou het niet meer weten.
Wel dat we aankwamen met de taxi in het ziekenhuis. Als een lazarus zat de Ouwe weer rechtop in bed met zijn eeuwige, felle arendsblik. Hij was nog steeds volgeplakt met stickers, draden en infuus. ‘Dit heb ik twintig jaar geleden ook weleens gehad. Nou heb ik gewoon zin in een biertje…’ Na een uurtje observatie en wat bloedtests vertelde de dokter, dat er niets aan de hand was. Schommeling in de suikerspiegel door het vele eten, de vermoeidheid en de drank. Perplex verlieten we wandelend gevieren het ziekenhuis. Tot onze grote vreugde bleek het ziekenhuis aan de overkant van de weg bij ons hotel te liggen. Bij de receptie vroeg ik de nachtwaker of hij de bar nog even wilde openmaken. Gezien er verder niets te doen was rond een uur of drie in een hotel in Zwolle, stemde hij toe. Een biertje voor de Ouwe, een Affligem voor de Baard, een gin-tonic voor de lange en ik trakteerde me dan toch eindelijk op een Glenmorangie. Na nog een rondje drank, bedenkingen, branie en luchtige contemplatie gingen we ter ruste.
De volgende ochtend werd ik op een net te warme kamer na net te weinig slaap wakker rond acht uur in de wetenschap dat ik die afsluitende Smirnoff niet had moeten nemen. De Lange was ook wakker en al aangekleed en zei dat hij ging ontbijten. Ik draaide me nog om met de mededeling dat ik tot he limit zou blijven liggen, op de valreep zou douchen en dan het laatste half uurtje ontbijt zou meepikken. Aan de ontbijttafel zat de Ouwe er weer bij als de koning van Rotterdam. De Lange wat bedremmeld in een boek te lezen. Ik plunderde in vier rondes de restjes van het ontbijtbuffet en voelde me overeten, maar tevreden. Even later stapten we met zijn vieren in de Mercedes van de Ouwe en gooiden de wagen op de baan naar Rotterdam.
Bij Strand Nulde vroeg de Lange of de wagen even aan de kant mocht. Baard en ik die achterin zaten gniffelden. Daar gaat er wéér één. Maar de Lange hield het binnen. Intussen piepte mijn telefoon. Mevrouw Solo vroeg zich af waar ik bleef. Ik pingde terug dat ik onderweg was. De Lange stapte weer in. Toen we de ring Utrecht op reden ging het echter al weer fout. De weg af. Lange weer de wagen uit. IJsberen en na een klein half uurtje weer de wagen in. Hij zag wat bleekjes. En weer de baan op. Maar voordat we De Meern bereikten, was het foute boel. De Lange vroeg of we 112 wilden bellen en de wagen langs de kant zetten. Het ging niet goed met zijn hartritme. We reden de parking bij de Burger King op en stapten uit. Het ritueel herhaalde zich. De Lange ijsbeerde, maar ging steeds bleker zien en begon onsamenhangend te praten. Ik belde nogmaals 112 om te melden dat de toestand verslechterde. Er werd geadviseerd hem neer te leggen en bij hem te blijven. Even later kwam de ambulance. De Ouwe moest kostelijk lachen toen de Lange al dezelfde plakkers en draden op kreeg als hij de avond ervoor had ontvangen. Na een serie controles, een hartfilmpje en een diagnostisch interview, velde de ambulancier zijn oordeel. Meneer, het is oververmoeidheid van het slaapgebrek, gecombineerd met overmatig drankgebruik. Daar raakt de suikerspiegel van in de war en de geest gaat u voor de gek houden. Doordat het lichaam de alcohol in hoog tempo probeert te metaboliseren, ontstaat er een soort overgevoeligheid, waardoor je je normale hartritme wat beter voelt, waardoor het lijkt of het overslaat. Dan volgt de paniek en raak je in een spiraal. Het enige dat dan helpt is beweging…of een dikke joint. Besmuikt keek de lange naar de verpleger die de draden weer verwijderde. Hij sputterde nog dat dat de verklaring niet kon zijn. De ambulance medewerker antwoordde slechts met een blik van ‘dan geloof je het toch lekker niet’. Hij had dit duidelijk vaker meegemaakt. Zonder noemenswaardige verdere bijzonderheden kwamen we thuis. Ik werd voor de deur afgezet door de Ouwe. Toen ik binnenkwam vroeg mevrouw Solo geïrriteerd, waar ik zo lang bleef. Ik nam de tijd om adem te halen. Mijn beste glimlach op te zetten en te wachten op het perfecte moment van stilte om te zeggen: ‘Ga even zitten, ik heb je wat te vertellen.’
Afgelopen weekend was ik uitgenodigd bij de Baard om met de Lange en de Ouwe een groot stuk koe te komen eten van de barbecue. De dag voor het feest appte de Baard, dat hij liep te hoesten, maar dat het geen Corona was. Ik bedankte voor de uitnodiging. De Ouwe en de Lange zijn uiteraard wel gegaan. Sindsdien heb ik niets meer van hen vernomen
lieve Karin, en mooiere tweede pinksterdag had je me niet kunnen geven. dank je wel. moeders, nou ja de meeste verdienen een eerbetoon voor al het verrichte onbaatzuchtige moederwerk in stilte. dat jouw moeder bekroond is met dit gedicht maakt haar onsterfelijk. ik heb jouw moeder een keer mee mogen maken op hoge leeftijd in de negentig. en ze heeft een onuitwisbare indruk op mij gemaakt. zoals zij in het leven stond maakt het natuurlijk voor de dichter wel makkelijker om een prachtig gedicht te schrijven. maar je schreef geen prachtig gedicht je schreef een eerbetoon in poëzie dat uitstijgt boven termen als – ‘wat goeddd…’ – of ‘prachtig’. je schreef een gedicht waarin je haar terug brengt in het leven dat zij leefde – dikke bramen gaat zij voor haar dochters zoeken in haar olijfgroene hoed. zo zie jij haar weer staan, zo zien wij haar ook staan. zo zie jij jouw moeder en wij als lezers de onze. en zo is die laatste strofe in dit gedicht dan ook geschreven voor alle moeders – een eerbetoon.
Ik dacht iets moois uit te kiezen voor tweede pinksterdag en ik heb iets genomen, waarvan ik weet dat jij dit mooi vindt,
Belofte
`t Wordt buiten kouder en de ballerina`s van de zomer maken plaats voor de diva`s van de herfst.
De bolle spinnen walsen op het rag en ergens op de wereld begint Maria Callas een herderslied te zingen.
Het geluid van onze radio`s draagt ver de stem zingt van haar bladwerk uit ledergebonden boeken mijn mamma gaat de dikke bramen zoeken noemt de krekeltjes cicaden olijfgroen is haar hoed.
En als mijn mamma sterft hoef ik niets van haar te erven ik zal haar lippen verven omdat de engelen in de hemel zo dol op mooie doden zijn.
Dichters dank jullie wel voor de mooie ingestuurde werken. onder de gedichten van Anne Borsboom en Rik van Boeckel leest u waarom zij vandaag met goud worden bekroond – van harte!
Vergetelheid
Die tijd aan zee in stilte van liefde het schuimend sop achter de branding hangt in vergetelheid
geruisloos gaat ‘t Zijpe voorbij aan paden langs Burgerbrug langs ‘t romantisch zand de vergeten zee van toen
het leven met jou een brug terug voorbij de tweesprong van onze harten de tuin van de dood verbergt het voorbije leven de dagen tellen niet meer de jaren zijn verlaten in vergetelheid.
Rik van Boeckel 30 mei 2020 –> een mooie en zachtaardige ook weemoedige weg terug langs ’t zijpe, zoals het Zijpe altijd zal zijn en aan het leven voorbij gaat. aan de liefde beschreven voorbij zal gaan, de voorbije liefde, het voorbije leven waarin niets meer telt en ook later niets meer telt, omdat alles voorbij gaat omdat alles voorbij is gegaan, in vergetelheid is opgegaan – ’t Zijpe de stille getuige, de dichter nog aanwezig om van het voorbije te schrijven. mooi in alle eenvoud. indrukwekkend mooi.
Ik ruilde het balkontafeltje in voor Frankrijk nu het nog kon de beurzen stonden hoog het rentepercentage laag In dit oude land gaf niemand een gulden voor het leem dat droop, de fundering die zakte
De dorpskapel deed al lang niet meer aan blaasmuziek Het kerkhof lag er armzalig bij En ik, ik dacht nieuw leven te blazen en zocht om het leem te stutten, in de kapel blies ik mee
Tot een virus en failliet ging nog meer failliet De tafelpoten braken onder de stoelen een weggegooid masker, haar dienst gedaan niet en nog eens om de mond gesnoerd
Maar U bevuilt Uw stad, zei de burgemeester, let op Uw eigendommen U kunt Uw stad niet nog meer bevuilen. Geef U toch over aan een nieuwe tijd
Maar de bewoners wilden houden wat er was en aten opnieuw van overtolligheid Zij groeiden en groeiden en droegen niet bij aan waar een virus voor had willen waarschuwen
Ik zag het en overwon een stap die over alle bitterballen en moules et frites heen zal leiden naar rust, ruimte en regelmaat.
Anne Borsboom
–> de opdracht deze week – geef de lezer iets van dat achteloze geluksmoment – zoals de dagen ooit voorbij gingen aan geliefden, de dagen, de uren, de momenten van geluk – om te delen om op terug te kijken met iets van weemoed, maar niet te veel – zo prachtig ingevuld door de dichters deze week. zo vurig verlicht was pinksteren nog niet, zo mooi ook beschreven door anne borsboom. over het oude land, over leem en de kapel – de mensen die maar niet willen weten van de rust en de ruimte. door anne in haar poëzie gevonden. het oude en het nieuwe in woorden weergegeven om te genieten van het nieuwe oude – het jachten en jagen voorbij – daaraan voorbij gaan, gaat anne. ik zie haar staan, ik zie haar lopen.
Anne Borsboom – Ik ruilde het balkontafeltje in voor Frankrijk
Elbert Gonggrijp – Kijk het aan, blijf bij mij.
Petra Maria – misschien zijn wolken wind en blauw vandaag genoeg
Frans Terken – zoals woorden hier wortelen
Anke Labrie – zoiets te zien zoiets altijd te blijven zien
Rik van Boeckel – geruisloos gaat ‘t Zijpe
Cartouche – wij tweeën voet aan voet
Ien Verrips – hem op te knopen aan zijn zijden das
Lisan Lauvenberg – Dan vergeten we de dagen van pijn
wie wint de enige echte virtuele – in die mooie staat van achteloosheid verglijden de dagen, de uren, momenten van geluk – trofee op pomgedichten? deze week is het aan de dichter om aandacht te besteden aan wat zomaar gegeven is, zomaar voorbij kan gaan, zomaar voor geluk kan zorgen. geef de lezer asjeblieft zo een achteloos geluksmoment mee om te bewaren lieve dichter, een moment om bij stil te staan – in alle achteloosheid die ons zo eigen is. u kent de regels: de gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
ik was die bloem weet je en altijd bereid tot bloeien in die tuin met een heg tegen de buren het plastic tafeltje voor als het weer op frankrijk leek
de dagen die achteloos voorbij gingen oplosten in diezelfde achteloosheid waarin ook wij bestonden
in de mooiste woorden die te vinden zijn ze had ze graag gelezen ze wist dat hij ze schrijven zou
pom wolff
vergeet niet de uitnodiging om mee te doen aan die schrijfwedstrijd ‘puur natuur‘
Kleinschalig gedicht
Niet verder dan hier. Aanwezig tot en met. Ik bedoel dit – deze ruimte een tuin aan de kant van het geluk, dierbaarder dan wat ik ooit zag, een doodstille plek – niets te verliezen en ook daarom – bomen bijna verlegen,
bloesem bijna in bloei. Kijk het aan, blijf bij mij. Je verhaal gaat eens voorbij. Verdrietige vreugde, het geluk van het gelijk tot het ophoudt daar waar ik sta, stond, heb gestaan –
Elbert Gonggrijp, Egmond aan den Hoef, vrijdag 29 mei 2020
–> blijf bij mij – dat tedere moment, die ene overweging, elbert en de tuin aan de kant van het geluk – mooi gezegd. klein gehouden – alles staat nog te gebeuren. een romantische natuurobservatie en alles doet mee. de bomen verlegen, de doodstille plek. tot het ophoudt, gezien door een dichter, door elbert.
ONSCHULD
er zit iets in het ritme van de dingen hoe het gonst en zweeft
waarom volgen wij de groeven van de rivier
met de wereld als een verdwaald bijenvolk om ons heen
misschien zijn wolken wind en blauw vandaag genoeg onschuld
zijn wij vandaag genoeg
petra maria
–> ik houd niet van vragen in een gedicht gesteld die de dichter zelf dient te beantwoorden. ik weet ook niet waarom wij de groeven van een rivier moeten volgen. wellicht kun je de vraag voorleggen petra maria aan arjan peters. dan is je lunch vandaag verzekerd. hoe dan ook. dit gedicht behoeft geen vraag – een antwoord wordt in de laatste twee strofen geopperd – de lezer verzint er zelf wel een vraag bij. en peters zijn eigen onschuld.
misschien zijn wolken wind en blauw vandaag genoeg onschuld
zijn wij vandaag genoeg
met de wereld als een verdwaald bijenvolk om ons heen
zo is mooi en genoeg geschreven petra, zo is het gedicht volkomen.
Dichter bij de tuin
In de tuin meer dan ruimte genoeg om de zon te vinden aan het houten schrijftafeltje torent de klimroos boven het hoofd
groeien en laten groeien zoals woorden hier wortelen en volmondig bloeien legt de dichter de hand erop
niet die van schuttingtaal maar de zacht geurende uit de bloemschermen stijgen ze weldadig op
als bijen zoekend naar nectar zoemen ze onverdroten rond om later behoedzaam te landen de lading met liefde toegedekt
–> in zacht geurende woorden gaat de dichter ons hier voor. in een natuurlijk verhaal van de liefde met een zachte landing op een bloemenbed op het eind. de observatie in de tuin in strakke strofen gegoten. frans terken laat geen poëtisch moment zomaar voorbij gaan daar is ie teveel dichter voor.
Dit gedichtje is opgenomen in de bundel ‘De geest van 2020’, een bloemlezing die begin 2020 al uitkwam (Stichting Spleen), nog niet echt iets vermoedend van de huidige situatie. De afgelopen maanden, waarin ik thuisbleef, kwam dit gedichtje nogal eens in beeld.
Met hartelijke groet, Anke
Amsterdam 2020 (III)
hoe de schaduw van een boom die iets verder staat in de smalle straat waarin ik woon onzichtbaar vanuit mijn raam door de storm beweegt op de hoge muren aan de overkant even beschenen door de zon
dan weer ineens verdwenen door voorbij zeilende wolken donker met daartussen flarden blauw wel zichtbaar in het kader van mijn kleine raam
zoiets te zien zoiets altijd te blijven zien
anke labrie
–> de laatste twee regels maken het gedicht, geven aan de nauwkeurig beschreven observatie poëzie mee. was eerlijk gezegd ook wel nodig omdat we – ‘in het kader van …’ – ik weet niet wat – bijna in een vergadering waren beland van ik stel me voor gemeenteambtenaren die in het kader van stadsherstel en straatinrichting en in het kader van natuurlijke aanleg met duurzame aspecten een vergadering hadden belegd om …. en toen brak gelukkig de dichter in op de woorden met die twee laatste prachtige regels van poëzie. en vielen de monden van ambtenaren open – viel de vergadering stil.
Een loopje
van achteren een halve maan in strakblauw gestoken boven een bomenrij
langszij een kleine stuw waar voorbij water licht langs boorden strijkt
een loopje neemt als run* golfjes van lijzige haast spiegelschrijft
tussen scheerklaar gras en een mat van biezen wij tweeën
voet aan voet argeloos voor de draad door het prikkelgroen
hakend aan een zo goed als tastbare einder
Cartouche 300520
* de Run, een mooie waterloop in Kempenland.
–> de herinnering van die twee is me veel liever dan de loopjes die de dichter met de taal neemt. (spiegelschrijft/scheerklaar gras/strakblauw gestoken) de laatste 7 regels maken dit gedicht. maar meneer wolluf krijst bettie hier in de VU op de IC – dichter Cartouche heeft toch een aan loopje nodig om die laatste 7 regels zo mooi te laten uitkomen. rozen komen uit bettie – gedichten niet. meneer cartouche heeft geen spitsvondigheden nodig om mooi te schrijven. gaan we vanmiddag lunchen bettie?
De duurste stropdas ter wereld is de Suashish Necktie die werd gemaakt door Satya Paul Design Studio en een prijs heeft van €189.190. Om dit meesterwerk, dat onovertroffen is op het gebied van luxe en buitensporigheid, te kunnen maken heeft Satya Paul Design Studio samengewerkt met Suashish Diamond Group. De stropdas is gemaakt van pure zijde van de hoogste kwaliteit en is verfraaid met 150 gram goud en 271 diamanten, waardoor het een prachtige en dure accessoire is.
voor ons bestaat er geen gewoon voor ons alleen bijzonder en apart zijn wij ook zeer markant
de dingen die wij zeggen zijn nooit ordinair maar diep doordacht voortreffelijk verwoord
ons huis design de meubels en de schilderijen kunst met een grote K exquise o zo fijn
op een doordeweekse dag leek het heel normaal hem op te knopen aan zijn zijden das the suashish necktie
Ien Verrips
–> Ien had er graag een plaatje bij – had ze ook opgestuurd – maar ik ken de rechten niet Ien van de bijgevoegde foto. met dit soort jongens moet je oppassen. als ze voor een sjaaltje al twee ton vragen dan ben je zomaar een ton kwijt voor een fotootje. ik probeer te bedenken wat deze tekst te maken heeft met het thema = wat zomaar gegeven is, zomaar voorbij kan gaan, zomaar voor geluk kan zorgen. Ientje beschrijft haar moordlustige neigingen tegenover een uit de hand gelopen consumptiemaatschappij en knoopt er lustig op los – de woorden bedoel ik – best wel geestig. ach moordlustige dames op een mooie pinksterdag – wie kan er op tegen zijn. ik niet. we weten zonder handschoenen aan is het met Ien slecht lunchen.
Vandaag weer eens genoten van een fietstocht door de stad. Dit komt nooit meer terug, dit blauw boven de de huizen, en de lege straten. Onwezenlijk, maar mooi, de stenen staan er, maar de mensen zijn het leven in de stad. Die komen terug. Liefdevol hoop ik.
De stad is intens blauw en groen in mij rijst het verlangen om ook Intens blauw en groen en zo helder en weerspiegelend.
Dan vergeten we de dagen van pijn en wanhoop van langs de kant staan en geen houvast voelen in de engte van het bed waartoe veroordeeld
Ik vang de zon voor je en de wind mijn kind en dan omhels ik je en vergeten we het missen.
De hittegolf van 2019. Niet eerder was het op de Gentse Feesten zo stil geweest overdag. Lege pleinen, lege stegen. De avond maakte maar een weinig goed voor wat overdag verdampt was. De laatste zondag van de Gentse Feesten was ik gewoontegetrouw onderweg naar Dichters in het Raam van Frank Aesaert om mijn opwachting te maken. Ik stapte uit de trein en het regende… Dat was weken wel anders geweest. En het resulteerde in de eerste keer Dichters NIET in het Raam. Grote namen als ACG Vianen, Philip Meersman, Jan Bucquoy en Christophe Vekeman moesten noodgedwongen gewoon binnen optreden. Mij maakte het niet uit. Ik was blij dat Akim Willems er al was om me te verwelkomen en bestelde een Orval om dat te vieren. Het enige dat me vanavond nog te doen stond was schminken en optreden en de dichter René van Densen vinden, alwaar ik had afgesproken te zullen overnachten. De avond vertoonde een goede lijn. Met eerst kindertjes en lokale helden, gevolgd door een opbouwend vuurwerk. Een paar uur later, terwijl de laatste tonen van Dwangbuizerdeffect nog nagalmden, daalde er een weldadige rust neer. Na nog een aantal pinten gedegusteerd te hebben met de aangename dichteres Lyndah Nyirenda, was het tijd om afscheid te nemen. Frank bedankte me weer met zijn altijd innemende hartelijkheid en stopte me nog een envelop toe met gage en tussen de regels door dat de begroting gunstig was uitgevallen. Vervuld stapte ik de Gentse avond in. Mijn Google maps leidde me richting Brugsepoort alwaar René me zat op te wachten in zijn lokale estaminet. Het was een vrolijk wederzien en we pintelierden nog rustig een tijdje door. We spraken over het leven en hoe alles was. En over de verliezen die hij dat jaar op persoonlijk vlak geleden had. Het drukte me met mijn neus op het feit, dat ik een heel makkelijk leven heb. Tegen sluiten wandelden we verder de wijk in. Op een hoek van de straat was een gezin met kleine kinderen het grofvuil aan het doorzoeken. ‘Moeten die kinderen niet op bed liggen?’, vroeg ik. ‘Roma’, antwoordde René. We bleven nog even hangen op een pleintje met kunstig mozaïekwerk. René vertelde me nog over zijn vriend Jack, die hier voor zijn dood ook aan had bijgedragen. Vervolgens gingen we een poortje door en kwamen in een straatje met arbeidershuisjes uit eind van de negentiende eeuw. René deed de voordeur open en ik werd overvallen door een onbestemd gevoel. Hij leidde me rond en wees me mijn bedstede. Op mijn vraag waarom de blinden op de eerste verdieping tijdens deze hittegolf gesloten waren, antwoordde hij dat de kat anders zou ontsnappen. Slapen doe ik echter altijd met de ramen open. We dronken nog een bak thee en praatten wat na. Toen toog ik naar boven en ging zitten op het bed. Ik begon me druk te maken, terwijl er iets vanaf mijn schouder tegen me fluisterde. Denk je eens in, half de nacht wakker worden met een volle neus van de kattenallergie, gevolgd door insomnia van het bier en onrust van de ziel. Ik stond weer op van het matras. Liep naar beneden en deelde mede dat ik weer ging. René stond uiteraard perplex. Ik kwam niet verder dan dat het niet uit te leggen was. Even later stonden we voor zijn deur op een lege straat in de nacht onder het spookachtige lantaarnlicht en keken elkaar schaapachtig en wederzijds verontschuldigend aan. Beiden wisten we niet waarvoor. We namen ongemakkelijk afscheid en ik liep de weg terug naar de stad. Onderweg uitwijkend voor wat ruziënde buurtbewoners. Het was halfdrie in de nacht. Er viel een last van me af door de vreemde beslissing die ik gemaakt had. Want het was natuurlijk helemaal tegen alle logica in. Er reden geen treinen meer. Geen dak meer boven mijn hoofd. Maar vervuld van een weldadige rust, van iemand die ineens vrij van alle zorg is, liep ik via de Sint-Michielsbrug langzaam weer het nachtelijk feestgedruis in op de Korenmarkt. Verderop lag het Ibis hotel, dat wel vaker mijn plek voor de nacht was geweest. Daar aangekomen, informeerde ik of er nog kamers waren. Het jonge stel achter de receptie keek me meewarig aan en de jongen knikte nee. Het meisje keek nog even in het grote boek. Ik draaide me al half om, toen ze zei: ‘Wacht, deze is niet komen opdagen…’. Er bleek dus toch nog een kamer te zijn. Welke ik tegen de dagprijs kon huren. De moed zakte me in de schoenen, toen ik vernam wat die bedroeg en ik vroeg of ik even mocht gaan zitten in een fauteuil om na te denken. Daar liet ik het bedrag bezinken. Gedachteloos in mijn achterzak woelend, voelde ik opeens de envelop die ik van Frank had gekregen. Ik opende hem en het leek of er een licht uit straalde. Op dat moment hoorde ik de jongen achter de receptie zeggen: ‘Oké, we doen er tien procent van af en ontbijt erbij.’ Even dacht ik wat ik allemaal met dat geld had kunnen doen. Toen dacht ik hoe gemakkelijk dingen kunnen komen en hoe gemakkelijk ze soms gaan. ‘Ja, doet u de kamer maar’, klonk mijn stem. Na op het gemak ingekwartierd te hebben, was er een gevoel van berusting in me gevaren. Op de rand van het bed dronk ik een koel flesje plat water. Na me in de badkamer opgefrist te hebben, liep ik tegen kwart voor vier het hotel weer uit, de nacht in. De Botermarkt, de Belfortstraat tot aan Bij Sint-Jacobs. Ergens bij avondwinkel kocht ik nog een ijskoud blik Stella. Het was druk en iedereen was aan het fuiven. Daartussendoor zweefde ik als een geest, voedend op sereen geluk. Net of alles niet meer was dan een film, het leven van anderen, een prentenboek, waarvan je over de bladzijden loopt. Tegen vijven raakte ik mijn kussen en sliep terstond. Het ontbijt op hotel was heerlijk. De treinen hadden niet meer vertraging dan normaal. Rotterdam was er nog toen ik terug keerde. René heb ik weken later nog een halfdronken brief van vijf kantjes verzonden met de beste uitleg die eruit kwam. Onnodig wellicht, maar wel gewaardeerd. Frank ben ik ook eeuwig dankbaar. Maar dat weet hij niet.
Hoi Pom, Deze keer stuur ik je een beschrijving van een hachelijk avontuur in Tuinpark Buitenzorg; dus wel een stukje proza deze keer, groet, Merik
Uitkomst (Avontuur op Tuinpark Buitenzorg)
Het slot klemt, omdat het scheef zit. Buurman brengt uitkomst: hij demonteert het en zet het meer waterpas vast; het slot past veel beter.
En buurman sluit het slot en de sleutels liggen binnen. Wij zijn buitengesloten.
Met een breekijzer probeert hij het te forceren, met een ijzerzaag open te zagen. Hij belt een andere buurman voor een betonschaar. Die zegt: die en die heeft een betonschaar. Die en die zegt: zus of zo heeft een paar dagen geleden van een insluiper een betonschaar afgepakt, ga daar maar naar toe. Buurman komt terug met een betonschaar; wel een klein model. Ook die is te zwak voor het geharde staal van het slot.
De deur moet uit zijn hengsels; de palletjes met drijver en hamer weggetimmerd. Het lukt. Ik heb de sleutels. Het hangslot kan ik openen. De deur kan teruggeplaatst.
Even later sluit ik mijn huisje af ( nu met de sleutels in mijn zak ) en verlaat Tuinpark Buitenzorg