zomaar op een januarimorgen zag ik ze weer staan: de hemelswitte schoenen van mijn vader
ze stonden wat verloren op de kokos keukenmat
en heel even dacht ik
maar
het was een speling van het licht dat bleek wit door het keukenraampje viel.
al het andere is ijdelheid.
II
hij droeg zijn witte schoenen graag, mijn vader.
er staken dunne benen uit die rood en blauw en rouw waren gerand.
ze knakten als cocktailprikkers wanneer hij in hurkzit zat
en schoenen poetste boven op de keuken mat.
III
zo dun zijn benen, zo groot zijn handen, maar vaal
als oude vlaggen die hij streek en opborg voor de nacht
in een la naast zijn bed
waaronder de heilige geest gebotteld op hem lag te wachten.
IV
soms seinde hij met zijn handen overgave vanuit het lakenwit van bed
een weifelend wit op wit als een voorzichtig opgeven van kleur.
vandaag weer overgeven,
de trap niet meer opgekomen.
V
het was net zo’n dood gewone ochtend in januari waarop hij roerloos klaarlag;
de vlaggen voorgoed gestreken zijn handen meer als ankers nu
reikten haast tot op de grond.
zijn enkels rouw zijn lippen blauwgerand.
ik salueerde hem oh, captain, my captain met een vinger van mijn hand.
VI
maar ondanks dit desondanks dat en alles
dat er al zo lang niet meer toe doet
zeg ik je nu
ik zou je het liefste de trap op willen dragen vraagloos en voorzichtig zoals je dat met breekbare dingen doet
ook
zelfs als ze schreeuwen.
VII
maar ik fluisterde alleen maar papa
loop dan, loop dan
ga omhoog en loop op je wolkjes
je vuil grijze rook achterna.
VIII
al het andere is ijdelheid.
Erwin Vogelezang
Ik heb zitten dubben of ik een reactie zou schrijven bij het gedicht ‘witte schoenen’ van Erwin Vogelezang. Ik schrijf namelijk zelden reacties bij gedichten. Maar die witte schoenen zitten nu al een paar dagen in mijn kop en ik heb gegraven in mijn onnoemlijk scherpe geheugen of ik ooit zo gegrepen was door een gedicht als witte schoenen. Ik ben tot de slotsom gekomen dat die schoenen mij in elk geval dusdanig hebben ontroerd zoals een gedicht me nog nooit heeft ontroerd. Dat moest ik even kwijt.
–> En de commentaren zijn klaar. Ik moet denken aan het spreekwoord: ‘De krant is een mijnheer!’ Er blijkt een misverstand over te verstaan. Veel mensen denken dat de recensent heel gezaghebbend is, maar de oorsprong van de uitdrukking komt uit het Frans en drukt uit: ‘Ach, dat artikel is ook maar geschreven door een willekeurig mannetje…’ Ik ben onder de indruk van de talrijke inzendingen. Ik heb mijn keuze gemaakt, maar wie geen goud, brons of zilver heeft gehad, heeft natuurlijk niet per se vodjes geschreven. Ik heb genoten! Ik dank jullie allemaal daarvoor! Ik hoop jullie allemaal volgend jaar te zien. Gezond, geliefd, gelukkig.
De uitslagen: –> Goud: De bespiegeling van Elbert Gonggrijp Zilver: Hartverscheurend geluk van Joz Knoop Brons: niets hoeft gelijmd voor het breekt van René Hillenaar
BESPIEGELING
Wat mij zoal passeerde – de gedachte dat alles anders kon zijn – de voortdurende beweging aan de vloedlijn, ferme stappen in het zand, hoe onzeker ook. Het zou niet anders dan dat, het zouden de meeuwen, het zou de pek en de verfomfaaide veren.
Overal bij stil te gaan staan, het water wijst een eigen plan, golft mettertijd eenzelfde wezen – aandachtig, onverschillig en oeroud van karakter. Waar mij dan nog op te beroepen nu alles bij het oude blijft? Bewegingloos?
Dit is mijn handschrift. Ik tracht het krampachtig te behouden, het vervloeit, vergeet zijn verhaal, draalt, verliest zijn zeggingskracht. Liefdevol, een heel jaar lang achteromgekeken? Hoe zeg ik dit zonder slag of stoot? –
Elbert Gonggrijp, Egmond aan den Hoef, vrijdag 27 december 2019
–>
pom: een gouden regel! precies op de plaats waar deze regel het meest krachtig uitwerkt: ‘DIT IS MIJN HANDSCHRIFT.’ een heerlijke contemplatie en een eerlijke empathie voor de dichter die ons zijn mededelingen doet, met ons zijn onzekerheden deelt. hoe de gedachte dat alles anders had kunnen zijn hier wordt vormgegeven met een fenomenale zeggingskracht – een gedachte die ten onder gaat in de dingen die altijd weer hetzelfde blijven. deze bespiegeling van deze dichter in dit handschrift kent eeuwigheidswaarde. nooit zullen we meer op het strand kunnen lopen zonder die hier aangereikte gedachte – dat alles anders had kunnen zijn. le nobel ken uw plaats bij het verdelen van het eremetaal!
peter: –> Bespiegeling
Een prachtig contrast. Vooral het beeld van het handschrift is briljant: terwijl alles om iemand heen verandert, probeert hij vast te houden aan het menselijke, zijn handschrift, als constante dat genadeloos wordt weggespoeld in de branding. Ik denk aan een handschrift in het zand, maar dat laat de dichter weg. Er blijft wat te mijmeren over.
En ik heb bewust de opmerkingen van Pom niet gelezen bij de inzendingen!
FRANS TERKEN – de klank van geliefde stemmen in altijd stilte opgegaan
JOZ KNOOP – Geluk is een deerniswekkende sloerie
ELBERT GONGGRIJP – de gedachte dat alles anders kon zijn
RIK VAN BOECKEL – tot de tijd opklaart
PETRA MARIA – tijdloos dreven wij
MERIK VAN DER TORREN – Zoals, in die wedstrijd in december,
DITMAR BAKKER – ruik je de lente door beddengoed heen
RENÉ BRANDHOFF – Dit decennium bevestigt de mens in zijn kale en unieke essentie
MAX LEROU – toen je voor het eerst met het paard ook mijn leven binnen galoppeerde
JAKO FENNEK – elkaar kussen onder de maretak
ANKE LABRIE – ook hij die nog maar kort daarvoor
VERA VAN DER HORST – op muziek van onderwaterviolen
WEDSTRIJD gesloten – dank jullie wel voor zoveel overrompelends en voor zoveel overrompelends veel. wenste ik jullie geen mooie dagen dan hier en in het nu. en van harte. we wachten op de commentaren en de uitslag van de grote meester – hij die achter de spruitjes tot ongeevenaarde gedachten komt – ergens rond 2200 uur of ietsje later – in ieder geval voordat de haan weer alexander kraait….
HIJ DOET HET!!! PETER LE NOBEL eenmalig terug als juryvoorzitter! wie wint de enige echte virtuele contemplatie&/ of empathie trofee (de oudejaarstrofee 2019) op pomgedichten?
Peter: Zou de sluitingstijd op 19.00 uur gesteld kunnen worden? Dan probeer ik alles zondag om 22.00 uur af te krijgen.
ja zo doen we het!
u kent de regels: de gedichten niet te lang svp tenzij noodzaak – 20 regels is genoeg – insturen voor zondag 19.00 uur – stuur in op het u bekende gmail.com adres van pomgedichten@ – of benut de blauwe contact functie boven aan de pagina. of laat onder dit item een reactie achter -ik zorg er voor dat uw gedicht in het item wordt geplaatst. commentaar als altijd verzekerd. PETER LE NOBEL de juryvoorzitter. de grote man achter http://www.nationaleboekenblog.nl –
we herinneren nog – met name het grote verdriet van de vrouwen toen peter na een jaar juryschap het stokje doorgaf – ik herinner me nog het afscheid van PLOOS – de afscheidswoorden die van zo diep kwamen:
Pom, hier een (bewerkte) combinatie van twee oudere gedichten. Bij het plotseloze vertrek van Le Nobel. Dat stuur ik je nu pas, omdat ik niet wilde dat het opgenomen zou worden in de wekelijkse ‘contest’. Peter houdt van kort. Ik van lang en meer. Tenzij bij afscheid. Kus hem maar van mij achter het linkeroor, vanwege de smiezen en zijn altijd milds.
tegenlicht
ik neem geen stilte op me die is voor mij ondraaglijk zwaar die maakt me bang zolang die duurt die duurt niet lang als het aan mij ligt worden gaten waar men mij in krijgt luchtig gedicht. soms doe ik er iets toe. het zwijgen.
Ploos
“The difference between stupidity and genius is that genius has its limits.” (Albert Einstein) Dag Pom, Eindejaarsgedicht dat Twintigtwintig vooral van liefde mag zijn. Goede wisseling, groet, Frans
Wachten op de wisseling
Weer loopt een jaar op z’n eind weinig licht schijnt tussen nu en straks het tast af wat ons te wachten staat rond het uurwerk van middernacht
flessen die de keel opentrekken in een laatste krachtsinspanning hoe een lucifer een lont zoekt en wij goede voornemens aan sterretjes steken
links en rechts schudden we een hand beste wensen stijgen in kruitdamp op vonken na tussen ramen en muren beter kunnen we verbinding niet maken
dan van alle vuurwerk voorgoed verlost na dagen van oorverdovend knallen oogverblindend flitsen en schieten deze roep op de stoeptegels gekreten
van weerslag tot neerslag in een voet aan de grond zoekende regel hoop ik dat die niet ondersneeuwt in de voortgang van dag en schrikkeljaar
– zonder de warme blik in de ogen de woorden die we zo graag hoorden de klank van geliefde stemmen in altijd stilte opgegaan –
FT 27.12.2019
–> pom: mooi dramatisch einde aan het gedicht – zoals je aan een einde van een decennium een zekere orde aanbrengt. zonder die je het liefste waren – die wél in stilte verblijven – gesteld tegenover de vuurwerkvandalen – en dat in poëzie – neergelegd in die bijzondere regel: ‘in een voet aan de grond zoekende regel’ – zoals poëzie altijd is en zal zijn – zoekend, registrerend en voorzichtig manoeuvrerend in de taal – en zie daar de dichter Frans Terken aan het einde van 2019. memoreren we frans in het aflopend decennium – de dichter die op deze site een decennium lang zijn bijdragen heeft aangeleverd en op zijn wijze de wereld (en pomgedichten) poëtisch beschouwend heeft verrijkt.
peter: –> Wachten op de wisseling
De tweede strofe vind ik de sterkste, waarbij de dichter alles omdraait: de flessen die de kelen opentrekken en de goede voornemens die tijdens de jaarwisseling al de lucht in ploffen. Maar ook de derde strofe vind ik sterk, in deze tijden van polarisatie. De uitsmijter is sterk, want de letterlijke regel komt niemand te weten. Het is een gedicht dat ik na eerste lezing niet zo sterk vond. Ik heb hem overgeslagen en als laatste becommentarieerd. Ik vind hem nu veel sterker.
Hallo Pom. Ik wens iedereen een hartverscheurend gelukkig 2020. Mijn inzending is de definitie van hartverscheurend geluk.
Hartverscheurend geluk
Geluk is een deerniswekkende sloerie die even aandachtig met jou en dan weer verveeld met die ander een dansje waagt en dan wegvlucht.
Nee, dan de ellende met eeuwige trouw die thuis wacht na jouw buitenspelen en jou weer omarmt in een wurggreep tot jij bij een aandachtverslapping geslepen haar armen ontsnapt
voor een vluchtig ontzielend moment met die hartverscheurende slet.
Vriendelijke groet Joz Knoop.
–> pom: contemplatie&/ of empathie was het thema – hahaha – en we lezen over die heerlijke onverzadigbare hartverscheurende slet – die sloerie die in de hoofden van zovelen danst. de juryvoorzitter kennende zou mij niet verbazen dat dit gedicht hoge – hele hoge ogen zal gooien bij het uitreiken van het eremetaal. de vrouw des huizes wist mij vanochtend ook al met een brede lach op haar eeuwige trouw lippen te melden dat ene joz knoop een wel heel geestig gedicht had ingestuurd. kortom in huize wolff is de sloerie goed geland – kijken of zij juryvoorzitter le nobel aan het dansen weet te krijgen. voor dat de boel ontploft: vuurwerk & vluchtige liefde. bijna de titel van een roman.
peter: –> Hartverscheurend geluk
Nu sprak ik ooit een Franstalige prostituee met hartklachten die haar leven kort samenvatte met: ‘La vie est une putain comme moi.’ Een klein juweeltje, maar zo in het Nederlands kan Joz Knoop ook een diamantje fijn slijpen. Een favoriet.
alleenstaand samenzijn een wereld van verschil
tot de tijd opklaart
Pom, hier mijn bijdrage aan de enige eindejaars virtuele. Ik wens jou en Peter een mooi en poëtisch 2020.
Groeten, Rik
Verschil
Terugkijken met een mate van bezinning zinloos vooruitkijken met een streven naar poëzie zinvol leven in het nu van dagelijkse dromen zinnig alleenstaand samenzijn een wereld van verschil
tot de tijd opklaart de dagen schuilen in scholen vlinders uit de bolle buik vliegen dartelen smeken zingende rupsen de kerk ingaan gedichten bidden de kansel beklimmen verder kijken dan de dageraad
terugkijken vooruitkijken leven in het nu driesprong drukt twijfel uit en genezing.
Rik van Boeckel 27 december 2019
–> pom: verdichten is het woord dat mij na het lezen van het door rik van boeckel verdichte gedicht invalt. het ritme van de woorden redt de inhoud en geeft aan de woorden een heerlijke springende veerkracht mee die het lezen tot een ademloze bezigheid maakt. haalt de dichter het einde? – met vlag en wimpel! rik van boeckel verbindt – dat doet ie toch altijd al als mens – in al zijn bijdragen aan deze site zeer zeker – maar ook in dit gedicht. verbindt heden-verleden in het nu – een pleidooi voor het moment – voor het moment van lezen – het moment van de dichter – het moment dat rik van boeckel altijd weer adembenemend mooi weet te schrijven.
Peter: –> Verschil
In eerste instantie is het me net een beetje teveel een alliteratiefestijn. Hiermee wordt wel de vrolijke lyriek onderstreept die Rick van Boeckel kennelijk wil benadrukken. Ik denk aan het clipje van Roger Clover met All is love. Het gedicht stemt in ieder geval vrolijk.
het leven was een liedje
we leefden van de wind
droegen mee wat zwaar was
deelden zonlicht overvloedig
ignorant tijdloos dreven wij
we zongen dat lied wij dan nog steeds wij was
het is niet vervlogen dat leven
enkel heel ver weg
Petra Maria 28 december 2019 wenst een ieder geluk en knullige wijsheid in 2020 en verder
–> pom: een beetje de weg is ze toch kwijt hier onze petra maria – wel weg, niet weg, wel vervlogen, niet vervlogen. het leven een liedje – is dat wel zo lieve petra maria? het leven is helemaal geen liedje. marco borsato is een liedje – maar dan komt die maanslet van joz knoop even langs en het zo oprecht gemeende en gezongen liedje van marco klinkt meteen erg vals. over de betekenis van de strofe “we zongen dat lied – wij dan nog steeds- wij was” ga ik geheel 2020 nadenken. daar ben ik nu nog niet over uit. kortom: ik heb ze mooier van je gelezen lieve petra maria – helderder – indringender.
peter: –> Het leven is een liedje
het is niet vervlogen dat leven / enkel heel ver weg. Een dramatisch, maar tevens lichtvoetig einde. Het gedicht zou geschikt kunnen zijn voor een cabaretliedje, en dat bedoeld als compliment. Het woord ‘ignorant’ alleen even vervangen. Dat is een te gekunsteld woord in dit gedicht waarvan de regels van een prachtige eenvoud zijn.
Nieuwjaar 2020
Zoals, in die wedstrijd in december, Valencia met een mokerslag Ajax verpletterde,
zo verplettert Nieuwjaar het Oude Jaar.
Nou ja, die verkleurde foto, waar jij op staat en jij,
je blijft er naar kijken.
Merik van der Torren
–> pom: die verkleurde foto waar JIJ op staat… (en dan komt óók nog de overtreffende trap van merik – hahaha – ) en jij!!!!!! – die had ik even niet zien aankomen. of ie nou bij toeval geplaatst is of zeer bewust – het maakt niet uit. ik lig schuddebuikend op de grond. en ik houd deze erin – heel 2020 – ik wil nooit meer iets met haar te maken hebben – hoe kun je dat beter duidelijk maken dan in de regel: ik wil nooit meer iets met jou te maken hebben … én MET JOU! hahaha – heerlijk. merik mag blijven op pomgedichten – wat zeg ik moet blijven op pomgedichten in 2020 – elke woensdag te genieten hier op de site. om naar uit te zien in een gemeend dank je wel. nieuwjaarsgroet ook aan mirjam al natuurlijk.
peter: –> Nieuwjaar 2020
Een grappige eenhapscracker. Op zich is de uitsmijter van de verkleurde foto mooi, maar wat zouden voetbalelftallen ermee te maken hebben? Eerlijk is eerlijk: ik ben geen voetbalmens.
Vrijdagavond
Ze wensen jou dood bij het sluiten van de gordijnen
maar leven doe je onder een zolderdak zonder enig grammetje spijt
het strand is een speeltuin van herinneringen jij die de zee omarmt en vertakt in zandbeloftes
een vis over grenswaters de inkt op glad papier tentakels grijpen naar wolken van morgen
Erika De Stercke
–> pom: ja in dit gedicht – deze contemplatie zegeviert de poëzie – zeker in die prachtige laatste vier regels. het harde realistische verwijt dat we zo van erika kennen heeft hier precies die contemplatieve nuance meegekregen die de realiteit tot werkelijk schitterende poëzie weet te verheffen: ‘een vis over grenswaters de inkt op glad papier tentakels grijpen naar wolken van morgen’
het lijkt erop of erika de site pomgedichten beschrijft – hoe vaak wensten ze webmaster niet al dood? en hoe vaak wist de poëzie zich hier op deze site niet als ‘een vis over grenswaters’ te handhaven – prachtig!
peter: –> Vrijdagavond
Een gedicht van Erika de Stercke, die overigens jarenlang lid was van de Vier van Vrijdag voor de Nationale Boekenblog en dus trouw gedichten heeft verzonden. Een door mij zeer gerespecteerde vrouw dus. Mooiste zinnen: ‘leven doe je / onder een zolderdak / zonder / enig grammetje spijt’ Hier lijkt ook de troostrijke beschutting tot uitdrukking gebracht, nodig om het leven draaglijk te houden. De andere beelden vind ik wel heel erg ‘out of space’, zoals ‘een vis over grenswaters’, ‘zandbeloftes’ en grijpende tentakels. Je zou het kunnen lezen als een ode aan Lucebert, waar ik trouwens een groot fan van ben. Hij hield ook wel van deze beelden. Maar om de een of andere reden pakken deze beelden mij hier niet. Althans niet in dit gedicht, want vele prachtige gedichten heb ik van Erika mogen lezen.
–> pom: rené geeft goede raad, de dichter niet aan twijfel onderhevig. zou het echt zo zijn? – gelukkig hebben we zijn laatste regel nog. cornelis vreeswijk zong het al – over de liefde: ‘neem je maar een slok teveel dan schiet het gal je in de keel…’ – in de versie van René: één woord te weinig… en de liefde waait weg, het hele gedicht waait voor je ogen weg – en weg ben je. we nemen deze waarschuwing voor lief in 2020. misschien kan het in een liedje René? we plaatsen het graag op pomgedichten. mooie jaarwisseling!
peter: –> Niets hoeft gelijmd voor het breekt
Origineel is dat de hele vorm van het gedicht als een muur is opgebouwd. Alles staat op zijn plaats. Er zijn dichters die vinden dat gedichten niet over gedichten moeten gaan. Ik denk er wat genuanceerder over, vooral als in dit geval aan het eind een loopje wordt genomen met de l’art pour l’art gedachte. …één woord te weinig / en het blijft tochten / tot liefde buigt of barst.’
Op een bloedmooi, nee geen 020, maar een 2020, voor alle dichters, ons alhier en in den lande, een zachte landing!
Snijden
Het jaar haast weer voorbij hoe bodemloos onverzadigd verlangen blijft, bloed – rood
de aandrang tot rijping, een gloed van gechambreerd de geur van decanteren glimp van goud op snee keer op keer op keer
van oude bouwval naar dat bevallig châteauneuf alwaar het hel wit tot een meer op maat – ik en jij – gesneden
en waar elk niet zijn tot zijn te scheppen is
Cartouche 30-12-2019
–> pom: het begin en het einde bloedstollend mooi – dat bodemloze onverzadigde verlangen én dat niet zijn dat weer tot een zijn te scheppen is. daarin is de dichter Cartouche onnavolgbaar. maar wat ie allemaal er tussenin flanst is ook des cartouches – vreselijke woorden als ‘rijping’ en ‘chambreren’ etc etc – neen cartouche moet niet ‘los’ als dichter – cartouche moet het leven beschrijven, het verlangen, de zachte pijnen – dan komt hij over – dan verovert hij elke lezer zoals de zanger van live over ground zero weet te zingen – nu in de top 2000: nummer 737.
peter: –> Snijden
Tsja, het beschrijven van de kookkunsten kun je toch beter aan anderen overlaten dan aan koks. ‘En dan gooien we die teringzooi in een bak, wachten tot alles glanst! Ik zei: wachten tot alles glanst! En dan de rest erin flikkeren. Beetje snel graag. De gasten wachten!’ Ik denk ook aan een recensent van het NRC die soms de meest onbegrijpelijke zinnen schrijft over gerechten. Hou zou je dit koken, denk ik dan.
Hoe het voelt om jong te zijn
Ik ben nog zo jong, dat zegt iedereen. En zelfs zonder woorden spreekt elke blik, naar mij gericht in kroeg of tram, boekdelen. Ik hoor het in mijn nek gehijgd op straat door mensen die mij in het donker knepen, voel elke aai over mijn ongerimpeld vel.
Men vraagt niet hoe het voelt, men schijnt het te weten. Ze hebben de pijn van de jeugd afgeschreven; te voelen hoe liefde maar komt en maar gaat omdat je te ver van de moederschoot staat. Ik neem nog geen afscheid, al heb ik begrepen dat ouderen jonge tragedie vergeten:
Soms, als je in bed ligt, de dag hebt versleten, ruik je de lente door beddengoed heen. Ze stroomt door je lichaam, maar jij geeft geen kik terwijl je daar ligt, beklemd en alleen verlangend naar dood, al is het slechts even; te ver tussen komen en gaan afgedreven.
[Ditmar Bakker]
pom: maar lente is toch mannelijk en niet een zij? hoe dan ook: ik lees hier een liefdesgedicht – de eeuwig jonge ditmar laat ons nog even weten vooralsnog geen afscheid te nemen van zijn jonge frisheid. des te ouder mogen wij hier, mag webmaster zich voelen. het is een gedicht om voorgelezen te krijgen in bed. om ditmar voor je te zien – staand – rechtop en oprecht. ‘ik ben nog zo jong’ – begint hij te lezen en kijkt met iets van naïef en met trouwe hondenogen richting slachtoffer. dan vraag ik hem hoe het voelt. hij spreekt in wijze woorden om de grote waarheid heen. ik ruik je lente door het beddengoed heen, fluister ik op zijn bennie neymans, zijn naam ook. en dan…..pfff.
peter: –> Hoe het voelt om jong te zijn
Een lastig gedicht, want wat moet ik hier van vinden? Mensen schijnen een absolute leeftijd te hebben. Harry Mulisch stelde dat hij altijd 18 jaar gebleven is. Ik ben in dat opzicht meer aan het degenereren, in een aftakelend lichaam. Maar laat ik niet als een oud mannetje mijmeren in zichzelf, prevelend: ‘Maar ik ben 15!’ Het gaat over het gedicht, niet over mij. Wellicht moet ik het eind zien als de onmacht van de jongeling die zoveel meer dan slechts de lentereuk in zijn beddengoed wil krijgen. Ik denk na. Blij dat ik als ouderling degenereer en het vrouwenvlees gewoon in bed wil sleuren. Eindejaarsloterij Ha pom, Even een korte overweging over de prestaties van het mensdom de afgelopen 10 jaar. Het is te kort voor een oudejaarsconference maar goed, zo heb je nog wat aan je weekend. Grote groet, René
We zijn er bijna
Dit decennium bevestigt de mens in zijn kale en unieke essentie vrolijk verpakt in een geel gilet
Anders dan al het andere leven bezit hij het vermogen een irrationele idioot te zijn
Aldus verslaat hij zelfs de robot kunstmatige intelligentie werkt niet tegen beter weten in
Maar gaat u gerust nog even los op een gebrek aan genderneutrale verzen
René Brandhoff
pom: ok, de gehele mensheid in één gedicht gevangen. dat zie je en lees je niet vaak. het gedicht is nog net wel door een mens geschreven – en net niet door een buitenaards wezen – gelukkig maar – met rené brandhoff het nieuwe decennium in. over 10 jaar spreken we hem weer – of hij blijft bij zijn stelling dat we zijn omringd met irrationele idioten. ergens heb ik het vermoeden dat het gelijk van de wereld vandaag in groningen zou kunnen liggen- even straks mijn eigen algoritmes raadplegen. groningen we zijn er bijna maar nog net niet helemaal. voorlopig moet u het met de dichter brandhoff doen. brandhoff het ideale medicijn voor en tegen alle gekken om u heen! en dat dan ook nog in een poëticale tabletvorm.
peter: –> We zijn er bijna
Dit gedicht had de potentie om een dijenkletser te zijn. De verwijzing naar de ‘gilets jaunes’ was een mooi startertje daarvoor. Maar dan net dat ‘irrationele idioot’, dat veroordelend overkomt, alhoewel de dichter waarschijnlijk meer de mens wil beschrijven zoals-ie nu eenmaal is. Mooie zin: Kunstmatige intelligentie werkt niet / tegen beter weten in’. De uitsmijter komt niet goed uit de verf, terwijl genderneutraliteit een term is die zich ervoor leent om eindeloos bespot te worden. Herschrijven dus. Misschien iets minder nadenken zodat het gedicht zich openbaart als een ladderzatte travestiet aan het eind van de nacht – met katterige maniertjes. –> Dag Pom, lieve vriend. Op de valreep van het jaar een kleine bijdrage (herschreven). Heb het goed met je lieven. We gaan ons snel weer zien! (met groet ook van Ingeborg):
vandaag bestaat niet
je ging al net zo snel weg als toen je voor het eerst met het paard ook mijn leven binnen galoppeerde
ik val niet zo snel van de aarde zei je doe maar rustig aan time is on your side dat klopte dan weer wel ik ben er nog
de klok was van ons de kosmos wist beter tijd draagt het mombakkes van de dageraad schoppenaas schuilt in de boezem van het licht
denk niet dat ik je nog een keer zal schrijven jij weet nu meer dan ik bedenken kan en ook de woorden zijn op
max lerou
–> pom: ik ben er nog schrijft max – gelukkig maar – het spelletje dat het leven met dichters speelt is een bedenkelijk spelletje. we verliezen teveel zoveel dat uiteindelijk ook de woorden op raken. we moeten de dagen maar aan de dagen laten – vandaag ontkennen is het beste bij verlies. mooi gedicht – de uitvoering vorm gegeven tot de woorden op zijn – geen punt meer, geen uit, geen vandaag – zo is het als het zo is.
peter: –> Vandaag bestaat niet
Dit is een gedicht waarmee je niet meteen alle aandacht hebt, maar die tot zijn recht komt in een bundel waarbij een bepaald thema wordt beschrijven, noem het liefde, tijd, et cetera. De eerste zin vind ik storend: ‘Je ging net zo snel weg als toen / je voor het eerst… Dat doet me te veel denken aan: ‘Ik ben Joep Meloen / Die naam die kreeg ik toen / ik geboren werd.’ Dan de rest van het gedicht: zeer fraaie beelden: de klok was van ons de kosmos wist beter / tijd draagt het mombakkes van de dageraad. Storend vind ik weer dat anglais: waarom Engels praten? Spreek je moers taal! Toch kan ik zeker niet zeggen dat hier sprake is van een slecht gedicht: de vormopbouw is weer fraai. Ik kan mij herinneren dat ik alle meelezers trotseerde en toch een gedicht opnam in een bundel, voor de volledigheid en omdat dit gedicht juist de andere gedichten ondersteunt. Het zou zomaar kunnen dat de dichter hier hetzelfde besluit neemt. Hoi Pom,
Allereerst mijn welgemeende dank voor je geweldige inzet die je steeds weer aan de dag legt. Onze bijdragen iedere keer weer te commenteren, het is me nog al niet wat! Verder wens ik jou en iedereen die hier op je site meehuppelt een geweldig volgend jaar met alles wat erbij hoort. Inspiratie voor al, dat mag niet ontbreken. Laat het jullie allen goed gaan!
tussen zomers
de tuin ligt stil, blad rot ongestoord
wind en winter glijden schrijlings langs houden stil, leven op, strelen leegte
niemandsland tussen twee zomers waar geweest en gewenst een jaar voltooien herbeginnen oud noch nieuw bestaat
waar in het zog van einde het leven opnieuw een kans op terugkeer grijpt
wij elkaar kussen onder de maretak
jako fennek
–> pom: de heerlijke en blijkbaar zo aanstekelijke eenvoud van jako – en nu eens zonder een kleine nuance van hel en verdoemenis – hij laat het gedicht in een zomerse liefde bloeien zegt hier de vrouw in de kamer die enorm gecharmeerd is van deze dichter en zijn woorden in een ook door haar vurig gewenst niemandsland – dat ze bijna naar het zwitserse af wil reizen om deze dichter te omhelzen – om hem te zoenen zul je bedoelen, fluister ik voor mij uit. spontaan dicht ik voor haar mijn gedicht: niemandsland
er moet iets zijn nog te teer om te benoemen een onontkoombaar niemandsland waar de ruimte tussen – ons – geen ruimte laat
nog zo onaf zo onontgonnen dat niemand daar ooit leven kon of taal een weg heeft kunnen vinden maar wij wél
en toch zo dichtbij sprakeloos
pw
maar nee – ze wil hém zoenen. en straffeloos gezoend worden onder die dichterlijke maretak.
peter: –> Tussen zomers
Kussen onder de maretak vind ik persoonlijk net geen spannende uitsmijter. De winter als niemandsland tussen twee zomers? Ik weet het niet. Zou het zo kunnen zijn dat een winter juist noodzakelijk is voor zomers? Dat thema kan volgens mij meer uitgewerkt worden. Met misschien een verwijzing naar de inzichten in de biologie. Het ‘zog’ van einde. Te ver gezocht. Het spreek mij gewoon niet aan. Maar dan lees ik de intro: ‘Iedereen die op je site meehuppelt’. Dat komt binnen bij mij: Ja, Pom maar aan het werk en ik als luxepaardje een keer per jaar mijnheer de juryvoorzitter zijn. Wellicht is dat het: zinnen meer spontaan laten vloeien. –> Ha Pom,
Natuurlijk eerst de allerbeste wensen voor jullie. Hierbij mijn kleine bijdrage, zonet terug van een wandelingetje, waarbij ik het thema meenam. (overigens leuk dat Peter weer eens jureert, mooie herinneringen nog steeds, met name aan jouw feest alweer zeven jaar geleden, waar hij in het ‘echie’ was toen).
Met hartelijke groet, Anke
kleine wandeling
te veel doden deze zomer ook hij die nog maar kort daarvoor zomaar ineens
mijn stok tikt rustig verder
ook bij losse tegels blijf ik op de been
goede voornemens ik hoor de schikgodinnen zachtjes lachen
anke labrie 29-12-2019 –> pom: op subtiele wijze licht anke op haar zo kenmerkende beeldende wijze een herkenbaar gebeuren uit. de kleine wandeling, de gedachten die even verdwalen tot aan de losse steen, het leven weer opgepakt – de draad van het leven gesponnen, gemeten en afgeknipt. we hebben het leven niet in de hand, niet in eigen hand. de dood wel -maar veel doden hadden nog even met hun geliefden verder gewild. in subtiele eenvoud deze labrie.
peter: –> Kleine wandeling
‘Mijn stok tikt rustig verder’ is werkelijk van een briljante eenvoud! Het zachtjes lachen van de schikgodinnen beschrijft de ironie en de rust die sommige ouderen hebben. Niks meer aan doen. Tussen plato en eeuwig spannend
Wat zijn we vraag ik als we dansen zoals we jaren dansen op muziek van onderwaterviolen meer de ogen, dan de huid
Waar zijn we vraag je nadat de tijd weer is gevlogen ver gevlogen en dichtbij op de onderstromen
Vera van der Horst
pom: och kindeke veralief toch. weet ik veel wat, wie of waar we zijn – dat is niet aan ons lief. laten we vieren dat we zijn en nog steeds zijn. en dat we dansen zoals ik inmiddels al jaren om je heen dans. en een groter genoegen ken ik niet. dansen in die prachttuin van jou met jou – én MET JOU zou merik schrijven… én ….MET JOU! ik dans met jou op nummer 613 van de top 2000 – de chan chan – zo dicht dichterlief ben je mij.
https://youtu.be/tnFfKbxIHD0
peter: –> Tussen plato en eeuwig spannend
In dit gedicht wordt een wel heel algemeen thema aangesneden. Toch zou het bij een poetry slam weleens hoge ogen kunnen gooien: het gedicht kan aangenaam parlando worden voorgedragen waarbij de zin ‘op muziek van onderwaterviolen’ een juweeltje is.
We hadden gefietst met het gezin. Het was mild weer aan het einde van de winter. Een zondagmiddag. We stopten bij het Westerpaviljoen. Na de fietsen op slot gezet te hebben stapten we binnen. We begaven ons met de kinderen naar de achterkant van het etablissement waar zich een hoek met wat los kinderspeelgoed bevindt. We vonden direct een tafel. Het was een lage tafel met comfortabele kuipstoelen. De op één na lekkerste stoelen bij Westerpaviljoen. We zetten ons. Ik keek rond. Aan het tafeltje achter ons zat de dichteres Esther Porcelijn. Een moment van herkenning. Ze was een stuk aan het schrijven. Ze keek even op en we hadden een praatje. We hadden het over publiceren en hoe dat het best te doen. En kwamen daar niet uit. Zij had haar ideeën en ik maakte mezelf wijs dat alles een leerproces was. De kinderen waren intussen aan het spelen geslagen. De serveerster gearriveerd. En ik had zin om wat te praten met mijn vriendin. Die kans doet zich niet altijd zo ontspannen voor. We bestelden twee bokalen Orval en wat nootjes. Het was buiten fris geweest. Het kruidige bier smaakte. Er kwamen nog wat vrienden met hun zoontje binnen. Ik draaide me om om Esther te vragen of ik een stoel van haar tafeltje kon gebruiken. Ze was verdwenen. Er stond enkel nog een schotel met daarop een lege koffiekop. En een onaangeroerd koekje. En een restje water in een glas. Ik keek rond of ik ze nog zag. Ze was weg. Ik keek nogmaals naar het stilleven en realiseerde dat ik niet met zekerheid zou kunnen zeggen dat ze er wel geweest was. Het koekje zou ook van een ander geweest kunnen zijn. Ik had het gevoel dat ze verdwenen was in ijle lucht. Een vage gemaakte herinnering op een zondagmiddag in de midlife. Het kruidige Belgische bier verwarmde me aangenaam van binnenuit en was perfect gelukkig met mijn hersenspinsels. We converseerden comfortabel. Alles was perfect. Ik verlegde mijn blik en zag dat Esther een eind verderop was gaan zitten. Nu bij het raam. Verstandige keuze als je wat wil werken. Weg uit het Siberië van de kindertjes en de trage bediening. En zo kabbelden de gedachten door.
Ik werd afgeleid door de loop van een aantrekkelijke serveuse. Er is weinig mooier dan de zetting van de ellebogen bij een ultra vrouwelijke vrouw die loopt. Alle gedachten gingen voorbij als kleine wolkjes op een zonnige lentedag. En dat in de winter.
Er werd gepraat. De kinderen kwamen zo nu en dan op schoot en speelden verder braaf. Een warm bittergarnituur werd gebracht en een set nieuwe Orvals. Ik concentreerde me op mijn ademhaling. Deze was rustig en beheerst vanuit de buik. En was intens tevreden. Vervolgens vroeg ik me af of ik op dat moment mijn hart kon en mocht laten stoppen. Ik dacht het wel. Het zou wel definitief zijn. Het was echter wel een perfect moment. Ik vroeg me af of euthanasie in een horeca gelegenheid op zondagmiddag vergoed zou worden door mijn zorgverzekeraar. Het leek me van niet. Virtual reality zou hier misschien in een oplossing kunnen voorzien. Maar sterven was vandaag niet aan de orde.
Hoogstens een klein beetje verdwijnen zo nu en dan.
Hoi Pom , Voor de Kerstdagen dit Kerstgedicht. Het is vaker geplaatst op pomgedichten, maar kan altijd met Kerst. Fijne dagen en groet, Merik
Kerst
Bonte draken flemen in je nek en de Kerstman, mot in zijn witte baard. Ze vlammen vervaarlijk uit hun bek, “O, denneboom.” Jingle bells” bij de haard.
De Kerstman, mot in zijn witte baard, zingt “Vrede op aarde” in oorlogsgeweld en “O, denneboom”, “Jingle bells” bij de haard en Maria heeft sneeuwklokjes voorspeld.
zingt “Vrede op aarde” in oorlogsgeweld, en “er is een kindeke geboren op aard.'” Maria heeft sneeuwklokjes voorspeld en een geestverruimende appeltaart.
“Er is een kindeke geboren op aard'”, die vreugde is geluk en licht en een geestverruimende appeltaart een grote gedachte zonder gewicht.
Vreugde is het, geluk en licht, bonte draken flemen in je nek, los gaat de gedachte zonder gewicht, ze vlammen vervaarlijk uit hun bek.
Hoe je mensen vertelt dat je miljonair bent zonder irritatie op te wekken
1. Pardon, maar wist u dat ik een miljonair ben? Want dat ben ik. Mooie rolstoel, klootzak.
2. Ach, heeft u deze portemonnee laten vallen? Oh, nee, die heb ik laten vallen. Waarschijnlijk omdat ‘ie zo tjokvol geld zit. *Zucht* Goed voor miljoenen euro’s, zelfs. Kom terug of ik huur iemand in om je om te leggen.
3. Oh, wat een schattige baby. Thuis heb ik ook een baby, maar dan helemaal van honderdeurobiljetten gemaakt. Waarom houdt Jezus toch zoveel van mij? Is het omdat ik een miljonair ben?
4. Wat een heerlijk weer is het toch. Ik ben dol op regen. Waar ik ook dol op ben, is het uitnodigen van groepen weeskinderen bij mij thuis en ze vertellen dat ik ze ga adopteren. Aan het eind van de dag schaar ik ze dan rondom mij en nadat ik even gepauzeerd heb om aan mijn pijp te lurken, zeg ik: “Grapje, eikels.” Ik ben een miljonair.
5. Weet jij hoe een miljoen euro eruit ziet? Waarschijnlijk niet, want je bent blind. Ik heb een verhouding met je vrouw.
een kerstgroet aan de lezer, de foto van babs witteman. zo zit ik ongeveer wel. klopt. de kerstgroet met een paar mensen die het leven mooi maken- om te beginnen met henk van zuiden – een groet van hem van een paar jaar geleden nog altijd actueel. henk leeft zoals ie schrijft. een hoog zuiverheidsgehalte. voor mij mogen 2 oudgedienden nooit ontbreken rond de kerstdagen. een dooie en een levende. de tragiek rond de dood van joop komen verlaat mij niet zoals joop komen mij ook nooit heeft verlaten. na zijn dood verkoos de zoon die hem verzorgde door zelfdoding de dood. hij heeft de dood van zijn vader afgewacht. och wat een heerlijke man was joop, wat een heerlijke dichter, wat een heerlijke verhalenschrijver, wat een eerlijke amsterdammer ook. hieronder een gedicht van zijn hand. en één van de hand van jako fennek. de man uit zwitserland die zo lief en ook zo heerlijk vilein kan zijn. maar altijd met zelfspot en met een glimlach. wat houd ik van die mensen. en ik houd van anne hardeman. onze strenge zeeuwse oma. ik verheug me op eerste kerstdag. dan is ze benieuwd wat mijn dochters ons (annemarie en mij) hier in 020 voorschotelen. morgen is het andersom en schotelt vader zijn dochters voor. ik zal anne via FB berichten.
Henk van Zuiden
Ik weet, vaak doe ik je verdriet woorden niet altijd goed gekozen, dank met de drank en nooit met rozen, een klankbord om mijn gram te lozen, maar lieveling, verlaat me niet.
Nooit eens een ridder, steeds bandiet. Mijn handen losser dan mijn kozen, mijn jaloezie als ‘k jou zie blozen, de lekke boot die jij moet hozen, maar lieveling, verlaat me niet.
Ik weet, je vindt mij hypocriet als soms mijn spijt wil bovenkomen, mijn krokodillentranen stromen, maar lieveling, verlaat me niet.
Toch zal het nog een keer gebeuren dat je mij onder de trein zal pleuren. Maar mocht je ooit dat plan beramen ik zweer ’t je, dan gaan we samen!
Joop Komen
voorbedacht
ik zou haar kunnen zeggen dat er een merel dood op de rails ligt ontzet zal ze zich over de rand van het perron buigen naar veren zoeken het beest in gedachten horen kwelen zo indachtig dat haar het fluiten van de trein ontgaat ik hoef haar dan niet eens te duwen