ik ben een chaos de tegenwind in de storm trek je jas maar dicht druk je handen in het stuur laat het bloed uit je knokkels verdwijnen laat het stromen naar je hart bonkend in je borstkast trap je benen uit je lijf vecht maar tegen de regen want ik ben een chaos de wind in je rug haal je handen van het stuur ga zo hard als je kan je hoeft niet te trappen laat je dragen door de wind voel de regen op je huid en kom maar moeiteloos thuis
Lieve Pom Beetje laat. Hier komt mijn maandag gedicht.
Metamorfose
We hebben de hond begraven op een geheime plek het lichaam werd met dekentjes bedekt geelgespikkeld bruin waren zijn ogen nog de hondenbek lag in de dood te drogen.
Hebben de goden in onszelf ontdekt drie keer hard en vurig op de grond gespogen het Onze Vader opgezegd vergeef ons Heer wij weten wat we doen.
Hebben de laatste flessen op het land ontkurkt toen wij elkander op de poolvlakte ontmoetten moesten wij wennen aan pantoffelvoeten en aan de ontnuchterende stilte die ná het drinken valt.
Peter Posthumus – ‘my secret life’ op zondagochtend
Petra Maria – een vrouw weet dat
Magda Haan – het stille weten van…
Ditmar Bakker – “Geheimen zijn er om uit de doeken te doen”: alles over de limburgse vormdichter Frits Criens
Frans Terken – over de vormdichter Ditmar Bakker: ‘In Leidse krochten huist een kakker…”
Erika De Stercke – Geheimen vloeken zich tot leven
Ton Huizer – in Café Timmer
Rik van Boeckel – wachtend op het licht dat verblindt
Anke Labrie – rozen op zijn graf
Ien Verrips – na ‘t stervensuur volgt troost
Cartouche – hoe dan kan ik, kunnen wij
Lisan Lauvenberg – het verdwenen zijn van jou
wedstrijd gesloten
lieve dichters dank jullie wel voor het insturen. mooie werken deze week. en van alles wat maar bij iedereen intens. schimpdichten van frans terken en ditmar bakker. invoelende poëzie van petra maria en lisan lauvenberg. afwijkende poëzie van ton huizer. cartouche en erika de stercke maakten poëzie van het thema. de indringende schets van Anke Labrie in een paar regels. maar voor mij waren er deze week drie die boven alle andere werken uitstegen. die prachtige laatste regel van petra maria, de harde onvermijdelijkheid van peter posthumus en wat zo ongelooflijk weg zal blijven in het voorjaar, door lisan beschreven. hoe te kiezen? petra maria brons – doe ik twee keer goud voor peter en voor lisan. te mooi die gedichten voor zilver. van harte!
Bijna voorjaar
Uit de donkere aarde spruit voorzichtig het nieuwe leven. Bevend en trillend als je het van dichtbij zou aanschouwen.
Zo kijken we vandaag niet we kijken naar wat niet meer wat nooit meer tevoorschijn. Wat ongelooflijk weg blijft.
In de donkere aarde woelt aangrijpend en voor altijd het verdwenen zijn van jou.
Dit voorjaar kleurt de dagen en buiten spettert het leven het missen in mijn hart.
een aangrijpend gedicht – de emotie aangrijpend verwoord in pure poëzie: wat ongelooflijk weg blijft/we kijken naar niet meer/ het verdwenen zijn van jou. mooi, mooi, mooi. de pijn doorvoeld de pijn doorgegeven aan de woorden, de pijn door de woorden heen opgenomen in de woorden. zo is het bijna voorjaar zo houdt het voorjaar ook een verleden zijn in. ‘my secret life’ op zondagochtend
laat me mijn geheim over de onvermijdelijkheid van het lichaam over de traagheid van de wegsijpelende tijd
laat me mijn geheim dat ik zucht onder de open hemel in de leegheid van het landschap
laat me al die zinnen die ik uit de weg ga
mijn geheim is wat jij is wat je afdoet is vluchtig en terloops is de eenvoud van een kogel in een korte bijzin
Peter Posthumus
–> terwijl Dennis over de noordelijke nederlanden raast buiten – hebben we gelukkig binnen nog de poëzie van Peter Posthumus. laat me laat me – in ramses shaffey termen – in een soort smeekbede zingen de begin regels van het gedicht de lezer tegemoet. in de laatste strofe van het gedicht het grote geheim: ‘geheim is wat jij afdoet…. is de eenvoud van een kogel in een korte bijzin’. zo doe je dat in poëzie – eenvoudiger kunnen de zaken niet gezegd of beschreven – maar wat er staat is een blijft een mysterie waar we de hele stormachtige dag bij stil kunnen staan om het mysterie toch niet opgelost te krijgen. waar het gedicht met een smeekbede begon – met een terugtrekkende beweging – slaat het einde als een stormvlaag in je gezicht. als een kogel in een korte bijzin. mooier kan een geheim nauwelijks beschreven. een hard geheim dat is het.
wie wint de enige echte virtuele – vrij naar slauerhoff – ook in mijn geheimen kan ik wonen – trofee op pomgedichten? in welk geheim kan een dichter wonen – in welke liefde, in welk verlangen, in welke dood, in welk leven?
de stelling dat elke dichter een geheim bij zich draagt – of met zich mee torst – kan deze week hier bevestigd of ontkend. natuurlijk lezen we graag welk geheim het dichterlijk gemoed beroert maar dat mogen we niet van u verlangen. wel of en hoe de geheimen gedragen zijn – geen makkelijk thema. in welk geheim kan de dichter wonen – in welke liefde, in welk verlangen, in welke dood, in welk leven? (een eerbetoon aan leonard cohen in poëzie mag natuurlijk ook)-
u kent de regels: de gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd.
misschien is het grootste geheim het geheim dat op den duur ook bij je blijft, het vuur ingaat
een leven lang gekoesterd en bebroed warm als de zon
behoed voor het daglicht met verlangen gevoed elke dag
elke nacht
pom wolff een vrouw weet dat
‘du moment’ dat ik je zag het zit nog in de plooien van mijn jas diep in de zakken als een niet zo vaak gelezen dichtbundel met ergens in het midden dat ene gedicht en dat gaat altijd over jou mijn verlangen mijn geweten mijn niet te vatten waarheid de weg naar groot geluk de weg naar verdoemenis desnoods maar wel geleefd gevonden maar wel het ware
petra maria –> de pracht en de kracht van het gedicht zit in de laatste regel – zit in het woordje ‘maar’ – het herhaalde en volkomen overbodige woordje ‘maar’ in de slotregel. hoe het ook allemaal is, hoe de dichter het ook formuleert, in welk gedicht in welke bundel en waar dan ook verstopt, hoe het ook tot de ik persoon kwam, in welke jas toen ook gekleed – het werd gevonden en het werd geleefd, van seconde tot seconde – en het was het ware. de lezer de mond gesnoerd – het oordeel op welke manier ook geformuleerd het maakt als het ware niet uit –
het was en het is, het is wat het is en het is wat het was – maar wel het ware. maar wel het ware. op zijn kouwenaars bijna. deze mantra wil vandaag mijn hoofd niet meer uit. Dag Pom In welk geheim kan een dichter leven, misschien leeft hij door het geheim en leeft hij zolang het geheim leeft.
ogen spreken verlangen liefde waar geen woord voor is we spelen buiten de lijnen harten breken en tranen vloeien we balanceren op schaarse momenten in zwijgende geheimen het kaarslicht is gedoofd we spoelen ons af en drijven weg het stille weten van…
–> magda houdt het kort. en dat is goed. aan ‘het stille weten’- dat is mooi gezegd in woorden van poëzie – te lezen in de laatste regel vult de dichter in met grote woorden in de eerste 8 regels van het gedicht. wat een geheim in een mens teweeg kan brengen. het zonder meer benoemen van emoties (liefde/ ogen verlangen/ harten breken/ tranen vloeien) maakt een tekst nog niet tot poëzie. de dichter zou in een gedicht dat gevoel als uitgangspunt kunnen nemen. op de laatste regel na – die de eerste zou kunnen zijn in een gedicht – moet het gedicht hier nog geschreven.
OP EEN FLIKKER
God schiep AIDS, ALS, en kanker. Ziens dat zulks goed was zou Hij zich voorts vergissen want, zo blijkt, die gedachtegang vernissen creërend iets oneetbaars doch boviens
dat luisteren moest naar de naam “Frits Criens”. In Limburg kan elk mens zich vergewissen -als u de geur volgt, kunt u het niet missen- van dat bestaan in ruitjesshirt en jeans,
zijn intellectuele ijdelheid zo strelend als de vaak doorvoelde meid die hem een idolate zoon zou werpen
als parel voor het beest. Tot harer spijt; ze wist nog niet dat hij de de meeste tijd al fluitend loftrompet blies voor Euterpe.
Ditmar Bakker
–> goede morgen Nederland Ditmar Bakker heeft het woord! de dichter Criens uit het limburgse – een soort benny neyman zal het willie alfredo zijn – maar dan van de vormpoëzie wordt vakkundig aan ons lezers geserveerd. moeders erbij als toetje – zoonlief van haelen op tafel geworpen – ijdeltuit genereert ijdeltuit. het ruikt, het stinkt, het giert door Limburg – met zuidwesterstorm passeert die lucht gelukkig 020, leiden ook. houden we de glimlach, de grimlach over. zo een aanval uit het niets. uw juryvoorzitter vindt het geestig. het verheven taalgebruik en de gekozen poëzievorm werken goed mee. het past als altijd Ditmar Bakker.
Kaatsebal
In Leidse krochten huist een kakker die intellect showt in ‘t Latijn of Italiaans hem begrijpen kost zo’n drie uur gaans voor elke eenvoudige koekenbakker
hij beschouwt je zeker niet als makker zijn kam staat daarvoor te veel des haans ziet bidden voor ‘n gelijke als te kapelaans dat is ook meer voor een arme stakker
die niet als hij in het verhevene gedijt het kost hem vast een vermoeiende strijd boven ieder uitstijgen is hoogstaand werk
en vraagt inspanning gedurende lange tijd maar het brengt beloning – dat is een feit het lidmaatschap van een geheime kerk
–> en zie hier het lik-op-stuk-beleid in sonnetvorm door de dichter frans terken vormgegeven. het is niet erg rustig in het Leidse. dat mag gezegd hahaha. ditmar bakker zorgvuldig en grondig onder het mes van terken uitgebot en uitgesneden. frans beschrijft hoe de eenling altijd eenling zal blijven. zijn eeuwige vaak onbegrepen strijd voert. een geheim genootschap op zich zelf is. de wedstrijd van vandaag draagt heel veel elementen van de poëzie. de etaleerde kracht van de woorden, het verwoorden van emoties, de zwarte romantiek en de oorlogsvoering – heerlijk! in de poëzie is het nooit rustig – stormt het elke dag binnen en buiten – de woorden met vlagen – goed gericht als kogels – de messen geslepen. dag en nacht en op een zomaar zondagmorgen. Facade
In dozen van verlatenheid woon ik. Gordijnen scheuren verder open. Er zijn barsten in het pleister.
Bankrekening leeg onder een stilte gekweekt met kaarslicht. Ik pluk spinnenwebben, draai kaders om
blaas het stof de hoogte in alsof het zeepbellen zijn. De sleutel beeft en valt naast het slot.
Geheimen vloeken zich tot leven hoe een mens ademt met afgeknipte vleugels op een rottend vlot.
De lift krijgt zijn kuren. Schokkend daal ik mee naar mijn valse vrijheid. Het huisnummer op een nette muur.
Erika De Stercke
–> geen rustige dag in huize De Stercke – als erika in zich zelf keert dan woedt de storm. en de storm houdt niet op – het ene nog erger dan het andere – barsten in het pleister, de bankrekening ook nog op nul, bevende sleutels, vloekende geheimen – het is echt over de top – maar dat maakt het geheel wel erg (mogelijk onbedoeld) geestig. ojee de lift doet het ook al niet. aan de buitenkant het huisnummer op een nette muur. van buiten zie je er allemaal niets van. de titel verklaard. een kloppend geheel. dit gedicht. om er hartkloppingen van te krijgen.
Een moorkop in het verkeerde keelgat Dag Pom, Hierbij een riedeltje voor je weekendcompetitie.
Emancipatoir
Café Timmer vrijdagavond pijpenla, bomvol richting bar voor een biertje dame in gesprek
doorgang geblokkeerd mag ik even achterlangs? vroeg ik beleefd ze draaide zich om
met een eerlijke glimlach kijk daarom hou ik nou van blanke vla
Ton Huizer
Groet, T.
wat er geheim aan is hier ontgaat mij een beetje. wel fijn dat dichter ton huizer een gedicht instuurde. hij stelt de actuele discussie rond moorkoppen en blanke vla in een poëtische situatie aan de orde. ton wil bij de dame achterlangs – de dame keert zich meteen en onmiddellijk om – hahaha – ja zo ontstaat ook uit het niets pöezie – buiten elke thema om. blanke vla om je vingers bij af te likken. ton groet de dingen die aan hem voorbij gaan in de ochtend. poëzie ligt op straat, van van ostaijen tot aan huizer. en als de poëzie niet op straat ligt is zij wel in de kroeg te vinden.
Orakels van tijd
De tafel gedekt bewaart leven stoelen zijn er als de dood voor
op hen zitten orakels van tijd wachtend op het licht dat verblindt
dat pas komt als de klok slaat geheimen met liefde laat stralen
ze zijn verborgen achter muren schilderijen verhullen de waarheid
vertellen verhalen van spijt in een opgediende werkelijkheid.
Rik van Boeckel 14 februari 2020
–> Rik wikkelt de problematiek op ICT achtige wijze met nullen en enen af. de tafel, de dood, de tijd, het licht, de klok. en dan komt waar het vandaag om draait – de geheime liefde en voorts weer de afwikkeling: het geheim verborgen en opgenomen in schilderijen, in verhalen – verhalen van spijt. mooi gezegd – de geheime liefde plaats gegeven en plaatsgenomen in verhalen van spijt – hier in een gedicht – aan tafel!….. zou die nieuwkerk zeggen.
kluis
een zware marmeren steen
met een glimlach legt ook zij weer rozen op zijn graf
ze weet van wie de andere zijn
anke labrie
anke brengt ons in vier regels, een beeld, een situatie, een plaats en zij brengt mensenlevens bij elkaar – hoe het was en hoe het gezegd kan worden met bloemen en vooral ook door wie. we komen als lezer van het geheim niet te weten. zo hoort dat ook – de poëzie is er om aan te duiden, om het ongezegde aan te raken – niet om het te verklaren of te benoemen. Beste Pom, Ik ben een op zijn tijd best een goedmoedig mens, maar niet met Leonard Cohen. Die man zit totaal in mijn allergiezone. Brrr. groet en een fijne zondag Ien
Geheim
als koude kloten op bevroren gras verlangend naar verlossing ongehoord taboe gekoesterd door de fluisteraars die door ranzigheid verlucht ’t verborgene onthullen
na ‘t stervensuur volgt troost of een slagveld vol venijn
Ien Verrips feb 2020
–> Ien neemt duidelijk afstand in niet mis te verstane woorden. of leonard cohen hier nou met koude kloten op authentieke zaanse wijze wordt geserveerd – we weten het niet. na de dood woedt het leven voort op het door de overledene achter gelaten slachtveld. Ien op oorlogspad. en we zullen het weten. van mij mag het – de ranzigheid benoemd en (na)gefluisterd – ik heb toch het angstige vermoeden dat de zachtgezongen woorden van leonard cohen Ien dreven tot deze woede uitbarsting. weer eens een ander geluid. Stel
het is waar dat doen en denken gescheiden werelden zijn twee hemisferen verbonden slechts door bruggen van lucht bogen boven stammen in een bos
en willen en kunnen dubbel hartig waarbij tussen de kroon boven geen weet is van wat binnen de bast hoe dan kan ik, kunnen wij waarlijk nog voelen wat echt, tastbaar is
weten van gespleten draagt ons dichters alleen in lood gegoten valt te leven ons heimelijk te bewonen te bewaren in een paar
woorden van troost birmaan en siamees
Cartouche 15-02-2020
–> het is het een of het ander vandaag bij Cartouche – doen en denken, willen en kunnen, voelen en weten – echt en onecht – de grote thema’s in het gedicht. en dat er dichters zijn die van het gespleten weten. wel fijn dat ie weer meedoet aan de wedstrijd onze cartouche. staat altijd garant voor goedbedachte poëzie – zeker vandaag – en soms stijgt ie uit boven alles en iedereen – zweeft hij als een groot dichter ergens boven ons taalgebied in een niet te evenaren gedicht. maar dat is vandaag niet het geval.
De biodiversiteit in kantooromgevingen beperkt zich tegenwoordig tot bacteriën, virussen, schimmelculturen en mensen.
Mevrouw Solo wil al jaren een hondje. En nu de kinderen wat groter zijn, we een nieuw huis hebben dat redelijk af is en de jaren toch gaan tellen, lijkt de tijd hier stilletjes aan rijp voor te zijn geraakt. Zelf ben ik ook een hondenliefhebber, dus van mijn kant geen bezwaar. En alle begrip dat ons nieuwe gezinslid, dan soms ook onder de zorg van ondergetekende mag vallen. Nu staat deze echter nogal op zijn flexibiliteit en vrijheid, en vindt het navenant niet zo makkelijk om een dag in de week thuis te plannen, om dan onze kleine viervoeter tussen de middag te kunnen vertroetelen en zijn gerief te laten doen in één der nabij gelegen, daartoe bestemde zones. Dit was dan ook de aanleiding de vraag maar eens te stellen of ons nieuwe hondje gewoon een dag per week welkom zou zijn op kantoor. Afgelopen week stelde ik op het intranet van mijn werkgever de vraag of dat mogelijk was. Het is nog niet eerder voorgekomen dat ik zoveel goed- en wellicht ook minder goedbedoeld advies heb gehad op een zo simpele vraag.
Gezien ik bij de afvaltak van ons bedrijf werk, grapte er iemand dat dat alleen mocht als het om een vuilnisbakkenras ging. Dat soort humor valt te waarderen. Maar al snel werd het oordeel bureaucratisch, snel en kil geveld met de woorden: ‘Nee, huisregels.’ Dat soort zaken kun je wel aan de beleidsmakers van de facilitaire dienst overlaten. Ook werd allergie nog geopperd. Eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik allergisch ben voor een hoop menselijke collega’s, omdat ze uit hun muil rieken of goedkope eau de wc dragen. Of gewoon voor hun gedrag. Maar dat neemt ook niemand serieus.
De meest tragische reactie was echter de volgende: Hele lastige vraag dit. Er zit namelijk een implicatie aan. Stel dat je aan al je collega’s op de afdeling vraagt of ze het in orde vinden, en er zitten mensen tussen die “nee” zeggen. Dan bemoeilijkt dit wellicht de samenwerking tussen jullie in de toekomst omdat die “nee” niet leuk was. Of het geeft hen in ieder geval een opgelaten gevoel om jou je hondje te ontzeggen. Of dat er mensen zijn die geen nee durven te zeggen, maar het eigenlijk niet leuk vinden dat het hondje daar rondloopt. En dan toch maar “ja” zeggen omdat ze niet als “dwarsligger” willen worden gezien. Die voelen zich dus ongemakkelijk. Persoonlijk zou ik mijn collega’s niet in een positie willen brengen om die keuze te maken en het hondje gewoon thuislaten, hoe schattig het beestje ook is.
Aha, de vraag is lastig omdat er een implicatie aan zit. Nou, op dat moment ben je mij al rijkelijk kwijt. Maar dan de hele redenering die volgt. Eén opeenstapeling van bijna stuitende, menselijke onzekerheid. Alsof alles benaderd moet worden als een sociaal dilemma. Of iemand zich ongemakkelijk voelt, zal me worst wezen. En de ‘persoonlijke’ mening die erop volgt interesseert me uiteraard geen reet. Die impliceert enkel dat zijn mening de juiste is en dat daar maar beter naar geleefd kan worden, wat ook zijn moge.
Ik had ook nog een kleine poll toegevoegd waar dit de uitslag van was: Zijn er regels over honden op de werkvloer, of is dat gewoon in onderling overleg: · Als de collega’s het in orde vinden 49 stemmen · Het mag in geen geval 98 stemmen · Er is beleid op vastgesteld 27 stemmen Korte analyse leert ons dat twee op de zeven mensen het wel in overweging zouden willen nemen. Vier op de zeven stellen duidelijk dat het niet mag en één op de zeven zich verschuilt achter beleid. Vanuit democratische beginselen zal de uitkomst dus zijn dat we onze ruimte niet gaan delen met dieren. Maar wel met een cohort mensen waar we wellicht ook niet mee opgescheept willen zitten, maar waar we dan blijkbaar ‘toe veroordeeld zijn’ Het verklaart de groei van steden en de volledige rechtvaardiging van habitatvernietiging van soorten. De meerderheid vindt het belangrijker dat er ruimte is voor mensen. Veel mensen. Het leven en voortbestaan van de mens als soort voor alles. Uiteindelijk is er zo maar één einduitkomst mogelijk. De biodiversiteit in de wereld zal zich beperken tot bacteriën, virussen, schimmels en de mens.
Wanneer ons hondje komt, ga ik één dag in de week thuiswerken. In onze eigen diverse biosfeer. Een goede sfeer.
VON SOLO DICHTER, PERFORMER, COLUMNIST EN CINEAST www.vonsolo.nl
Lees ook de wekelijkse column van VON SOLO op www.POMgedichten.nl En volg VON SOLO ook op Facebook, Twitter en LinkedIn!!!
Ik hoop dat je in de zomer op een hete zonovergoten dag met de honden en je vriendin onder een oude dikke eik ( wonderlijk genoeg in stand gehouden in het Nieuwe Amsterdamse Bos ) onder die eeuwenoude eik dus met je vriendin en je honden op die hete zonovergoten dag dikke sigaren rookt en flinke bellen met rum drinkt en praat over mannen.
Ach, die mannen en die rum en die sigaren doen er eigenlijk niet toe als je maar met de honden en je vriendin onder die eeuwenoude eik
in kringen van autisten, migraine lijders en mensen die vol zelfmedelijden hun spoedig heengaan net te uitbundig en showy aankondigen zonder de daad bij de aangekondigde daad te voegen – ik ben het mij bewust – ben ik minder geliefd. waarom weet ik ook niet. ik wijt dat vooral aan een gebrek aan humor bij de hierboven aangeduide medemensen. maak bijvoorbeeld vooral geen grapje over een autist – de verwensingen vliegen je om de oren. het volgende gedicht schreef ik zo op – in minder dan 5 minuten – geïnspireerd op een collega die nogal hing aan de franse taal en letteren – als begroeting gaf ze altijd een heel klein linkerhandje die ze losjes terugtrok bij de lichtste aanraking – ja de migraine slaat voor je het weet ook in je rechterhand en doet vervolgens al snel de linkerhand aan – dat u het weet:
schele hoofdpijn
de vrouw
die geheel a-typisch na haar veertigste
tot de dag van haar pensioen last had van migraine
huppelt al weer jaren opgewekt en levenslustig rond
zo vaak
geveld door die vreselijke ziekte
misselijkheid hoofdpijnen lichtflitsen
het hield maar niet op
met name
bij afspraken dingen te doen
gloorde de bevrijdende migraine aan de horizon
altijd intens
heftig
ook en precies zo lang
als haar inzet werd verlangd
de taken door anderen werden verricht