Hoi Pom, Even iets heel anders dan corona, corona. Ik bedoel dit gedicht kan ook zonder mondkapje worden gelezen. Vooral als je dit gedicht hardop leest is dat handig:
òf dat we jongens waren in de verloren ruimte op onbewoonde plekken de weilanden, het hertebosje wadend door het riet zonovergoten zwemmen tussen de lelies in het heldere water van de rivier
hoe vrij dat voelde dat avontuur te velde de toekomst ver vooruit toen na de oorlog alles onvoorstelbaar braak lag
toen de wereld groot het leven onbestemd en de leegte ongekend totaal was
Een klein gedichtje voor de dromers en de late beslissers. ik was al klaar met dromen voordat jij je ogen sloot
Anne van Walraven Instagram: @annexwalraven
Een brief aan jou is een ode aan de liefde. Sterker nog, een ode aan liefdesverdriet. Iedereen kent het wel. Je bent verliefd. Je bent gekozen en dat voel je in elk deeltje van je lichaam. Maar wat nou als de liefde steeds een beetje uit je vingers lijkt te ontsnappen? Anne van Walraven probeert in woorden te grijpen hoe het voelt als de liefde en de lust plaatsmaken voor onzekerheid, verwarring en angst. In openhartige brieven schrijft zij over haar gedachtes en gevoelens die voor iedereen herkenbaar zullen zijn. In de romantische en melancholische gedichten zal je even kunnen verdwalen. Tastend in het donker, maar niet alleen, nooit alleen.
Sprookjesdier speelgoedpaardje slaapt op rommelzolder velletje oud oogjes zo wijs van vroeger ben je weet je nog.. ik trok je aan je ivoorgekleurde oortje ik trok je naar ons paradijs dan zwierf ik met je langs de zee geduldig leerde ik je baden totdat je wit en schoon en nobel was de koningin te rijk kamde ik je manen en zon toverde bezieling in je oog van glas je bent veranderd in een zebra wat heeft de tijd met ons gedaan die rusteloze wezel haat kinderlijk duimendraaien aan het raam het dromerig gekwezel en ik heb ook niet goed op je gepast laat me het stof afnemen van mijn dom verzuim je krijgt je paardenkracht terug in elke vezel ik streel je levend tot op het allerlaatste puntje van je kruin.
Ja ik denk het vandaag wel te weten. de bijzondere en zo subtiel gebrachte eenvoud van Ien Verrips stijgt deze week boven alles en iedereen uit. van harte gefeliciteerd met het gewonnen gouden gedicht. de aangepaste versie van jako fenneks gedicht – het prachtige verhaal van opkomst en ondergang van de grote overweldigende liefde – levert hem zilver op passend bij de grijze haren die hij dagelijks zo prachtig weet en door de decennia heen wist te cultiveren. frans terken brons met de aanklacht tegen de domheid van dat mens van zwagerman. ik dank alle dichters voor de inzendingen – een heerlijk begin weer van de week.
we hadden van alles wat en mooi dat het was meneer wolluf roept bettie hier op 8 hoog in de VU opgetogen. en dat dat mens van zwagerman de corona ken krijgen! zo is het bettie zei ik tegen bettie. jij hebt altijd gelijk. maar gelukkig hebben we IEN VERRIPS nog en haar gouden gedicht – krijg ik ook zo een IEN VERRIPS zoen van jou bettie?
toen we elkaar voor de 3e of misschien de 4e keer ontmoetten -ik weet het echt niet meer- was het logisch in de zin van dat het niet gek was of eigenlijk heel gewoon en lag het in de lijn der verwachtingen want zo doen we dat nu eenmaal en al helemaal in onze scene dus dat we elkaar zouden begroeten met een kus nou dat heb ik geweten
Ien Verrips
–> ja het is toch de eenvoud die hier raakt en binnenkomt. het is ook geraffineerd. het woordgebruik, de spanning die de lezer naar die laatste regel leidt, naar die eenvoudige constatering die een leven lang mee gaat. een leven lang neergelegd in die ene kus.
Elbert Gonggrijp – Dat jij nooit meer over zou gaan
Frans Terken – over ‘het blond gansje zwagerman dat je vol op de mond spuugt…’
Petra Maria – wat verlangen was is nu ochtendlicht
Erika De Stercke – zijn vintage vaas op het bijzettafeltje
Cartouche – Nooit was ik zo smoor als toen in Smeerenburg
Rik van Boeckel – Catharina o bailerina met jouw Deense huid
Ien Verrips -toen we elkaar voor de 3e of misschien de 4e keer
Anke Labrie – soms vallen ze te hard die jongens
Magda Haan – de wereld lag open
Jako Fennek – de vrouw die je zal gijzelen tot het einde van je dagen
wedstrijd gesloten
wie wint de enige echte virtuele – we vallen allemaal wel een keer in katzwijm – trofee op pomgedichten?
een eerbetoon – een liefdesverklaring aan een onbereikbare liefde – voor wie of wat valt de dichter in katzwijm – valt de dichter bijna om – een soort van liefde – een soort van liefde op het eerste gezicht – zo over de top dat de dichter ervan wel schrijven moet – o wat lezen we U graag deze week. u kent de regels: de gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
ghislaine o ghislaine
o ghislaine plak ik ben geen gek geen boer of maniak geen etterbak
ik zoek geen vrouw maar hoor ik jou jouw stem die naam ghislaine plak dan springen hier spontaan de rozenknoppen open
you know die ronde wat best heel raar is omdat er nooit rozen in mijn kamer staan noch in mijn kamer stonden
pom wolff
NEIGING
Zo middenin mijn zin begon ik jou vol lof voordat ik je daadwerkelijk kende. Je was zo iedereen. Eerder had ik je niet in de gaten dat jij mogelijk in al mijn straten had gelopen – nog onbewust en onbevangen.
Ik huilde mij dikwijls in slaap bij liefdesliedjes en had jou vreselijk te ontberen. Je ontbrak mij, jij was een groot crescendo van het dagelijks jou te moeten missen. Totdat ik je zeker wist, van jou bestaan.
Dat jij nooit meer over zou gaan – lief en leed in een nieuwe gedaante. Jij zou zo vanzelfsprekend zijn dat ik er bijkans van zwijmelde – een heel leven lang met ons beiden –
Elbert Gonggrijp, Egmond aan den Hoef, vrijdag 17 april 2020
–> hier lezen we wat het jongetje elbert allemaal bij elkaar dacht in zijn bedje net voor het slapen gaan. nooit meer zou ze over gaan. én wat hij aan liefdesliedjes bij elkaar zong – dat ze maar in zijn leven zou verschijnen. zo lees ik het gedicht – mogelijk is een andere lezing mogelijk. op de een of andere manier is in dit gedicht de woordkeus niet de mijne: ‘bijkans’, ‘ontberen’ gevolgd door ontbreken, ‘onbevangen’. het is net niet helemaal over de top – en toch over de top maar dan van wolligheid en onnodige herhaling – het gedicht kan zeker zonder. het gedicht wil zichzelf zijn maar verdrinkt in de eigen woorden. zo kan het ook:
Dat jij nooit meer over zou gaan – Zo middenin mijn zin begon ik jou vol lof voordat ik je daadwerkelijk kende. Eerder had ik je niet in de gaten dat jij mogelijk in al mijn straten had gelopen – Een groot crescendo van het dagelijks jou te moeten missen. Dat was jij.
Ha Pom, Dat ik soms in katzwijm val, maar dan toch anders dan je denkt, had ik gisteren en vandaag. Het verklaart ook (de titel van) mijn bijdrage. Kon ik even niet omheen 😊 Levendige groet, mooi weekend toch! Frans
Dichter bij het hout
Dat onverwacht de waakvlam oplaait en groter nee hoger groeit niet eerder zo hevig het vuur gezien
op geijkte afstand gloeit en krult het als grijpt het je bij kuiten en polsen het likt je warm aan de borst
dat je dan voor dor hout gehouden goed genoeg voor de kap of erger zelfs vuur in een korf
blijkt het blond gansje zwagerman dat je vol op de mond spuugt ze tracht je te verleiden met valse tong
jij nog bereid haar gore bloed te drinken wordt gered door een dreun van de gong
–> haha een jolies heijtje roepen ze hier in de redactiekamer. het is ikke ikke ikke en de rest ken stikke. en ikke heet hier marianne zwagerman. bijna te veel eer voor zoveel domheid. ‘dor hout’ ze heb het over der eigen moeder krijst bettie hier op 8 hoog in de VU. en ze lijkt zo op der moeder meneer wolluf voegt bettie aan haar woorden toe. maar nou moet ik weer naar de IC meneer wolluf. daar krijgen ze geen adem meer maar als ze het halen dan zullen ze die zwagerman niet vergeten. meneer terken heeft mooi geschreven hoor, hij is terecht boos geworden en meneer terken wordt echt niet vaak en zeker niet zomaar boos. als meneer terreken vanavond de open haard aansteekt meneer wolluf dan weten we wie wordt opgestookt.
MET JOU
het leven is niet bang meer de adem wasemt geruststelling
alle poriën van ons omringend groen druppelen jouw licht
wat verlangen was is nu ochtendlicht dat zich verbaast in tere schoonheid
waar jij stilstaat wonen vlinders buigt het sterke riet spiegelend in regendrup
wat belofte was is nu ontwaken met jou heb ik alleen vandaag
Petra Maria
–> ik heb het gedicht liever kleiner en zonder uitleg – de twee vaststellingen in de strofen 3 en 5 zijn sterk genoeg om de gedachten kracht bij te zetten. lees hier de geladen inhoud zonder meer – zonder vlinders of regendruppen ze hoeven echt niet:
wat verlangen was is nu ochtendlicht dat zich verbaast in tere schoonheid
wat belofte was is nu ontwaken met jou heb ik alleen vandaag
Vleugels
Nu de avond mijn ogen sluit lig ik wakker.
Hoe schouders zich aan jaren van stilstand vasthaakten.
Ik knutsel de dagen aan elkaar veeg het speelse naar binnen
in dit huis waar zijn vintage vaas op het bijzettafeltje staat.
Als begin van een vrolijkheid na de eerste afspraak.
Erika De Stercke
-> tsja het is weer anders dan anders in huize De Stercke, waar ze vorige week het goud wist binnen te slepen, strompelen de woorden nu bijna het huis uit. er is iets speels, zo speels dat dichteres de boel nog net naar binnen veegt. ze knutselt wat, ze ligt wakker, ze sluit haar ogen. er is geen touw aan vast te knopen. ‘vleugels’ luidt de titel en inderdaad de woorden vliegen alle kanten uit.
Sneeuwvrouw
Nooit was ik zo smoor als toen in Smeerenburg die winterdag zo stervenskoud dat ik bijkans omkwam van huidhonger jou zag staan in je blanke pels jagersjas en rendierlaarzen daar aan de wal
jij voorstelde op walvisjacht te gaan hoe we ons samen op weg begaven en ik met traanogen jou de harpoen ter hand zag nemen, een slinger geven en in weke delen drijven midden in een hart van vlees
terwijl ik zoekend was naar dat ene
woord voor sneeuw dat elke eskimoman altijd paraat heeft als hij zijn iglo verlaat naar wat hem voeden, hem warmen kan om bij thuiskomst zijn neus te wrijven aan de zijde van die van zijn metgezel
als ritueel en teken van liefde – hoe ik slechts stamelen kon me een rilling beving die me nooit verliet
18-04-2020 Cartouche
–> ook hier net als bij elbert gonggrijp dat oerlelijke woord “bijkans” van stal gehaald. BAH. en ik wilde eigenlijk openen met de juichende woorden – we hebben de oude en vertrouwde Cartouche weer in ons midden. godzijdank dichter heeft er een paar weken over gedaan om terug te komen op zijn oude nivo – en zie hier we kunnen genieten…geniet van die meer dan briljante opening van zijn gedicht: Nooit was ik zo smoor als toen in Smeerenburg die winterdag zo stervenskoud…. om dan bij die drie regels te komen die het hele gedicht – en ook het eremetaal – naar de filistijnen helpen: ik bijkans omkwam van huidhonger jou zag staan in je blanke pels jagersjas en rendierlaarzen daar aan de wal… wat een lelijkheid – hoe krijgt ie het zijn pen uit – dat vieze woord ‘huidhonger’ ook – zo een driesrioolvinkwoord, zo een wim daniëlsdansje, bah bah en nog eens bah. en wat jammer toch bij die prachtige slotregels hieronder die zonder meer goud hadden opgeleverd:
terwijl ik zoekend was naar dat ene
woord voor sneeuw dat elke eskimoman altijd paraat heeft als hij zijn iglo verlaat naar wat hem voeden, hem warmen kan om bij thuiskomst zijn neus te wrijven aan de zijde van die van zijn metgezel
als ritueel en teken van liefde – hoe ik slechts stamelen kon me een rilling beving die me nooit verliet
Catharina bailerina
Zuinig schuimt de zee zo dans jij er uit Catharina o bailerina met jouw Deense huid
zo valt op het strand het land van Sjaelland ver van de rozenknop in wateren van liefde
geborgen in het kleed dat katzwijm heet dansen onze tenen langs het brandingzand
in Christiania wordt het feest vanuit de Egeïsche tempel op de drempel bekroond met liefdesliplezende kusjes.
Rik van Boeckel 18 april 2020
–> de deense vrijstaat christiana bezongen in alle toonhoogten het is rik van boeckel wel toevertrouwd. hij zal er ooit vertoefd hebben lees ik zomaar in dit gedicht dat in euforische en woeste herinneringen nog steeds de zee – hier een woordenzee – doet schuimen en laat opspatten.
Ha Pom, Van het woord ‘katzwijm‘ uitgegaan, niet zulke romantische associaties, wel een mooi woord.
jongens
zij vallen in het water of van hun skateboard of hun mountainbike
‘in katzwijm vallen’ nooit van gehoord meneer we googelen het wel even o iets voor meiden
soms vallen ze te hard die jongens in het snelle mes van een andere jongen
geen klopjes op de wang geen glaasje water meer alleen een simpel woord googelen is niet nodig
–> anke wil wat zeggen maar wat precies is me niet helemaal duidelijk. ze laat het themawoord ‘katzwijm’ associatief los tussen jongens en de meisjes. google weet raad. de jongens vallen hard terwijl de meisjes willen zwijmelen. waar wil de dichter de lezer brengen? naar hoe het was, naar hoe het is. ik weet het niet. en waar blijft de transgender in dit verhaal meneer sonnenberg?
droog water
beestachtig gespeeld met vonken en laaiend vuur
de wereld lag open in bossen gewandeld vol sprokkelhout
wel vier keer gelezen magda maar ik kom er niet uit. ik kan me heel weinig bij droog water voorstellen. de wereld lag ooit voor het kind open – er was vuur en er waren vonken, een zee aan vonken – sprokkelhout. er wordt bijna verdronken en er wordt gekauwd. ik moet op dit gedicht ook nog tijdje kauwen. met excuus magda.
Hallo Pom, het vechten met mijn lijf geeft me geen mogelijkheid trouw mee te doen, maar vandaag liep het mee. Hekkensluiter natuurlijk. Fijne dag en groet, Jako
trilling
als je oversteekt steekt ook zij over je voelt op afstand dat ze de vrouw is die je zal gijzelen tot het einde van je dagen
je grijpt de reling van de brug je zweet en trilt, je klemt je vast je wil haar blikken wijken, je staart de boten op de amstel na
haar loop klinkt als een dreunen in je hoofd je ruikt haar geur, gelooft beroering van haar arm te voelen
als dan haar stappen sterven keer je uit je trillen terug, kijkt op en ziet hoe aan het einde van de brug haar rug steeds vager wordt
jako fennek
–> ha fijn jako weer eens onder de dichters met een compleet verhaal – en een mooi verhaal. het hakmes zou er her en der doorheen kunnen maar dan hebben we ook wat – heerlijk en zoals het is – hopen we jako weer vaker hier te verwelkomen – de versie met het kapmes:
als je oversteekt steekt ook zij over je voelt op afstand dat ze de vrouw is die je zal gijzelen tot het einde van je dagen
je grijpt de reling van de brug je zweet en trilt, je staart de boten op de amstel na
haar loop dreunt in je hoofd je ruikt haar geur, gelooft haar arm te voelen
als dan haar stappen sterven zie je hoe aan het einde van de brug haar rug steeds vager wordt
Het is elke dag weer heerlijk om de gordijnen open te doen in de ochtend. Het gekwinkeleer van vogeltjes, de blauwe lucht. Het is rustig in de straten. Mensen passeren elkaar op gepaste afstand. Weinig verkeer en het lijkt zelfs wel of de lucht lichter ademt. Nieuws is er nauwelijks meer. Het dagelijkse thema is zo uitgemolken, dat er enkel nog behoefte bestaat aan licht vermaak. De wereld staat heel even stil en het lijkt erop dat we een ideale staat van productieve rust hebben bereikt. Iedereen waardeert de medewerkers in de zorg. Ook het nut en de noodzaak van onderwijzend personeel wordt ineens weer onderkend. Enkel maar spullen kopen, lijkt ineens een ondergeschikt belang uit een ver vervlogen tijd. Geen stikstofcrisis meer, geen woningnood. We hebben een stap richting de ideale toekomst gemaakt.
Je kunt je niet voorstellen dat straks elke dag de snelwegen en straten weer vol staan met dampende auto’s. Strepen die de blauwe lucht verdelen een deken van smog over de stad. Krioelende massa’s die zich door winkelstraten slepen. Alle kantoren weer gevuld zijn met personeel, dat door middel van zinloos werk hersen euthanasie placht te plegen. De grote god niet meer het leven zelf is, maar gewoon weer de euro’s rendement op de investeringen van het grootkapitaal. Al die kloteverhalen en Insta foto’s van die wintersportvakanties en backpackreizen ook, op die sociaal verplichte samenkomstmomenten en sociale media. Groepsdruk, cohorten bootcampende yogafreaks die de rustige parken weer terug opeisen voor hun perverse geldingsdrang en schoonheidsidealen. De politiek zal de zorg en het onderwijs gauw weer vergeten zijn ten bate van zogenaamd economisch herstel. En dat zal dan vooral herstel zijn voor de grote jongens met de onbegrijpelijke boekhoudingen, die geen cent aan het oplossen van ‘de crisis’ betaald hebben. De schoorstenen zullen roken, als nooit tevoren. Business as usual.
Ik mis de corona-tijd nu al. Ook al is het nog niet voorbij. Maar sprookjes blijven nu eenmaal niet duren. Als je goed kijkt kun je de barsten al weer zien. Op een bepaald moment is het verhaaltje gewoon weer uit. Koester het, zolang het duurt. We hebben een inkijkje gekregen in hoe het ook kan. Maar ja, ooit moeten we terug naar normaal… Of heb ik gewoon last van een Stockholm-syndroom?
VON SOLO DICHTER, COLUMNIST, PERFORMER EN CINEAST Check de actualiteiten van VON SOLO op www.vonsolo.nl Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl
Hoi Pom, Hierbij mijn bijdrage voor woensdag, een tekstje uit het leven van vandaag gegrepen, groet, Merik
Praatje
We raakten aan de praat, de buurman en ik. Over lekkende dakgoten; dat de kroegen niet open zijn; dat je niemand mag bezoeken; geen concert te horen is; over Betty, mijn hondje, dat ik haar warme lijfje soms tegen me aandruk. De buurman zei van alles ik zei van alles. Hij was verliefd op de nicht van zij van drie hoog achter. “Zal ik nog boodschappen voor u doen ?” vroeg ik, “hoeft niet,” zei buurman, “ik heb alles in huis.”
weet je nog de woorden die je sprak zij lijken de zinnen niet meer te passen en in de ruimte tussen de woorden werden jouw daden geboren alsof zij aan al het gehoor ontbreken blijven zij om verwijt smeken
maar zonder de bekleding van mijn verhalen waren het eigenlijk ook maar daden
Anne van Walraven Instagram: @annexwalraven
Een brief aan jou is een ode aan de liefde. Sterker nog, een ode aan liefdesverdriet. Iedereen kent het wel. Je bent verliefd. Je bent gekozen en dat voel je in elk deeltje van je lichaam. Maar wat nou als de liefde steeds een beetje uit je vingers lijkt te ontsnappen? Anne van Walraven probeert in woorden te grijpen hoe het voelt als de liefde en de lust plaatsmaken voor onzekerheid, verwarring en angst. In openhartige brieven schrijft zij over haar gedachtes en gevoelens die voor iedereen herkenbaar zullen zijn. In de romantische en melancholische gedichten zal je even kunnen verdwalen. Tastend in het donker, maar niet alleen, nooit alleen.
Lieve Pom – Texel is helaas nog niet coronavrij, wij maken er hier het beste van. Even een wat luchtiger toon.
Einde der tijden talk
knuffelscharrelen breigroepje haarkleuring Elvis poef Veronica rondhoppen alleengaanden yogameeting met frikandellen humeurwisseling jampotglazen dekbedovertrek Janneke Brinkman
haarkleuring Elvis knuffellammetjes yogameeting zonder frikandellen graancirkels mayakalender depothoppen poefje Sandra en Simon uithuilen voor neerlandici parachutespringen voor alcoholici tandemsprong haarkleuring Elvis
Ze schildert de lente, zegt ze, en klemt het puntje van haar tong weer tussen haar tanden, een gele zon met lange stralen en bloemen in de kleur van de blossen op haar wangen.
Terwijl ze haar penseel in groen doopt en de kat zich tussen de wiegende tulpen nestelt, vraagt ze of paashazen echt bestaan, of kippen gekleurde eieren leggen en hoe je paars maakt.
Ik vouw een papieren mutsje voor haar ei, hard gekookt en nog smetteloos wit, en antwoord dat ik nog steeds niet weet hoe het daarmee zit, dat het rood met blauw en een tipje wit is.
Dat ik kan toveren, zegt ze, mijn haren daarom van zilver zijn en dat ze lacht omdat ze weet dat elk moment het zoveelste paaseitje uit mijn linkermouw komt rollen.
Conny Lahnstein 10 april 2020
–> een lief onderonsje. de genadeloze in mij pakte de pen op om te schrappen. maar er kan niets uit dit verhaal – de genadeloze legde de correctie pen weer neer en las. en las. en voelde hoe in het gedicht genoten wordt van de betovering op het gezichtje van het kind. inderdaad hoe je paars maakt? hier wordt (bijna in proza) de wereld teruggebracht tot de essentie van het bestaan. in ieder geval waar het met pasen om draait. met een kind eieren schilderen en mooi maken en nog voor paasochtend dat heerlijke genieten – dat met de loop der jaren voorbij gaat en als het ware oplost in de tijd. goed dat er dichters zijn die mooie momenten kunnen vast leggen.