eerder deze week schreven we voor de koningin van texel een troostrijk gedicht. drukken we hieronder nog maar eens af. heel fijn dat we einde maand de troost in klinkklare zoenen live kunnen overbrengen. ten behoeve van en voor de poëzie – en voor dichters zoals webmaster – heeft deze koningin TEXEL speciaal laten open stellen. dat op dat eiland ook weer eens een frisse wind zal waaien. waar is het feestje? op texel is het feestje! 26 januari de dag.
de aankondiging: Zondag 26 januari 2020 van 13:30 – 17:00 De Kastanjeboom – Stenenplaats 2, 1791 EA Den Burg
Het tweede Texelse Open Podium voor taalnerds staat te gebeuren. Mee
van de partij deze keer ook een gerenommeerd slammer uit Amsterdam, Pom
Wolff, de stadsdichteres van Ede, Larissa Verhoeff, en de Texelse
bluesmuzikant Sloppy Tom met net zo muzikale als poëtische bijdragen.
tot troost
het is door haar toverpracht aan woorden maar ook door wie zij is hoor dat wij de aarde voor haar ploegen zij zich koningin kan voelen
en god zal wegkijken het is hem allemaal teveel
in haar koninkrijk géén engelen alleen maar mensen mensen die zingen van de poëzie en van de vrede
…dat het leven veel te mooi is en een kapitale kooi is staakt het werken!!! aan de macht!!!
…dat het leven veel te mooi is
en een kapitale kooi
is
staakt het werken!!!
aan de macht!!!
de oproep van ‘Your local Pirates’ (joke kaviaar en peter
storm) aan het begin van hun nationale
tour gisteren gearriveerd in Amsterdam.
met hun ‘a fair warning’- de
nieuw uitgebrachte CD voor 5 euro te koop bij de optredens – 14 strijdliederen
– met afwisselend de gesloten vuist en dan weer mooie zachte woorden gelegd in
de nog net niet helemaal afgebroken bezongen natuur.
wat valt er van het optreden te zeggen – de pirates plaatsen
zich in een traditie van gezongen strijdliederen – het ene moment klinkt in de
verte nog iets van de nieuwe internationale scene door – dario fo’s mistero buffo klanken – de jaren
80 van de vorige eeuw – bij het volgende lied kan het kampvuur opgestookt. op de beste momenten herleeft een dichter als Henriëtte
Roland Holst – maar dan wel het socialisme geslepen met anarchistisch
slijpsteen. de grote waarschuwing tegen het kapitalisme soms in poëzie verpakt
dan weer in zeer directe strijdkreet: ‘de barricades op! – sta op doe mee met
de strijd voor de overwinning van de anarchie!’
ik vond alle gezongen liedjes bij elkaar een aangenaam
uurtje. ze brachten mij weer even terug bij de grote socialistische voorvechters
in de vorige eeuw. ik weet niet of the pirates mij deze kritiek kwalijk nemen. the
pirates roepen immers op tot actie – kom
in beweging – sta op! de boodschap. the pirates streven
geen aangename verpozing na. het eerste nummer van de CD heeft hitpotentie. mag
van mij de top 2000 in. ik zing wel mee – als vrije pensionado – het werken
gestaakt.
Na danig zweten, denkwerk en bijbehorende koppijn is mijn derde Alfabet dan toch ter wereld gekomen. Het kind is gezond en moeder maakt het goed. Het is een zuigeling, nog niet in druk verschenen. Wilt u het kindje toch graag bewonderen, dan kunt u via mijn website (www.ditmarbakt.nl) een berichtje sturen: dan doe ik u kosteloos een PDF toekomen. Voor het boekje dient te zijner tijd vanzelfsprekend met klinkende munt en grof betaald te worden; iedereen weet immers dat ik dit alleen en enkel alleen voor het grote geld doe. En voor de groupies. Zo, nu kan ik weer aan de drank.
Wellicht heb
jij interesse in onderstaand; het bloed kruipt waar het niet gaan kan en nu ik
eindelijk het idee heb niet door technische onvolkomenheid halverwege te
stranden, heb ik me aan een nieuw projectje gezet: een derde alfabet, een
stilistisch ditmaal. Er missen nog zeven letters en de laatste loodjes wegen het
zwaarst–over de helft, zeg ik maar tegen mijzelf in de
spiegel.
Als het af
is zal ik je een PDF doen toekomen–je vindt het vast niet oninteressant–maar
ik wilde je toch alvast enkele staaltjes toesturen. Hopelijk vind je ze
stichtend, humoristisch, of zelfs allebei.
Alle goeds,
D.
Vandaag ontving ik het bericht dat ook de laatste loodjes zijn gezet en overwonnen – zijn derde Alfabet is voltooid. Van harte Ditmar – HET ALFABET TE BESTELLEN HIER op zijn site – proef hieronder maar voor:
A
Tot
affectief allitereren is onze Agnus wel in staat; hoor hem het lamsvlees
dan pinceren, al zwetend en te onzer baat: “Godgloeiend godver!” Daar, in
’t vuur, telt Jezus’ aflaat ieder uur.
B
Ons
tante Beth, neerlandica, gaat in haar brief weer op die toer: met scherpe
metonymia noemt vader ‘slap’ en moeder ‘hoer’ en noemt men, metaforisch,
hier te huize wel ‘wc-papier’.
D
‘Excla-
en dubitatio! Wat met zo’n lelijk wijf te doen? Beperken tot
fellatio? Haar weigeren, alsook haar poen? Een zak op ’t hoofd? Het blijft
zo-zo…’ Gedachten van een gigolo.
M
Madame vindt
’t malom: “Á propos
een
naald te steken in ons kind?!”
Dit is
docteur al
snel de
trop:
“’t Wordt ziek dan,
stomme koe! Bezint!”
Zegt hun au
pair
daarop, belerend:
“Uw uitspraak vind
ik vachinerend.”
O
Oxymoronisch
als ‘koud vuur’
doet
men ’t bijvoeglijke aspect
omschrijven
wat nomenclatuur
in
tegenstelling zelf verstrekt:
‘onmetelijke
maxima’,
of
‘angstig ataraxia’.
S
Rijk rijm, dat in
dit versje meewoedt,
alsook in poëzie
van Weemoedt,
ja, zelfs in
songteksten van Maywood,
wordt veel
verguisd; maar ach & wee, moet
zo’n
schüttelrijmend ‘spoonerisme’
wijken voor
verzenzelotisme?
T
Het
tutje, dat, bewaard als maagd met manvolk in discussie gaat omtrent haar
hymen: desgevraagd verenigt zij een reine staat met in het kontgat
enculeren… Je reinste tautologiseren.
Z
Een
zedenspreuk sluit alles af, als boeren ’s nachts de zeug maar op. Kijkt
moeders diep in de karaf, dan vast uit naar een and’re job. Zag u hier niets in, strijk en
zet:
Zo genoot ik met de buren van het festival, zittend op het Weesperplein. Nello zei tegen Menno: “ Wat ben jij irritant.” Om zijn heupen had Menno een accordeon gebonden. Door zijn benen te spreiden en weer te sluiten speelde hij muziek.
graag maandelijks drie euro’s voor de aangeslagen zielige hondjes en drie euro’s voor de zielige kindjes drie euro’s voor alle zielige zwarte kindjes mét van die zielige zwarte zwerfhondjes afgedankte ezeltjes – drie euro’s en snel asjeblieft! en voor de bloedende bloedhonden drie euro graag en laten we de vergeten kinderen van die dekselse texelse zeehondjes toch niet vergeten: 3 euro voor de duvel drie euro en zijn ouwemoer 6 euro en dat dan graag ook elke maand
én eenmalig drie euro voor alle depressieve kindjes en eenmalig vijf euro graag voor de depressieve zwarte ezeltjes
ik verveel me leven, beveel me om iets te doen laat iets schudden laat iets beven leven, geef me iets
Anne van Walraven Instagram: @annexwalraven
Anne van Walraven – zal de dinsdag – de komende dinsdagen- verrijken met steeds een van haar levenswerken. poëzie op de rand van het bestaan – een intens indringend geluid – Annes geluid is op diverse plekken instagram/FB te vinden maar dan nu ook op pomgedichten. we zijn vereerd. Anne maakte indruk met haar ‘levenswerken’- haar poëzie – op het zaans dichtersfestival 2020 waar juryvoorzitter Cees jan Sierhuis haar performance roemde. op de pomgedichtensite maakte Anne afgelopen zondag haar intrede met een bijdrage aan de zondagochtendwedstrijd: “leven, beveel me om iets te voelen…” – we schreven: ik zit vol met leegte leven, beveel me om iets te voelen laat iets beven laat iets schudden leven geef me iets zodat ik mag verdrinken laat mij maar zinken naar beneden dan zal ik mogen lijden en langzaam verdwijnen
Anne van Walraven
een wel zeer persoonlijke inkleuring van het thema ONTREDDERING brengt anne ons. ze spreekt het leven aan en stelt eisen aan het leven. zo vol met leegte – zo afwezig het gevoel dat het leven de ik persoon in beweging moet krijgen – beveel me – roept anne uit – leven! beveel me. hier is een dichter aan het woord -de omkering. meestal wordt het leven geleefd – kennen we het leven een passieve rol toe – hier wordt het leven gevraagd zich uit te leven en een actieve rol te spelen. een gedicht op de rand – zeker in het tweede gedeelte van de tekst – een zwart romantisch gevoel van ontreddering geschetst – de wil om langzaam te verdwijnen – zinken/verdrinken en dat het van het lijden is. jonge dichters getuigen vaak in directe proza van de dingen die van belang zijn – zeg hier maar rustig existentieel- voor de dichter. in de tekst zit net genoeg jotie t hoofts om het tweede gedeelte van de tekst voor de lezer geloofwaardig te laten zijn. maar op de rand blijft het.
Ben je mooier nog dan veertien jonge eksters in je slaap het balkon mag open neem ze uit je hand één oog gaat teder loom weer dicht weet je dat je in je slaap zo knarsetandt.
Ben je mooier nog dan het hoofd achter de muren van mijn
rug ik hoor voel denk dat je loopt op moeilijk zand je been trekt – wat
zie je voor je –
Is iets lichter als ik nu iets van je schouders
optil zonder dat ik verspilling van de nacht teweegbreng onder het slapen
ken ik je beter nog dan vogels.
Vleugels klappen de wereld open alles waar we ooit voor vochten vlucht tussen spaties naar ons terug er is alleen de stilte en een verdwaald begin van hopen.
JURYRAPPORT–> de poëtische sfeertekening van het niet begrijpen die jacob de bruin ons bood op deze zondagochtend stijgt uit boven de vele ingezonden prachtwerken. Goud voor Jacob. van harte – wat een prachtig gedicht – van erwin vogelzang kwaliteit – een gedicht dat vandaag boven alles en iedereen uitzingt. ik dank alle dichters voor het insturen – heel divers – heel persoonlijk ook soms. de eerste drie strofen met het sluipende water van magda haan verdienen zilver – met brons zouden veel dichters geëerd kunnen worden vandaag – frans, Ien, Rik – maar ik kies voor de aanstichtster van al deze poëziepracht deze zondag – het troostrijke gedicht van Petra Maria en met name voor die gouden regel: ‘ ik weet het wel de zee was eigenlijk nooit zo blauw’- zo is het ook in de poëzie kan en mag altijd alles blauwer dan welk blauw dan ook. dank en alle winnaars van harte.
[ Een betekenisvol gedicht ]
laat het tien jaar terug zijn negen acht of elf misschien binnen wordt gerookt ik zie dat zelfs ik
de kroeg de blues de mist zijn trage dans die botst wankelt nee valt niet nee net niet hij stamelt
in de stilte tussen twee sets zijn woordeloos betoog aan onze statafel waar alles samenvalt
schuift een asbak en drie bierviltjes elk op ongeveer een derde omgevouwen tot alweer een heelal dat juist hier tot begrip komt
misschien dat hij toch leeft en deze avond zomaar vergat terwijl ik me nogal scherp herinner hoe exact ik niets begreep
dit dat wil zeggen zoiets willen schrijven maar dan als betekenisvol gedicht
jacob de bruin 18012020
–> zie daar een poëtische sfeertekening van het niet begrijpen die jacob ons aanbiedt op deze zondagochtend. we gaan terug in de tijd – dichter heeft het ook niet allemaal bijgehouden – is ook de taak van de dichter niet – dichters twijfelen of zaaien twijfel – zo moet dat en zo gebeurt dat ook in dit gedicht – in zijn geest tracht de dichter de verbindingen te herstellen – maar de neuronen of de betekenistransmitters of hoe ze ook mogen heten in professor scherdertaal moeten bijgesmeerd. de dichter doet wel een poging – tenslotte heeft de dichter de taal tot zijn beschikking en met taal kan het onmogelijke mogelijk gemaakt. waar de betekenissen uiteen zijn gevallen kan nog altijd wel een betekenisvol gedicht gewenst. met flarden kan een geheel gesmeed – met bruin een voorbijrazend diep blauw schilderij geschilderd. in de stilte een poëtisch heelal ontdekt.
Magda Haan – Het is de vraag wanneer ik meegezogen word in krochten en spelonken
Rik van Boeckel – soms hoor ik vaders duiven koeren
Petra Maria – ik weet het wel de zee was eigenlijk nooit zo blauw
Frans Terken – wij gunnen haar een taai gevecht het verlies in totale ondergang
Jeanine Hoedemakers – onze stemmen zijn nooit eerder door andere stemmen opgeëist
Erika De Stercke – Wat de toekomst brengt, het wacht op handgeschept papier.
Ien Verrips – bleek ook de dood de niemandsvriend
Karin Beumkes – er zit houtrot in het water
Jacob de Bruin – in de stilte tussen twee sets zijn woordeloos betoog
Ditmar Bakker – Waarom opeens dit grenzeloos verdriet?
Peter Posthumus – wat leeft verdwijnt
Anne van Walraven – leven, beveel me om iets te voelen
wie wint de enige echte virtuele ontredderingstrofee op pomgedichten? petra maria heeft een schilderij het licht laten zien met de voorlopige titel “ontreddering”. een begrip dat dichters zal aanspreken – het jaar is nog niet begonnen of de ontreddering is al weer daar. de goden zij dank. dichters laat u inspireren door dit prachtschilderij van onze petra maria. en wat is er mooier nog dan het jaar 2020 te aanvaarden in volkomen ontreddering? niets! u kent de regels: de gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regel s is genoeg – insturen voor zondag 10 uur 30. stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd. en ondanks alles zeggen zingen we met LUDIQUE:
nu ik aan het einde gekomen ben bang waar ik altijd al bang voor was bang voor wat komen zal
maar kijken kan zoals nooit eerder en van de eenvoud adem vol van liefde dat vanzelfsprekende geluk
pom wolff
Het is de vraag waarom
waterdragers alleen het gat in de dijk dichten, sluipend water stijgt tot aan lippen die verzegeld zijn. Waarom alleen dienstknechten met ambitie
neusbloedend staatkunde voeren onder luid geschal tot de aarde bedekt met staalslakken dooft. Vogels lachen in hun vlucht.
Het is de vraag wanneer ik meegezogen word in krochten en spelonken, blijft mijn oerkreet ergens lam liggen, word ik nog vindbaar geacht.
Waarom ik raaskal en mijzelf bedot. Hoelang de namen van het Lageland nog niet onderwater staan, ik de hemelvlam nog zie. Het is de vraag wanneer ik eerlijk antwoord krijg.
–> het jaar 2020 te aanvaarden in volkomen ontreddering – dat was de poëtische opdracht – en we wensen magda haan welkom in de ‘wedstrijd’ – geen wedstrijd maar deze week een eerbetoon aan dichter/kunstenaar petra maria vandenE aan haar schilderij met die voorlopige titel ‘ontreddering’. een dramatisch doek vol voorbij vliegende werelddelen – zo kan een einde zijn als de ontreddering heeft toegeslagen – de klimaatcrisis een hoogtepunt heeft bereikt – kortom een realistisch tijdsbeeld in poëzie – een beetje over de top – maar dat mag in de schilderkunst en ook in de poëzie – alles mag in poëzie – zolang baudet en frau faber die met der kop aus kruppstahl de scepter nog niet zwaaien – want dan mag niets meer – hoe dan ook magda mag blijven dat wil ik maar even gezegd hebben. ik lees dit gedicht als een daad van verzet. zeker in de eerste drie strofen. met prachtige beelden – sluipend water!! jaaaa!! staalslakken!! jaaaa!!! en dat alles bij de vraag wanneer de verlamde oerkreten van de ik persoon te horen zullen zijn. drie prachtige eerste strofen. ‘, word ik nog vindbaar geacht.’ het zou zo een prachtige slotregel kunnen zijn in een prachtig gedicht. zo dat je wil uitlopen naar de dichter en hem/haar wil troosten – ja u wordt ja zeker u wordt vindbaar geacht – u bent een dichter. de vierde strofe is in wezen overbodig wat de inhoud betreft – niet wat de vorm – hoe dan ook zeg ik nogmaals – goed dat er dichters zijn – poëzie is een daad verzet. altijd.
Pom, mooi thema ontreddering! Hier mijn bijdrage.
Groetjes,
Rik
Winterwind waait terug in de tijd
Winter waait over graven bloemen verwelken met de dood de takken zijn als raven nemen herinnering mee uit nood
geheugen draait op volle toeren versnelt het terug gaan in de tijd laat vader ons weer vervoeren naar Franse vakantie gezelligheid
het verleden lijkt nu een stille droom daarin kan ik mezelf nog even kwijt maar toch hou ik mezelf nog in toom
soms hoor ik vaders duiven koeren tijdens de jaren zestig werkelijkheid kon moeders de rijst in pannen roeren.
Rik van Boeckel 17 januari 2020
–> een persoonlijk verslag van ontreddering – met een universele bezige vader en een universele zorgzame moeder. mooi en ontroerend – een terugblik die de mens niet vrolijk stemt. soms horen we de duiven nog koeren – nu rest slechts de vogelpest vul ik voor het gemak maar even in. het verleden een stille droom versus de harde werkelijkheid die zich opdringt met het vergaan van de jaren. zo kan de wereld worden gezien bij een thema ontreddering. de beelden van vader en moeder ontroeren – door rik gezien en meegenomen dienen zij tot troost in harde tijden.
wat sta je daar ontredderd
ik weet het wel de zee was eigenlijk nooit zo blauw
’s avonds sluit je met de gordijnen een tijdperk
en als bij het ochtendlicht de bange wolken zijn verdreven
kan het leven weer armen wijd de branding tegemoet
Petra Maria
–> ja daar houden we van op pomgedichten. het scherm vol van de blauwe zee en dan blijkt de zee helemaal niet blauw – hahaha – is er eigenlijk wel sprake van een zee – “ik weet het wel het is geen zee – ja een zee aan kleuren dat wel” had zomaar een dichtregel kunnen zijn in dit gedicht. het leven kan de volgende dag altijd weer geleefd – ik hoor een troostrijke moeder zacht haar kind toespreken. dat de angstaanjagende wolken voorbij gaan. ook in tijden van ontreddering. schilderij en gedichten en zeker dit gedicht zijn een expo waard.
Dag Pom, zoals de ontreddering ook dit jaar tot ons komt, zelfs via de beeldbuis in Op1. Groet, Frans
Faberdier
Zoals het vlees van mevrouw F. van de vereniging van vreemde vogels is opgetrokken uit slachtafval
dat zij haar vuile gif spuit op Gelderse tafels en in een studio waar de lampen haar leugens uitlichten
wat wij in ontreddering aanzien maar niet kunnen en willen slikken maag en hersenen verteren dit slecht
wij gunnen haar een taai gevecht het verlies in totale ondergang verzwaard met boze blikken
FT 18.01.2020
redactie: ook Eus bespreekt in een reactie in het AD de kop van kruppstaal: https://www.ad.nl/binnenland/pvv-er-marjolein-faber-heeft-het-niveau-van-een-dronken-hooligan~a353e116/?referrer=https://www.google.com/
–> de kop van kruppstahl ook stevig uitgelicht door frans in dit gedicht. de vereniging van vreemde vogels – hahaha – jawel nog wel. heel veel is er niet nodig in dit land – goed dat er nog poëten zijn die met het slachtafval korte metten maken – de mestvaalt op. dat ze zelf in hun eigen blinde woede mogen stikken en in de leugentaal die ze als geen ander beheersen. dat wensen wij heer op deze gewijde zondagochtend.
strand van stilte van enkel de blik waarop ik dein
de wind is dat huilend meisje waarmee de moeder zich wapent
de wind is ook de vader die zich laat horen
onze stemmen zijn nooit eerder door andere stemmen opgeëist en toen we ze verloren die stamelende kinderjuffen van taal
toen sprak de golf die kwam aangerold over de zeven dagen die het patroon werden van leven en hoe we geven moesten
hij liet ons achter in het zand waarin wij afdrukken hadden geplaatst van de onnozele waarheid die onze voeten hadden aangenomen
–> in zekere zin lazen we dit gedicht qua inhoud ook al in onderdelen bij rik – het is van de wind, van vader en van de moeder – van de tijd die vergleden is – jeanine voegt er nog een schooljuf aan toe – dat we weten hoe we leven moeten. enige dimensies voegt jeanine natuurlijk gesproken wel nog toe – ik moet het zeggen anders doe ik haar onrecht – op het strand van stilte (toen dat nog bestond ja) komt een sprekende golf op het eenzame meisje toegerold en deelt met haar een levenswijsheid – we moeten geven – en zo is ook dit gedicht gegeven een eerbetoon aan petra maria en haar doek met sprekende golven.
Redding
Er zijn geen ondertitelingen nodig wanneer de avond ons gesprek in zijn oksels sluit.
Zonder vragen wiegt een bries de klanken naar toppen van geluk. Het raam blijft open.
Wat de toekomst brengt, het wacht op handgeschept papier. Houdbaarheidsdatum onzeker.
We draaien aan de wijzers van een ingebouwde klok. Lopen met grote passen de achterstand in.
Erika De Stercke
–>
Erika biedt ons allen troost – wat nou ontreddering! lijkt de dichter hier uit te roepen – heb het leven lief – er daagt redding aan de horizon – kijk maar – bij een zachte brieswind beschrijft dichteres de hoogtepunten van geluk die haar in de voorbije nacht gegund werden. op prachtig handgeschept papier wijst erika ons de weg naar een weliswaar onzekere toekomst. fijne euforie bij het donkerblauw aangereikt thema van voorbij razende werelddelen.
Mijn bijdrage voor bij het schilderij met als werktitel ontreddering.
bleek kleurt de dag het licht verdikkend tot vlagen van gedempt verlangen
bleek de huid van het meisje doorschijnend wit geen bloed vloeit van haar zoete lippen geen glans geslagen op haar matte wangen
bleek ook de dood de niemandsvriend die op mij wacht en mijn gedachten houdt gevangen
Ien Verrips
–> ook Ien heten we welkom in de zondagochtend ‘wedstrijd’ waarin deze week de ontreddering op de loer ligt. Ien begint in een bleek daglicht aan het thema. het meisje in strofe twee ook bleek – zij bleek wit. als de dood. ‘de dood de niemandsvriend’ kernachtig verwoord.
tsja – hoe zeggen we het – kort en krachtig zoals het een goed dichter betaamt. de publiekswinnaar van de onlangs gehouden zaanse poëzie wedstrijd draait er in haar gedichten niet omheen. en in dit gedicht al helemaal niet – deze kort gehouden persoonlijke overweging in poëzie kernachtig verwoord, mag er zijn.
Tempel der onsterflijkheid
Het kost ons het profiel van verraad wij maken onze eeuwigheid kapot er zit houtrot in het water de varkens rotten in hun kleine hokken benauwd rijden de vrachtwagens tot Tibet ik heb geen flauw idee hoe laat ze zijn vertrokken.
Maar eens leven we onder een vulkaan de computers zijn kapot, het geile lied van de verzadiging eist zijn tol auto`s rijden op pure alcohol de planeet werd nooit geboren.
De mens blijft niet intact het mes zal blijven steken het is werkelijk bekeken oorlogen eisen hun verdomde tax.
In Sodom en Gomorra is geen plaats meer voor debielen.
Wij sterven uit. Wij kunnen niet naar Mars.
Liefs Karin Beumkes
–> hier in de huiskamer wordt het gedicht al met goud omhangen. webmaster/juryvoorzitter kijkt toch anders naar de woorden. natuurlijk als het taal kanon beumkes in en op de vrije wereld wordt losgelaten dan blijft er weinig van de wereld over – zoveel is zeker. maar hier is toch nog wel even een stevige redigerende hand nodig. het is meer een partijprogramma van de onlangs opgerichte partijafdeling sp/groen links op een locatie als texel. we sterven uit mensen! dat kunnen we op het eiland hier niet hebben! moet je kijken er zit al houtrot in het water!! en ruik toch eens hoe de varkens rotten. oorlog, sodom en de rest het is mij allemaal TE direct, TE benoemd, Te weinig poëtisch. wel leuk natuurlijk die houtrot en dat de dichter net niet weet hoe laat de wagens naar Tibet vertrokken – ook helemaal ok. maar van beumkes willen we – eisen we – alleen maar poëzie en geen TE directe partijprogrammataal.
Waarom opeens dit grenzeloos verdriet? Ik ben het niet gewend een traan te laten; Vergeef mij, God, maar ik begrijp het niet.
Vergun mij antwoord, kort en expliciet: Ik ween, en zwalk beschonken door de straten. Waarom opeens dit grenzeloos verdriet?
Ik huil niet om het plots gekrookte riet Waar dominee en kudde over praten, Vergeef mij, God, maar ik begrijp het niet.
En dat de herfst de boom van kleur verschiet… Ik heb het gamma amper in de gaten, Waarom opeens dit grenzeloos verdriet?
“Er is zoveel dat ons het leven biedt!”, Vertellen ons de christen-democraten, Vergeef mij, God, maar ik begrijp het niet:
Ik ben een mens, die aan de einder ziet Dat alle schaapjes vrolijk staan te blaten. Waarom opeens dit grenzeloos verdriet? Vergeef mij, God, maar ik begrijp het niet.
[Ditmar Bakker]
–> ditmar gooit een klassieker in de strijd (een oudje) maar wonderschoon en al vele maken door mij bezongen – een gedicht hors categorie en het antwoord is door mij allang en heel vaak gegeven – hem toegezongen wat zeg ik gezongen – geschreeuwd – toegeschreeuwd: ik weet het niet, ik weet het niet ik weet het lieve ditmar niet. je kunt je zo innig geliefde webmaster wel blijven vragen maar webbie weet het niet. we lezen hier over christen democraten – hahaha – over god en de dominee – maar ditmar houdt het menselijk – is ie ook natuurlijk – maar wel een god in de gedachten van webmaster. dat dan weer wel. een heerlijk gedicht maar een oudje, in de prijzen valt het niet. wel een eervolle vermelding natuurlijk.
wat leeft verdwijnt
wat je hoort is voorbij
wat moet doet er niet toe
wat kan hoeft nog niet
wat je doet kan je laten
en wat dan nog ik zou niet weten
Peter Posthumus
–> mooie samenvatting van het leven. realisme en troostrijk ook bij de ontreddering die ons allen gegeven is. zal zijn of werd gegeven. alles gaat voorbij en zin heeft het ook al niet. hahaha noem dat maar troostrijk. het doet er niet toe – het zal er niet toe doen. nooit. troostrijk in de zin van relativering dat wel ja. alle stresskippen in de legbatterij van het wereldhok leest peter posthumus en jullie weten weer waar jullie staan. of kakel verder er lustig op los. het doet er niet toe.
Zonder pijn geen troost
ik zit vol met leegte leven, beveel me om iets te voelen laat iets beven laat iets schudden leven geef me iets zodat ik mag verdrinken laat mij maar zinken naar beneden dan zal ik mogen lijden en langzaam verdwijnen
Anne van Walraven
een wel zeer persoonlijke inkleuring van het thema ONTREDDERING brengt anne ons. ze spreekt het leven aan en stelt eisen aan het leven. zo vol met leegte – zo afwezig het gevoel dat het leven de ik persoon in beweging moet krijgen – beveel me – roept anne uit – leven! beveel me. hier is een dichter aan het woord -de omkering. meestal wordt het leven geleefd – kennen we het leven een passieve rol toe – hier wordt het leven gevraagd zich uit te leven en een actieve rol te spelen. een gedicht op de rand – zeker in het tweede gedeelte van de tekst – een zwart romantisch gevoel van ontreddering geschetst – de wil om langzaam te verdwijnen – zinken/verdrinken en dat het van het lijden is. jonge dichters getuigen vaak in directe proza van de dingen die van belang zijn – zeg hier maar rustig existentieel- voor de dichter. in de tekst zit net genoeg jotie t hoofts om het tweede gedeelte van de tekst voor de lezer geloofwaardig te laten zijn. maar op de rand blijft het.